
In de Kleine Kapel in Nijverdal hangt een schilderij van kunstenares Annewil Jansen. Ik heb er veel naar gekeken in de afgelopen jaren. Ik zie er altijd wat anders in. Tijdens de meditatieve stilte tijdens het avondgebed kijk ik of er ik er iets in zie wat te maken heeft met de tekst die we overdenken. En dat is vaak het geval.
Vorige week vroeg ik Annewil hoe het kunstwerk eigenlijk heet. ‘Heavens bright sun. Een zin uit het lied Be thou my vision. Een Ierse hymne uit de zesde eeuw van een Ierse dichter en monnik. Een zogenaamd Iorica, een beschermend gebed uit de tijd van Sint Patrick. De melodie is een Slane, dat verwijst naar de heuvel van Slane in Ierland, de heuvel waar Sint Patrick het evangelie predikte.’
Annewil speelde het lied af in de versie van Audrey Assad. Ik herkende het lied meteen. Het is een avondlied. Het staat in het nieuwe Liedboek. Nummer 263. Dat weet ik uit mijn hoofd. Een jonge man, die een poosje de avondgebeden bezocht had er om gevraagd. Zijn vader was kort geleden overleden en op de begrafenis hadden ze dit lied gezongen. Het lied was voor hem een troost. Dat begreep ik goed, het is een mooie lied op een prachtige melodie en een troostende tekst: Wees Gij mijn toevlucht de komende nacht, de morgen die ik ondanks alles verwacht. Hoe kan ik gaan slapen, als Gij er niet zijt, die mij van het donker en wanhoop bevrijdt. We hebben het met elkaar gezongen.
In de Corona tijd stuurde ik het lied naar iemand die ging sterven. Ook voor hem was het een troost. Een troost geweest. Bij zijn begrafenis werd het lied gezongen gevolgd door een lange improvisatie op de melodie op de piano.
Dat ik al die tijd naar een schilderij heb gekeken dat verbonden is met het Ierse avondlied, dat me zo dierbaar is geworden.
Alles is met alles verbonden, niets is om niet.








