bericht uit het AZC Barendrecht

Blz 67

Vanaf de eerste dag in Barendrecht waren we blij met de de rustige omgeving. In tegenstelling tot andere plaatsen is het hier stil en kalm. Binnen het AZC hadden bewoners soms meningsverschillen, maar ze eindigden altijd in goede harmonie. Er zijn fietsen bij het AZC en daarmee begon ik rond te rijden in Barendrecht. Ik bezocht een watermolen in Pendrecht. Een van de vrijwilligers liet me zien hoe de molen werkte en ik hielp hem’s ochtends daarmee. Toen hoorde ik in het AZC dat er vrijwilligers klaar stonden in de bibliotheek om Nederlandse les te geven. In de bibliotheek ontmoette ik veel interessante en vriendelijke mensen zoals Jo Polak die me les begon te geven in de Nederlandse taal. Hij trad ook op als coach. Hij was heel open toen hij over zijn leven sprak en over het dagelijks leven in Barendrecht. Ik heb ongeveer vier maanden met vrijwilligers in het AZC gewerkt om de buitenkant van ons verblijf schoon te maken en ik heb ook maandenlang voor andere mensen vertaald. Zo heb ik daar veel andere mensen geholpen. Inmiddels heb ik mijn oranje bankrekening gekregen, zoals veel Nederlanders die hebben. Ik ga vaak naar de sportschool. (Blz 66)

Nu kijk ik vol goede moed naar de toekomst. Ik ben blij dat het COA mij gebeld heeft met de verheugende mededeling dat ik met mijn moeder in Nederland mag blijven. Hopenlijk kunnen mijn vader en jongste zusje uit Irak ook naar Nederland. Nu kan ik nadenken over werk- en studiemogelijkheden. Ik hoop dat ik met mijn ervaringen als designer en AutoCAD vaardigheden bij een bedrijf in Barendrecht aan het werk kan. (blz 69)

Uit het boek ‘Overleven was ons motto’ het verhaal over het leven van Nader (2000, Damascus, Syrië) de ontberingen van de vlucht uit Syrië van Nader, zijn ouders en zusjes. ‘De oorlog in Syrië heeft diepe en blijvende wonden geslagen. Daarbovenop kwamen alle vreselijke ervaringen die ik onderweg in verschillende landen heb meegemaakt.’ Zijn vader en jongste zusje verblijven na allerlei vluchtpogingen en omzwervingen nog steeds in Irak.

Het boek is een uitgave van Bibliotheek AanZet, http://www.bibliotheekaanzet.nl , waar het boek ook te bestellen is. Het boek is geschreven door Nader Labbad en mijn goede vriend Jo Polak. Een indrukwekkend verhaal, een hoopvol verhaal ook.

‘Overleven was ons motto’, biedt stof tot nadenken over hoe we vluchtelingen het beste kunnen ondersteunen op hun weg naar integratie.(de Bibliotheek AanZet op de omslag)

wit licht

In het bushokje zitten twee oudere dames te wachten op de bus die naar het station gaat. Ze kijken omhoog naar de voorbijvliegende wolken aan de overkant boven het hoge gebouw. Ze zeggen het een paar keer. Dat de wolken zo mooi zijn. Zo mooi wit. Een van de dames begint te neuriën. De andere dame herkent het blijkbaar. Ze begint mee te zingen. Een kinderliedje? Iets met witte wolken. Ze stopt onmiddellijk als er twee andere mensen aan komen lopen. Die gaan ook met de bus mee. Het echtpaar heeft geen oog voor de wolken. Ze discussiëren luid over de vertrektijd van de bus. Als de bus er aan komt halen ze opgelucht adem. ‘Oh gelukkig.’ ‘Toch.’ Het echtpaar stapt in. De oudere dames nemen afscheid van elkaar en zwaaien tot de bus de hoek om gaat.

In een documentaire over bijna-doodervaringen op NPO2 op zondag 25 mei spraken een paar mensen over hun bijna-doodervaringen. Een wetenschapper vertelde dat er in het verleden wat lacherig over dit verschijnsel werd gedaan en het als wensdenken werd weggezet. Maar wetenschappelijk staat wel degelijk vast dat er zo iets bestaat. Inmiddels is er veel onderzoek gedaan en zijn er talloze boeken* over ‘bijna-doodervaringen’ verschenen. Uit onderzoeken komt naar voren dat mensen echt even dood zijn geweest, dat ze vaak spreken over een meer dan gelukzalig gevoel, dat in sommige gevallen het leven in een flits aan hen voorbijtrekt, dat ze zichzelf zien liggen en dat ze om zich heen heel mooi licht zien met zachte kleuren. Een tunnel van wit licht. Maar ‘zij’ moesten terug. Alle drie geïnterviewden hadden heimwee naar dat gelukzalige moment. Ze hadden niet teruggewild. Ja natuurlijk waren ze blij dat ze nog leefden en terug waren bij hun geliefden maar wat hadden ze een prachtig moment beleefd. Het had hen veranderd. Een vrouw vertelde dat ze nooit meer zo veel liefde had gevoeld als toen op dat moment. Zo zacht, zo vrij, zo licht.

Als de bus uit zicht is gaat de oude dame nog even zitten op het bankje in het bushokje. Na een diepe zucht staat ze op en loopt ze behoedzaam naar de oversteekplaats. Ze drukt op het zwarte knopje aan de paal met het mannetje erop. Het licht staat op rood. Ze moet nog even wachten.

  • NPO 2 Kruispunt, Documentaire Licht aan het eind van de tunnel, februari 2025, herhaald op 25 mei 2025.
  • Ditta op den Dries uit Nijverdal (tot voor kort chef eindredactie bij De Twentse Courant Tubantia) schreef De Tweede Helft: ‘hoe een Bijna-Doodervaring levens veranderde.’

80 Jaar Bevrijding. 22 Mei 1945. Oorlogsverhaal J.A. De Bruine

Gilles: “Zittend op de schouders van mijn opa zwaaide ik met mijn zakdoek naar het grote grijze schip, dat zich losmaakte van de kade. Daar gaat je vader zei mijn opa. Zes jaar later zat ik op de hooiwagen van oom Piet. We reden door het dorp en een militaire vrachtauto reed ons tegemoet. Op de treeplank stond een man in een mooi uniform. Hij riep: hee Piet ! Daar gaat je vader, riep oom Piet.

Didi: “ De papa van na de oorlog kwam aan het eind van de oorlog thuis. 22 Mei 1945. (Jarenlang op 22 mei een gebakje gegeten.) Doordat m’n moeder nog niet aan de Valkenburgseweg woonde, moest de chauffeur nog zoeken. Maar de legerwagen was toen wel bijzonder in het dorp, dus was al gauw gearriveerd bij het huis achter de Roskam. De thuiskomst was een feest. Heel het dorp stond of liep bij ons voor de deur. De mooie vader in z’n marine-outfit was het middelpunt. Hij had ook sigaretten dus vrienden genoeg. De mooie borden werden uit de kast gehaald. Ik geloof dat een van de kinderen iets bij de bakker had gehaald. De Harmonie van Katwijk-Binnen speelde. M’n vader en moeder werden in de lucht gehesen en het was een groot feest. Toen we eindelijk naar binnen gingen konden we eindelijk die lekkere broodjes opeten. (Dat was toen heel wat. Eten was heel belangrijk in die tijd.) “

Adrie: “ Bijna zes jaar lang die leuke vent op de foto. Toen zomaar voor de deur die vreemde man, die mijn moeder deed huilen. Een slechte start. Toen na jaren de ergste grilligheid geluwd was, was hij een sportieve, meelevende, maar zeker ook liefhebbende trotse vader voor mij.”

  • Gilles was 8, Didi 7, Adrie 5 jaar oud op 22 mei 1945
  • Teksten uit het herinneringsboekje ter gelegenheid van de 100-jarige geboortedag van Johannes Arie de Bruine 5 april 2009.

7. Brief uit Canada. Oorlogsverhaal van J.A. de Bruine

Hij had dus wel gesproken over toen, of beter: geschreven. Gereageerd op een advertentie in een blad met de naam Ons Recht. Eind 1972, twee jaar voor zijn overlijden. Iemand met wie hij ‘in de opleiding’ had gezeten en die net als hij bij de OnderZeeDienst had gediend. En die net als hij ‘behoorlijk fed up’ was geweest na de oorlog. Iemand aan wie hij blijkbaar een brief had geschreven en voor wie hij een luikje open gedaan had over ‘toen.’ Ene Piet die na de oorlog net als hij ‘met toekenning van pensioen uit dienst gestapt na een heleboel moeilijkheden’ en naar Canada geëmigreerd en daar een nieuw leven opgebouwd. De brief zat ergens in een envelop tussen de brieven van mijn vader en was er kennelijk door mijn moeder aan toe gevoegd na het overlijden van onze vader in 1974.

Het luikje was dus een klein beetje opengegaan eind 1972 in een brief aan Piet Barzelay in Pictou Canada. Piet schrijft hem begin januari terug en besluit de brief liefdevol, vaderlijk bijna:

Ik heb nog wel het een en ander te vertellen, maar wil daarmee wachten totdat ik weer wat van jou gehoord heb. Bedankt voor het schrijven Ko. Ik vond het reusachtig, en als je weer eens een paar minuten tijd hebt, klim in de pen he? Met hartelijke groeten, ook aan de familie, Piet

27 November 1974 overleed onze vader, onze moeder overleed ruim 30 jaar later in 2006. Tussen de brieven die we na de dood van ma vonden in de linnenkast zat ook de blauwe luchtpostbrief uit 1973 van Piet Barzelay uit Canada. Ik vroeg me af wat pa geschreven zou kunnen hebben en of er nog meer brieven zijn verstuurd en of die Piet op de hoogte was van het overlijden van pa in 1974. Dat pa een fatale hartaanval kreeg na een gesprek in Rotterdam met een ouwe maat en dat hij ruim een jaar voor zijn dood reageerde naar een maat uit de OnderZeedienst van vroeger geeft aan dat het luikje naar ‘toen’ niet helemaal dicht is gebleven.

In het zakagendaatje van Pa dat wij aantroffen na zijn dood las ik aantekeningen van wat hij zoal had gedaan in het jaar 1974 en teksten die hij blijkbaar mooi vond of die hem troostten. Bijbelteksten. En deze van Augustinus:

Ons hart is van binnen onrustig. Totdat het rust vindt in U.

Dat we anno 2025 een paus hebben die Augustijn is, in de tijd dat ik aan het schrijven ben over mijn vader vind ik wonderbaarlijk: het bewijs dat toeval niet bestaat en dat alles met alles verbonden is, dat niets verloren gaat. Het ontroert me. Die onrustige pa van ons, die kinderlijk gelovige man: voor zoveel bang geweest maar niet om te sterven: zijn rust gevonden.

Laatste Oorlogsverhaal J. A. de Bruine? Nee 22 mei 2025 komt er nog eentje in de serie Wiskes over het Oorlogsverleden van mijn, onze vader Johannes Arie de Bruine. 22 Mei, de dag dat Pa terug kwam na zes jaar in 1945. Met de verhalen van de kinderen Gilles, Didi en Adrie over die dag opgetekend in een herinneringsboekje ter gelegenheid van de 100e geboortedag van pa, samengesteld door Bouke Meindersma en uitgedeeld op de familiedag 5 april 2009 in Luttenberg. Wordt vervolgd dus… woensdag 22 mei.

Voor de hele serie Oorlogsverhaal J. A. de Bruine naar beneden scrollen of wildebruine.blog

6. De maan. Oorlogsverhaal van J.A. de Bruine

Er werd niet over gesproken’, de woorden zijn vaak langsgekomen in de afgelopen weken dat 80 Jaar Vrijheid herdacht en gevierd werd. En wat een verhalen kwamen er te voorschijn. Verteld, gefilmd, gespeeld, uitgebeeld in kunst, in gedichten. En. Wat werd het vaak gezegd, dat er ‘nooit iets over verteld’ is.

Echte helden getuigen zelden. Maar dat is niet de reden dat er gezwegen werd. Het is niet per se bescheidenheid.

‘Praat er over.’ Maar moet dat? Is dat beter? Is het laten rusten van het verleden niet verstandiger? En hoe komt het dat mensen er niet over willen of kunnen praten?

Voor Gilles, Didi en Adrie gingen slapen en voor moeder de Bruine de gordijnen dicht deed, keken ze nog even uit het raam. Als ze de maan zagen zwaaiden ze samen naar de maan. Aan de andere kant van de wereld zag papa de maan ook. Zo waren ze met elkaar verbonden. Zwaaien naar papa.

Het verhaal van de maan is inmiddels ons familieverhaal. Ik doe het ook, deed het ook toen mijn zoon in een ver land was, samen met mijn kleinzoon: zwaaien naar de maan, naar papa. Het hoeft niet ver weg te zijn, voor het slapengaan even naar buiten kijken naar de maan en denken aan iemand die je lief is. Anno 2025 kun je dan zelfs een foto sturen van het moment: Ik denk aan je, ik vergeet je niet, we zijn verbonden.

Het verhaal van de maan herinnert aan onze familiegeschiedenis. Drie kindertjes bij het raam, zwaaiend naar de maan, naar papa: het verhaal van toen, van de oorlog.

J.A. de Bruine heeft ons met veel vragen achter gelaten. Dat is eigenlijk het oorlogsverhaal van onze pa. Vragen. Wat is er toch allemaal met je gebeurd? En hoe heb je helemaal in je eentje, in jezelf, met jezelf, de weg teruggevonden om weer mens te worden, een vrolijke liefdevolle vader en echtgenoot, de papa waar ik zo van hield en hou?

Het zij zo. Het is goed. We hoeven niet alles te weten of te begrijpen. We weten niet hoe het precies zit en of het kan maar we zwaaien gewoon naar de maan.

Wordt vervolgd….

Het oorlogsverhaal van J.A. de Bruine in 7 verhalen/Wiskes/blogs, zie voor de eerste vijf verhalen http://wildebruine.blog_

Foto: Rutger Saathof: Moederdag 11 mei 2025, 22.15

5. Het ministerie van Defensie. Oorlogsverhaal van J.A. de Bruine

De vader had dan niets verteld, het ministerie van Defensie kon precies vertellen waar, wanneer marinenummer 02969/10059 geweest was in de oorlog. Tot op de dag nauwkeurig is er van iedere militair van de koninklijke marine, koninklijke landmacht, koninklijke luchtmacht c.q. koninklijke marechaussee een registratie van de staat van dienst.

In juli 2010 heb ik de gegevens van mijn vader opgevraagd. Twee maanden later kreeg ik ze. Met exact de bewegingen van pa op zee van 1926 tot 30 juni 1947, de dag dat hij eervol wordt ontslagen uit de zeedienst ‘wegens ongeschiktheid uit hoofde van gebreken’. (Thuis werd verteld dat het vanwege zijn doofheid was, ‘het geluid van de bommen’, maar het zou me niet verbazen als ook zijn psychische gezondheid een rol heeft gespeeld bij zijn afkeuring.) Bij de gegevens ook zijn decoraties. De bijbehorende oorkondes hebben bij ons altijd in de kamer gehangen in een mooie lijst, achter glas. Ik heb ze eigenlijk nooit goed bekeken. Het waren het Oorlogsherinneringskruis met de gespen Krijg ter Zee 1940-1945 en Javazee 1940-1941 en twee Koninklijke Vermeldingen bij Dagorder van de Hr. Ms. Soemba en de Hr. Ms. Tromp.

– – – De Bruine, Johannes Arie – – – was als 17-jarige het leger ingegaan als lichtmatroos. Een jaar later werd hij geplaatst op het wachtschip Vlissingen. Voor de oorlog was hij op verschillende schepen actief met name bij de Onderzeedienst, de OZD. Hij klom op van lichtmatroos tot kwartiermeester en werd in oorlogstijd bootsman. Nauwkeurig wordt tot 1942 vermeld wanneer de keerkring gepasseerd wordt. Dat was in 1928 de eerste keer. Op 13 maart 1942 passeert pa aan boord van de Abraham Crijnssen op weg naar Australie nogmaals de keerkring. En dan worden de gegevens vaag. Net als zijn brieven. Vanaf december 1942 tot mei 1945 was hij gestationeerd op de Hr. Ms. Willem van der Zaan. Het passeren van de keerkring wordt niet meer verteld. En dat moet toch regelmatig gebeurd zijn. Want ik lees op internet dat de Willem van der Zaan was toegevoegd aan het Britse Arabian-Bengal-Ceylon eskader. ‘De Willem van der Zaan escorteerde drie jaar lang individuele schepen en konvooien van en naar Colombo.Op 12 oktober 1944 vertrok de Willem van der Zaan richting het Verenigd Koninkrijk. De overtocht bracht het schip langs de havens van Bombay, Aden, Suez en Gibraltar. Op 16 november van dat zelfde jaar arriveerde het schip veilig in de monding van de Thames.’

Hoe was het aan boord van de Willem van der Zaan? En wat hield dat escorteren in? Het Arabian-Bengal- Ceylon hield zich bezig met mijnen leggen en vegen. Wat was dat precies? Hoe ging dat? Was het eigenlijk een vrij ongevaarlijke klus? Er zijn geen slachtoffers gevallen in deze periode op de Willem van der Zaan immers.

Waarom was ik toch zo ongeïnteresseerd toen het nog kon: vragen.

Een lijst met gegevens, getallen en cijfers. Gegevens waar je ook vragen bij kunt stellen. Veel vragen. Het verhaal ontbreekt.

Als Nederland wordt bevrijd op 5 mei bevindt marinenummer 0269/10059 zich in Londen op de Willem van der Zaan. Een paar dagen later wordt hij geplaatst op de Walcheren. Die zal hem naar Rotterdam brengen. En dan. Naar huis. Eindelijk.

wordt vervolgd

4. De brieven. Oorlogsverhaal van J.A. de Bruine

Ze lagen in de linnenkast. Op de bovenste plank. Achter de lakens en de slopen. Het hagelwit, keurig gestreken beddegoed. We wisten het allemaal. Wij, de kinderen. De brieven van pa. We spraken er niet over. Als er naar gevraagd werd hoorden we dat we dat later wel zouden lezen. Pas na de dood van onze moeder hebben we ze kunnen lezen. Een stapeltje brieven in een grote witte envelop.

De originelen liggen in de dekenkist bij onze jongste broer met fotoboeken en de oorkondes die aan de wand hingen. De oudste broer en de zussen kregen kopieën. Bij mij liggen ze in het bureautje ‘van bij ons thuis’ in een bruine leren map. Ik heb ze gelezen en in de goede volgorde gelegd.

Bovenop ligt de afscheidsbrief van zijn ongeneeslijk zieke vader, onze opa, uit 1938, met als aanhef Geliefde Zoon, een grote zwierige G, eindigend met heilwenschen, je Vader

Dan volgen twee brieven uit 1939, lange intieme brieven van 4, 5 kantjes vol liefde. Dank voor de ontvangen brieven, blijkbaar was er regelmatige en uitgebreide briefwisseling‘ : Ook vandaag twee brieven van je gehad, daar was ik blij mee hoor’, lieve woordjes voor zijn lieveling, vragen naar de kinderen, ‘de koekjes’, tekeningetjes voor hen en hartjes, verslag van bezigheden en voortgang van de cursus voor bootsman. Groeten voor alle familieleden en bekenden en verlangen naar het weerzien, hopende je gauw weer in mijn armen te hebben.’

Een paar brieven uit april 1940, ook deze brieven ademen liefde uit maar vooral heimwee, en ongeduld naar het weerzien dat hopenlijk spoedig zal plaatsvinden. En dan een korte brief van 17 oktober 1940, Na maanden in een martelende onzekerheid te hebben gezeten eindelijk rust. Schat, ik ben zoo blij. Was er kapot van. Goddank. We zullen elkaar weerzien.’ Blijkbaar was er eindelijk weer een bericht uit Holland gekomen. De post liep via Amerika Box 45 California.

Dan wordt het stil, een paar Rode Kruis berichten, van mijn moeder aan pa met de hand geschreven, en een bericht van het Rode Kruis van 21 juni 1942 aan mijn moeder met de mededeling dat zij een keer in de veertien dagen een bericht mag sturen op een formulier: Voorts deel ik U mede dat mij nog geen bericht omtrent eventueele verliezen a/b van de Hr. Ms. Tromp heeft bereikt; U kunt er evenwel van verzekerd zijn, dat eventueel bericht aangaande J.A. de Bruin onverwijld te uwer kennis zal worden gebracht.

Mijn moeder en mijn vader verloren het contact. Leefden allebei in onzekerheid: leef je nog?, waar ben je?, hoe is het met je? Het laatste Rode Kruis bericht is uit 1943. Hoop en vertrouw op spoedig weerziens.

En dan een brief van mijn moeder van 7 mei 1945, net na de bevrijding geschreven. Onderaan ook een paar zinnetjes van Gilles en Zus. En ma: Die onzekerheid dat ik niet weet of je er nog bent maakt de feestvreugde wel minder.’

De hoop dat hij terug zal komen is er nog steeds: In Katwijk is ene Huig v Duim aangekomen uit Engeland en daar breng ik deze brief, ik ben benieuwd of hij nog iets van jullie schip weet, want wat heb ik om jou in angst gezeten, dan weer gezonken, dan weer niet. Als ik nu maar wist dat je er nog was.

Twee weken later zou pa de Bruine voor de deur staan. Pa zat al lang niet meer op de Tromp. Waar was hij dan wel geweest? Wat had hij al die tijd gedaan? En wat was er met hem gebeurd?

Vragen die niet zijn gesteld. Niet aan pa. Maar ook had ik onze moeder vragen willen stellen. Waren dit alle brieven? Hoe kreeg ze die? Waarom deze bewaard?

En waar is dat oorlogstrauma opgedaan?

De brieven ademen liefde en tederheid. Verlangen. Geloof. En hoop

‘Wees nooit ongerust over mij

Wordt vervolgd

3. De spannende ontsnapping van de Abraham Crijnssen. Oorlogsverhaal van J.A. de Bruine

Het moeilijkst te camoufleren was de mast en schoorsteen

Bij de schermutselingen voorafgaand aan de slag op de Javazee was Ko, zoals hij door zijn maten genoemd werd, licht gewond geraakt. Hij verbleef voor zijn herstel in de kazerne Goebeng in Soerabaja. Op 3 maart 1942 na de verloren Slag in de Javazee begon in Soerabaja de vernietiging van alle gebouwen en van materiaal dat van waarde kon zijn voor de Japanners. Een paar dagen ervoor was het grootste gedeelte van het marinepersoneel al geëvacueerd per trein naar Tjilatjap en vandaar per schip naar Australië. In de haven van Soerabaja lagen nog drie mijnenvegers. Van hogerhand kregen de commandanten de opdracht dan wel het schip te vernietigen, uit te wijken of te ontsnappen. De bemanning was vrij om te gaan.

Onze vader die op een fiets vanaf de kazerne in de haven een kijkje kwam nemen werd aangesproken door wat de commandant van de Abraham Crijnssen van Miert bleek te zijn. Of hij mee ging. Ontsnappen. Van Miert had een plan bedacht hoe. Maar tot zijn verbazing kreeg hij zijn bemanning niet mee. De helft besloot niet mee te gaan, omdat ze liefje of vrouw en kinderen in Indie hadden. En de ‘Indische jongens’ dat sprak voor zich. Van Miert ronselde in de haven, in café’s, kampongs en overal waar hij maar mensen kon krijgen. Mijn vader twijfelde niet. Hij ging aan boord en begon mee te helpen aan de werkzaamheden om de vluchtpoging tot een goed einde te brengen.

Er werden van Schiedamsgaren grootmazig netten gevlochten die over het hele schip heen getrokken werden. Op deze netten werd een laag takken en soms hele stukken boom aangebracht, buitenboord afhangende tot op de waterlijn zodat het voor een buitenstaander onbekend was dat daar een schip onder zat. Vrijdag 6 maart was de grote dag. Bij de opgeraapte bemanning was een stuurman van de koopvaardij en een verpleegster uit het plaatselijke ziekenhuis. Er waren kippen aan boord, een aapje, jonge hondjes en eenden. De commandant die ‘s avonds nog even in de stad was had de Jappen op de Wonokromibrug de stad in zien marcheren. Dat was half tien in de avond van de 6e maart. We voeren direct weg richting de Gili’s een groep kleine eilandjes aan de Oostpunt van Madoera wat onze eerste ankerplaats zou zijn. Het ontvluchtingsplan was zo in elkaar gezet dat we ‘s nachts zouden varen en overdag zo dicht mogelijk onder de kust voor anker zodat het precies een eiland leek in plaats van een schip. De eerste nacht passeerden we, vanwege de camouflage ongezien 6 Japanse torpedo-bootjagers, die opstoomden naar Soerabaja.*

De camouflage moest onderweg een paar keer ververst worden. De bemanning moest zo stil mogelijk blijven. Na een paar spannende nachten bereikte de het schip de Indische Oceaan en ‘werd de hele bomentoestand over boord gewipt’. Op 15 maart arriveerde de Abraham Crijnssen in Geraldton Australië.

Van matroos J de Rooy is een uitgebreid verslag over de reis. Ik kreeg het verslag opgestuurd door stoker F Bouwmeester uit den Helder, die mij in 2001 een brief schreef over de ontsnappingsreis van de Hr. Ms. Abraham Crijnssen. Ik had hem ontmoet tijdens een bezoek aan het Maritiem Museum in Den Helder waar het schip te bezichtigen is en waar ook de film te zien is ‘Een eiland ontsnapt.’

Wij kenden het verhaal van onze Pa, een van de weinige. En summier. Hij had er wel bij verteld dat ze doodsbang waren toen ze dwars door de Japanse linies voeren. Dat ze op hun knieën lagen om te smeken dat ze niet zouden worden opgemerkt. Om er aan toe te voegen dat hij niet begreep dat de kerk waar hij lid van was ruzie aan het maken was over theologische kwesties. Terwijl het oorlog was.

wordt vervolgd

Overdag camouflage verversen en aanvullen.

Een deel van de bemanning, links boven? Johan de Bruine (Ko). Onderaan de verpleegster en naast haar de commandant van Miert. In totaal 58 mensen.
  • Verslag van matroos van Rooy
  • Foto’s van stoker F Bouwmester
  • Maritiem Museum Den Helder
  • Koninklijke Marine in de 2e Wereldoorlog
  • Kerkscheuring 1944: de zogenaamde Vrijmaking, de scheuring in de Gereformeerde Kerken die leidde tot het ontstaan van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt.

2: Eindelijk Thuis. Oorlogsverhaal van J.A. de Bruine

De man van de foto op het kastje was dan eindelijk thuis. Maar al heel gauw bleek dat de papa waar ze zo naar verlangd hadden, voor wie ze bij het slapen gaan gebeden hadden iedere avond, helemaal niet zo’n aardige en lieve papa was, zoals ze hadden gedacht en zoals hun moeder had verteld. En op de foto leek hij ook niet: zo vrolijk, zo vriendelijk, zo aardig was hij helemaal niet.

Doodsbang waren ze voor hem. Schreeuwen, slaan, schoppen. En doorgaan met slaan en schoppen. Niet stoppen. Zonder eten naar bed, of met brood en water naar zolder. En als je dacht nu is hij rustig kon het zo maar weer helemaal los gaan. Het geluid van een krakende beschuit, een gebogen rug, per ongeluk verkeerd kijken of iets zeggen. De storm kon zo maar opsteken om niets. Een wild gevaarlijk beest, dat los brak.

Je heil zoeken bij je moeder of inwonende opa was niet aan de orde. In tegendeel dan waren die aan de beurt.

Er kwamen ook nog drie kinderen. Na de kinderen Gilles, Didi en Adrie van voor de oorlog de kinderen van ‘na de oorlog.’ Ik ben de middelste, geboren in 1949. Wij van na de oorlog, zus Rieteke mijn jongere broer Hans en ik dachten de laatste stuiptrekkingen van de woeste vader mee gemaakt te hebben. We dachten de dans ontsprongen te zijn. Maar op latere leeftijd ontdekte ik dat dat niet het geval was. Dat je je niets kan herinneren zegt niets. Je lijf vergeet niets zei de haptonome. Bang, onveilig, op je hoede zijn, je dood houden, je onzichtbaar maken, pleasen. En naar buiten gaan waar je niets kon gebeuren.

We waren altijd buiten. En jij liep jaren vaak alleen in een hemdje en een onderbroekje, ma kon het helemaal niet aan, hoorde ik van mijn zus Rieteke die 9 maanden na de terugkomst van mijn vader was geboren. Zij stierf in 2017, en een van de laatste keren dat we met elkaar uit waren spraken we bij een bezoek aan het museum in Gorssel over vroeger. Ze wist toen nog niet hoe ziek ze was. We spraken over hoe het was thuis vroeger. Over de woedebuien van Pa. We moesten er vreselijk om lachen, hoe hij op tilt kon slaan omdat onze moeder rode besjes bij de pudding had gedaan, of zuurkool op tafel, we konden niet ophouden te lachen. Een lachbui, en dat wisten we van binnen allebei, die eigenlijk een huilbui was. Om de verschrikkelijke dingen: het slaan, het schoppen, het schreeuwen, de angst, de onrust, de onveilige jeugd. Het onveilige thuisgevoel waar we het leven mee in zijn gegaan, en wat onze levens gekleurd heeft en bepaald.

En dan het ingewikkelde: als je mij vraagt wie heeft je geleerd wat liefde is, dan is het diezelfde pa. Wat hield ik van mijn vader. Als ik naast hem zat in de kerk, met mijn handje in zijn hand vol bruine vlekken, zo fris ruikend, zo mooi was hij. Zo als hij mij noemde met zijn koosnaam voor mij, Wisje. Hoe hij het voor me opnam toen ik een schooladvies kreeg voor de mulo in plaats van het gymnasium. Hoe blij hij kon zijn omdat de zon scheen, hoe ontroerd hij was toen ik een kind kreeg. Hoe hij kon fluiten in de straat op weg naar zijn werk. Hoe blij hij kon roepen naar zijn hondje. Wat hield ik van mijn pa.

De duivel, het kwaad dat in hem was, was groter dan hij. Het heeft jaren geduurd voor dat het wilde beest in hem tot rust is gekomen, is gaan liggen. Heel af en toe was er nog zo’n vlaag, maar nooit lang, niet meer zo heftig. Maar altijd onrustig. Soms reed hij naar het water om rustig te worden. De oude zeeman. Hij stierf op 65-jarige leeftijd. De avond voor zijn fatale hartaanval had hij bij een oom in Rotterdam iemand getroffen uit zijn oorlogsverleden waar hij uren mee had zitten praten, ver bij de andere visite vandaan. In het ziekenhuis, maakte hij grapjes. Ik dacht dat je vader uit ging stappen Wisje. Zijn arm met de tattoo van een anker aan de slangen. Kort daarna zou hij de fatale klap krijgen. Hij was niet bang te sterven. Hij had een kinderlijk geloof. Het beeld van mijn vader voor het bed in zijn lange witte onderbroek op zijn knieën en zijn gevouwen handen voor zijn hoofd zal ik nooit vergeten. Het verhaal van de oorlog is mee zijn graf ingegaan. De dokter verklaarde dat onze pa een totaal versleten hart had. Kon heel goed dat dat van zijn onverwerkte oorlogsverleden was, zei hij.

wordt vervolgd

1. Oorlogsverhaal van J.A. de Bruine

Kom vanavond met verhalen, hoe de oorlog is verdwenen en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen. (Leo Vroman)

De komende maanden gaan we 80 jaar vrijheid vieren. Het is met schroom dat ik het oorlogsverhaal van mijn vader Johannes Arie de Bruine ga vertellen. Moet vertellen. Het oorlogsverhaal van mijn vader J.A. de Bruine, het verhaal van ons gezin.

In de komende weken zal ik iedere maandag een stukje van het verhaal schrijven. De laatste aflevering in de week van 22 mei, de dag dat mijn vader na zes jaar terugkwam uit de oorlog, in Katwijk aan de Rijn. Vandaag de eerste.

BEVRIJD maar niet VRIJ

In de Elisabethbode had een oproep gestaan om oorlogsverhalen op te sturen. Mijn moeder wees me er op. Ze zou het wel mooi vinden als het bijzondere oorlogsverhaal van Pa verteld zou worden.

Pa was al jaren dood. Op 65-jarige leeftijd stierf hij in 1974 aan een hartaanval. Nauwelijks had hij gesproken over die jaren 1939-1945. Als er naar gevraagd werd reageerde hij geïrriteerd, naar reünies van de marine ging hij niet, mensen die over de oorlog begonnen meed hij. Mijn moeder kon dus niet eens heel veel vertellen over het verhaal van onze vader. Ik vroeg haar ‘haar verhaal’ op te schrijven. Dat deed ze. Ik beloofde dat ik er naar zou kijken en het over typen en op sturen. Ma had beschreven hoe haar man voor de oorlog naar Indie was vertrokken. Zij zou volgen na de geboorte van de baby die in haar buik groeide. Ze zou met de drie kinderen haar man achterna gaan. Voor het zo ver was brak de oorlog uit. Het zou zes jaar duren voor ze haar man terug zou zien. Het kleine meisje dat in 1939 geboren was zou haar vader pas op zesjarige leeftijd voor het eerst zien. Mijn moeder had het mooi beschreven. Hoe ze altijd geweten had dat hij nog leefde ondanks de verhalen van de Duitsers dat zijn schip vergaan zou zijn. Dat ze daar iedere dag voor gebeden had. Dat haar gebed was verhoord. Ik heb het stuk letterlijk overgetypt en opgestuurd naar de Elisabethbode.

In de speciale uitgave van de Elisabethbode ter gelegenheid van Bevrijdingsdag was het inderdaad geplaatst. Maar mijn moeder was absoluut niet te spreken over het stuk. De redactie had het enigszins aangepast. Blijkbaar had de redactie tussen de regels gelezen wat ze zelf liever niet had geschreven. Ze had haar stukje afgesloten met: de eerste jaren na de oorlog waren niet gemakkelijk. Mijn man was zo veranderd na wat hij had meegemaakt. De redactie had het haarfijn aangevoeld. Ze hadden boven het stukje gezet: Bevrijd maar niet vrij. Dat stond mijn moeder helemaal niet aan. Maar het was wel precies zoals het was.

Mijn moeder was redelijk ongeschonden de oorlog doorgekomen, dankzij haar vader, lieve opa voor de kinderen, en haar zus Rie die haar met raad en daad ter zijde stond. Ze hadden het bombardement meegemaakt in Rotterdam en de hongerwinter. Maar het was niets in vergelijking met de oorlog in het huis aan de Valkenburgse weg 11b Katwijk aan de Rijn die begon met de terugkeer van de man die zo onbevangen en onbevreesd was weggegaan naar zee, de lieve, knappe, vrolijke man van wie ze zo hield, maar die zo veranderd was, zo verschrikkelijk veranderd…

Wordt vervolgd..

* Foto: Johan de Bruine 1936 ( geboren 5 april 1909 in Den Haag)

* Elisabethbode: Christelijk blad over geloof voor mannen en vrouwen met protestantse achtergrond.