luisteren naar de baas

Ik weet niet waar hij vandaan komt, hoe oud hij is, waar hij die lelijke verminking heeft opgelopen. Zijn naam weet ik wel. Die staat op het bord waarop de kamerindeling te zien is. Naast zijn naam heeft iemand een klein tekeningetje gemaakt van iets dat een hondje zou kunnen zijn met de naam van de hond: Kuza.

Als de gasten van het klooster in stilte de maaltijd hebben gebruikt komt hij. Hij groet vriendelijk en gaat aan tafel. Terwijl de afwas wordt gedaan door de gasten gebruikt hij de maaltijd. Naast hem zijn hondje. Kuza kijkt gehoorzaam op naar zijn baasje. Af en toe gaat de hand van het baasje naar Kuza. Met een stukje brood, gedoopt in saus.

De monniken van het trappistenklooster in Tilburg willen comtemplatief leven. Ver weg van het rumoer van de wereld en het dagelijkse gedoe. Nadenken en beschouwen. God loven en luisteren naar zijn woord. En als goede mensen leven. Goed zijn voor de medemens, voor de natuur en het milieu.

Luisteren is het belangrijkste vertelt één van de broeders. Luisteren naar wat God van je vraagt. Dat kunnen woorden zijn die je leest of hoort of zingt, maar ook wat er gebeurt, wat je ziet, wat er naar je toe komt. ‘En dan gaat ge daar over nadenken wat er van u gevraagd wordt in deze situatie. En dan laat ge dat doordringen naar uw hart en dan gaat ge daar mee aan het doen.’