
Langs de Regge staan overal bankjes. Als het houten bankjes zijn zit er vaak een plaatje op met de naam van degene door wie of voor wie, dat bankje geplaatst is. De kunststof bankjes zijn dat niet. Ik denk dat de bankjes eigendom zijn van de gemeente. Maar het zou ook een andere instantie kunnen zijn. Want in onze gemeente wordt graffiti over het algemeen vrij snel verwijderd en deze tekst staat er al een paar maanden op. De eerste keer schrok ik, maar toen ik er vanmorgen weer langs fietste, dacht ik dat zo’n bescheiden protest prima past bij onze gemeente en onze inwoners. Vergeleken met de beelden van protesten in Amsterdam bijvoorbeeld is dit helemaal niets.
Protesteren is een democratisch recht. Je mond open doen over onrecht mag, sterker: het moet. Toch krijg ik een ongemakkelijk gevoel bij de actie van Oxam Novib op de social media waar bekende en minder bekende personen een foto van zichzelf plaatsen met daaronder of erboven NIET IN MIJN NAAM met als argumentatie: Er worden in Gaza oorlogsmisdaden gepleegd, maar Nederland blijft Israel steunen. Zo draagt ons kabinet, in naam van alle Nederlanders, actief bij aan ongekend leed en onacceptabel onrecht. Laat dit niet gebeuren in jouw naam.
Als ik bij alles waar ik het niet mee eens ben, alles wat ik verafschuw, alles wat ik vreselijk vind, zou moeten schrijven, maar niet in mijn naam, had ik dagwerk. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het eigenlijk vooral een actie is tegen het het huidige kabinet. ‘Zij zijn niet oke, maar ik ben het wel hoor.’ Als welk kabinet dan ook iets doet is dat in principe in naam van alle Nederlanders, maar het toeslagenschandaal, de aardbevingsschadeafwikkeling in Groningen, het kanaaldrama in Overijssel, ik noem zo maar een paar zaken, hadden toch echt niet mijn instemming en de jouwe ook vast niet. Dat werkt zo in de democratie. Ik zou niet willen beweren dat ik weet hoe het precies zit in het Midden Oosten. Ik zou willen dat het zou stoppen, ophouden, die vreselijke oorlog. Overal, dichtbij en ver weg waar oorlog is, geweld, misbruik, armoede, ziekte en verdriet: dat het mag ophouden. Ik zou niet weten wat en hoe ik daar aan iets kan doen. Ik voel slechts onmacht en meeleven.
Dit weekend kreeg ik van mijn kinderen een olijfhouten kruisje, een souvenir uit Londen. Uit de St Paul’s Cathedral. Het kruisje is Made from Holy Land Olive Wood. Op de achterkant van het kartonnetje waar het op vast gemaakt is lees ik:
Make me an Instrument of thy Peace, where there is hatred, let me sow love.
Voor mij voelt het niet als liefde zaaien door een foto met ‘niet in mijn naam’ te plaatsen. Maar hoe de weg naar vrede dan wel bewandeld moet worden? Ik weet het niet. Ik doe op mijn kleine postzegeltje mijn best. Meer kan ik niet. Zoals de jongens of meisjes of wie het ook waren, die het bankje aan de Regge hebben beschreven, het op hun manier hebben gedaan.