
Ik moet hard rennen om op tijd te zijn voor het liedrecital in theater de Stoomfabriek in Dalfsen. Het laaggelegen parkeerterrein stond onder water en in het centrum van Dalfsen was het moeilijk een plekje te vinden. De vriendin met wie ik afgesproken had was zo maar ergens gaan staan met haar auto, maar ik had lang gezocht naar een echte parkeerplek met een parkeerkaart die daar vereist was. Een vriendelijke man bij de ingang verzekerde me dat ik niet bang hoefde te zijn voor een boete, ‘je ziet hier nooit agenten of controleurs’.
Na het concert, bij een bittergarnituurtje en een glaasje wijn praten we over hoe het met ons is, we hebben elkaar een tijd niet gezien. Ze vertelt me een verhaal over een gebeurtenis in de afgelopen week. Ze wilde haar hulp, een oost europese vrouw bedanken voor alles wat ze voor haar gedaan had al jaren lang. De vrouw ging binnenkort ergens anders wonen en vriendin en haar man hadden afgesproken haar een gul afscheidscadeau te geven. De vrouw sprak altijd bewonderend over de mooie sieraden die mijn vriendin draagt en daarom dachten zij aan een sieraad, een ring, een mooie ring. Bij de koffie deze week vroeg mijn vriendin of ze even haar ring wilde passen om te kijken welke maat ring ze zou moeten hebben. De vrouw begreep het niet goed blijkbaar. Ze vloog mijn vriendin huilend om de hals en bedankte haar voor de ring die ze zoooo mooi, zooo mooi vond. Mijn vriendin, die altijd mooie grote ringen draagt, ze heeft er tientallen in alle kleuren en materialen die je maar bedenken kunt, had die dag juist een ring aan waar ze erg aan gehecht is, die heel speciaal voor haar is. Maar ze kon het niet over haar hart verkrijgen de vrouw teleur te stellen. ‘Het deed gewoon pijn haar met die ring te zien. Maar eigenlijk was het ook wel mooi eigenlijk, iets weg te geven dat je echt wat ‘kost’.
Dat vond ik mooi van mijn goede vriendin. Maar het was ook frappant. Uitgerekend twee dagen ervoor had ik met een paar mensen gesproken over een cadeau dat je aan iemand geeft en dat zeer doet. Het was naar aanleiding van het liedje van de Drummer Boy, die zo arm is dat hij geen geschenk heeft, zelfs niet iets kleins, om aan het Kindje in de Kribbe te geven. Daarom ging hij naar de Stal en het Kindje met het enige bezit dat hij had, een oude trommel. Met een paar stokjes uit het veld speelde hij op de trommel voor het Kindje Jezus. Wij bespraken toen wat wij zouden hebben meegenomen naar de stal iets wat ons heel dierbaar was. Iets geven wat haast pijn doet. Wat iets ‘kost’. Ik vertelde over die keer lang geleden dat ik iemand iets had gegeven wat echt zeer deed en als ik er aan terugdenk nog steeds een beetje.
Een goede vriend was bijzonder zorgzaam geweest en had heel veel gedaan in een moeilijke periode in ons gezin. Ik vroeg hem of er iets was wat hij als herinnering aan deze tijd wilde krijgen van ons. Hij dacht na en zei dat hij wel één van de schilderijen van mijn schoonvader wilde hebben, ‘maar hoeft niet hoor!’ Ik had er een heleboel, maar er was er één… . Ik besloot hem te laten kiezen en overwoog die ene achter te houden, maar deed het niet. Ik moest denken aan een verhaal in de bijbel over Ananias en Saffira. Je geeft iets of niets, je houdt niet stiekem iets achter voor jezelf. De goede vriend koos natuurlijk dat ene schilderijtje. Het deed pijn. Als ik bij hen op visite kwam, was het het eerste waar ik naar keek en het deed nog heel lang een beetje pijn.
Maar vooral frappant is het dat twee vriendinnen onafhankelijk van elkaar hetzelfde meemaken, over het zelfde nadenken en praten. Zoals in een mooi schilderij waar een bepaalde kleur even terug komt. Ik kan het niet laten. Ik zie er verbindingen in, samenhang.
Ik maak nog een mooie foto van het hoge water in Dalfsen. Thuisgekomen zie ik dat er prachtige blauwe bogen op de foto te zien zijn. Dat kan niet anders dat heeft met dat blauw in het schilderijtje van mijn schoonvader te maken.