gebogen en niet gebroken

voorganger Emma Roemeon en tante Maria Litaay

Ja, ja, het zou wel goed zijn als er excuses zouden worden uitgesproken door premier Jetten, maar het was wel te laat. Emma Roemeon leek er niet van wakker te liggen, van de excuses. Ze was gekomen om voor te gaan in de herdenkingsdienst in de Regenboog in verband met 65 Jaar Molukkers in Nijverdal. Ze had mooi gesproken, het was een inspirerende dienst geweest. De kersverse wethouder, Mirjam Diderich in de functie van locoburgemeester had haar de hand geschud en gecomplimenteerd.

Locoburgemeester Diderich in de Regenboogkerk

Nu zat ze in de zon op het terras van het Dunantplein om te genieten van de zang en de dans. Ja haar thema was geweest, ‘gebogen en niet gebroken.’ Ze had zelf ook veel en vaak moeten buigen, naar welke school ze moest onder andere. Altijd moest ze gehoorzaam zijn, daarom was ze voorganger geworden en geen predikant. Maar ze was niet gebroken, ze had altijd haar rug recht gehouden. Zo. Ze deed het voor, rechtop zitten. De dame naast haar, tante, Molukkers noemen iemand die ze kennen al gauw oom of tante, tante Maria Litaay knikte instemmend en deed het na, ja zo. Later zag ik haar sierlijk dansen op het plein. Haar hoedje kon je niet over het hoofd zien.

Het werd één groot feest op het Dunantplein tot in de late uren. Een feest van ontmoeting. Uit het hele land waren ze gekomen om elkaar te zien, te omhelzen, bij te praten, te lachen. Een feest van zang, van dans, van met elkaar eten, lekkere hapjes, drankjes. Feestelijk en uitbundig gekleed, glanzende sieraden en waaiers in alle kleuren. En muziek, heel veel muziek. Toen het avond werd stond iedereen op de dansvloer.

Emma Roemeon had in de kerkdienst gesproken over wat je meeneemt, in je draagt van je voorouders. Ze had het vergeleken met het volk Israel in de bijbel dat door de woestijn trok naar een ver land. In de ark die ze met zich meedroegen bewaarden ze van wat van waarde was van hun cultuur om mee te nemen naar het vreemde land. Ze had gesproken dat Molukkers van de nieuwe generaties, in hun ark, of arkje de waarden en normen, die ze meegekregen hebben van hun ouders en voorouders mee moeten nemen en over dragen aan hun kinderen. Bewust of onbewust draag je immers altijd je culturele achtergrond met je mee. Ze benadrukte er zorgvuldig mee om te gaan, er trots op te zijn.

Een ark vol vrolijkheid, zingen, dansen, muziek, saamhorigheid, familiegevoel zie ik voor me op deze zonnige zaterdag. Samen eten en plezier maken. Hartelijkheid. Schoonheid. Ons land, ons dorp is er mooier van geworden.

Ernst, Nut en Ontspanning

Het is zaterdag eind van de middag. Buiten waait het. Het regent een beetje en het is koud. Het terras is leeg. Binnen in restaurant de Budde wordt gegeten en gedronken. Het is niet druk. Achter in het restaurant waar de vloer wat hoger is zitten mensen aan langwerpige tafels. Hun ogen zijn gericht op de tafel. Het ziet er uit of ze een spelletje doen. Af en toe komen mensen binnen die er naar toe lopen. Hij, want het zijn voornamelijk mannen, schuift dan aan of blijft van een afstandje kijken. Er wordt niets gezegd. Als er even later iemand aan komt met een grote plastic tas van de Action weet ik het. Het zijn schakers. Uit de tas steekt een schaakbord. Even later nog iemand. En kijk daar zijn ook twee dames. Het wordt me helemaal duidelijk als een van de mannen het woord neemt. Er zijn winnaars, die gehuldigd worden. Ik herinner me de aankondigingen van een feestweek in verband met het 100-jarig bestaan van de plaatselijke schaakvereniging ENO. Tijdens de feestweek allerlei festiviteiten en vandaag de Terrassenschaak in duo’s. Op zeven locaties het eerste Nijverdalse kroegloperstoernooi. Aan het eind van de middag de prijsuitreiking in restaurant de Budde.

Vanaf ons tafeltje kijken we naar het tafereel. Schakers zien er anders uit dan wielrenners of bridgers. Het is een een fascinerend gezicht: twee mensen tegen over elkaar boven een schaakbord. Ellebogen op tafel, de handen tegen het gezicht. Makkelijk, losjes gekleed en gekapt. Mensen er omheen. Verbonden met elkaar rondom het schaakbord. Er wordt niet gesproken, hooguit gezucht. Van de gezichten valt niets af te lezen. Het ziet er serieus uit.

Na afloop van de prijsuitreiking golft geluid omhoog. Er wordt gedronken, gepraat, gelachen. Ik vraag aan een man die foto’s maakt of ik een foto van hem mag gebruiken, want ik weet gelijk dat ik hier over ga schrijven. Het mag. Ik haal een foto van de Facebook pagina van de vereniging. Ik lees daar over de vereniging en zie foto’s van vrolijke schakende mannen en vrouwen. Ik herken er wel een paar. Het lijkt mij een leuke club.

Ik zal geen lid worden maar ik denk dat ik misschien toch weer eens ga proberen te schaken. Ik heb het ooit geleerd maar ben er mee gestopt. Ik geloof dat ik er te ongeduldig voor was en te dom. Voor strategisch denken, veel stappen vooruit denken, ben ik te onrustig en dan is het ook nog ingewikkeld omdat de verschillende schaakstukken allemaal andere zetten mogen maken.

Wij waren die middag naar een lezing van de Zen geweest over ‘Hoe we onze wereld scheppen door te doen.’ Je maakt je wereld niet door van alles te beweren en te zeggen, maar door wat je doet. We praatten er over na aan een tafeltje in restaurant de Budde en vroegen ons af of schaken ook een vorm van doen is om een wereld te scheppen. En of ‘gewoon beginnen’, woorden die waren blijven hangen na de lezing, ook voor schaken geldt. Daar zouden we nog eens over nadenken. Het sprak ons wel aan: beginnen, kijken wat er gebeurt, denken, niks zeggen en doen.

  • Schaakvereniging ENO werd op 14 juni 1926 opgericht door Tjalling Visser, directeur van de ULO in Nijverdal . De naam ENO betekent Ernst, Rust en Ontspanning. Het is een kleine vereniging die al die jaren is blijven bestaan,
  • Schaken vindt haar oorsprong in India volgens historische bronnen, al wordt ook China en Oezbekistan genoemd. Inzicht, ervaring en moed zijn nodig om een goede schaker te worden.
  • Foto: Facebook Pagina van schaakvereniging ENO met dank aan Chris Bos

puppy

Toen tennisser Aryna Sabalenka de US Open won, kreeg ze als cadeau een puppy. Ze had getwijfeld of het een teckel of een spaniel moest worden. Het werd een Cavalier King Charles Spaniel. Hij kreeg de naam Ash naar tennislegende en burgerrechten activist Arthur Ash. De hond gaat met haar mee naar alle toernooien en is vaak te zien op TikTokfilmpjes: Aryna op weg naar de training met Ash, Aryna uit haar auto stappend met Ash en zelfs bij de persconferentie na de gewonnen wedstrijd tegen Osaka zat Ash bij haar op schoot. De hond geeft haar steun in het stressvolle tennisbestaan. De hond zorgt voor ontspanning en is een uitlaatklep. Tijdens het toernooi geeft de hond ritme en afleiding. Hij moet immers ook uitgelaten worden en verzorgd. En heel belangrijk: je kunt er mee spelen en knuffelen. Tijdens de wedstrijden wordt de hond verzorgd op het complex van het stadion. Er zijn crèches, zwembaden en massages voor de honden. Want Aryna Sabalenka is niet de enige hondenliefhebber in het tenniscircuit. Steeds vaker zijn toptennissers te zien met honden, hondjes meestal. Sascha Zverev haalde na de tennis finale op Roland Garros zijn teckel Mishka op naar de prijsuitreiking en liet zich uitgebreid knuffelen door zijn teckel. Het zag er zo lief uit.

Een puppy opvoeden is geen sinecure. Een goede vriend van mij, een hondenliefhebber in hart en nieren nam na de dood van zijn geliefde labrador na lang wikken en wegen ‘toch weer’ een hondje. Een paar weken geleden kwam hij langs. Om even de nieuwe aanwinst te laten zien. Een prachtige pup. Pikzwarte glanzende vacht. Fonkelende ogen die me vragend aankeken. Je kon alleen maar aaaah zeggen. Ik snapte wel dat hij gevallen was voor dit schatje. Maar het baasje zag er moe uit. Nee hij was wel erg onrustig, en al heel vroeg wakker en je kunt hem nog niet alleen laten en.. Ja ze hadden zich al een paar keer afgevraagd waar ze aan begonnen waren, hij en zijn vrouw. Het zal wel goed komen want zij zijn geen opgevers. Maar het is niet meegevallen en het gaat nog wel even duren.

Ik vroeg me af hoe de tennissers dat doen met die puppy’s. Wie dat voor hen doet: zindelijk maken en opvoeden: slapen gaan in de mand, afleren dingen kapot te bijten, afleren te blaffen, afleren te trekken aan de lijn, afleren tegen mensen op te springen.

Trouwlezer

Trouwlezer

Als ik me voor moest stellen, wie ik ben, waar ik van hou, hoe ik in het leven sta, voegde ik er vaak aan toe: ik ben een Trouwlezer. Het was en is zo’n beetje mijn identiteit: wandelaar, taal, natuur, boeken, hond, theater, gelovig, ‘goed’ gereformeerd, maatschappelijk betrokken, Frankrijk, ja en Trouwlezer!

In het ouderlijk huis waar de Trouw in de bus viel en het abonnement op Trouw dat ik mee kreeg toen ik ging trouwen. Iedere morgen Trouw bij het ontbijt. Tientallen jaren lang. Mijn hele lange leven lang. Koffers met knipsels van columnisten, van Klei tot Bert Keizer, Pijlman, Elma Drayer, de cartoons van Dingeman, de interviews, de Verdieping, sport.

Vaak begon een gesprek met vrienden: heb jij vanmorgen ook gelezen in Trouw…

Een paar jaar geleden heb ik het abonnement op gezegd. Ik ergerde me steeds meer aan de in mijn ogen eenzijdige berichtgeving want in de keuze van de feiten die je meldt is impliciet duidelijk waar je staat zoals dat ook is door de keuze van de feiten, die je om wat voor reden dan ook, niet vermeldt. De duiding van het nieuws. Kritische vragen over bijvoorbeeld de klimaat verandering en alles wat te maken had met de corona werden niet serieus genomen. Tegengeluiden, je verdiepen in, onderzoeken wat, ‘de ander’, beweegt,  bedoelt, ik miste het. Woorden als fascisme, extreem rechts, anti democratisch, wappies, werden het hek waarachter twijfels en tegengeluiden verdwenen. Vooral de neerbuigendheid waarmee mensen met een andere mening, en ik dus ook, werden neergezet stoorde me bovenmate.

Nadat ik mijn abonnement had opgezegd werd ik gebeld door iemand van Trouw met de vraag waarom ik mijn abonnement had opgezegd. Toen ik hem mijn redenen omschreef vertelde hij dat hij die geluiden heel vaak hoorde. Die geluiden had ik niet aangetroffen in de krant.

Vorige week heeft Ephimenco, die ik op Facebook volg de krant verlaten. Wat heb ik genoten en wat geniet ik van zijn schrijven. Wat heb ik genoten van Trouw. Wat een heerlijke krant was het voor me. Al rommelend door de knipsels realiseer ik me dat Trouw me heel veel heeft gebracht.

Trouw verliet X. De kring is gesloten. De deuren zijn dicht. De wortels van Trouw zijn in die zin nog te herkennen in de grap over die ene kamer in de hemel waar je fluisterend langs moet lopen: ‘ssst daar zitten de gereformeerden, die denken dat ze de enigen zijn in de hemel, omdat zij denken dat zij het ware geloof hebben.’

pioenrozen

Wanneer heb je voor het laatst gehuild? De dame aan tafel hoefde niet lang na te denken. Muziek van Bach ontroerde haar vertelde ze. Ik vond het eigenlijk geen antwoord op de vraag. Iets kan je ontroeren, je kunt een traantje wegpinken maar is dat huilen?

Wanneer heb ik eigenlijk voor het laatst gehuild. Ik weet het niet precies maar het is niet lang geleden. Hartstochtelijk gesnikt. Ik weet het weer. Toen ik foto’s zag van vroeger. Hoe gelukkig we toen waren. En hoe dat voorbij is gegaan, verloren. Hoe droevig dat is. Hartstochtelijk gehuild. Het lucht op. Het doet goed. Ergens om huilen. Dat is iets anders dan ontroerd zijn. Dat ben ik regelmatig en vaak. Een geschenk van ouder worden. Iets in je borst voelen, je buik, een brok in de keel, een traantje.

Ik weet het nog, vorige week. Ik ging op de koffie bij de oudste dochter van mijn overleden zus en haalde een bloemetje op. Ik keek wat er was en zag ze ineens: donkerrode pioenrozen. Ik zag het voor me: de tuin voor het huis aan de Valkenburgseweg in Katwijk. Daar waar ik geboren ben en waar het leven goed was in het dorp, ons gezin met mijn oudste zus nog in huis. Ik moest even iets weg slikken en rekende de bloemen af. In de auto liet ik een traantje, maar ik moest opletten, het was druk op de weg.

Nu ik dit aan het schrijven ben moet ik eigenlijk weer een beetje huilen, zachtjes, van geluk. Bij de gedachten aan vroeger. En dat terwijl ik hier lekker zit te schrijven met de zon in mijn tuintje nadat ik voor het eerst sinds lange tijd weer gezwommen heb in de Regge. Vrij bewogen in het koele water, zingende vogeltjes boven mijn hoofd, blauwe vlinders in het riet.

Hou niet op te huilen, zachtjes, ingetogen of hartstochtelijk. In je eentje of met anderen. En troost mij niet. Wie zong dat ook weer.

zeldzaam juweel

Hemelvaartsdag 2026. Het is bijna 5 uur in de middag. De Intercity naar CS Amsterdam remt af. Buiten schijnt de zon boven de hoge gebouwen van Amsterdam Oost. Daar is het BIMhuis aan het IJ. Het water glinstert. Witte wolken in de blauwe lucht. Uit de geluidsinstallatie in de trein klinkt een klik. Goedemiddag beste reizigers. We rijden zo dadelijk Centraal Station Amsterdam binnen. Vergeet u niet uw bagage mee te nemen. En..

Het wordt stil in de bomvolle trein. Iedereen luistert. De conducteur neemt uitgebreid het woord. Hij bedankt allereerst de reizigers dat ze meegereisd hebben. Vervolgens geeft de conducteur de reizigers wijze en hartverwarmende woorden mee. Hij richt zich speciaal tot mensen voor wie het misschien niet zo makkelijk is vandaag. Hij raadt hen aan vooral van zichzelf te houden. ‘Namens mijn collega’s wens ik u een geweldige dag, net zo geweldig als uw aanwezigheid voor de mensen om u heen. We wensen u een zonnige dag met vrolijke gedachten. En vergeet de liefde niet, want een leven zonder liefde is als een landschap zonder zon.’

Inmiddels is de trein tot stilstand gekomen. Voor de deuren opengaan horen de reizigers de laatste woorden van de conducteur: ‘Als u maar niet vergeet hoe geweldig u bent, u bent een zeldzaam juweel in een beperkte oplage.

Op het perron gaan reizigers met elkaar in gesprek. Er wordt gelachen en duimpjes gaan de lucht in. Naast de trein staat de conducteur een paar oudere dames te woord die hem bedanken voor zijn ‘mooie’ woorden. Hij vertelt dat ze over hem kunnen lezen op internet als ze ‘De vrolijkste conducteur van Nederland’ aanklikken. Daar is te lezen dat 58-jarige NS conducteur Robbert Callias dit doet om de verruwing in de maatschappij tegen te gaan en ‘de wereld een beetje mooier te maken.’

heaven’s bright sun

In de Kleine Kapel in Nijverdal hangt een schilderij van kunstenares Annewil Jansen. Ik heb er veel naar gekeken de afgelopen jaren. Ik zie er altijd wat anders in. Tijdens de meditatieve stilte tijdens het avondgebed kijk ik of er ik er iets in zie wat te maken heeft met de tekst die we overdenken. En dat is vaak het geval.

Vorige week vroeg ik Annewil hoe het kunstwerk eigenlijk heet. ‘Heavens bright sun. Een zin uit het lied Be thou my vision. Een Ierse hymne uit de zesde eeuw van een Ierse dichter en monnik. Een zogenaamd Iorica, een beschermend gebed uit de tijd van Sint Patrick. De melodie is een Slane, die verwijst naar de heuvel van Slane in Ierland, de heuvel waar Sint Patrick het evangelie predikte.’

Annewil speelde het lied af in de versie van Audrey Assad. Ik herkende het lied meteen. Het is een avondlied. Het staat in het nieuwe Liedboek. Nummer 263. Dat weet ik uit mijn hoofd. Een jonge man, die een poosje de avondgebeden bezocht had er om gevraagd. Zijn vader was kort geleden overleden en op de begrafenis was dit lied gezongen. Het lied was voor hem een troost. Dat begreep ik goed, het is een mooi lied op een prachtige melodie met een troostende tekst: Wees Gij mijn toevlucht de komende nacht, de morgen die ik ondanks alles verwacht. Hoe kan ik gaan slapen, als Gij er niet zijt, die mij van het donker en wanhoop bevrijdt. We hebben het met elkaar gezongen.

In de Corona tijd stuurde ik het lied naar iemand die ging sterven. Ook voor hem was het een troost. Een troost geweest. Bij zijn begrafenis werd het lied gezongen gevolgd door een lange improvisatie op de melodie op de piano.

Dat ik al die tijd naar een schilderij heb gekeken dat verbonden is met het Ierse avondlied, dat me zo dierbaar is geworden.

Alles is met alles verbonden, niets is om niet.

4 mei 2026

De vlag staat al klaar. Vroeger mocht je hem vanaf zes uur in de avond ophangen. Maar dat is veranderd. Ik heb hem al een paar keer zien hangen vanmorgen. Het mag de hele dag. Ik hou me aan de oude regels. Om zes uur zal ik hem ophangen. En voor zonsondergang binnen halen. Ik zal vanavond om acht uur 2 minuten stil zijn.

Ik zal denken aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog die duurde van 1940 tot 1945. Ik zal denken aan de mensen, de vaders, de moeders, de kinderen, de opa’s en de oma’s, de familieleden, de vrienden, de buren, de bekenden en onbekenden, de militairen die vochten voor onze vrijheid, aan de nakomelingen van al die mensen die tot de dag van vandaag de gevolgen van die oorlog ervaren.

Het is goed te herdenken. Al 81 jaar lang. Het is verdrietig dat ‘we’ of ‘ze’ niet leren, ‘men’ nooit leert van de geschiedenis, waartoe ieder jaar bij het herdenken weer opgeroepen wordt. In tegendeel het lijkt of de ‘resten’ van oorlogen het zaad zijn voor de volgende. Dat oorlog een onuitroeibaar kwaad is in de wereld. En dat daarbij verschrikkelijke wreedheden schijnen te horen. Dat oorlog het slechtste in de mens naar boven haalt.

Blijft dat ik in een vrij land woon omdat anderen ten strijde trokken om Europa te bevrijden van de nazi’s. Bestaat er een rechtvaardige oorlog? Moet je alle agressie afwijzen? Bestaat er zo iets als fair play als het om oorlogen gaat? Zouden er geen mensen zijn die dolblij zouden worden als een andere mogendheid hen met geweld zou verlossen van een misdadig regime?

In de sport geeft de verliezer de winnaar na de wedstrijd een hand. Er is een spel gespeeld. Er is gewonnen en verloren. Men heeft zich aan de regels van het spel gehouden. Maar in oorlogen is er geen scheidsrechter, geen hogere macht. Oorlog is geen spel.

Het is moeilijk. Laten we maar zwijgen. Stil zijn. Met theoretische en filosofische gedachtewisselingen moeten we uitkijken zelf niet een klein oorlogje te voeren. Ik buig het hoofd. Ik leg me er bij neer. Ik weet het niet. Ik denk aan jou, aan jullie, vanavond.

kom vanavond met verhalen, hoe de oorlog is verdwenen, alle malen zal ik wenen( Leo Vroman , Vrede)

eenzame strijder

en net toen je was opgeveerd

toen er weer toekomst was

de horizon open

de hemel blauw

en de zon warm

was hij daar weer

de dikke boze man

met grote zwarte laarzen

ongenadig

onbarmhartig

onverbiddelijk

ik wou dat ik je kon helpen

maar dat kan ik niet

ik wou dat ik je kon troosten

maar dat wil je niet

ik wou dat ik dicht bij je kon komen

maar dat lukt me niet

je doet het alleen

liever alleen

dappere krijger

briefjes

hoe laat eten we ook weer?

gaat A ook mee?

vergeet je niet dat je me zou helpen met het invullen van de belasting?

ik sta al bij de ingang hoor!

ik ben geweest en ze was al aardig opgeknapt

het was fijn met je 😘

Appjes. Communiceren anno 2026. Heel handig. Voor afspraken, aardig, lief zijn voor elkaar, aan iets helpen herinneren, elkaar op de hoogte houden, adviezen, tips. Het is haast niet voor te stellen, een leven zonder mobiel, zonder appjes, chats, facetime, zonder de sociale media. Het schijnt dat er jongeren zijn die alleen maar communiceren via hun mobiel en nauwelijks in staat zijn live te communiceren of contact te maken.

Toch is het niet zo heel lang geleden dat we helemaal geen mobiel hadden. Toen maakten we mondeling afspraken, schreven we brieven en belden we met de vaste telefoon die aan de muur hing. We hoorden bij de bakker of op het plein de laatste nieuwtjes, luisterden naar het journaal en lazen in de krant het wereldnieuws.

Vorige week werd jongste zoon 50. Ik zocht naar foto’s om digitaal een kaart te laten maken met grappige gebeurtenissen (Zo geregeld. Binnen een dag ligt de kaart bij je in de brievenbus.)

Bij de foto’s vond ik een schoenendoos met briefjes. Op de eetbar bij de keuken lagen ze altijd. Briefjes. We hielden elkaar op de hoogte met briefjes. Meer nog dan foto’s geven zij een beeld van wie we waren, wat we deden, hoe we met elkaar omgingen. Het was een hele stapel. Wat me opviel was dat de opdrachten die we elkaar gaven, nog al dwingend waren, de moeder aan haar zonen maar ook andersom. We probeerden ook grappig te zijn naar elkaar en lief. Soms zat er een leuk tekeningetje bij. Maar meestal waren het haastig geschreven kattebelletjes op papiertjes die voorhanden waren, zelfs weeceepapier. ‘Liefs’ was toen nog niet uitgevonden. Hartjes heb ik ook niet gezien.

Op het verjaardagsfeestje mogen we geen ‘stukjes’ doen van de jarige. Ik weet niet of we ons daar aan gaan houden. In de schoenendoos is materiaal genoeg.