door het oog van de naald

De lakschoentjes met vetertjes staan symbool voor haar gelukkige jeugd. Haar ouders waren dolgelukkig toen ze op de wereld kwam. Blij met het kleine meisje, iedere dag opnieuw. Een veilig warm nest. En ze mocht de wijde wereld in op die mooie veterschoentjes. Er op uit en van alles ondernemen, onderzoeken, proberen. Vallen en opstaan en papa of mama maakt de vetertjes weer vast. Niet bang zijn. Doe maar. Leef maar. Woeker maar met je talenten. Een mooi begin van een mooi leven. Een ‘rijk’ leven.

Ze sprak na de vrouw die ook al zo begenadigd was: getalenteerd en ook nog rijk in de letterlijke zin van het woord. ‘Altijd uitgaan van je eigen kracht, je niet vergelijken met anderen, goed luisteren, kijken en voelen naar wat er om je heen gebeurt.’ ‘Als je veel hebt gekregen heb je ook veel te geven.’

Er wordt gezegd dat je steelt van de armen als je rijk bent. In de bijbel staat dat het ‘gemakkelijker is voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ Onmogelijk dus. Ook als je er van uit gaat dat met de naald het nauwe stadspoortje in de stadsmuur wordt bedoeld.

En toch

En toch zijn er mensen die alles mee lijken te hebben: getalenteerd, gezond, knap, geliefd, gelukkig en ook nog rijk, die het koninkrijk der hemelen op aarde lijken waar te maken. Door te delen, te geven, te inspireren, te zijn wie ze zijn, zoals ze zijn, wat ze zijn. Omdat ze alles wat ze mee hebben gekregen en ontvangen niet voor zichzelf houden maar uitdelen. Rondstrooien. Met gulle hand.