3. De spannende ontsnapping van de Abraham Crijnssen. Oorlogsverhaal van J.A. de Bruine

Het moeilijkst te camoufleren was de mast en schoorsteen

Bij de schermutselingen voorafgaand aan de slag op de Javazee was Ko, zoals hij door zijn maten genoemd werd, licht gewond geraakt. Hij verbleef voor zijn herstel in de kazerne Goebeng in Soerabaja. Op 3 maart 1942 na de verloren Slag in de Javazee begon in Soerabaja de vernietiging van alle gebouwen en van materiaal dat van waarde kon zijn voor de Japanners. Een paar dagen ervoor was het grootste gedeelte van het marinepersoneel al geëvacueerd per trein naar Tjilatjap en vandaar per schip naar Australië. In de haven van Soerabaja lagen nog drie mijnenvegers. Van hogerhand kregen de commandanten de opdracht dan wel het schip te vernietigen, uit te wijken of te ontsnappen. De bemanning was vrij om te gaan.

Onze vader die op een fiets vanaf de kazerne in de haven een kijkje kwam nemen werd aangesproken door wat de commandant van de Abraham Crijnssen van Miert bleek te zijn. Of hij mee ging. Ontsnappen. Van Miert had een plan bedacht hoe. Maar tot zijn verbazing kreeg hij zijn bemanning niet mee. De helft besloot niet mee te gaan, omdat ze liefje of vrouw en kinderen in Indie hadden. En de ‘Indische jongens’ dat sprak voor zich. Van Miert ronselde in de haven, in café’s, kampongs en overal waar hij maar mensen kon krijgen. Mijn vader twijfelde niet. Hij ging aan boord en begon mee te helpen aan de werkzaamheden om de vluchtpoging tot een goed einde te brengen.

Er werden van Schiedamsgaren grootmazig netten gevlochten die over het hele schip heen getrokken werden. Op deze netten werd een laag takken en soms hele stukken boom aangebracht, buitenboord afhangende tot op de waterlijn zodat het voor een buitenstaander onbekend was dat daar een schip onder zat. Vrijdag 6 maart was de grote dag. Bij de opgeraapte bemanning was een stuurman van de koopvaardij en een verpleegster uit het plaatselijke ziekenhuis. Er waren kippen aan boord, een aapje, jonge hondjes en eenden. De commandant die ‘s avonds nog even in de stad was had de Jappen op de Wonokromibrug de stad in zien marcheren. Dat was half tien in de avond van de 6e maart. We voeren direct weg richting de Gili’s een groep kleine eilandjes aan de Oostpunt van Madoera wat onze eerste ankerplaats zou zijn. Het ontvluchtingsplan was zo in elkaar gezet dat we ‘s nachts zouden varen en overdag zo dicht mogelijk onder de kust voor anker zodat het precies een eiland leek in plaats van een schip. De eerste nacht passeerden we, vanwege de camouflage ongezien 6 Japanse torpedo-bootjagers, die opstoomden naar Soerabaja.*

De camouflage moest onderweg een paar keer ververst worden. De bemanning moest zo stil mogelijk blijven. Na een paar spannende nachten bereikte de het schip de Indische Oceaan en ‘werd de hele bomentoestand over boord gewipt’. Op 15 maart arriveerde de Abraham Crijnssen in Geraldton Australië.

Van matroos J de Rooy is een uitgebreid verslag over de reis. Ik kreeg het verslag opgestuurd door stoker F Bouwmeester uit den Helder, die mij in 2001 een brief schreef over de ontsnappingsreis van de Hr. Ms. Abraham Crijnssen. Ik had hem ontmoet tijdens een bezoek aan het Maritiem Museum in Den Helder waar het schip te bezichtigen is en waar ook de film te zien is ‘Een eiland ontsnapt.’

Wij kenden het verhaal van onze Pa, een van de weinige. En summier. Hij had er wel bij verteld dat ze doodsbang waren toen ze dwars door de Japanse linies voeren. Dat ze op hun knieën lagen om te smeken dat ze niet zouden worden opgemerkt. Om er aan toe te voegen dat hij niet begreep dat de kerk waar hij lid van was ruzie aan het maken was over theologische kwesties. Terwijl het oorlog was.

wordt vervolgd

Overdag camouflage verversen en aanvullen.

Een deel van de bemanning, links boven? Johan de Bruine (Ko). Onderaan de verpleegster en naast haar de commandant van Miert. In totaal 58 mensen.
  • Verslag van matroos van Rooy
  • Foto’s van stoker F Bouwmester
  • Maritiem Museum Den Helder
  • Koninklijke Marine in de 2e Wereldoorlog
  • Kerkscheuring 1944: de zogenaamde Vrijmaking, de scheuring in de Gereformeerde Kerken die leidde tot het ontstaan van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt.