kiezen

Helemaal nat. Het stembiljet komt nat uit de brievenbus. Het kost enige moeite om het stembiljet van één meter lang zonder scheuren uit te vouwen.

Maar liefst 25 partijen doen mee aan de verkiezingen. En ruim duizend kandidaten stellen zich verkiesbaar. Er staan namen op van partijen waar ik nog nooit van gehoord heb. Leuke namen: Nederland met een plan, Samen voor Nederland, Partij voor de Sport.

De democratie leeft dus nog altijd. Maar ik vraag me af of de bedenkers van en de vechters voor het democratisch bestel, zoals de jonge soldaten uit verre landen van overzee, dit voor ogen hadden. Dit circus van debatjes en debatten, statistieken en polls, spelletjes- en praatprogramma’s met kandidaten, met de volgende dag de peilingen wie er gewonnen heeft. Of verloren.

Besturen is een vak toch? Of was het dat ooit? Mijn huisarts kies ik toch op basis van zijn kundigheid, net als de glazenwasser? Die hoeft toch niet zo gek te doen om mijn vertrouwen te winnen? Wie geef ik mijn vertrouwen, wie krijgt mijn stem woensdag? Welke persoon? Of eerst welke partij? Alle partijprogramma’s lezen? Stemwijzer is net zo veranderlijk als het weer. Vul hem maar eens een paar keer in. Er komt steeds iets anders uit en je schrikt soms waar je nu weer op uit komt.

Toen ik moest kiezen wie de NS publieksprijs moest krijgen wist ik het direct: De Camino. Toen ik moest kiezen wie de Televizierring moest winnen ook: Oogappels. Beide keren zat ik goed, ze wonnen allebei.

Nu weet ik het niet. In ieder geval iemand uit de provincie. En een vrouw natuurlijk. Iemand die kan besturen.