prik plant

Het had me gestoord. Goed ik begrijp dat niet iedereen dezelfde gevoelens heeft voor het familiegebeuren. Dat kan. Je kan er niet altijd bij zijn dat kan ook. En al dat ge app in de familie app daar zit niet iedereen op te wachten, ook dat snap ik. Maar dat je uitgerekend op mijn verjaardag er jaar na jaar niet bij was omdat je dan net ergens anders moest zijn, dat vond ik niet leuk. Sterker ik vond het uiterst irritant. Jij loopt al mijn hele leven met me mee. Toen ik klein was, kwam je al in de familie als verkering van mijn oudste zus. Ik was gek op je, ik mocht je, en ik wist dat dat andersom ook voor jou gold en geldt. Ik zou zelfs durven zeggen dat ik van je hou, maar met dat soort woorden moet je bij jou niet aankomen. Hou je niet van.

Nu was je jarig: een mooi rond getal, een respectabele leeftijd. Jij zat in de stoel. De kinderen zorgden voor koffie en gebak, erwtensoep en roggebrood met spek. Wij kletsten er op los en ik had het idee dat jij vooral waarnam en luisterde. Toen we er ‘weer eens van door’ gingen hielpen we de spullen naar de keuken brengen. Mijn oog viel op de mooie lidcactus in de vensterbank. Toen ik er iets over zei, vertelde je dat het het plantje was dat je jaren geleden een keer van mij gekregen had op de geboortedag van mijn moeder, de dag dat we na haar overlijden ieder jaar als broers en zussen bij elkaar komen. Ik herinner me dat ik inderdaad een keer voor allemaal een minuscuul plantje in een mooi paars potje had meegenomen. Ik loop dus iedere dag langs je plantje. En dan denk ik aan jou. Je zei het plagend.

twee voor de prijs van één

Bij de ingang van de supermarkt staat een rek vol met netjes mandarijnen. Mooie grote glanzende mandarijnen. Twee voor de prijs van één. Ik gooi twee netjes in mijn winkelwagentje. Één netje voor op de fruitschaal en één voor onder in de koelkast. De netjes komen te liggen naast twee bossen tulpen. Ik had ‘bloemetje’ op mijn briefje staan, maar toen ik een bos had gepakt zag ik dat twee bossen zes euro kosten, terwijl één bos drie euro vijftig is.

Meer, meer, meer: alles in de winkel, en niet alleen in de supermarkt, is er op gericht je met meer naar huis te sturen dan je van plan was. Het zou ‘lekker voor jou en goed voor je portemonnee’ zijn. Als je ‘altijd vers brood’ in huis wilt hebben kun je bij Albert H ‘3 hele broden voor de prijs van 2’ krijgen. Als je de fruit schaal ‘altijd lekker gevuld’ wilt hebben kun je gebruik maken van de zogenaamde ‘stapelkorting’, bij 1 kilo 10% korting, bij 2 kilo 20% en bij 3 kilo 30%.

Maar wat moet ik in een één persoons huishouden met 3 broden op voorraad en kilo’s appels en peren in de koelkast? Waarom niet de korting toepassen op ieder artikel apart?

En tulpen op de vaas in januari moet ik dat wel willen?

het water komt

Ja hoor, daar gaat een vinger omhoog. De klok wijst tien minuten voor tien. Nog iemand voor de rondvraag! Nee? Oh nee, het zal het eens niet. Natuurlijk heeft Jakob nog een vraag. En hij is al zo veel aan het woord geweest. En we zouden proberen om voor tienen af te sluiten om daarna gezellig aan de borrel te gaan. Maar ja Jakob is ook lid van ons bestuur. En hij heeft altijd wat te vragen, op te merken, aan te vullen. Te zeuren, te drammen. Ik buig het hoofd, naast mij draait iemand met haar ogen, ik hoor een zucht. Maar Jakob lijkt dat allemaal niet op te merken. Onverstoorbaar gaat hij voort en de voorzitter kan niets anders doen dan hem aan het woord laten. De inleiding naar de vraag neemt al bijna tien minuten. Half elf gaat iedereen opgelucht aan de borrels en de hapjes. Jakob rent het gebouw uit: ik heb beloofd op tijd thuis te zijn. Dat vindt niemand erg want eigenlijk heeft niemand zin om met hem gezellig na te babbelen.

De Jakobs, de Pieters, de mannen, de vrouwen, die kunnen er ook wat van, de drammers maken zich niet populair. Ik bewonder hem wel om zijn vasthoudendheid en zijn kennis, niemand van ons bereidt zich zo goed voor. Een opmerking tijdens de borrel, die alras was ontaard in geroddel over Jakob.

Waarom krijgen we kromme tenen van drammers? Waarom vergeten we te luisteren, echt te luisteren naar drammers? Laten we ons liever meevoeren door mooie woorden van vriendelijke en aardige mensen?

Ik heb me voorgenomen dat iedere keer dat ik zin krijg om mijn hoofd te buigen, of met mijn ogen te draaien of te zuchten, toch mijn best ga doen om te luisteren. Waarom? Wel, ik heb dit weekend gekeken naar een documentaire over de Watersnoodramp in 1953. Daar werd verhaald over ene Johan van Veen, dat was ook zo’n drammer, zo’n ‘muggezifter’. Als men indertijd naar hem geluisterd had, zou de grootste natuurramp uit de vorige eeuw voorkomen hebben kunnen worden, anders zijn verlopen in ieder geval.

* Bij de Watersnoodramp op 1 februari 1953 kwamen meer dan 1800 mensen om, 259 kinderen verloren hun ouders, duizenden dieren verdronken. 100.000 Mensen werden geëvacueerd. Meer dan 8000 boerderijen en woningen werden vernield en de landbouwgrond liep schade op door het zeezout. 165000 Hectare grond heeft onder water gestaan.(Wikipedia)

*Johan van Veen was de grondlegger van het Deltaplan, dat na de Ramp, tot stand kwam. Twintig jaar voor de Watersnoodramp waarschuwde hij al dat de dijken te laag en te zwak waren. Hij werd niet serieus genomen. Na de Ramp mocht hij direct aan het werk met wat De Deltawerken zouden worden. Zijn plannen voor de kust bescherming zijn nog altijd actueel. Hij staat aan de basis van de moderne klimaatwetenschap. ( Omslag boek ‘Johan van Veen, meester van de zee’ van Willem van der Ham)

*’Het water komt’ is een vierdelige documentaireserie naar aanleiding van de 70e herdenking van de Watersnoodramp op NPO 2, gepresenteerd door de uit Zeeland afkomstige Winfried Baijens.

*Foto: Wijhe 10 Januari 2018

de hond

En wat vond je het leukste? Hij stond zijn rugtasje in te pakken om weer naar huis te gaan. De kleine man hoefde niet na te denken. De hond. Niet de bezoeken aan de musea in de buurt, niet de handtekening van de topvoetballer, niet de lekkere pasta, niet het kamperen op de overloop, ook niet de overwinningen met rummikub, nee de wandeling met Nelson, de hond.

De opa had zijn jongste kleinzoon meegenomen naar Twente. Met al zijn kleinkinderen was hij al op reis geweest. Nu was de kleinste aan de beurt. Het werd Nijverdal waar ook een gezellig logeeradres was. Bij mij. Het antwoord van de jonge reiziger op mijn vraag verbaasde me niet. Toen we aan de wandel gingen met de hond over het Stut, was hij dol enthousiast. Hij had verteld dat hij graag een hond zou willen hebben, maar dat hij nu eenmaal midden in de grote stad woont, maar ook dat zijn ouders niet genoeg tijd zouden hebben de hond uit te laten. Dat is heel verstandig van zijn ouders, want als je geen tijd hebt of neemt om de hond uit te laten, of alleen een heel klein stukje, moet je geen hond nemen.

De beroemde antropologe en biologe Jane Goodall vertelde in het tv-programma Wintergasten aan Janine Abbring dat ze niet naar de hemel hoefde als er daar geen honden zijn. De interviewster knikte instemmend, ook zij is een hondenliefhebber. Net als ik. Ik kan niet precies uit leggen wat het is, welk laagje in de ziel wordt aangeraakt door een hond. Je hond. Ik weet nog hoe ik als kind tranen met tuiten huilde toen Beertje dood ging. Later hadden we in mijn eigen gezin ook een hond, Bully. We hielden allemaal hartstochtelijk van hem. Nu ben ik co-baasje van de hond van mijn zoon. En ook nu houden we allemaal met dezelfde hartstocht van Nelson.

Ik kan de dames Goodall en Abbring overigens gerust stellen. Ik vertel het vaak. De voorstelling van Daniel Lohues in het Zinintheater, jaren geleden: We moesten allemaal onze ogen sluiten en ons de hemel voorstellen. Ik zag overal licht om me heen en een lange weg, het was er mooi. Daniel vroeg wie de eerste was die naar je toekwam. Ik schaamde me bijna het te zeggen. Ik zag mijn hond, mijn Engelse Bulldog. Niet mijn ouders, niet mijn geliefde, niet mijn vriendinnen, niet mijn zussen, nee mijn hond. Het was mijn hond.

Gelukkig Nieuwjaar

Toen ik zondag 1 januari 2023 voor het eerst een stem hoorde was het een vriendelijke. Op de weg door het bos wenste een jogger mij een gelukkig nieuwjaar. Hij beaamde dat het een mooie morgen was. ‘En zo stil!’

Toen ik maandagmorgen 2 januari op diezelfde weg terug liep naar huis, werd ik ingehaald door een man op de fiets. Ook hij wenste mij een goed nieuwjaar. ‘De beste wensen zuster.’ Hij noemt mij zuster omdat hij een geloofsgenoot van mij is. Ik zie hem vaak in de kerk, dan zit hij altijd ergens achterin. Maar nog vaker zie ik hem op de fiets. Altijd enigszins gebogen, een pet op het hoofd en een sigaartje tussen de vingers. Hij fietste een stukje met mij op, vroeg hoe het me ging en vertelde dat hij een paar weken geleden naar de dokter was geweest. Toen hij binnenkwam wist zij gelijk wat er met hem aan de hand was. Ze had hem ergens zien fietsen en toen had ze het aan hem gezien. Zijn bloed werd onderzocht en haar diagnose klopte. ‘Aan je bloed kunnen ze alles zien, zelfs dat je ondeugend bent’, grapte hij. Hij kreeg prednison en na 2 uur voelde hij zich al stukken beter. ‘Je snapt niet hoe het kan.’ Maar. Hij ging weer verder. ‘Een goede dag.’

Ik wens jou voor het nieuwe jaar vriendelijke woorden en gebaren. Vooral in de vroege morgen. Een dokter die jou kent en ziet wat er met je aan de hand is. Een buurvrouw die naar je zwaait. Een vogel in de lucht. Een vrolijk meisje aan je deur. Ontroerende muziek. Een goeie tekst. Een fraai vergezicht. Een warme blik. Een arm om je heen. Lieve kaartjes. Positieve berichtjes op Twitter en Facebook. Mooie foto’s in je Whatsapp met aardige woorden. Dat wens ik jou. Dat je een beetje gelukkig kunt zijn, met jezelf, je omgeving en de mensen om je heen.

winnen en verliezen

Winnen en verliezen wisselden elkaar af in een zinderende finale. Net toen ik dacht dat het klaar was begon de wedstrijd pas echt. Het is lang geleden dat ik zo van een voetbalwedstrijd heb genoten als zondag 18 december. En dat op de dag dat er iets geheel anders op mijn kalender stond. De aangekondigde ijzel dwong me thuis te blijven. En die tegenvaller bracht me dus een paar uurtjes voetbalgenot. De penalties beslisten uiteindelijk.

Winnen, verliezen, het tij kan zo maar keren. Een paar maanden geleden won een politieke partij in de gemeente Hellendoorn met forse cijfers de verkiezingen: een absolute meerderheid. In minder dan geen tijd werd een coalitie gevormd met twee andere partijen. Een coalitieakkoord op hoofdlijnen en vier kundige wethouders aan het stuur. Wat wil je nog meer zou je zeggen. Eind goed al goed. Maar een half jaar later klapt de boel. Twee raadsleden stappen uit de fractie en daarmee verliest de partij haar absolute meerderheid.

In Hellendoorn is het het gesprek van de dag: kiezersbedrog, politiek is vies, je zag het aankomen, waarom zou je nog stemmen, haantjes, verraad.

De opstappers hoeven niet op sympathie te rekenen. Ze zijn weggelopen en dat doe je niet. De opstappers verwijten op hun beurt hun mederaadsleden weg te zijn gelopen. Van hun verantwoordelijkheid als bestuurder namelijk. De verantwoordelijkheid om besluiten te nemen en keuzes te maken.

De mevrouw die verantwoordelijk was voor de formatie reageerde heel nuchter: ja het was te voorzien dat een partij die lang in de oppositie heeft gezeten moet wennen als het ineens op de bestuurszetel komt te zitten. En dan ook nog met een fikse meerderheid. Het is overal te zien waar kleine partijen ineens heel groot geworden zijn. In de ontstane situatie kunnen alle partijen er wat van leren.

Het is maar hoe je er naar kijkt. In het boek van Bregman ‘De meeste mensen deugen’, geeft Bregman ons een ander perspectief om naar de geschiedenis en de werkelijkheid te kijken. Als je de donkere bril opzet zie je alles wat niet deugt, als je een andere bril opzet kun je mooie dingen zien, kansen en mogelijkheden.

Onze gemeente moet bestuurd worden dat kan niet als je niet doorpakt, geen besluiten wilt nemen. Je moet schieten, in de linker of de rechter hoek, of door het midden. Maar je moet wel schieten. En soms schiet je mis. En je maakt niet iedereen blij.

Als het er op aan komt zijn er alleen maar verliezers: De politiek in het algemeen, de mensen die op de partij gestemd hebben, de betrokken politici. Dat je als team er niet bent uitgekomen met elkaar is een pijnlijk verlies. Niet fraai voor het aanzien van de politiek. Gelukkig kun je opnieuw beginnen. Iedere dag. Dat lees ik op het kerstkaartje dat voor mij ligt.

excuses

In de voorstelling ‘Swartin’ Anna en mijn voormoeders vertelt Farida Nabikaks over de zwarte vrouw Anna van Vossenburg die in de 18e eeuw in Arnhem woonde, een in slavernij geboren vrouw uit Suriname. Nabikaks verbindt het verhaal aan de geschiedenis van haar eigen voormoeders. De in Suriname geboren filosoof en performing artist Farida Nabikaks deed nauwkeurig onderzoek naar haar verleden. Hoe het er aan toe ging als je geboren werd als slaaf. Het lukte haar zelfs de geboortedata van haar voormoeders te vinden en hun namen. Mooie namen, die keurig waren opgetekend in de boeken. Geen namen van vaders want als je op een plantage geboren werd was je het bezit van de eigenaar van de plantage, in dit geval de Vossenburg in Suriname. Ook na de afschaffing van de slavernij bleven de vrouwen nog gewoon als ‘veldmeid’ in dienst.

Na de indrukwekkende voorstelling in de Nieuwe Liefde in Almelo vroeg ik me af wat ik eigenlijk van mijn voormoeders wist? Hoegenaamd niets. Één opa waarover veel werd verteld in de familie maar die ik zelf niet gekend heb. Van de andere grootouders, om over de voorouders die daaraan vooraf gingen maar te zwijgen, helemaal niets. Blijkbaar had het ook niet mijn interesse.

Van mijn eigen moeder weet ik dat zij werd geboren op een boerderij. Zij verloor al jong haar moeder. Ze werd grootgebracht door haar oudere zussen. Haar vader was streng en hard. Haar zussen baasden over haar en bedisselden dat zij op 12-jarige leeftijd wel ‘ in een dienstje’ kon ergens in de omgeving van Delft.

Op een dag stond er een koetsje voor de deur. Ik wist van niets. Ik kreeg een koffertje mee en daar ging ik. Ik heb vreselijk gehuild in mijn eentje, en was ziek van heimwee. Ik kan me er bijna niets meer van herinneren. Ik moest de hele dag boenen en poetsen. Het waren wildvreemde mensen die vonden dat ik me niet aan moest stellen. Wat heb ik daar een heimwee gehad.

Ik denk dat de ervaringen van de kleine Sientje hun invloed hebben gehad op de manier waarop ze geleefd heeft en haar kinderen opgevoed en dat dat weer doorgewerkt heeft in de levens van haar nakomelingen. En beslist niet alleen in negatieve zin. Ze kan trots zijn op haar nageslacht.

Het verleden valt niet terug te draaien, niet te repareren, niet meer goed te maken met terugwerkende kracht. Jij zou het ook niet nodig vinden. Jij zou het overdreven, aanstellerig vinden als je me zou zien snotteren bij het lied Moeder van Roeka. ‘Zo was het toen, zo is het nu één maal gegaan’, zou je gezegd hebben.

Foto: Muurschildering in openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam Suriname van Bouke Meindersma

het gedicht

Ook dit jaar lees ik in de gedichten van Sinterklaas dat ik zo vief ben. Voor mijn leeftijd wel te verstaan. Maar vooral omdat vief zo lekker rijmt, op ‘hartendief’ en ‘respectabel old wief.’ Die gedichten zijn geschreven door mijn zonen. Dat is zo gegroeid. De dames zorgen voor de cadeautjes en de mannen voor de gedichten. Ze zijn er goed in. Ze beschrijven hoe ze hun moeder ervaren. Vief dus en ‘kan van veel dingen genieten.’ Bewondering om ‘wat ze nog allemaal doet’ en wonend in een ‘eigen paradijsje.’ Er zit veel liefde in die gedichten:

Als het donker is kijk je graag naar de maan… Een gevoel van verbondenheid zonder bij elkaar te staan’

Samen Sinterklaas vieren in je eigen paradijs…. Dat is toch superwijs’

Ik wil er er van maken: dat is de hoofdprijs. Sinterklaasfeest is een heerlijk feest. Ook dit jaar weer. Op de maandagmorgen erna verorber ik het laatste stukje taart dat overgebleven is en ik denk terug aan een vrolijk en feestelijk samenzijn. ‘Nagenieten’ noemen ze dat.

‘Allerlei moois en kleins nog om je heen, een mooie boel. Vanuit je eigen paradijsje geeft je dat toch een heerlijk gevoel…’

donkere dagen met Roeka

Het is acht uur. Het is nog donker buiten. Ik hoor het geluid van de rollende groencontainer die door de buurman wordt teruggezet op het pad. Ik steek een paar kaarsjes aan en tik op de sonosinstallatie. Het is Roeka die uit de boxjes komt. Tussen Honds Geluk en Pijn van de cd Beet van Liefde. De weemoedige stem van de zanger brengt me terug in de tijd dat ik de cd grijs gedraaid heb. Aan de tijd dat ik net zo verliefd was als Alex op zijn Belgische Anne. Heel zachtjes en intiem zingzegt Roeka wat er dan allemaal in een mens omgaat. Ik herken de woorden die precies uitdrukken wat er toen in me worstelde en Roeka spaart zichzelf niet: * Ik vraag me af wie ik eigenlijk ben. Of ik het ware van de liefde ken? Hoe kan ik ooit nog vrij en domgelukkig zijn tussen hondsgeluk en pijn? Het is een zee die zich met me meetrekt, ik zwalk weerloos door de mist. Ben ik een held die trouw is aan zichzelf of een egoïst?

Jaren geleden vertelde mijn vriendin uit Almelo mij dat zij op een Open Huistheater een onbekende zanger had gehoord die ik beslist moest horen. Ze had gelijk. Vanaf het eerste concert van Alex Roeka was ik verkocht. Alsof er iemand was die precies verwoordde wat ik voelde. Hij maakte me aan het lachen en aan het huilen. Ik werd altijd blij van hem. Je wilt steeds zeggen: ja, ja zo is het! Sinds die tijd heb ik bijna al zijn optredens in de omgeving bezocht. En vorige week was hij weer in Nijverdal.

Ik had net als mijn vriendin uit Almelo allerlei mensen aangeraden absoluut een keer naar een optreden van Roeka te gaan. Ik zat tussen twee dames die mijn raad hadden opgevolgd. Dat was wel spannend want het was heel goed mogelijk dat onze smaken verschilden. Roeka was goed op dreef, hij nam ons mee naar het duistere nachtleven van voorheen. In prachtige woorden met fantastische muziek. Rauw en ruig, teder en zacht.

Laaiend enthousiast waren we allemaal. In de foyer schreeuwden we het bijna uit: wat was het goed, wat was het mooi! Mijn buurvrouw bedankte mij uitbundig dat ik haar kennnis had laten maken met Alex en zijn band. Zij is inmiddels begonnen haar vriendinnen aan te raden om beslist een keer naar Roeka te gaan luisteren.

Het regent al de hele morgen. Mijn sonos installatie speelt allemaal liedjes ‘in het genre’ van Alex Roeka, nadat ik gisteravond Roeka had opgezocht op Spotify. Ede Staal is langs gekomen, Jules de Corte en Jacques Brel. En daar is nog een pareltje van de meester zelf: *Neem dit kleine hart van mij, het is alles wat ik heb. Buiten wordt het langzaam stil en donker in de straat. Laat me niet alleen.

De donkere dagen voor Kerst zijn begonnen. Met goeie muziek en mooie gedichten is het best te doen.

* Alex Roeka: CD Beet van Liefde, Neem dit kleine hart van mij. Theatervoorstelling en CD Nieuwe Dromen

veilige werkomgeving

Ademloos luisterden we naar het verhaal van onze oud klasgenoot. Henk, onze vrolijke slimneus was begonnen als leerkracht op een school in de provincie in het noorden des lands. Het vriendelijke schoolhoofd had hem samen met zijn vrouw hartelijk welkom geheten toen hij uit drie kandidaten was uitverkoren om meester te worden op de Julianaschool. Al gauw ontdekte hij dat achter die aardige bovenmeester een heel andere man schuil ging, een potentaat, een tiran. Als er een papiertje scheef lag bij de stencilmachine ging hij al te keer. De klas van Henk stond niet goed in de rij, of maakte teveel lawaai. Henk mocht niet op sandalen voor de klas, hij was veel te laat op school of ging te vroeg naar huis, wat het ook was, bovenmeester had altijd iets op hem aan te merken en deed dat in niet mis te verstane bewoordingen in zijn kamertje ergens achter in de school. Als hij hem in de gang aan zag komen werd Henk al nerveus. Het ergste was de weekopening met het team op de vroege maandagmorgen. Dan werd er een stuk uit de bijbel gelezen en ging het hoofd voor in gebed, waarin de collega’s regelmatig een sneer kregen in de naam van God. ‘Zondagavond krijg ik al pijn in mijn buik, dat ik morgen weer naar de weekopening moet, soms kan ik er niet van slapen.’ En je collega’s dan? De collega’s hielden zich op de vlakte, twee juffen lachten er om en hielden hun kroegbezoek stug vol ondanks de hel en verdoemenis terechtwijzing van de baas. Ze lachten hem keihard achter zijn rug uit en zeiden tegen Henk dat ook te doen. De mannelijke collega’s waren behoedzamer, ze roddelden voorzichtig met hem mee maar lieten hem vallen als de baas er bij was en slijmden als het hen beter uit kwam. Laat staan dat ze opkwamen voor hun jonge collega. Opmerkelijk was dat het schoolhoofd bij ouders en kinderen zeer gewaardeerd en geliefd was. Ook collega’s in het onderwijsveld hadden een hoge pet op van schoolhoofd A. ‘Hij is een voorbeeld voor ons allen’, hoorde Henk op een gezamenlijke bijeenkomst.

Leesvriend Mees probeert al jaren een boek uit te geven. Laatst heeft hij meegedaan aan een verhalenwedstrijd. Na een paar weken kreeg hij een brief dat hij niet bij de genomineerden hoort en bedankt wordt voor zijn deelname. Hij is erg gaan twijfelen aan zijn schrijfkwaliteiten. ‘Ik vraag me af of ik wel schrijven kan eigenlijk.’ Ik vind dat hij goed schrijft, ik moet vaak lachen om zijn teksten, vind ze verrassend en hou van zijn woordkeus. ‘Je moet zien dat je in De Wereld Draait Door komt dan word je gegarandeerd uitgegeven en verkocht’, zei ik. Ik bedoelde dat een select clubje in Nederland uitmaakt welke boeken uitgegeven worden en dat een nog selecter clubje uitmaakt of een boek goed verkocht wordt.

Mees wijdt zich de laatste tijd aan een nieuw boek dat hij in eigen beheer uit gaat geven. Henk is al gauw op een andere school gaan werken in Brabant, waar hij later zelfs hoofd der school is geworden. Bij zijn afscheid 10 jaar geleden werd hij toegezongen door zijn collega’s. Er werd veel gelachen en er waren tranen. ‘Hij was een voorbeeld voor ons allen, sprak een dame, ‘eerlijk en oprecht, vrolijk en een hart van goud, een goed mens, het was een feest om bij hem te werken.’

* Foto: Jo Polak