
Gisteravond ben ik er naar toe gefietst. Het bankje aan de Eusinkweg. Een bankje met een verhaal.
Het was in de 90er jaren in de Regenboogkerk. Het was bijna zomervakantie. De dominee van dienst vertelde over het bankje. Hij beschreef hoe we straks op vakantie zouden gaan, met achter de auto een caravan of een vouwwagen of een auto stampvol. Hoe we dan misschien via de Klokkendijk richting de A1 zouden rijden op weg naar de vakantiebestemming, in Nederland, of verder weg. Ik zag het voor me. Hij stelde voor om te stoppen bij de afslag naar de Eusinkweg, de eerste afslag naar rechts. We zouden daar uit stappen en plaats nemen op het bankje. We zouden daar uit blazen van al het inpakken en de vakantie stress. We zouden om ons heen kijken. We zouden zien hoe mooi het daar was en we zouden voelen hoe we, hoewel nog dicht bij huis, al op vakantie waren.
Ik geloof dat het verhaal zo ongeveer ging. En ik heb er vaak aan gedacht. Als ik in de buurt was van Notter op de fiets. Ik had er uit onthouden dat je niet ver van huis hoeft om het vakantiegevoel; het gevoel van, ik hoef niks, ik ben vrij, ik heb alles achter me gelaten, te ervaren. En natuurlijk kun je er nog veel meer uithalen. Als het te gek wordt: even een ‘bankjeEusinkwegmoment’ nemen. Of: de bestemming, het doel is eigenlijk niet het belangrijkst, de reis, de weg er naar toe, daar gaat het om.
Gistermorgen preekte de dominee van toen. Ik wist weer waarom hij mij bijna 30 jaar geleden, en ook nu weer zo raakte: hij is eigenlijk een poëet, een taalkunstenaar. Zijn teksten en zijn gebeden, zouden gedichten kunnen zijn. Hij heeft een prettige stem en hij spreekt zorgvuldig ieder woord uit, bijna iedere letter, niet te hard, duidelijk. Zijn taal heeft ritme en melodie. Gister zei hij veel mooie dingen en hij liet ons liederen zingen, die de hele dag nog in me rondzongen.
Daarom ben ik gisteravond toen het wat koeler werd en het zelfs leek te gaan regenen naar het bankje gefietst. Een prachtig uitzicht. De bomen, het groen, de lucht, het licht. Ik ben omgekeerd op het bankje gaan zitten. Ik vroeg me af wat maakte dat ik zo ontroerd was geweest bij het terugzien en horen van de predikant van zoveel jaren geleden. Was het het verdriet? Om wat voorbij, verloren is gegaan? Heimwee? De herinnering aan toen?
Hoe je geraakt kan worden. En hoe troostend mooie muziek, mooie woorden, teksten dan kunnen zijn. De troost van schoonheid. Het is een warm gevoel. ‘Ik voelde me bedroefd en goed.’ * Daar op het bankje aan de Eusinkweg.
- Ds Egbert van der Weide was van 1990 tot 1998 predikant in Nijverdal. 16 maart jl was hij 40 jaar predikant. 28 juni ging hij voor in de Regenboog in Nijverdal. Voor hem de laatste keer want het kerkgebouw krijgt een andere bestemming.
- ‘Ik voelde me bedroefd en goed.’ Laatste woorden uit het gedicht Fanfare-corps van M Vasalis.











