uit het niets

Daar was je dan. Daar ben je. Het lijkt wel of je vliegt. Zweeft. Maar je bent er. Naar voren gestapt. In het licht. Vrij. Vrolijk.

Om je heen en daar op de achtergrond zijn ze nog steeds. Onduidelijke grijze en donkere vlekken. Schaduwen. Het zwart. Dat er altijd zal zijn. Die vlekken. Die gaan altijd met je mee. Zullen altijd om je heen zijn. Soms zwarter dan anders. Soms dichter bij. Grote en kleine. Beangstigend en dan weer op de achtergrond. Gewoon om dat ze er nou eenmaal zijn.

Maar wie is die andere figuur. De persoon met de rug naar je toegekeerd. Misschien omdat het tijd was om je los te laten? Om te gaan? Om je te laten gaan? Om niet meer alles te zien wat je doet en laat?

Maar wees niet bang. Die is niet ver weg. Die is net zo licht als jij. Die kan je roepen. En je kan er zelf naar toe lopen. Dansen misschien wel of zweven.

  • Op een klein tekentabletje maakte kleindochter Anna met een krijtje in een paar minuten dit krijttekeningetje al vegend en tekenend. Daar maakte ik dit verhaaltje bij.

ego loos

Wij hadden een buurvrouw die op de verjaardagsvisite van mijn moeder altijd het hoogste woord had. Ze vond ook overal wat van. Het viel niet mee om het gezellig te houden als ze kwam. Haar man was het tegenovergestelde. Hij sprak nauwelijks, lachte vriendelijk, dronk zijn koffie en peuzelde omstandig zijn gebakje op. Af en toe knikte hij en lachte hij minzaam. Echt gênant werd het als zijn vrouw haar man bekritiseerde en min of min meer belachelijk maakte. De goede man bleef dan stoïcijns vriendelijk voor zich uit kijken en ging verder met zijn koffie en gebak.

De meningen over dit gedrag werden na het vertrek van het echtpaar wel eens besproken door ons als broers en zussen. Mijn moeder nam het altijd voor de man op, dat hij eigenlijk zo’n goeie aardige man was en zij zo’n vreselijke heks. Maar sommigen namen het ook op voor de vrouw: met zo’n man zou je toch helemaal gek worden? Een man die alleen maar ja en amen zegt, waar niks bij zit. Niet gek dat zijn vrouw zo deed. We vroegen ons af hoe het daar thuis toe ging. Zou hij ooit wel eens tegen haar ingaan? Had die man geen zelfrespect? Had die man geen ego? Waarom liet hij dit allemaal over zich heen komen?

Later nodigde mijn moeder de buren apart uit. We hoorden dat de man was overleden en dat de buurvrouw daar heel veel verdriet van had en iedere visite klaagde dat ze haar man zo miste. Dat hij zo zorgzaam voor haar was en dat hij het zo fijn had gevonden dat ze het zo gezellig hadden als buren. Volgens mijn moeder hadden ze echt van haar elkaar gehouden.

Mark Rutte wordt verweten dat hij zo slijmt. Je kunt je afvragen waarom hij doet zoals hij doet. In een interview met Humberto Tan zegt hij het oprecht te menen als hij Trump prijst. Ik dacht dat het tactiek was. Ik weet bijna zeker dat het tactiek is. En ik snap dat hij dat ook niet hardop kan zeggen. Maar ik legde de bewegende voet van zijn adviseur op het moment dat hij dat zei uit met: nu lieg je.

In 2016 schreef ik over Rutte na zijn optreden in Zomergasten. Ik schreef toen dat je Mark nooit echt leert kennen. Je eigenlijk nooit weet wie hij echt is. Een gladde man waarvan je niet weet of je hem nu ‘bij de kop hebt of bij de kont.’ Mensen prijzen hem om wat hij bereikt heeft in zijn onderhandelingen met Trump. Ik ook. Men noemt hem egoloos. Het gaat niet om hem maar om de zaak. Het gaat erom de vrede in de wereld te bewaren. Ik kan niet ontkennen dat hij daar knap in lijkt te slagen zo af en toe. Hij weet dingen te bereiken. Ik denk dat Mark Rutte niet een man is die over zich heen laat lopen. Een man die wel zeker een ego heeft anders had hij het nooit zo ver gebracht. Maar hij weet wanneer hij het opzij moet zetten. En dat kan hij ook. Daar mogen we blij om zijn. Dat er leiders zijn die hun ego opzij kunnen zetten. Omdat het niet om hen gaat maar om de wereld. Dat het niet om mij gaat of om jou, maar om ons.

Foto: Wiske Schrijft Mark over Interview 2016 Zomergasten met Mark Rutte

Amen

Midden in het Drentse land ligt Amen, een piepklein dorpje: een paar boerderijen, nog geen 100 inwoners. Er is een camping en een kroeg, café De Amer. Op deze zondagmiddag in januari staat de parkeerplaats bij het café vol met auto’s. Op de weg voor het café staat een man met een geel hesje om de automobilisten te wijzen hoe ze het best langs de kant van de weg kunnen parkeren. Het optreden, een Try Out van Alex Roeka begint pas over een uur maar ook binnen is het al dringen om een plaatsje te vinden in het kleine zaaltje, theatertje, waar plaats is voor 100 mensen. Op de tafels liggen rode tafelkleden zoals vroeger thuis. In de pauze zijn er zelfgemaakte gehaktballen op een bordje geserveerd, zo uit de pan, met een rood servetje. Alles wordt gerund door vrijwilligers, iedereen wordt welkom geheten, er wordt gegroet, geknuffeld, gekust. Veel mensen lijken elkaar te kennen. Aan het eind van de voorstelling bedankt een mevrouw uit het publiek Alex, Reyer en Jeroen voor het optreden. Ze verwoordt precies wat de meeste mensen hebben gevonden denk ik, van deze middag. Zij vond het optreden ‘bloedstollend mooi.’

Al jaren ben ik Roekafan. Ik ga als het even kan en niet te ver uit de buurt. In Amen was ik nog nooit geweest, ik kende het plaatsje niet. Toen ik de uitnodiging kreeg om mee te gaan naar Amen een half jaar geleden aarzelde ik geen moment. ‘Roeka in Amen, dat moet je een keer meemaken, ik neem je mee.’ Het klopt, Roeka en zijn mannen in Amen is Roeka in de overtreffende trap.

De mevrouw die bedankte had het over een dichter, een filosoof, een musicus, een cabaretier, een woordkunstenaar, een verteller met twee geweldige muzikanten.

Op de terugweg door het mistige landschap, probeerde ik de woorden op te slaan die ik wilde onthouden. Zonder succes. Ik bedacht dat ik van de middag had genoten zoals je kan genieten van lekker eten, zoals je er van op kan knappen, energie krijgen, inspiratie.

Roeka zong een ode aan Mozart. Ik heb de tekst beluisterd op Spotify. De laatste woorden had ik onthouden. Ik vind de tekst van het lied wel passend en vergelijkbaar met de bewondering die ik heb voor Alex Roeka. Ruim 80, geen hapering, energiek, scherp en teder, onnavolgbaar, met niemand te vergelijken. Ontroerend, humoristisch, filosofisch. Tovenaar van woorden, van muziek.

: jij bent het grootste, het allerhoogste wat de wereld ooit heeft gezien, je geeft me de rijkdom waar ik bij thuis kom, die ik eigenlijk niet verdien

ik voel een dringen door een schaamteloosheid springen, je mateloos zingende geest

het leven hoeft geen zin te hebben sinds jij er bent geweest

Die laatste zin zou je tegen ieder mens kunnen zeggen. Zeker tegen Roeka, Maar ook tegen jou. Jij die dit leest. Ja zeker.

  • Amen ligt aan de weg van Rolde naar Hooghalen. Langs het dorp stroomt het Amerdiep (Bovenloop van de Drentsche Aa)
  • Cultureel Cafe De Amer is een bekend klein podium met intieme concerten van bekende muzikanten zoals Muskee, Spigt, Daniel Lohues en Douwe Bob
  • Voorstelling Alex Roeka op Drift Theatertour 2026
  • Ode aan Mozart, zittend op een stoel, ingetogen gezongen: jij bent het grootste, het allerhoogste wat de wereld ooit heeft gezien
  • Het is een gebruik in De Amer dat de kunstenaar wordt bedankt door iemand uit het publiek. Voor de voorstelling wordt iemand benaderd of die het wil doen. Geen bloemen, geen fles: woorden.

een echte Breughel

Het is niet Breughel, het is ook niet Breugel, het is Bruegel. En de meeste winterlandschappen zijn niet van Pieter Bruegel de Oude, maar kopieën van zijn zoon, die zich Pieter Brueghel de Jonge noemde, wel met deftige H in de naam dus.

Het was winter, het sneeuwde, het vroor. De mensen kropen tevoorschijn uit hun huizen. Dikke jassen, warme mutsen, wanten en laarzen aan. Kinderen kwamen naar buiten in de straten. Sneeuwpoppen maken, sneeuwballen gooien, sleetje rijden, schaatsen.

Anno 2026 gaat de telefoon mee en worden plaatjes gedeeld met familie, met vrienden en op de social media. Mooie landschappen, vergezichten, intieme plaatjes van sneeuw op een tak. Want sneeuw is fotogeniek. Het kan eigenlijk niet mis gaan met een foto in de sneeuw.

Bij sommige plaatjes moet ik aan de sneeuw landschappen van Bruegel denken. Kijkschilderijen waar van alles op te zien is. Kleine tafereeltjes op een doek van een gezellig Brabants dorpje waar de mensen blij zijn omdat er sneeuw ligt. Zoals de Volkstelling in Bethlehem die in een sneeuwlandschap plaats vindt, waar je de mensen in de rij ziet staan om zich in te schrijven en waar omheen groot en klein geniet van de winter. Allemaal kleine ‘schilderijtjes’ op een doek bij elkaar van een dorpje in de winter.

Bruegel werd ruim 500 jaar geleden geboren ongeveer, de precieze datum is niet bekend. Hij stierf in 1569 en is dus niet oud geworden. De meeste werken heeft hij in de laatste 7 jaren van zijn leven gemaakt. Er wordt van hem verteld dat hij van uit Brussel naar het platte land ging om daar het leven te bekijken van de mensen op het platteland. Hij wordt ook wel de Boeren Bruegel genoemd, vanwege zijn schilderijen met boeren taferelen zoals de Boerenbruiloft en de Boerendans. Maar anderen noemen hem meer volks, een man; de kunstenaar van de gewone man, het volk. Je zou in zijn schilderijen boodschappen kunnen ontdekken. Volksgezegden en kritiek op de gezaghebbers van die tijd ( Spanje met Filips II) met name.

In de foto hierboven kan ik niet direct een boodschap ontdekken. Maar misschien lukt het met een beetje fantasie? Vragen kun je er wel bij stellen. Bij wie hoort dat hondje? Waar zouden die mensen daar rechts het over hebben? En wie is die persoon met die stok en rugzak daar links boven? Waar gaat die heen? Wat wil de fotograaf ons vertellen ?

  • Van de Volkstelling in Bethlehem is een veel verkochte puzzel
  • Foto boven: Noetselerberg 11-01-2026 van Roy Zijstra, die wel wist hoe je Breughel schrijft

Puzzel Volkstelling in Bethlehem Pieter Bruegel de Oude

naar de basisschool

lieve Liz

Vandaag ga je naar de basisschool. Want een paar weken geleden ben je 4 jaar geworden. Ik hoop dat je net zo veel plezier op school gaat beleven als ik vroeger.

Ik ging heel graag naar school. Het mooiste vond ik de verhalen die werden verteld en leren lezen. Ik hing altijd aan de lippen van de juf of de meester. Ik wilde alles weten. Ik vond alles prachtig. En samen zingen niet te vergeten. Ik was een prettige leerling denk ik, ik kreeg altijd complimentjes dat ik zo goed oplette en zo goed mijn best deed. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit straf heb gekregen. Ik had ook altijd een vast vriendinnetje en kon goed opschieten met de andere kinderen. Ik denk dat ik meesters en juffen heb gehad die goed orde konden houden want ik kan me niet herinneren dat het chaos was in de klas. Maar misschien heb ik daar geen oog voor gehad, het schijnt dat je geheugen zo werkt, dat wat het meeste indruk heeft gemaakt, je bij blijft. Ik had het fijn op school.

Lieve Liz, vanmorgen ben je vertrokken aan de hand van je grote broer met je vader en moeder. Je werd eerst gecontroleerd op luizen door een luizenvader hoor ik. En binnenkort zal je wel je eerste toets moeten gaan maken. Ik hoop dat er dan niet ergens een verkeerd lettertje achter je naam komt te staan. Dat je gelijk een stempeltje krijgt. Ik hoop dat je niets mag verliezen van het mooie kind dat je bent.

Want dat ben je. Vorige week was je hier. Je haalde gelijk het poppen bedje op en begon te moederen over de popjes. Ik hoorde je tegen het popje praten en je was ook aan het “voorlezen.”

Op toon. Ik zag dat je ook speelde met de kerststal, je had de personen en dieren allemaal anders gezet. Maria en Jozef stonden achter de stal met het kindje, want je had er een poppetje van een heks bijgehaald. Die had je in de stal gezet. De herder was herder over een schildpadje. Ik hoorde je praten. Je fantaseerde er van alles bij. Fantasie, dat heb je, creatief dat ben je. Ik hoop maar dat je dat niet verliest. Dat er niet gezegd gaat worden dat het fout is, of dat het zo niet hoort. Dat die heks er niet bij hoort en dat Maria en Jozef in de stal moeten. Niks van aantrekken. Je eigen verhaal maken. Zul je dat doen Lizzie? En verder: luisteren naar de juf, veel zingen, plezier maken met je vriendinnetjes en vragen of de meester vaak wil vertellen en voorlezen. En: goed opletten en je best doen!

liefs van je oma

5/1/25 Liz en Siem klaar om naar school te gaan

doos met bananen

Ik liep zaterdagmiddag even naar het Kruidvat. Dat is twee keer naar rechts vanaf mijn huis. Eind van de straat rechtsaf langs cafetaria de Meyboom en dan bij bloemenzaak Weideman rechtsaf naar het Kruidvat. Op de terugweg werd ik op de hoek bij Weideman begroet door de marktmeester van wie ik de naam altijd vergeet. Hij vergeet mijn naam nooit. Ook nu begroette hij mij hartelijk en vroeg me ‘of het niks voor mij was.’ Hij bedoelde de bananen waar hij naar stond te kijken met een andere man. In een wit wagentje, een caddy, waarvan beide deuren wagenwijd openstonden lagen allemaal volle bananendozen. De marktmeester was aan het onderhandelen over de handel. De prijs van de hele handel, of een of twee dozen. De eigenaar van de witte caddy zakte in ijltempo met de prijs, maar marktmeester bleef schudden met zijn hoofd. En of het iets voor mij was? Ik zag mooie trossen bananen en dacht dat ik voor 5 euro toch geen miskoop deed voor een bananendoos vol bananen. Ik ken genoeg hardlopers en sportievelingen die tijdens het sporten heel vaak een banaantje bij zich hebben. Ik kon niet pinnen, maar de marktmeester wilde het mij wel voorschieten en de doos wel even stallen bij het cafetaria.

De doos was behoorlijk zwaar. Ik had beter het aanbod van de marktmeester om de doos bij me voor de deur te zetten aan kunnen nemen. Maar onderweg raakte ik al een paar trossen kwijt: aan de marktmeester, als bedankje; aan mijn hardlopende buren en aan buurman verderop, een 76 jarige die een paar weken geleden nog de marathon liep in Spanje.

Inmiddels ben ik alle bananen kwijt. Er liggen er nog een paar in de koelkast en de rest is verdeeld onder mijn sportieve kinderen en kleinkinderen en vrienden. Gisteren waren er twee jarig dat kwam mooi uit. Op de visite in Enschede vertelde ik nog een keer mijn opmerkelijke bananendeal.

Daar reageerde iemand dat ik waarschijnlijk bananen had van een Rip Deal. Hij vertelde me dat vorige week op de A1 een gewapende overval op een vrachtwagen had plaats gevonden. Ik had niet van de overval gehoord en wist ook niet wat een Rip Deal was. Op internet las ik dat een Rip Deal een overval is waarbij een koper wordt beroofd van geld of drugs. Op donderdag 18 december werd op de A1 op klaarlichte dag een vrachtwagen van Parts Express klemgezet door een paar personenauto’s. De chauffeur werd gedwongen de lading af te staan. Het zou gaan om 160 kilo cocaine. De chauffeur is inmiddels aangehouden, maar de daders zijn nog voortvluchtig. Bij een vorige Rip Deal waarbij 220 kilo cocaine ter waarde van 11 miljoen euro werd gevonden waren de pakketten cocaine verstopt tussen de bananen.

Ik vroeg me af wat mij had bewogen een doos bananen van 5 euro te kopen.

Misschien omdat we het die morgen bij de eindejaarsborrel van het klootschieten over de bananengebakjes van bakker Ehrenhard aan de Rijssensestraat hadden gehad? Die haalden we altijd op bij de koffie als er iets te vieren was. Of omdat het een mooie dag was, of zomaar, omdat we zo gelukkig waren.

kerstkaartje

Een handgeschreven kerstkaartje. Ze zijn er nog. Ik heb er zojuist eentje in ontvangst genomen. Bij de deur. Er staat ook nog een handgeschreven persoonlijk berichtje in. Lieve vriendelijke woorden. Een mooi gebaar.

Hier mijn handgeschreven kerst wens voor de lezers van Wiske:

* De tekst tussen aanhalingstekens was te vinden op het prikbord in een klooster in Bergen, las ik in een boekje. Ik heb hem een beetje bewerkt.

sprookje

Er was eens een heks. Een echte boze heks. Zij was gemeen en heel jaloers. Het meest jaloers was ze op de sterrenkoningin. De sterrenkoningin was immers erg mooi. Iedereen bewonderde haar. Iedereen hield van haar. Ze had een heleboel aanbidders en ze had natuurlijk de knapste man uitgekozen. Met hem kreeg ze zeven dochters en ook die waren allemaal even mooi. Ze dansten gracieus in het maanlicht voor de koningin. Iedere keer als er iemand lovend sprak over de sterren koningin en haar adembenemende dochters groeide de jaloezie van de heks. Ze zon op wraak. Ze bedacht een plan, een vreselijk plan.

Op een warme nacht toen het rustig was in het sterrenrijk vloog de heks naar het paleis. Ze ging op de tak van een boom zitten en keek vandaar door het open raam van de slaapkamer van de prinsesjes. Ze lagen in een diepe slaap na een zonnige dag. . Ze merkten dus niets van de fijne druppeltjes tovermiddel die over hen werden uitgestrooid door de heks.

De volgende dag trof de sterrenkoningin zeven lege bedjes aan. Er werd gezocht in alle hoeken en gaten op alle plekken in en rond het paleis en ver daar buiten. Maar nergens een spoor van de meisjes. Wel hoorden ze de schaterende heks en haar vreselijke woorden. Want in de vijver van het paleis bloeiden vanaf die dag zeven prachtige Indische Waterlelies. De sterrenkoningin was diep bedroefd. Niets en niemand kon haar troosten.

De waterlelies waren wonderschoon. ‘s Avonds gingen ze dicht. ‘s Nachts als ze niet slapen kon ging de sterrenkoningin vaak aan de rand van het water zitten om te denken aan haar meisjes.

Het was in een nacht dat het volle maan was. De koningin zat weer aan de rand van het water. De koningin meende dat ze beweging zag in het water. En hoorde ze daar niet muziek? Ze kon haar ogen niet geloven toen de zeven waterlelies heel langzaam opengingen en ze daar haar zeven dochters zag dansend in het maanlicht. Even maar, toen waren ze weer weg. De koningin had wel in het water willen springen, willen roepen, maar het was al weer voorbij.

Sindsdien gebeurde het vaker. Dansende prinsesjes in het maanlicht. Prinsesjes die niet van hun plaats konden komen. Voor altijd gevangen in waterlelies.

‘Wat een wreed verhaal‘, zegt de jonge vrouw tegen de oudere vrouw met rode pet naast haar op het bankje in het park. ‘Waarom zijn die sprookjes toch altijd zo wreed. Wat moeten kleine kinderen toch met zulke bangmakerij?’

De twee vrouwen drinken koffie uit kartonnen bekertjes met het logo van de Efteling. Na een diepe zucht antwoordt de oude vrouw: Ja, waarom stappen grote en kleine mensen in een achtbaan, waar ze gillend en krijsend ondersteboven hangen hoog in de lucht?’

De dames stappen op. De bekertjes worden teruggebracht. Ze kijken op hun telefoon.

,Waar gaan we heen? Verder door het sprookjesbos of naar de attracties? Komop oma, uit je bubble, we gaan naar de Baron!’

* Foto: De Indische Waterlelies: sprookje( 24) in de Sprookjestuin in de Efteling. Verhaal van de Belgische koningin Fabiola.

* De Baron: ‘Zeer enge’ topattractie in de Efteling Kaatsheuvel.

december

Het is december. Vannacht heeft het gevroren. Er lag een dun wit laagje over de velden in de vroege morgen. Een paar uur later is het verdwenen. Maar het blijft guur. De wind is koud. In de wei achter een boerderij zijn vier zwarte paarden. Ze grazen en lopen wat heen en weer. Soms staan ze dicht bij elkaar, dan lopen ze weer bij elkaar vandaan. Een wandelaar met dikke jas, kraag omhoog, muts diep over de ogen en wollen handschoenen aan staat te kijken bij het hek. Na een poosje loopt hij verder.

Op het kalenderblad van december zie ik een schilderij van Degas met twee paarden. Het ene paard legt zijn hoofd op de rug van het gebogen witte paard . Ik ken het beeld van twee paarden die bij elkaar bescherming zoeken, of is het warmte?, zoals op het kalenderblad. En het ontroert me altijd. Ik zie er liefde in, troost, bescherming. Op de kalender staat er een gedicht bij van een Deense dichter aan zijn geliefde. De dichter zou er alles voor over hebben om het beeld van haar vast te houden ‘als je je hoofd buigt om niet op te hoeven kijken.’

Ik moet denken aan een spreuk van Rumi ‘Niet degenen die dezelfde taal spreken, maar degenen die dezelfde gevoelens delen begrijpen elkaar.’

  • Foto, kalenderblad december van kalende van Amnesty International kunst en poëzie. Paarden in de weide van Edgar Degas (1834-1917). Olieverf op doek. National Gallery of Art Washington.
  • Gedicht zonder titel van Henrik Nordbrandt (1945-2023).
  • Rumi, 13e-eeuwse dichter en mysticus van Perzische afkomst. Hij wordt beschouwd als een van de grootste dichters aller tijden.

de reis

In Amersfoort moest ik overstappen. Toen was het gedaan met de stilte. Ik kwam terecht tussen jonge mensen die net terug kwamen van een dansfeest. Ze hadden nog niet geslapen zo te horen. Met open ogen en oren heb ik het aanschouwd. De ludieke kleren, rare oortjes, kroontjes met lichtjes, haren rechtop omhoog of wild opzij in alle kleuren van de regenboog, bijzondere make-up, kleurig, bleek en zwart, gekke petjes, hoeden, panty’s met ongekende patronen. Naast mij lag iemand met opgetrokken benen te slapen, op de grond afgetrapte sneakers en een enorme plunjezak. Voor mij een jongen en meisje in gesprek. Ik heb er stiekem naar gekeken en geluisterd. Ik snapte er niets van. Ik hoorde woorden die ik nog nooit had gehoord. Af en toe gingen ze midden in de zin over in het Engels. Ik had graag aan iemand gevraagd waar ze geweest waren vannacht en hoe het daar toe ging, maar het lukte me niet contact te maken met de luidruchtige, vrolijke feestgangers vanaf mijn ‘dicht gebouwde’ plek en bij de volgende stopplaats moest ik er al uit.

Ik realiseerde me dat ik even geconfronteerd was geweest met een wereld waar ik geen idee van heb, echt helemaal niets van weet. Wat me opviel was dat ze erg in elkaar geïnteresseerd waren, druk praatten en veel moesten lachen. En wat waren ze creatief in hun kleding.

Ik was op reis naar een vriendin in een tehuis waarvan de naam eindigt op ‘hof’. Vroeger wandelden we veel samen. Dan zong zij tijdens de wandelingen psalmen en gezangen en liedjes van vroeger. Ik zong dan met haar mee want zij kende al die liederen uit haar hoofd, en ook nog alle coupletten. Nu liepen we voetje voor voetje achter de rollator een rondje om het huis door de kou en de wind. We bleven stil staan bij een bankje en keken naar de bomen, naar de plantjes en de bloemen. We hebben geprobeerd Berend Botje te zingen, dat ging. Bij ‘Amerika’ stak ze haar handen in de lucht.

In de huiskamer van het tehuis zaten een paar mensen om tafel. Ze keken stil voor zich uit en leken klaar te zitten voor het eten. Toen we binnen kwamen keek een enkeling op. Ik begroette hen en zei iets over het winterse weer. Ik wenste ze smakelijk eten. Niemand zei iets.