
‘Weet je nog. Hoe we in hosanna stemming terug kwamen op die zondagmiddag in mei. We waren naar de opera Orpheus en Eurydice geweest in het Wilminktheater in Enschede. Op de terugweg naar het station zongen we ‘ J’ai perdu mon Eurydice.’ (Ik ben mijn geliefde Eurydice verloren) In het Frans en jij kende alle woorden. We waren gelukkig geworden bij de uitvoering van de tragische opera van Gluck. Het decor, de dans, de prachtige stemmen van de solisten, het tempo. Wat was het mooi, wat was het mooi.’
Gisteravond kwam in Zomergasten een fragment voorbij van de Engelse alt Kathleen Ferrier. Na de uitzending heb ik Kathleen Ferrier opgezocht op spotify en nog een keer het lied uit de opera Orpheus en Eurydice beluisterd. Ik voelde van alles. In mijn keel, in mijn buik. Tot tranen geroerd. Wat een stem. Een krakerige opname. Traag. Maar wat is het mooi. Wat is het mooi. Het doet bijna pijn. Zo mooi.
‘ Ik kan je niet meer appen of bellen, ik denk dat het lied je misschien niets meer zou doen. Of raken. Maar ik ga nooit vergeten dat jij mij hielp bij het zingen. Jij kende de tekst uit je hoofd. Helemaal. In het Frans. En ik zong mee. Wij samen zongen. Jij hielp mij.’
Gister las ik een tekst van een Spaanse filosoof: Op een dag zul je afscheid nemen van alles wat je nu als blijvend beschouwt. Van je vaste plekken, van bepaalde mensen, van je jeugd en van de kleine routines die nú onbeduidend lijken. Dit in gedachten houden zou je niet bang moeten maken, maar juist alerter. Omhels de mensen die je liefhebt wat steviger. Geniet van een gesprek, zonder op je telefoon te kijken. Loop zonder te denken aan snel aankomen.’
‘We hebben veel en vaak afscheid moeten nemen. Er is veel verloren. Jij lieve vriendin bent het vergeten, maar ik niet. Ik bewaar het. Voor jou. Voor mij. Voor ons. Die middag in Enschede met die hemelse muziek.’
‘Je bent wolk, zee vergetelheid. Je bent ook wat je hebt verloren’*
* Uit het gedicht Nubes van de Argentijnse schrijver en dichter Jorge Luis Borges











