
De man van de foto op het kastje was dan eindelijk thuis. Maar al heel gauw bleek dat de papa waar ze zo naar verlangd hadden, voor wie ze bij het slapen gaan gebeden hadden iedere avond, helemaal niet zo’n aardige en lieve papa was, zoals ze hadden gedacht en zoals hun moeder had verteld. En op de foto leek hij ook niet: zo vrolijk, zo vriendelijk, zo aardig was hij helemaal niet.
Doodsbang waren ze voor hem. Schreeuwen, slaan, schoppen. En doorgaan met slaan en schoppen. Niet stoppen. Zonder eten naar bed, of met brood en water naar zolder. En als je dacht nu is hij rustig kon het zo maar weer helemaal los gaan. Het geluid van een krakende beschuit, een gebogen rug, per ongeluk verkeerd kijken of iets zeggen. De storm kon zo maar opsteken om niets. Een wild gevaarlijk beest, dat los brak.
Je heil zoeken bij je moeder of inwonende opa was niet aan de orde. In tegendeel dan waren die aan de beurt.
Er kwamen ook nog drie kinderen. Na de kinderen Gilles, Didi en Adrie van voor de oorlog de kinderen van ‘na de oorlog.’ Ik ben de middelste, geboren in 1949. Wij van na de oorlog, zus Rieteke mijn jongere broer Hans en ik dachten de laatste stuiptrekkingen van de woeste vader mee gemaakt te hebben. We dachten de dans ontsprongen te zijn. Maar op latere leeftijd ontdekte ik dat dat niet het geval was. Dat je je niets kan herinneren zegt niets. Je lijf vergeet niets zei de haptonome. Bang, onveilig, op je hoede zijn, je dood houden, je onzichtbaar maken, pleasen. En naar buiten gaan waar je niets kon gebeuren.
We waren altijd buiten. En jij liep jaren vaak alleen in een hemdje en een onderbroekje, ma kon het helemaal niet aan, hoorde ik van mijn zus Rieteke die 9 maanden na de terugkomst van mijn vader was geboren. Zij stierf in 2017, en een van de laatste keren dat we met elkaar uit waren spraken we bij een bezoek aan het museum in Gorssel over vroeger. Ze wist toen nog niet hoe ziek ze was. We spraken over hoe het was thuis vroeger. Over de woedebuien van Pa. We moesten er vreselijk om lachen, hoe hij op tilt kon slaan omdat onze moeder rode besjes bij de pudding had gedaan, of zuurkool op tafel, we konden niet ophouden te lachen. Een lachbui, en dat wisten we van binnen allebei, die eigenlijk een huilbui was. Om de verschrikkelijke dingen: het slaan, het schoppen, het schreeuwen, de angst, de onrust, de onveilige jeugd. Het onveilige thuisgevoel waar we het leven mee in zijn gegaan, en wat onze levens gekleurd heeft en bepaald.
En dan het ingewikkelde: als je mij vraagt wie heeft je geleerd wat liefde is, dan is het diezelfde pa. Wat hield ik van mijn vader. Als ik naast hem zat in de kerk, met mijn handje in zijn hand vol bruine vlekken, zo fris ruikend, zo mooi was hij. Zo als hij mij noemde met zijn koosnaam voor mij, Wisje. Hoe hij het voor me opnam toen ik een schooladvies kreeg voor de mulo in plaats van het gymnasium. Hoe blij hij kon zijn omdat de zon scheen, hoe ontroerd hij was toen ik een kind kreeg. Hoe hij kon fluiten in de straat op weg naar zijn werk. Hoe blij hij kon roepen naar zijn hondje. Wat hield ik van mijn pa.
De duivel, het kwaad dat in hem was, was groter dan hij. Het heeft jaren geduurd voor dat het wilde beest in hem tot rust is gekomen, is gaan liggen. Heel af en toe was er nog zo’n vlaag, maar nooit lang, niet meer zo heftig. Maar altijd onrustig. Soms reed hij naar het water om rustig te worden. De oude zeeman. Hij stierf op 65-jarige leeftijd. De avond voor zijn fatale hartaanval had hij bij een oom in Rotterdam iemand getroffen uit zijn oorlogsverleden waar hij uren mee had zitten praten, ver bij de andere visite vandaan. In het ziekenhuis, maakte hij grapjes. Ik dacht dat je vader uit ging stappen Wisje. Zijn arm met de tattoo van een anker aan de slangen. Kort daarna zou hij de fatale klap krijgen. Hij was niet bang te sterven. Hij had een kinderlijk geloof. Het beeld van mijn vader voor het bed in zijn lange witte onderbroek op zijn knieën en zijn gevouwen handen voor zijn hoofd zal ik nooit vergeten. Het verhaal van de oorlog is mee zijn graf ingegaan. De dokter verklaarde dat onze pa een totaal versleten hart had. Kon heel goed dat dat van zijn onverwerkte oorlogsverleden was, zei hij.
wordt vervolgd