septembersprookje

Er was eens een machtige koning. Hij was koning over een heel groot welvarend rijk. Hij had alles: een lieve echtgenote, vier knappe dochters en een vrolijke zoon. Hij had een paleis voor in de zomer en een paleis voor in de winter. De mensen aan het hof hielden van hem en deden zonder mopperen wat hij van hen vroeg. De mensen in het land stonden aan de kant van de weg om hem toe te juichen als hij langs reed in de koninklijke koets. Ze bewonderden hem en waren blij te leven in zijn koninkrijk. Maar de koning. Er was iets met hem. Er was ‘iets’ wat ontbrak aan zijn leven, zei hij. De hovelingen begrepen er niets van. Ze raadpleegden geleerden, psychiaters, kunstenaars, leraren godsmannen, ja iedereen die maar iets wist over de zin van het leven. Maar wat ze de koning ook maar adviseerden het hielp niet. En de koning werd alleen maar ongelukkiger.

Op een dag klopte een oude bedelaar op de deur van de poort van het paleis. Hij had gehoord over de problemen van de koning. Hij had ‘een goede raad voor de koning misschien?’ De poortwachter wilde de man eigenlijk wegjagen, maar heel toevallig kwam de vrolijke zoon van de koning aanrijden. Hij had de man gehoord en zei de poortwachter lachend de man een kans te geven. Het had nog wel wat voeten in de aarde voor dat ook de hovelingen daarvan overtuigd waren maar ten einde raad werd de man toch opgeroepen. Ook de koning was niet enthousiast toen hij de in lompen geklede man tegenover zich zag zitten. Nog minder enthousiast was hij toen hij diens raadgeving hoorde: zijn kroon afzetten, zijn koningsmantel af doen, afscheidnemen van zijn paleis en haar bewoners, zijn rijkdommen achter zich laten en de wereld intrekken om op zoek te gaan naar het geluk. Ik zou het God noemen had de man gezegd, maar u mag het ook geluk, of ‘iets’ noemen .

En. Ja, en? Ja de koning deed het. Hij trok de wereld in. Niemand herkende in de eenvoudig geklede man de machtige koning. Hij wandelde met zijn rugzak door zijn koninkrijk en zag hoe mooi het was. Maar nog altijd vroeg hij zich af of dit nou wel het geluk was, ‘of God’, of ‘iets.’

En dan gebeurt er iets vreselijks, in het halfdonker ziet hij niet de dikke steen op het pad en hij valt plat achterover. Alles doet zeer, hij kan zich nauwelijks bewegen, hij schreeuwt het uit. Dan wordt alles zwart.

Een paar dagen later wordt hij wakker in een groot wit bed. Hij hoort lieve woorden, iemand strijkt over zijn hoofd, en door het raam komt een zacht licht. De koning weet het zeker. Geluk, God, Iets, dit is het. Hij kijkt op om te kijken wie er naast zijn bed zit. Hij kent haar niet.

* Foto: Mark Saathof 22/09/2024

* Met dank aan Ds Laura van Weijen, startdienst en herdenkingsdienst 22/09/2024 van de VEG met als thema God als licht