
Met gemengde gevoelens ging ik. Naar Kampen, waar in de kerk Open Hof sinds enkele maanden een gezin uit Oezbekistan verblijft dat met uitzetting wordt bedreigd. Zolang er kerkdiensten worden gehouden, kan de politie de vader, moeder en vier kinderen niet uitzetten. Daarom worden in de kerkzaal dag en nacht erediensten gehouden door predikanten, pastores en vrijwilligers uit het hele land.
In 2019 had ik geen moment getwijfeld toen in Den Haag een dergelijke actie werd gehouden voor een Armeens gezin. Midden in de nacht waren we er met een klein groepje naar toe gegaan. Het had indruk gemaakt. Een hele aparte sfeer zo in het donker. En we hadden ook het gevoel dat we iets hadden bereikt. Er kwam een kinderpardon en er werd beloofd de procedures aan te pakken, er moest zo snel mogelijk duidelijk worden of men mocht blijven of niet. En de bevoegdheid om een uitzondering te maken zou niet langer bij de minister komen te liggen. Daar had het kerkasiel aan bijgedragen. De politiek was wakker geschud.
Kabinet Rutte Vier besloot op de valreep nogmaals tot een kinderpardon aan het eind van haar periode in 2024 omdat het met de procedures nog steeds helemaal mis ging en er werd besloten dat de bevoegdheid om uitzonderingen te maken voortaan bij het hoofd van de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) zou liggen.
Hoe kon het dus dat dit gezin bij de twee kinderpardons niet in aanmerking kwam? De eerste keer omdat ze nog te kort in Nederland waren, maar de tweede keer? Ik lees dat Oezbekistan een veilig land is, maar niet voor Christenen hoor ik, maar waarom oordeelde de rechter dan zo hardvochtig? In Nederland hebben we toch rechtvaardige rechters? En waarom dit gezin, terwijl er zoveel andere gezinnen in Emmen zitten in dezelfde situatie?
Het zittende kabinet zou totaal geen oren hebben voor de nood van deze mensen hoorde ik om mij heen. Het gevoel dat het vooral een actie tegen kabinet Schoof en minister Faber is, zat mij niet lekker want dat er in dit land mensen jaren en jaren lang in een asielprocedure zitten kun je het kabinet dat een paar maanden aan het roer zit niet verwijten. En dan: het hoofd IND bepaalt, niet de minister.
Ik ben toch gegaan. Om te kijken, te zien of mijn twijfels weggenomen zouden worden. Want als mens van goede wille moet je openstaan voor datgene waar je het niet mee eens bent en onderzoeken waar de gevoelens van weerstand vandaan komen.
Het was een mooie middag, een prachtige viering met mooie liederen. De predikant kwam uit Nijverdal, de organist uit ‘het westen’, de bezoekers uit Almelo, Vriezenveen, Doetinchem, Wierden en Nijverdal. De enthousiaste vrijwilligers van de kerk gaven ons koffie en thee. Áan het einde van een gang verbleef het gezin. We hebben hen niet gezien, dat vond ik jammer al snap ik dat ze niet 24 uur aanwezig kunnen zijn bij de diensten die nu al twee maanden lang voortgaan.
Op de terugreis vertelde een van de medepassagiers uit Wierden hoe ze jaren geleden had meegewerkt aan een actie voor een kind uit een weeshuis in de Oekraïne. Het kind verbleef hier in een pleeggezin en was ernstig ziek. Een hele dure operatie zou hem kunnen redden. Met een klein clubje mensen gingen ze op pad om het geld bij elkaar te sprokkelen. In minder dan geen tijd lukte het: 80.000 gulden. Ik wist precies wie ze bedoelde. De jongen is nu een jongeman, hij woont tegenover mij, hij heeft een vrolijke vrouw en twee schattige zoontjes. De man die hem uit dat weeshuis ophaalde ken ik ook. Het is onze organist. Die twee jongetjes noemen hem opa Jan.
Ik had een paar foto’s in de kerk gemaakt. En mijn oog was gevallen op de prent aan de muur van een oude man met een stok en een jonge man naast hem waar hij de arm om heen slaat. Ik kan de tekst eronder niet meer lezen. Het zal wel een bijbelverhaal zijn. Ik noem het opa Jan en Roman.
Mijn twijfel is niet weg, maar aan de andere kant: ieder mens dat je redt is er eentje. Zoals dat kleine zieke jongetje uit de Oekraïne. Wie weet wat er voor een toekomst ligt te wachten op de kinderen van het Oezbeekse gezin.