lucky oma

In de trein vanuit Zwolle naar Nijverdal zit een mevrouw met haar dochter tegenover me. Ze vertellen dat oma uit Columbia komt en voor het eerst na de Coronatijd weer bij haar dochter is. Haar dochter woont in Keulen en samen met man en kinderen en oma reizen ze met de trein door Nederland. Vandaag zijn ze naar Amsterdam geweest, ze hebben een hotel in Raalte geboekt en gaan vandaar uit verder door Nederland de komende week. De moeder haalt haar jongste kind, een meisje van een half jaar, uit de draagzak en zet het op haar schoot. Het kind schatert om de gezichten die haar vader trekt. Twee oma’s zitten vertederd naar het tafereel van de liefdevolle vader met zijn kind te kijken. Ik vraag de Columbiaanse oma of ze ook zo geniet van haar kleinkinderen, meer dan misschien wel ooit van haar kinderen? Ze knikt heftig en er verschijnt een brede glimlach op haar gezicht. Ze vraagt me hoeveel kleinkinderen ik heb en waar ze wonen. Als ik vertel dat mijn kleinkinderen om de hoek wonen en op een half uurtje rijden slaakt ze een diepe zucht. Over een paar weken gaat ze weer terug naar Columbia en gaat het zeker weer een tijd duren voor ze haar kinderen en kleinkinderen zal zien: ‘i hope next year.’ Als de trein station Raalte nadert neemt de hele familie hartelijk afscheid van me. Ze wensen me ‘eine gute Reise.’ De oma draait zich nog een keer om en zegt: ‘you are a lucky woman to have your children not so far away.’ Ze heeft gelijk, dat ben ik. Lucky me. En blij en trots als ik even later op mijn mobieltje kijk.

twitter

7/8/22 Kleinzoon Pim, 18 jaar, debuteert in de eredivisie. Voetballen is zijn passie. Hij heeft veel, heel veel gedaan om dit te bereiken, en er ook heel veel voor gelaten.

zwillbrock

Twee borden, twee messen, twee vorken. Glazen voor de thee. Halvarine. Gesneden brood in een mandje. Kaas, rosbief, salade, jam. Ik kan gelijk aan tafel. 
Het was hoog tijd dat we elkaar weer eens zouden zien. Alhoewel het meestal zo is dat Bep bij mij komt, nu zou ik naar Bep. Een operatie aan haar rug. Ik was weliswaar druk, had een goed excuus dat het zo lang duurde, maar toch. Hoog tijd. En nu was ik er. Het grote hoge bed in de kamer. En wij aan de lunch. En aan de praat. Na een paar uur stoppen we even. Moe van het drukke praten. Bep gaat even in haar bed en ik vlij me op haar bank. Een half uurtje later hoor ik de stem van Bep weer. En ik vraag  me af of ik even weg ben geweest. Volgens Bep wel, ze hoorde mij ronken. “Kun je nagaan hoe vertrouwd het voelt bij je.”

Een vriendschap van bijna 40 jaar. We zouden geliefden kunnen zijn, maar dat gevoel was er niet. We spraken over onze liefdes, onze kinderen, onze onmacht en moeites daarin, ons verdriet. Als we het heel zwaar hadden gingen we wandelen naar het Zwillbrock. Daar huilde een van ons en zwegen we bij elkaars tranen. Geen arm, geen troostende woorden. Hooguit: “joh”. Niets zeggen. Naast elkaar lopen. 

Vriendschap en liefde liggen dicht bij elkaar. Ook in vriendschappen loop je aan tegen jaloezie en ergernis. Omdat de passie ontbreekt lukt het beter afstand te bewaren. Maar ook in vriendschappen is het onontkoombaar elkaar eerlijk en open tegemoet te treden. Niet alles hoeft gezegd te worden: acceptatie, geduld en mildheid zijn de woorden die horen bij een vriendschap die jaren meegaat.

Na ons dutje gaan we naar een gezellige culturele activiteit in de Koppelkerk in Bredevoort. We zitten daar stilzwijgend naast elkaar enorm te genieten van een Franse zanger. Ja we hebben het goed.

geel

Geel is de kleur van de zon, van de lente, van intelligentie, dromen, zelfvertrouwen, kennis, visioenen, mentale kracht, inzicht, herinneringen, van vreugde en geluk, vertelt internet.

Dat de winnaar van de Tour in het geel rijdt is te danken aan het feit dat bij de eerste Tour in 1903, het organiserende blad l’Auto, op geel papier werd gedrukt. Reclame al vanaf de eerste dag van de Tour dus. Niks spiritueels of symbolisch.

Het waren mooie weken met een onverwachte winnaar: Een jonge frêle Deense renner met een ijzersterke ploeg om zich heen. Een verlegen, onzeker mannetje dat een paar jaar geleden nog bevend van angst op de fiets stapte voor zijn eerste grote ronde, wint de grootste wielerronde die er is: de Tour de France. Zonder grote woorden maar onverzettelijk en vastberaden op weg en onderweg naar het Geel.

De emotie van de winnaar in de armen van zijn twee vrouwen, zijn geliefde en zijn dochtertje, waren de mooiste die ik zag deze tour. Geen film, geen theatervoorstelling, geen kunstwerk kan mij zo raken als de emotie van sport. Pure schoonheid. En dat een paar weken lang iedere middag op de buis terwijl buiten de kopergele ploert aan de hemel brandt.

klein leven

“Klein, gelovig en conservatief”, noemde dj Timur Perlin Nijverdal ter gelegenheid van het eerste Pride Event in het dorp op woensdagavond 13 juli. En dat daar nu een dergelijk evenement werd gehouden was “groot”en “historisch.”

Ik ergerde me aan de stickers die mijn dorp meekreeg van de dj. Om te beginnen met conservatief. Ik zou eerder zeggen traditioneel dan conservatief. De bevolking houdt niet van dikdoenerij en buitenissigheid, reageert argwanend en afwachtend bij veranderingen, maar conservatief? En gelovig? Nou ga zondags maar eens een willekeurig kerkgebouw binnen: vooral heel veel lege banken. Als er één kerkgebouw zou staan in Nijverdal zouden zonder moeite alle kerkgangers van de diverse kerkgenootschappen er in kunnen. “Klein” dan? Een dorp van 24000 inwoners is geen dorpje, maar een flinke plaats. Een plaats die bruist en bloeit dat het een lieve lust is in een prachtige omgeving. Een plaats waar men niet wakker ligt van een transgender in de straat en waar men geen woorden vuil maakt aan een homofiele lijsttrekker van een politieke partij. Waar men af en toe ontzettend kort door de bocht kan zijn; en kleinzielig; en zeurderig; vooroordelerig en onredelijk, bot en alles wat een mens aan onhebbelijkheden kan bezitten. Maar ook: meelevend, sociaal, handenuitdemouwenstekend, sportief, begaan, betrokken, initiatiefrijk, en wat een mens maar aan mooie eigenschappen kan hebben. Gewone mensen dus net als overal. Misschien wat minder open en wat meer bescheiden dan elders. Voor het meerendeel mensen die “klein” willen leven. Zoals in het gedicht van Starik: Geen overdreven sjieke dingen eten, geen jacht, geen villa met een hek, gewoon klein leven. Eigenlijk niks mis mee. Om klein te zijn. En gelovig. En conservatief. Waarom niet eigenlijk?

*Starik schreef het gedicht Klein leven voor een man die dood werd gevonden in een eenvoudig benedenhuis in een oude wijk. Starik schreef het gedicht en las het bij zijn begrafenis. Het ging om een alleenstaande man van 93, nooit gehuwd geweest, in wiens huis een enorme som contant geld in een tas werd gevonden. Niemand in zijn omgeving had er iets van geweten. Hij leefde sober en eenvoudig en deed niets met het geld waar hij een villa of een jacht mee had kunnen kopen. ‘ Eenzame uitvaart‘ is een project dat in verschillende grote steden dichters een gedicht laat schrijven en voorlezen bij de begrafenis van mensen zonder nabestaanden.

* Foto, zicht op Nijverdal, met links de huizen aan de Koersendijk en in de verte textielfabriek Ten Cate, met de voor iedere Nijverdaller herkenbare fabriekspijp, rechts het paadje tegenover het station.

gedichten in de tuin

Eentje van Van het Reve? Of Kopland? Of een moderne? Merel Morre? Babs Gons? Een Jules Deelder? Een kindergedicht? Annie MG Schmidt? Of toch Campert? Actueel!

Ik zoek in mijn papieren. Vanmiddag sluiten we het boekenseizoen af met ons leesclubje. Al een paar jaar sluiten we het af met een middag in de tuin. Dan lezen we elkaar een gedicht voor en we vertellen waarom dat speciale gedicht. Het is een mooi gebeuren.We bewonderen de tuin van de gastvrouw, wisselen de laatste gezondheids- en welzijnssituatie van elkaar, drinken een kopje thee met wat lekkers. En dan gaan we beginnen. We luisteren naar de gedichten en zuchten en zwijmelen, zijn verrast en ontroerd door het gedicht en om het verhaal achter de keuze van het gedicht. Het wordt een bijzondere middag dat is zeker.

Tussen de bundeltjes en knipseltjes vind ik het gedicht dat ik ga voorlezen. Het is een ode aan mijn oudste zus die mij de liefde voor kunst, voor muziek en de dichtkunst bijbracht. Het gedichtje heeft ze me eens gestuurd. In haar karakteristieke handschrift uitgeschreven. Het is De Trek van Vasalis over een vrouw op een boerenwagen met twee stil-starende kleine zonen die de dichter op een avond voor bij ziet gaan, gezeten op een hek, met het prachtige eind: Hun hoofden draaiden om naar mij, zo reden ze zwijgzaam en licht voorbij, zo rustig, haveloos en vrij… Ik keek hen na; ik dacht, ik wou zo rustig zijn en nergens wonen.

Ik moet iets vrolijkers kiezen. Het is te. Te mooi. Te ontroerend. Te dicht bij.

boeren

Mijn opa was boer. Een eenvoudige boer in Katwijk aan de Rijn. Toen hij oud werd deed hij de boerderij over aan zijn oudste zoon, die vervolgens het bedrijf overdeed aan zijn zonen, die het bedrijf niet voortzetten en een ander beroep kozen. In de familie zijn de boerengenen nog wel aanwezig. Kleine boerderijtjes op het platteland om in te wonen, en de droom van een aantal dat ze eigenlijk het liefst boer hadden of zouden willen worden. Veel meer is er ogenschijnlijk niet over van de boerenachtergrond. Op de liefde voor de natuur en het buitenzijn na natuurlijk en de liefde voor dieren. En het gevoel van lekker in je ouwe kloffie klussen en rommelen. Gewoon willen zijn. Eenvoudig. Ja nu ik er over nadenk realiseer ik me dat er misschien wel meer boerenbloed in ons vloeit dan gedacht.

Mijn sympathie gaat daarom ook uit naar de boeren. Omdat ik boerenbloed heb. Maar ook omdat ze al jaren gepiepeld worden door onze overheid. Eerst groter moeten worden, dan weer niet, aanpassen, aanpassen en nooit is het genoeg. En nu het stikstofprobleem. Vraag me niet hoe het op te lossen. Wie ben ik. Maar het eenzijdig op het bordje van de boeren leggen, nee dat kan niet.

“Maar keur je dan al die grove acties goed?”. Nee natuurlijk niet, geen enkele uitwas valt goed te keuren, maar het komt de politici wel goed uit om het vooral daar over te hebben in plaats van in te gaan op de inhoud van het protest. Willen wel onderhandelen, maar wel met een in beton gegoten uitgangspunt. Wat moeten de boeren dan doen om gehoord te worden? Serieus genomen te worden? Ik zit niet op een burgeroorlog te wachten maar stiekem hoop ik toch dat deze boerenopstand het begin is van het wakkerschudden van politici die totaal vervreemd zijn van de man en de vrouw in de straat. Het leven van gewone mensen.

Foto: Ansichtkaart uit 1959 met mijn oom Piet op de foto bij zijn koeien, Katwijk aan de Rijn

Boerenopstanden: Een bekende is die van 1381 in Engeland, een opstand veroorzaakt door economische en sociale spanningen veroorzaakt door de Zwarte Dood (Wikipedia), recentere zijn de Boerenoorlog in Zuid Afrika, in eigen land de Boerenopstand van 1963 in Hollandscheveld en de Boerenopstand in Tubbergen in 1971, waarover het theaterstuk Hanna van Hendrik gaat.

gelukkig

‘Ja wat is gelukkig.’ Mijn antwoord op haar vraag. Ergens op een terras aan de Grote Straat in Nijverdal op een zonnige dinsdagmorgen.

We hadden elkaar een paar jaar niet gezien: de Corona. Ze was voorzichtig aan komen lopen met een stok, maar van dichtbij zag ze er opvallend goed uit voor haar bijna 80 jaar. Een gladde huid, zacht golvend zilvergrijs haar en een heldere open blik. We hadden elkaar bestookt met vragen en daar was ook de vraag of we gelukkig waren.

Ik vertelde haar dat ik een week geleden een moment had gehad van compleet geluk. Ik was zachtjes het bed uitgekropen, had een broek en sandalen aangeschoten. Had voorzichtig de deur van ons appartementje aan de Tramstraat in Katwijk opengedaan. Mijn vriendin nog rustig en diep slapend achter latend. Door de Koningin Wilhelminastraat naar de boulevard gelopen en het strand opgegaan. De sandalen in de hand genomen en met blote voeten door het zachte zand naar de zee. Daar aan de rand van de zee werd ik overspoeld door een diep gevoel van geluk. De frisse lucht, het zachte ruisen van de golven, de zon, het milde licht, de kleuren, de hoge blauwe lucht boven een vlakke zee, de wijdte, de verte. Een moment van: mooier is er niet, mooier zal het nooit worden; een verlangen om op te gaan, te verdwijnen in dit moment.’ “Ik moest huilen, lieve zachte tranen”,

‘Dat geluk was een een top moment, daar kun je niet altijd zijn, dat kun je ook niet opzoeken. Verder denk ik dat ik redelijk tevreden ben met mijn leven. Ik mag niet klagen. Al is het af en toe hard werken en tobben. In een bedding van tevredenheid open staan voor het geluk dat zo maar aan kan komen waaien.’

‘Schaars zijn de momenten, en ook nog goed verborgen, zoeken heeft dus nauwelijks zin, maar vinden wel. De kunst is zo te leven dat het je overkomt, af en toe.’ Ze citeerde het gedicht Kunst van Martin Bril en ik kon het samen met haar hard op zeggen. We lachten en constateerden dat dit moment misschien wel zo’n moment was. Op een terras aan de Grote Straat in Nijverdal. Op een zonnige dinsdagmorgen.

Foto: Katwijk, 16 juni 2022 07.05 uur

no reply.ns

Soms droom ik dat ik ergens ben en de weg naar huis niet kan vinden. Ik zoek en dwaal, kom er niet uit. Ik word dan angstig wakker en moet dan nog even bijkomen van het gevoel van paniek. Het lijkt me het ergste wat me zou kunnen overkomen bij het ouder worden: dat ik ergens terecht kom waar ik niet wil zijn en waar ik niet weet uit te komen.

Vorige week maakte ik een reis met de trein naar mijn geboorteplaats. Een paar dagen naar zee in een gezellig appartementje van Steeds aan Zee aan de Tramstraat in Katwijk. Ik had besloten toch maar weer eens met de trein te gaan. Wel zo makkelijk en comfortabel. Bij het uitchecken ontdekte ik dat er iets mis was met de afrekening van de reis. De 40% korting was niet geëffectueerd. Er begon een langdurige dwaaltocht naar hoe dat kon. Uren op mijn mobieltje. Tot ik door mijn vriendin tot de orde geroepen werd. “Stop er mee, laat iemand je helpen, kom naar zee!”

Een dag later opnieuw de zoektocht ondernomen. Dezelfde problemen: Een chatsessie die plotseling afgebroken wordt, een pagina waar helaas iets misgegaan is (probeert u het later nog een keer), een knoppenmenu waar jouw specifieke probleem niet tussen zit. “Mailen!” “Bel ze!” Ik krijg adviezen, die ik zelf al uitentreuren had geprobeerd. Mijn neef die op het terras van Het Strand zorgvuldig zijn slibtongetje oppeuzelt, kijkt me glimlachend aan: “Vergeet het maar tante, u denkt dat u met een mens communiceert, maar u hebt te maken met een computer. Als die er niet uit komt heb je pech. Bij de NS zit geen persoon aan de telefoon.”

Ik hou het even voor gezien. Heeft de bibliotheek niet een speciaal spreekuur voor reizen met het openbaar vervoer? Ik heb daar voorheen nogal lacherig over gedaan. Ik zoek het op: Iedere 1e woensdag van de maand inloopspreekuur in de ZINiN Bibliotheek. Ik kan er terecht met al mijn vragen over het Openbaar Vervoer. Het staat genoteerd op de kalender.

de gordel van smaragd in Denekamp

Wie ben je, wat verwacht je en wat hoop je door te geven als je hier weer vertrekt zondag? Het zijn de vragen van zuster Christella aan het begin van onze teamdagen in het klooster van de zusters Franciscanessen in Denekamp. Ook de andere zusters doen mee met het ‘rondje‘. Tegenover ons zitten een afgestudeerd theologe, twee leraressen en een vroedvrouw. Christella de leidster van de nonnen presenteert zich als ‘van de administratie.’ Zij, de zusters, verlieten hun vaderland Indonesië om ergens in het oosten van Nederland te gaan dienen zoals de oudere medezusters verzorgen en het aanbieden van retraites en een gastvrij onderkomen. In Coronatijd, toen er geen gasten kwamen knapten ze met elkaar eigenhandig het meubilair op. Hun dag bestaat uit het volgen van de getijden gebeden en het verrichten van hun taak, die heel vaak bestaat uit eenvoudige klusjes: nederig werk. ‘De eerste maanden hier in Nederland mocht ik niks doen, alleen maar de taal leren en het huishouden’, verzucht één van de zusters. Niet meer het werk doen waar je voor bent opgeleid, ver weg van je familie, je land, in een klooster tussen de landerijen in een koud land met mensen die je niet kunt verstaan.

Ik dacht aan de tijd dat zendelingen en missionarissen de Blijde Boodschap gingen brengen in verre landen zoals Indonesië en realiseerde me dat nu het omgekeerde was gebeurd. De zusters houden er wel een geheel andere manier van het geloof uitdragen op na dan onze gedreven voorouders indertijd. Het woord God heb ik tijdens het verblijf nauwelijks gehoord buiten de vieringen om. Wel heb ik gezien hoe geliefd en gewaardeerd en gekend de zusters zijn in het klooster en hun omgeving. Tijdens een fietstochtje door het schone Twentse land worden ze begroet door iedere voorbijganger en het verschijnen van hun wapperende habijt en kap levert onveranderlijk een blij gezicht op. Als we langs een camping fietsen vertelt een zuster dat ze daar onlangs op bezoek zijn geweest met de uitnodiging om een keer te komen eten en eventueel een rondleiding mee te maken. Er werd enthousiast gebruik van gemaakt en met name van het vraaggesprek achteraf, waar men alles, echt alles mocht vragen zoals: of ze echt helemaal niks verdienden, of ze toestemming moesten hebben om naar de dokter te gaan, of nieuwe schoenen aan te schaffen; of ze hun familie niet misten; of ze het niet jammer vonden dat ze geen moeder konden worden; of ze wel eens verlangden naar de liefde van een partner; of ze wel gelukkig waren.

Zuster Christella vertelde dat het leven in het klooster heel mooi is maar ook heel zwaar: ‘ Iedere dag moet je opnieuw beginnen, maar, kun je ook opnieuw beginnen. Je moet het laten zien, niet te veel praten en vooral niet proberen te overtuigen. Gewoon zijn wie je bent.’

Het is zaterdag avond. Op het grasveld achter de kerk speelt het team uit Nijverdal tegen het team van de zusters: Kubbs een soort kegelspel. Natuurlijk winnen de zusters. Ze zijn fanatiek en spelen vals als het ze uitkomt. Ze lachen en gieren en moedigen elkaar aan. Het zijn net jonge honden, kalveren in de wei. Ze high-fiven als ze gewonnen hebben en maken een ronde dans in het groene gras.

Als ik aan het eind van ons verblijf de vragen van zuster Christella zou moeten beantwoorden zou ik willen zeggen: ik heb met bewondering naar jullie gekeken, hoe jullie hier in dat sterk geseculariseerde Nederland laat zien hoe je sober en eenvoudig kunt leven, ‘zelfloos’ kunt zijn, blijmoedig en vrolijk aanwezig. Wat toewijding en aandacht vermag. Hoe je zonder te preken geluk en liefde kunt geven. En misschien wel een glimp van God kan laten zien. En dat jullie kunnen zingen als nachtegalen. Dat ga ik doorgeven. In mijn Wiske!

Dank je wel Christella, Klarina, Virgine, Reinalda, Mariela en Augustine! Het was fijn bij jullie te zijn. Pax et Bonum. Vrede en alle goeds.

Team Kleine Kapel Nijverdal is het pioniersteam van PG Nijverdal dat vorm geeft aan De Kleine Kapel aan de Noetselerweg, een plek van stilte, vrede en rust.

Gordel van smaragd, bijnaam van Indonesië. De schrijver Multatuli noemde Indonesië de gordel van smaragd, omdat het land vergelijkbaar is met een parelsnoer van ontelbare kleine eilandjes. Samen vormen ze een schitterend geheel van oude cultuur en overweldigend natuurschoon. ( Wikipedia)

Het Franciscushuis in Denekamp is het gastverblijf van het klooster in Denekamp.

Pax et Bonum: de vredegroet van Franciscus, die hij iedereen die hij tegenkwam toewenste.

Foto: Het team van de zusters bij het spel Kubbs.

worden wie je wilt zijn

Op de site van de plaatselijke scholengemeenschap wordt vermeld dat dit de school is ‘waar je mag zijn wie je bent’, dat je hier mag ‘worden wie je wilt zijn’.

De schrijver Edouard Louis deed het: worden wie hij wilde zijn. Geboren in een armoedig, kansarm gezin in Noord Frankrijk, deed hij er alles aan niet zo te worden als zijn ouders. Op de middelbare school in Amiens, onder de hoede van een meisje en haar familie uit een hogere klasse oefende hij te worden zo als zij: een welopgevoede jongeman uit de hogere klasse. Hij kleedde zich als zij, ging zo spreken, nam hun manieren over, las hun boeken. Minitieus bestudeerde hij de mensen om hem heen. Een middag lang oefende hij met zijn welgestelde vriendin te eten met mes en vork, hoe te snijden, hoe het stukje brood aan de vork te prikken, hoe het naar je mond te brengen, hoe te kauwen en te slikken, hoe mes en vork terug te leggen op je bord. De hele dag was hij geconcentreerd bezig te zijn zoals zij en alle sporen van zijn armoedige en verfoeilijke jeugd uit te wissen. Hij veranderde zelfs zijn naam.

Het is hem gelukt: hij heeft ook de elite op de middelbare school in Amiens achter zich gelaten, is naar Parijs gegaan en heeft het ver geschopt: hij verkeert in de hoogste kringen van Frankrijk, is een gevierd schrijver en volgens de achterflap van zijn laatste boek ‘één van de belangrijkste en toonaangevende schrijvers van zijn generatie.’

Weet je wie je bent? Wie je ten diepste bent? Kun je worden wie je wilt zijn? Er wordt wat af geopereerd om te worden wie je wilt zijn, en we mediteren en piekeren wat af om er achter te komen wie we nou echt zijn.

Ik zag een vrouw in het zorgcentrum haar bord aflikken en dacht aan de eetgewoonten in ons gezin vroeger. We prakten ons eten met een vork en husselden alles door elkaar, we aten met de lepel en als het erg lekker was likten we ons bord af, vaak zetten we ons bord onder de tafel voor de hond om de laatste restjes schoon te likken. Toen ik ouder werd leerden mijn grote zussen hoe de tafel te dekken en hoe netjes te eten. In het begin vond ik het eten niet eens lekker met groenten, vlees en aardappelen apart. De lelijke Katwijkse ei, die klinkt als aai heb ik op de kweekschool afgeleerd bij de spraakleraar, ‘hen en hun’ weet ik hoe dat moet en het verschil tussen kennen en kunnen had ik snel onder de knie.

Hoe ver moet je gaan met je zelf veranderen en kan dat eigenlijk wel? Moet dat eigenlijk wel? Jezelf zijn wat is dat eigenlijk?

Edouard Louis schrijft in zijn boek over zijn leven nu, als gevierd auteur, behorend bij de klasse, waar hij zo graag bij wilde horen, maar uiteindelijk nooit echt ‘één van’ werd: Ik heb geen heimwee naar de armoede, maar wel naar de tijd dat mijn grootste droom was een brommer te hebben, net als de andere jongens, om naar de McDonalds te kunnen gaan. Naar de tijd dat mijn moeder haar schouders ophaalde en zei Wat een rot leven hebben we toch.

Foto: Edouard Louis op de achterflap van het boek: Veranderen methode. Edouard Louis(1992) werd geboren in Noord Frankrijk als Eddy Bellegueulle.