woorden van de zeeman

Je kende de kapitein niet en de rest van de bemanning. Ik was zestien toen ik mijn eerste reis maakte op de grote vaart. Anderhalf jaar lang was de reis. Naar China, ik weet het nog goed. Anderhalf jaar werken op een schip met een clubje mannen die je niet kent. Dag en nacht bij elkaar. Aan elkaar overgeleverd. Ik keek maar een beetje wat de anderen deden en voerde uit wat me opgedragen werd. Ik keek wie er wel aardig leek en naar jongens die van mijn leeftijd waren. Daar ging je wat meer mee om en durfde je wat meer te vragen. Voelde je gelijk wie je kon vertrouwen en wie je maar beter uit de weg kon blijven? Ja maar dat heb ik wel moeten leren. Ik heb wel ontdekt dat je je op mensen kunt verkijken. Vaak vielen mensen die je in eerste instantie sympathiek leken, na een poosje tegen. En ook andersom, iemand waar je een afkeer van had, die later je grootste vriend werd. En hoe stelde jij je dan op? Niet te veel zeggen en over een ander kletsen, een beetje op de achtergrond blijven, niet te veel opvallen. Kijken. En bepaalde types uit de weg blijven. Welke types? Roddelaars, ‘stokers’ en agressieve types. En de kapitein? Daar had je eigenlijk niet eens veel mee te maken. De beste kapiteins waren de kapiteins die niet teveel zichtbaar waren en hun mensen vertrouwden. Je was heel vereerd als de kapitein een praatje met je maakte. Zeelieden moeten het trouwens niet van de praatjes hebben. Je drinkt gezellig met elkaar een biertje, maakt plezier en werkt, keihard als het nodig is. En als je het moeilijk had of als er iets ergs gebeurde? Dan voelde je dat ze meeleefden, geen woorden maar een tikje op de schouder of zo. Als er gevaar op zee was vochten we als leeuwen, schreeuwden we en scholden we en fiksten we het. En daarna dronken we een biertje. Dan voelde je kameraadschap die ik aan de wal niet vaak heb meegemaakt. Ben je nooit bang geweest? Nee eigenlijk niet, misschien ben je als je jong bent minder bang. Dat geldt voor mij in ieder geval. Je moet niet te gauw bang zijn. Ik ben altijd weer thuis gekomen. En als het je tijd is, is het je tijd. Achteraf denk ik dat het voor het thuisfront moeilijker was dan voor mij.

Morgen staat er een nieuw team klaar om ons land te leiden en te besturen. We zullen zien wat het ons brengt en waarheen de reis gaat. Ik lees en hoor verwachtingen en voorspellingen die weinig goeds beloven. Ik denk aan de woorden van de zeeman. Kijken. Eerst maar eens kijken.

Nb De zeeman, mijn jongste broer Hans die hier boven ‘geciteerd’ wordt reageerde op mijn vraag of het een beetje klopt: ja klopt zeker. Vooral deze die ik geleerd heb en altijd onthouden en toegepast (klopt nl in 80% van de gevallen ‘Vaak vielen mensen die je in eerste instantie sympathiek leken na een poosje tegen. En ook andersom, iemand waar je een afkeer van had, die later je grootste vriend werd’