
Vanmorgen heb ik uit het bos een takje groen meegenomen. Ik wilde eens kijken hoe dat ook weer staat. Een denne- of sparretakje boven een schilderij. Ik las dat Kees van der Staaij, voormalig SGP lid van de Tweede Kamer geen kerstboom had met kerst, maar dat een takje groen als versiering boven een schilderij bijvoorbeeld van hem wel mocht. Kerstbomen hebben niets te maken met de boodschap van kerst, kerstbomen stammen uit een heidense traditie aldus Kees. Een vooraanstaand theoloog reageerde daar weer op dat dat een broodjeaapverhaal is.
Broodjeaapverhaal of niet, ook bij ons thuis was geen kerstboom. Kerst was de geboorte van Jezus, punt uit. Naar de kerk, kerstliederen zingen, kinderkerstfeest van de zondagsschool met een boek en een sinaasappel. Een lekkere maaltijd zoals iedere zondag met warme pudding en bessensap na.
Mijn oudere zussen haalden heel voorzichtig die heidense wereld in huis. Behoedzaam voerden ze vernieuwingen in. Ze wisten wel hoe dat te doen. Eerst voorzichtig mijn moeder ompraten: ‘bij van Duin doen ze het ook’. Dan het aan tafel aan de orde stellen als pa in een goede bui was, dan moest het lukken. En het dan zelf gelijk doen voor ma zich weer bedacht. Een takje groen boven een schilderij. Het eerste jaar nog zonder versiering, vervolgens ieder jaar een beetje meer aangekleed, een lintje, op een gegeven moment zelfs een glinsterende kerstbal. Er kwamen kaarsjes in huis. Kleine witte kaarsjes in een rood houdertje. En ook de de maaltijd ging steeds meer lijken op een kerstdiner. Dat had vooral te maken met het mee eten van de verkeringen van de drie oudsten.
Een gladgestreken damasten tafelkleed, het goeie servies, een plat bord en een diep bord, het bestek opgepoetst en precies zo als het moest liggen. Vader, moeder, zes kinderen, drie verkeringen en de ongetrouwde zus van ma. Groentesoep zoals alleen mijn moeder ze kon maken, dan aardappelen, spruitjes en draadjesvlees dat de dag ervoor uren op het petroleumstel had gestaan en we al die hele middag en avond hadden geroken. Stoofpeertjes natuurlijk. Warme pudding met eigengemaakte bessensap na. Pa die uit de bijbel voorlas. Bidden voor de maaltijd en erna. Ma die op het orgel speelde uit Johannes de Heer. Zachtjes meezingen, of neuriën want meezingen was geen sinecure, ma greep vaak mis en moest soms lang zoeken naar de goeie noot.
Ik zou er heel wat voor geven om nog eens aan te schuiven aan die mooi gedekte tafel aan de Valkenburgseweg in Katwijk aan de Rijn. Of samen met mijn zus boven mij nog eens ophalen hoe dat er aan toe ging aan tafel bij ons. Zoals bij de komst van het takje boven het schilderij, of het met elkaar zingen als ma orgel ging spelen. Wat zouden we lachen. Wat zouden we lachen.
*Een broodjeaapverhaal is een verzonnen verhaal dat als waargebeurd wordt doorverteld en doorverteld en daardoor langzaam maar zeker voor waargebeurd wordt aangenomen.