meisje op fietsje

Het zijn drie zusje, of nichtjes, waarvan er twee ongeveer even oud zijn ongeveer en één duidelijk de jongste. De oudste twee kijken allebei naar de kleinste. Het meisje kijkt naar een fietsje in het midden. Het is de bedoeling dat het meisje daarop gaat fietsen blijkt. Het meisje stapt op. De zusjes staan ieder aan één kant. Een houdt het stuur vast, de ander het zadel. Allebei houden ze een hand op de rug. ze rennen met het meisje mee en laten haar na een poosje los. Als het meisje begint te zwieberen pakken ze haar direct weer vast. De zusjes geven bemoedigende klopjes op de rug en spreken de leerlinge onophoudelijk toe. Als het bijna lijkt te lukken valt ze toch. De zusjes zijn er direct bij om haar overeind te helpen. Ze vegen haar kleren schoon en inspecteren met een strenge blik armen, benen en de fiets.

Ze houden even pauze in het gras*. Maar meisje heeft de smaak te pakken en geeft niet op. Even later begint het van voren af aan: opstappen, twee handen aan het zadel, twee handen aan het stuur, handen aan het stuur langzaam los, handen aan het zadel één voor één los, handen in de aanslag om direct in te grijpen, twee hijgende meisjes naast de fiets… en zie daar, daar gaat ze! Helemaal alleen, beetje wankel, maar ze gaat, ze fietst!

De zusjes rennen juichend, springend met haar mee, handen in de lucht, klappend. Blij om hun kleine zus.

Neelie Kroes* zou trots zijn als ze hier in het Leo ten Brinkeparkje kon kijken naar dit ultieme voorbeeld van zusterschap: elkaar bemoedigen, blij zijn voor en met elkaar, trots zijn op het succes van de ander, van elkaar.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (5)

* Neelie Kroes is voormalig minister en Europees Commissaris die als vrouw haar mannetje heeft gestaan en op haar 80e nog steeds actief is. Een voorbeeld voor veel vrouwen: “Volg je hart en zorg als vrouw dat je je eigen boterham kunt verdienen” ( Forever Young, Matthijs Gaat Door 9 oktober 2021)

man met hond

Als je je hond uit wilt laten ga je richting het *Doktersbos of naar het Stut bij het Ravijn waar een uitgestrekt honden losloop gebied is. In het *Leo ten Brinkepark komen mensen voor een korte uitlaat beurt. Met name oudere mensen, die in het centrum wonen maken een rondje door het park. Ze hebben vaak kleine hondjes, handzame hondjes die je in een mandje en zelfs tussen je voeten op je scootmobiel mee kunt nemen.

De hond loopt voor het baasje uit, snuffelt in het gras, onder de struiken, trekt aan de lijn als er een andere hond aankomt, blaft zo nu en dan, plast en doet zijn of haar behoefte. Het baasje pakt een plastic zakje en ruimt de poep op. Meestal dan. Want vaak liggen er toch hondendrollen in het gras. ‘s Morgens vooral. Hondenuitlaters die zich in het donker onbespied weten. Want overdag schromen de buurtbewoners niet op het raam te tikken of naar buiten te lopen als iemand “vergeet” de rommel op te ruimen. Een vriendelijk maar dringend verzoek.

De meeste hondenuitlaters houden zich aan de regels. Ze ogen gelukkig met hun huisdier. Zoals de oude mevrouw die constant met haar hondje in gesprek is. Het echtpaar dat het rondje vooral gebruikt om met iedereen een praatje te maken. De jongelui, die met mobiel in de hand de hond “effe” uit laten.

En dan is er een man, laat ik hem Piet noemen. Hij laat zijn hond een paar keer per dag uit, iedere dag. Het is duidelijk dat hij het als een corvee ziet. Hij kijkt altijd chagrijnig en ongeduldig. Als de hond zijn behoefte heeft gedaan, loopt hij snel terug na de boel opgeruimd te hebben. Hij loopt vaker langs, maar dan met vrouw en kinderen, zonder de hond. Dan oogt hij veel vrolijker. De vrouw of kinderen lopen nooit langs met de hond. Het zou me niet verbazen als vrouw en kinderen hem de kop gek hebben gezeurd om een hond. Dat hij uiteindelijk toegegeven heeft en nu de hond er is hij iedere dag opdraait voor het uitlaten van de hond. Of anders om? Hij heeft doorgedouwd dat er een hond moest komen en nu die er is mag hij hem uitlaten ook. Wat zou het zijn? Ik hou het op het eerste. Piet is gewoon een goeie vent. Hij houdt van vrouw en kinderen en van de hond. Hij heeft een hekel aan gezeur over wie de hond uit moet laten. Dus doet hij het maar. Met frisse tegenzin.

* Doktersbos en Het Stut zijn mooie stukjes natuur in Nijverdal. Het Ravijn is de naam van het zwembad aan de rand van Nijverdal

* Het Leo ten Brinkepark is een klein parkje op het tunneldak van de tunnel onder Nijverdal, waar het treinverkeer en het doorgaande verkeer op de N35 doorheen rijdt.

*Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (4)

de snelwandelaar

Door het Leo ten Brinkepark* lopen per dag honderden wandelaars. Al die wandelaars hebben hun eigen manier van lopen. Sommigen hebben een heel eigen, karakteristieke manier die ik direct herken. Zo is daar een voormalig winkelier. Hij loopt heel veel en heel ver. En. Heel snel. Hij maakt geen grote passen, hij loopt bijna voetje voor voetje, maar in een rap tempo.

Ik denk niet dat je hem een snelwandelaar* kunt noemen. Hij gebruikt zijn armen niet zoals snelwandelaars doen. Snelwandelen schijnt net zo gezond te zijn als hardlopen. “Goed voor hart en longen, de bloeddruk, cholesterolgehalte en verlaagt de kans op diabetes”, lees ik. Je verbrandt twee keer zo veel calorieën als een gewone wandelaar, dus ook goed voor het gewicht.

In gedachten noem ik een jongeman wel “de snelwandelaar”. Hij maakt de typische armbewegingen. Hij loopt op sportschoenen, altijd in lange broek en jogging vest, in zijn hand een fles water. Ik heb eens een praatje met hem aangeknoopt toen ik in de tuin aan het werk was. Hij was even aan het uitblazen, normaal gesproken raast hij voorbij. Hij vertelde dat hij iedere dag wel een paar keer loopt, minstens een uur. Het maakt hem niet uit waar hij loopt als het maar niet te druk is. Ons parkje zit vaak in zijn avond rondje. Hij loopt vooral vanwege zijn slechte rug vertelde hij.

Toevallig zag ik hem vorige week weer voorbijlopen na hem een hele tijd niet gezien te hebben. De avond begon te vallen. Aan het eind van de straat was boven het uiteinde van de tunnel een prachtige wolkenlucht zichtbaar. Ik weet niet of hij daar oog voor had. Dat had hij ook niet voor mij, laat staan tijd voor een praatje. Ik denk dat het vochtige en koude oktoberweer zijn rug weer plaagt.

* Snelwandelen kent twee belangrijke regels: één voet moet altijd de grond raken en bij elke stap moet de knie van het voorste been gestrekt blijven totdat het helemaal onder het lichaam is.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (3)

patatje halen

Als Leo ten Brinke* die in 1975 het tunnelplan bedacht nu zou zien hoe het op een zondag in september 2021 in Nijverdal toe gaat, zou hij zijn ogen niet geloven. De winkels open, volle terrassen, muziek, oud en jong in korte broek en de cafés bezocht door opa’s en oma’s, vaders en moeders en kinderen. Kroegbaas en rebel Leo die op een bierviltje de oplossing tekende voor het verkeersprobleem op de Grotestraat, stierf in 1977. 44 Jaar later lijkt zijn droom uitgekomen.*

Het is zondag en Nijverdal swingt. In het parkje lopen mensen in zomerkleding door het parkje. Op weg naar en terug uit het centrum waar de City Run wordt gehouden. Het weer werkt mee. Er is muziek. Overal mensen langs het traject.

Tegen de avond als iedereen huiswaarts is komen de patat ophalers. Door het Leo ten Brinkeparkje. Op weg naar het cafetaria om de hoek. (Het beste cafetaria van Overijssel, tweede van Nederland, staat er op de muur). Na een klein half uurtje komen ze terug. In de hand een witte papieren tas. Of twee. Terug naar huis.

“Wat eten we?” “Eten we nog wat?” “Of zullen we ff wat ophalen?” Een briefje met de bestelling. Patatjes Met, Trio Pinda, Berenhap Sate, Frikandel Speciaal, en wat allemaal nog meer. “ Ga jij?”

Sommigen gaan bijna iedere dag. Mannen in de bouw en klussers tussen de middag en op de vrijdag. In het weekend is het topdruk. Ook op zondag. Ja Leo ook op zondag. Op weg naar het cafetaria door jouw parkje.

*Afbeelding van de tekening (1975) van Leo ten Brinke met het tunnelplan. Het tunnelplan werd in 2015 voltooid. Het doorgaande verkeer op de N35 en het treinverkeer Zwolle Enschede wordt door de tunnel geleid. Op het tunneldak is het Leo ten Brinkeparkje ter herinnering en als eerbetoon aan de bedenker van het idee.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (2)

meneer met rollator

Ik noem hem een meneer, geen oud mannetje. Ik weet niet precies waarom, maar het is vooral zijn kleding en ondanks zijn sterk gebogen rug heeft hij toch iets statigs. Hij zou wel directeur geweest kunnen zijn of een hoge meneer in de fabriek. Nu is hij oud en krom en loopt hij achter een rollator.

Voetje voor voetje beweegt hij zich voort. Af en toe stopt hij. Hij kijkt even in het rond of omhoog. Dan gaat hij weer verder. Behoedzaam volgt hij het licht slingerende pad door het parkje. Als het mooi weer is heeft hij een moderne geruite blouse aan. Als het koud is een sportief groen gewatteerd jack. Want hij loopt iedere dag. Weer of geen weer. Hetzelfde rondje. Vanuit zijn appartement in het centrum over de Grotestraat. Rechtsaf bij de stoplichten de Joncheerelaan in en vervolgens rechtsaf het Leo ten Brinkepark* in. Als het warm is gaat hij soms even zitten op het bankje vlak voor mijn huis. Ik zie hem dan heel voorzichtig opstaan en verder lopen.

Daarna komt het gevaarlijkste onderdeel van zijn ommetje. Hij loopt het gras in en manoeuvreert heel zorgvuldig zijn rollator door het gras, over de stoeprand de straat op. Zo kan hij meteen rechtsaf de Meyboomstraat in en bij de bloemenwinkel nogmaals rechtsaf richting zijn appartement.

Zaterdagmiddag kijk ik samen met kleindochter naar de gevaarlijke actie. Het meisje heeft de deurklink al in haar handen om er naar toe te lopen en te helpen, maar dat is niet nodig. Het gaat goed zoals het iedere dag goed gaat. We halen opgelucht adem. Wat een dappere meneer.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (1)

voorbijgangers

Vanuit het keukenraam kijk ik uit op het Leo ten Brinkepark, “Het parkje”, voor Nijverdallers.

De komende weken portretjes van voorbijgangers in Wiskeschrijft.

* Het Leo ten Brinkepark ligt op het tunneldak van de tunnel onder Nijverdal, een plan dat in 1975 door Leo ten Brinke werd bedacht en dat in die tijd werd weggelachen. Later meer hierover.

zonnige zondag

Het is zondag 5 september. De morgen is ijskoud. Zes graden op de thermometer. Maar de zon schijnt. Over het paadje in het parkje voor mijn huis fietsen mensen in korte broek. Een vader haalt zijn zoontje uit de kinderwagen. Het jongetje doet voorzichtig een paar pasjes naar de wijde armen van zijn papa. De vader kijkt zo gelukkig en zo blij als een vader maar kan zijn. Ik kan niet ophouden er naar te kijken. Het is een mooie dag.

“Het wordt een mooie dag”, zegt mijn schoondochter. Op het terras staat de televisie al opgesteld. Met ruim drie miljoen kijkers zal zij om drie uur aan de buis gekluisterd zitten om Max Verstappen de formule 1 race in Zandvoort te zien winnen.

Ik verbaas me er al een tijdje over waar al dat enthousiasme voor de autosport vandaan komt. Ik dacht eerst dat het alleen een mannending was: techniek, broembroem, maar ook vrouwen zetten ‘s nachts de wekker om races te bekijken. Het is ook niet slechts een sport voor de rijken, want welk jongetje of meisje kan een dergelijke sport nou betalen? Nee, rijk, arm, jongen, meisje, oud, jong: het maakt niet uit. Iedereen houdt van de formule 1, houdt van Max Verstappen.

Op de zonnige zondag ben ik ook achter de televisie gaan zitten. Heb op Ziggo Sport gekeken.

Ik vond het prachtig: Davina Michelle. Max. Max de koning. Een kolkend Zandvoort. Het juichende stadion. De show die de organisatie er van had gemaakt met tribunes in rood, wit en blauw. De vreugde bij de commentatoren. De tranen van de stoere mannen. Wat een feest. Wat een sfeer.

Het werd een mooie dag. Een dag die ons even bij elkaar bracht. Een gevoel van wij. Wij, Nederlanders. Even geen gezeur, even geen pandemie, even geen jij en zij. Dank zij een perfecte organisatie, laat dat gezegd zijn. Tot in de puntjes voorbereid; creatieve oplossingen. Geen files, opstootjes, nauwelijks een wanklank. Het kan.

het zout der aarde

Charlie Watts de meest bescheiden man van de Rolling Stones is niet meer. De drummer; de man die de maat aangaf, het tempo bepaalde, de accenten sloeg, stierf vorige week op 80-jarige leeftijd.

Mijn broer stuurde mij een filmpje met het nummer ‘The salt of the earth’ op zijn Pioneer installatie uit de jaren 60. (Een briljant geluid nog uit de boxen. Daar kan mijn Sonos niet tegen op). Een appje met de woorden: “moet ik even delen, voor mij zeker het zout der aarde“. *

Het nummer ‘The salt of the earth’ komt van het album Beggars Banquet uit 1968. ‘Sympathy for the devil’ is het bekendste nummer van het album. Ieder jaar staat het weer hoog in de top-2000. Dit nummer is het laatste op het album en veel minder bekend. Ik heb de tekst er nog eens bij gepakt. Het is een ode aan de gewone man: Let us drink to the hard working people, the lowly of birth.*

Een prachtig nummer van de golddiggers. Een tekst om boven je bed te hangen. Een kunstzinnige clip. Heerlijk drumwerk van Charlie. Muziek: ja, het zout der aarde.

*Google: Het zout der aarde, de bron van kracht en bezieling voor anderen.

* Tekst The salt of the earth, Rolling Stones 1968

groeten uit Afghanistan

Eind 2006 ging mijn zoon voor een half jaar naar Afghanistan. Hij was als militair al uitgezonden geweest naar Bosnië. Dat was een paar maanden. Nu was hij voor een half jaar weg. Nu was hij vader van een zoontje van 2 jaar. De tijd voor het vertrek en het afscheid was het lastigst, als hij eenmaal weg was, kwam de rust. Ik kende dat van bij ons thuis: mijn vader was zes jaar ver weg tijdens de oorlog; mijn broer ging als machinist op de grote vaart meer dan anderhalf jaar van huis als jongen van 17 jaar. Ik wist hoe het voelde. Ik had het gezien bij mijn moeder.

Maar. Ik was ook trots. Trots dat mijn kind meedeed, meevocht, verantwoordelijkheid nam voor de goede zaak: de wereld een beetje beter maken in dat land hier ver vandaan. Als ik op de begraafplaats hier vlakbij in Holten langs de namen van de gevallen soldaten liep moest ik altijd denken hoe die ouders en geliefden afscheid hadden genomen. En definitief afscheid moesten nemen van hun kind. Voor mijn vrijheid. Hun kinderen kwamen niet terug. Dat moesten ook Nederlandse ouders meemaken.

Mijn zoon kwam terug. Gezond en wel. Geen verwondingen, geen trauma. Ik had hem iedere week een brief geschreven. Af en toe schreef hij iets terug. Een kaartje met Greetings from Afghanistan en een paar zinnen erop. Dat het goed met hem ging en dat de tijd best snel ging.

14 Jaar later krijg ik van hem regelmatig appjes met berichten over de huidige situatie in Afghanistan. Ik proef verontwaardiging, ontgoocheling.

Een berichtje met een YouTube filmpje van een zogeheten Ramp Ceremonie. In dit geval van een helicopter-crash waarbij 5 militairen omkwamen.

Dagelijks heb ik bij de ramp ceremonie gestaan in de periode 2006-2007. Dit is uit die periode. Zal me altijd bijblijven.

En een artikel van Mart de Kruif, oud-commandant Van de NAVO-missie ISAF met de kop: ‘Afghanen gingen er vanuit dat we zouden blijven helpen’

Ach we hebben een steentje bijgedragen. Ik niet zo veel bijzonders hoor. Velen die veel heftiger werk hebben gedaan.

Ik wist niet goed wat terug te appen. We doen allemaal ons ding. Het ene is zinvoller dan het andere, veel is zinloos, en veel is zelfs helemaal verkeerd. In de oorlog in Afghanistan zijn duizenden militairen omgekomen en tienduizenden onschuldige burgers. Was het allemaal om niet? Hadden we er nooit naar toe moeten gaan?

Een paar dagen later komt mijn zoon langs. Hij drinkt een kopje koffie en we praten over van alles en heel even over Afghanistan. Als hij weggaat pakt hij de grasmaaier en maait hij het gras. ‘s Avonds komt hij nog even langs om een emmertje koemest over het gras te strooien. ‘ Vannacht gaat het regenen, knapt je gras mooi van op’. Dat doet hij zonder dat ik het hem gevraagd heb.

Je hoeft geen heftige dingen te doen om de wereld een beetje mooier te maken.

ik heb gezegd, ik heb gedaan

“Waarom huil je, waarom huilen al die mensen”, vraagt het kleine meisje naast me op de bank. Ja waarom moet ik huilen als ik Jeffrey Hoogland zie springen van blijdschap als hij ziet dat zijn vriendin goud heeft gewonnen. En waarom valt er ook een traan als hij een paar dagen later net naast het goud grijpt en hij daar ontgoocheld op het podium staat met een zilveren medaille om zijn hals.

“Live sport is het mooiste wat er is misschien wel mooier dan een klassiek concert“, appte mijn sportmaatje mij na de historische 10.000 van Sifan Hassan. “Zeker weten”, appte ik terug. Met dank aan de NOS met prachtige live-uitzendingen en presentatoren als Gregory Sedoc en Jeroen Stomphorst.

De Spelen van Tokio werden misschien wel de mooiste spelen ooit. De Spelen van 2020, uitgevoerd in 2021 brachten verbondenheid in een tijd waar die ver te zoeken is. Even geen onmin, even geen gescheld, even geen gediscussieer, even geen gezeur.

We were one.

Dank sporters en de mensen om jullie heen. Dank Jeffrey, dank Sifan en alle anderen. Jullie hebben mij mooie uren bezorgd. Blij gemaakt. Geïnspireerd. Jullie hebben mij ontroerd met jullie wilskracht, doorzettingsvermogen, kameraadschap, teamspirit, blijdschap, verdriet, teleurstellingen, sportkwaliteiten. Tot tranen toe.

* ik heb gezegd, ik heb gedaan ( Sifan Hassan na het behalen van haar derde medaille, het goud op de 10000 m)

* Jeffrey Hoogland foto op zijn twitteraccount