Gijs

Mijn hond vindt het ook leuk om naar buiten te kijken. Hij volgt met zijn kop de mensen die voorbijkomen in het Leo ten Brinkepark. Soms begint hij te grommen. Het is een diep sonoor geluid achter uit zijn keel. Niet hard. Zijn bek blijft dicht. Het geluid lijkt op een machientje, een motortje dat draait. Grrrrr. Soms laat hij het daar bij en gaat hij weer zitten of verder met slapen, languit op de grond. Een andere keer slaat hij aan en blaft hij. Kort en hevig. Zijn de mensen uit zicht, dan stopt hij en zoekt hij zijn plek, op de mat bij de voordeur.

Waarom blaft hij? Het kan een bijzonder hoofddeksel zijn, of een wapperende jas, iemand die met een stok loopt, of op een speciale manier beweegt, maar waarom bij de één wel en bij een ander niet? Ik weet het niet precies, kan het niet verklaren.

Er is er één voorbijganger die nooit aan zijn aandacht ontsnapt. Het begint met het brommer geluid, eerst zachtjes, steeds harder, vervolgens gaat hij kwispelen, blaffen en heen en weer lopen. Als hij ziet dat de deur dicht blijft, dat hij niet naar buiten mag, kijkt hij hem zacht jankend na.

Het is een hond, een indrukwekkende hond met woeste wilde haren. Zwarte haren. Ik noem hem de weerwolf. Zo ziet in mijn gedachten een weerwolf eruit. Hij heeft iets weg van een bouvier, maar hij is groter en zijn haren zijn langer en ruiger. Zijn “manen” wapperen rond zijn kop als hij beweegt. Want hij loopt niet nee hij beweegt zich voort. Als ik hem buiten tegen kom, doe ik als vanzelf een stapje achteruit. ‘Hij doet niks hoor’, zegt de jongen die met hem loopt en dat is ook zo, maar hij ziet er zo angstaanjagend uit. Mooi angstaanjagend dat wel.

De hond heet Gijs. Ik vond die naam helemaal niet bij hem passen. ‘Wie noemt zijn hond nou Gijs’. En dan zo’n hond, een stoere ruige hond. Ik moet mijn mening opschorten. Honden hebben tegenwoordig heel andere namen. Die heten geen Puk of Beertje, of Astor meer. Ze hebben mensennamen. De meest populaire hondennamen zijn al jaren Max, Luna en Lola lees ik op internet. En in de top honderd van hondennamen staat ergens helemaal achteraan ook de naam Gijs. Ik heb de betekenis opgezocht: De naam Gijs heeft een Germaanse achtergrond en betekent ‘stralende pijl, van edele afkomst’.

Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (11)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik op de groene pijl

vader

Hij was lastig, onhandelbaar. Een kind waar niets mee te beginnen, was, geen land mee te bezeilen, zo zei men. Zijn ouders waren vaak ten einde raad. ‘Wat doen wij verkeerd? Drie kinderen, twee keurig zonder noemenswaardige schokken zien opgroeien en volwassen worden, maar de jongste?’ Zo anders dan de oudsten: altijd tegendraads, brutaal, agressief, onuitstaanbaar. Met knikkende knieën kwamen de ouders naar de ouderavonden of de leiding van de club: ‘ Wat had hij nu weer gedaan of juist niet gedaan?’ De puberteit was een drama: school niet afgemaakt, drinken, roken, blowen, in aanraking met de politie. Wat moest er van hem terechtkomen?

En zie daar. Wie gaat daar op de fiets door het Leo ten Brinkepark? Nog steeds een beetje anders dan de anderen, knotje, blote benen, ook nu het koud is, maar toch.

Een jonge man met een jongetje voorop de fiets. Hij wrijft met zijn hand over de rug van het kind, duikt met zijn neus in zijn kleren, slaat zijn arm om hem heen, pakt zijn handje en drukt er een kus op. Hun stemmen klinken op, ze praten, ze lachen. Het jongetje schatert het uit.

Zie ik het goed? Is hij het echt? Ja hij is het. Hij is het echt. Hij is vader.

Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (10)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan.

lunchtijd

Rond half één in de middag komen ze. De ambtenaren van het gemeentehuis. In plukjes, groepjes van een stuk of vier, vijf, of in tweetallen en er is er één die altijd in zijn eentje loopt. Ze maken een rondje in hun middagpauze. Happen een luchtje na het werk achter de computer in de werkruimtes en vergaderzaaltjes in het Huis van Cultuur en Bestuur.

Ik fantaseer er wel eens over. Welke afdeling zou dit nu zijn? Wegen en Verkeer? Bouwen? Milieu en Ruimte? Vergunningen? Sport? Cultuur? Die laatste twee afdelingen ken ik wel een beetje. Afdeling Sport is het niet, die ken ik wel, die zie ik eigenlijk nooit. Die van Cultuur ken ik ook die lopen met zijn tweeën. En de anderen? Ze zijn meestal druk in gesprek: één heeft het woord, en de anderen lopen er instemmend omheen. Dan denk ik dat dat de baas is van de afdeling waar iedereen het liefst naast wil lopen en die je dan braaf aanhoort en bevestigt met: ‘Klopt Jaap, zo is het precies.’ En af en toe probeer je voorzichtig jouw kant van de zaak te laten zien of je laat horen hoe goed jij wel bezig bent.

En waar praten ze over? Over de inhoud van het werk? Over hoe het op het werk toe gaat? Over wat er in de krant staat? Of gisteravond op tv? Over hun privé?

Er zijn er twee die altijd samen lopen, een man en een vrouw. Ze zijn altijd druk in gesprek. Het zou een stelletje kunnen zijn. Ze zien niks van het parkje of de andere voorbijgangers. Ze praten intensief met elkaar, met handgebaren. Ik stel me voor dat ze iedere morgen snakken naar het moment dat ze weer aan hun rondje door het park kunnen beginnen. Dat ze naar elkaar losbarsten over het werk waar ze allebei van alles van vinden, maar waar ze op de afdeling hun ei niet over kwijt kunnen, maar wel bij elkaar. Of over iets in hun privéleven, dat ze met elkaar delen. Ze vinden allebei hetzelfde, zij verstaan elkaar, zij zijn maatjes.

Het fijne van werken is dat het structuur geeft aan je leven. Dat je er geld mee verdient. En dat je een beetje bijdraagt aan de maatschappij, dat je iets zinnigs doet, dat je er toe doet. Maar het fijnst van werken zijn je collega’s. Waar je lekker mee kunt werken, kletsen en lachen. En dan zijn er soms van die collega’s die als vrienden zijn, bij wie je je veilig voelt en op je gemak, bij wie je je verhaal kwijt kunt. Dat is geluk hebben.

Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (9)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan.

voormalige bewoners

Eerst hadden ze er moeite mee. Daar te lopen. Vooral ZIJ. Moeite, ergernis, jaloezie, pijn. ‘Kijk nou wat er van onze straat geworden is, een rijkeluisbuurt, kakkers!’

HIJ was wijs geweest. Hij had opgesomd wat ze er allemaal voor terug hadden gekregen: een mooi appartement in het centrum, alles gelijkvloers, geen tuin om te onderhouden, geen stank van het restaurant achter het huis, geen lawaai van de trein, financieel alles voor elkaar en zelfs een eigen camper voor in de zomer.

Ze waren indertijd met stomheid geslagen toen ze hoorden dat bij de aanleg van de combitunnel alle huizen in de Steen van Ommerenstraat, hun straat!, moesten worden afgebroken om de werkzaamheden voor de toekomstige Salland-Twentetunnel mogelijk te maken. Zo had Leo ten Brinke het niet getekend! Dat was toch niet de bedoeling? Protesteren, boze brieven, acties, gesprekken met iedereen die er iets mee te maken had: het mocht niet baten. ZIJ had als eerste het verzet opgegeven. Het bedrag dat de gemeente er voor over had om hen uit te kopen was te verleidelijk, te aantrekkelijk. Als één van de eersten verkochten ze hun huis aan de gemeente. Ze vonden een mooi plekje in het centrum.

Nu lopen ze regelmatig door het parkje: een luchtje scheppen, want ze willen fit blijven. Stevig gearmd lopen ze over het pad door het parkje. Ze kijken hoe alles is geworden: de aanleg van het parkje, de bestrating, de huizen en de voortuintjes van de nieuwe bewoners. Ze houden stil bij de plek waar ruim 10 jaar geleden hun huis stond. “Ja hier was het, achter keken we uit op het restaurant. Het was een fijne buurt, een mooie tijd, maar het is goed zo. We zijn gezond, we hebben het goed. En we hebben elkaar nog.”

Het oorspronkelijke plan van Leo ten Brinke, links onder de Steen van Ommerenstraat
De Steen van Ommerenstraat vlak voor de aanvang van de bouw van de Combitunnel in 2010
De Steen van Ommerenstraat in oktober 2021

Uit de serie Voorbijgangers in het Leo Ten Brinkepark (8)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

de aardige vuurwerkman

“U mag hier helemaal niet lopen.” Uit het donker klonk een stem. Van onder mijn paraplu zocht ik waar de stem vandaan kwam. Ik onderscheidde een mensfiguur in een donker regenpak.

Ik had vorige week een brief ontvangen van de Organisatie Diepe Hel Holterbergloop met de mededeling dat de straat afgesloten zou zijn op zaterdagavond van 20.00 tot 21.30 uur in verband met de Night Run van 6,5 kilometer door en in de nabijheid van het centrum en dat dat voor enige overlast zou kunnen zorgen. Ik had de brief vluchtig gelezen en het woordje vuurwerkshow gemist. Ik had de rood-witte linten en borden wel gezien en had me voorgenomen even te gaan kijken langs de weg. Ik ben immers een groot sportliefhebber en van hardlopen en de Diepe Hel Loop in het bijzonder. Het is één van de mooiste sportevenementen hier in de omgeving in het jaar. Niets mooier dan hardlopers in allerlei soorten en maten en op allerlei manieren te zien lopen door het herfstachtige landschap op de Holterberg.

De Diepe Hel Loop kent inmiddels allerlei activiteiten naast de officiële Diepe Hel Loop op de zondag. Er is een Kidsrun, een Wandeltocht en dus ook een Night Run op de zaterdagavond.

De man in het donkere pak deed niet moeilijk. Hij wilde wel met mij meelopen naar de overkant van het park, hij hield het lint omhoog zodat ik niet te diep hoefde te bukken. Ik bedankte hem vriendelijk en vroeg hoe laat de vuurwerkshow begon. Een half uur later stond ik met kleindochter aan de rand van het parkje vol bewondering te kijken naar het vuurwerk. In het donker trokken de hardlopers voorbij. Stil. Slechts het geluid van hun voetstappen over het natte asfalt. Ze waren in een paar minuten voorbij. We bleven wachten want ze zouden zo weer terug komen op weg naar de finish in het centrum. Dan zouden we nog een keer vuurwerk te zien krijgen. Ook dat was in een flits voorbij. “Dat was het dames en heren”, sprak de vuurwerkman. Hij begon met het opruimen van de spullen, het oprollen van de linten en het bij elkaar zetten van de hekken. Het had alles bij elkaar nog geen uur geduurd. Maar ik had het donkere parkje nog nooit zo mooi verlicht gezien in de avond. “Komt u met Oud en Nieuw ook maar”, sprak een buurtbewoner. De vuurwerkman hoorde het niet, geloof ik. Hij sloeg zijn armen om zijn lijf. Hij had het koud. Hij was nat. Hij wilde naar huis.

Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (7)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

annie

Annie is een sportieve vrouw met een grote bos grijze krullen. Als je haar in de verte aan ziet komen zou je haar niet de leeftijd geven die ze heeft. Dat zie je wel als je dicht bij haar staat en als je goed kijkt hoe ze loopt zie je dat ze licht trekt met haar linker been.

Ze loopt dagelijks naar het dorp om boodschappen te doen. Die doet ze in haar rugzak.

Annie woont in het Rooie Dorp*, het wijkje aan de andere kant van het Leo ten Brinkepark. In het wijkje werden in de vorige eeuw de karakteristieke huisjes met de rode dakpannen gebouwd voor de arbeiders van textielfabriek Ten Cate. Tegenwoordig is het een gewilde wijk voor jongeren en jonge gezinnen. Als er een huisje te koop staat is het al verkocht voor het bord in de tuin staat en voor een prijs die een paar jaar geleden niemand voor mogelijk zou hebben gehouden.

Annie woont in haar straat het langst van iedereen en is één van de oudsten. Ik weet het omdat ze de buurvrouw is van een kennis van mij. Zodoende weet ik ook dat zij alle kinderen in de straat bij name kent. Ze onthoudt hun verjaardag en weet wanneer er iets te vieren valt en er een klein cadeautje gebracht moet worden. De kinderen bellen nooit voor niets aan voor de kinderpostzegels of een sponsorloop, voor een voedselactie voor arme mensen of een handtekeningenactie van school. Ze gaan dan weg met een centje en een snoepje, want naast de voordeur van Annie staat naast het busje met munten een trommeltje met lekkers. Het gevolg is dat iedereen blij is met Annie. En omdat Annie aardig is wil iedereen ook graag aardig zijn voor Annie. Zo werkt dat. Als haar tv het niet meer doet, komt de buurman even helpen, zware boodschappen hoeft ze zelf niet te doen, die nemen anderen voor haar mee. En als ze een paar dagen niet gesignaleerd is wordt er door het raam gekeken of aan de deur geklopt.

Iedereen houdt van Annie: groot en klein, mens en! dier. Ja ook de honden uit de buurt worden helemaal blij als ze haar aan zien komen: ze trekken aan de riem en beginnen te kwispelen, want straks gaat de hand van Annie in haar jaszak en dan verschijnt er een klein plastic zakje met honden snoepjes waar Annie er één, twee uithaalt. Niet meer. Een aai en een zwaai en dat was het. Annie moet door.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark(6)

*

Luchtfoto met links het Rooie Dorp, in het midden het Leo ten Brinkepark, en rechts de Vd Steen van Ommerenstraat. De ingang en de uitgang van de combitunnel zijn duidelijk zichtbaar.

Nb: De personen uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark zijn fictief, ze hebben zonder meer eigenschappen en kenmerken van mensen die hier voorbijgaan, maar niet meer dan dat.

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

meisje op fietsje

Het zijn drie zusje, of nichtjes, waarvan er twee ongeveer even oud zijn ongeveer en één duidelijk de jongste. De oudste twee kijken allebei naar de kleinste. Het meisje kijkt naar een fietsje in het midden. Het is de bedoeling dat het meisje daarop gaat fietsen blijkt. Het meisje stapt op. De zusjes staan ieder aan één kant. Een houdt het stuur vast, de ander het zadel. Allebei houden ze een hand op de rug. ze rennen met het meisje mee en laten haar na een poosje los. Als het meisje begint te zwieberen pakken ze haar direct weer vast. De zusjes geven bemoedigende klopjes op de rug en spreken de leerlinge onophoudelijk toe. Als het bijna lijkt te lukken valt ze toch. De zusjes zijn er direct bij om haar overeind te helpen. Ze vegen haar kleren schoon en inspecteren met een strenge blik armen, benen en de fiets.

Ze houden even pauze in het gras*. Maar meisje heeft de smaak te pakken en geeft niet op. Even later begint het van voren af aan: opstappen, twee handen aan het zadel, twee handen aan het stuur, handen aan het stuur langzaam los, handen aan het zadel één voor één los, handen in de aanslag om direct in te grijpen, twee hijgende meisjes naast de fiets… en zie daar, daar gaat ze! Helemaal alleen, beetje wankel, maar ze gaat, ze fietst!

De zusjes rennen juichend, springend met haar mee, handen in de lucht, klappend. Blij om hun kleine zus.

Neelie Kroes* zou trots zijn als ze hier in het Leo ten Brinkeparkje kon kijken naar dit ultieme voorbeeld van zusterschap: elkaar bemoedigen, blij zijn voor en met elkaar, trots zijn op het succes van de ander, van elkaar.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (5)

* Neelie Kroes is voormalig minister en Europees Commissaris die als vrouw haar mannetje heeft gestaan en op haar 80e nog steeds actief is. Een voorbeeld voor veel vrouwen: “Volg je hart en zorg als vrouw dat je je eigen boterham kunt verdienen” ( Forever Young, Matthijs Gaat Door 9 oktober 2021)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

man met hond

Als je je hond uit wilt laten ga je richting het *Doktersbos of naar het Stut bij het Ravijn waar een uitgestrekt honden losloop gebied is. In het *Leo ten Brinkepark komen mensen voor een korte uitlaat beurt. Met name oudere mensen, die in het centrum wonen maken een rondje door het park. Ze hebben vaak kleine hondjes, handzame hondjes die je in een mandje en zelfs tussen je voeten op je scootmobiel mee kunt nemen.

De hond loopt voor het baasje uit, snuffelt in het gras, onder de struiken, trekt aan de lijn als er een andere hond aankomt, blaft zo nu en dan, plast en doet zijn of haar behoefte. Het baasje pakt een plastic zakje en ruimt de poep op. Meestal dan. Want vaak liggen er toch hondendrollen in het gras. ‘s Morgens vooral. Hondenuitlaters die zich in het donker onbespied weten. Want overdag schromen de buurtbewoners niet op het raam te tikken of naar buiten te lopen als iemand “vergeet” de rommel op te ruimen. Een vriendelijk maar dringend verzoek.

De meeste hondenuitlaters houden zich aan de regels. Ze ogen gelukkig met hun huisdier. Zoals de oude mevrouw die constant met haar hondje in gesprek is. Het echtpaar dat het rondje vooral gebruikt om met iedereen een praatje te maken. De jongelui, die met mobiel in de hand de hond “effe” uit laten.

En dan is er een man, laat ik hem Piet noemen. Hij laat zijn hond een paar keer per dag uit, iedere dag. Het is duidelijk dat hij het als een corvee ziet. Hij kijkt altijd chagrijnig en ongeduldig. Als de hond zijn behoefte heeft gedaan, loopt hij snel terug na de boel opgeruimd te hebben. Hij loopt vaker langs, maar dan met vrouw en kinderen, zonder de hond. Dan oogt hij veel vrolijker. De vrouw of kinderen lopen nooit langs met de hond. Het zou me niet verbazen als vrouw en kinderen hem de kop gek hebben gezeurd om een hond. Dat hij uiteindelijk toegegeven heeft en nu de hond er is hij iedere dag opdraait voor het uitlaten van de hond. Of anders om? Hij heeft doorgedouwd dat er een hond moest komen en nu die er is mag hij hem uitlaten ook. Wat zou het zijn? Ik hou het op het eerste. Piet is gewoon een goeie vent. Hij houdt van vrouw en kinderen en van de hond. Hij heeft een hekel aan gezeur over wie de hond uit moet laten. Dus doet hij het maar. Met frisse tegenzin.

* Doktersbos en Het Stut zijn mooie stukjes natuur in Nijverdal. Het Ravijn is de naam van het zwembad aan de rand van Nijverdal

* Het Leo ten Brinkepark is een klein parkje op het tunneldak van de tunnel onder Nijverdal, waar het treinverkeer en het doorgaande verkeer op de N35 doorheen rijdt.

*Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (4)

Meer lezen uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

de snelwandelaar

Door het Leo ten Brinkepark* lopen per dag honderden wandelaars. Al die wandelaars hebben hun eigen manier van lopen. Sommigen hebben een heel eigen, karakteristieke manier die ik direct herken. Zo is daar een voormalig winkelier. Hij loopt heel veel en heel ver. En. Heel snel. Hij maakt geen grote passen, hij loopt bijna voetje voor voetje, maar in een rap tempo.

Ik denk niet dat je hem een snelwandelaar* kunt noemen. Hij gebruikt zijn armen niet zoals snelwandelaars doen. Snelwandelen schijnt net zo gezond te zijn als hardlopen. “Goed voor hart en longen, de bloeddruk, cholesterolgehalte en verlaagt de kans op diabetes”, lees ik. Je verbrandt twee keer zo veel calorieën als een gewone wandelaar, dus ook goed voor het gewicht.

In gedachten noem ik een jongeman wel “de snelwandelaar”. Hij maakt de typische armbewegingen. Hij loopt op sportschoenen, altijd in lange broek en jogging vest, in zijn hand een fles water. Ik heb eens een praatje met hem aangeknoopt toen ik in de tuin aan het werk was. Hij was even aan het uitblazen, normaal gesproken raast hij voorbij. Hij vertelde dat hij iedere dag wel een paar keer loopt, minstens een uur. Het maakt hem niet uit waar hij loopt als het maar niet te druk is. Ons parkje zit vaak in zijn avond rondje. Hij loopt vooral vanwege zijn slechte rug vertelde hij.

Toevallig zag ik hem vorige week weer voorbijlopen na hem een hele tijd niet gezien te hebben. De avond begon te vallen. Aan het eind van de straat was boven het uiteinde van de tunnel een prachtige wolkenlucht zichtbaar. Ik weet niet of hij daar oog voor had. Dat had hij ook niet voor mij, laat staan tijd voor een praatje. Ik denk dat het vochtige en koude oktoberweer zijn rug weer plaagt.

* Snelwandelen kent twee belangrijke regels: één voet moet altijd de grond raken en bij elke stap moet de knie van het voorste been gestrekt blijven totdat het helemaal onder het lichaam is.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (3)

patatje halen

Als Leo ten Brinke* die in 1975 het tunnelplan bedacht nu zou zien hoe het op een zondag in september 2021 in Nijverdal toe gaat, zou hij zijn ogen niet geloven. De winkels open, volle terrassen, muziek, oud en jong in korte broek en de cafés bezocht door opa’s en oma’s, vaders en moeders en kinderen. Kroegbaas en rebel Leo die op een bierviltje de oplossing tekende voor het verkeersprobleem op de Grotestraat, stierf in 1977. 44 Jaar later lijkt zijn droom uitgekomen.*

Het is zondag en Nijverdal swingt. In het parkje lopen mensen in zomerkleding door het parkje. Op weg naar en terug uit het centrum waar de City Run wordt gehouden. Het weer werkt mee. Er is muziek. Overal mensen langs het traject.

Tegen de avond als iedereen huiswaarts is komen de patat ophalers. Door het Leo ten Brinkeparkje. Op weg naar het cafetaria om de hoek. (Het beste cafetaria van Overijssel, tweede van Nederland, staat er op de muur). Na een klein half uurtje komen ze terug. In de hand een witte papieren tas. Of twee. Terug naar huis.

“Wat eten we?” “Eten we nog wat?” “Of zullen we ff wat ophalen?” Een briefje met de bestelling. Patatjes Met, Trio Pinda, Berenhap Sate, Frikandel Speciaal, en wat allemaal nog meer. “ Ga jij?”

Sommigen gaan bijna iedere dag. Mannen in de bouw en klussers tussen de middag en op de vrijdag. In het weekend is het topdruk. Ook op zondag. Ja Leo ook op zondag. Op weg naar het cafetaria door jouw parkje.

*Afbeelding van de tekening (1975) van Leo ten Brinke met het tunnelplan. Het tunnelplan werd in 2015 voltooid. Het doorgaande verkeer op de N35 en het treinverkeer Zwolle Enschede wordt door de tunnel geleid. Op het tunneldak is het Leo ten Brinkeparkje ter herinnering en als eerbetoon aan de bedenker van het idee.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (2)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan