
‘Drieëntwintig.’ Schoondochter bedoelt dat ik nu al voor de 23e keer vertel, hoe wijs ik ben met mijn elektrische fiets. Een gewoonte, een eigenschap van me: blijven vertellen hoe mooi dat boek van Franco Faggiani is; hoe goed ik Alex Roeka vind; wat fantastisch het concert met Dilana Smith was; hoe blij ik met mijn peperdure nieuwe wandelschoenen ben; hoe grappig ik kleindochter vind; hoe trots… Ik kan nog wel een poosje doorgaan. Ik voeg er meestal aan toe dat ik het ‘niet vaak genoeg kan zeggen.’ Ik zeg schoondochter dat ze zich geen zorgen hoeft te maken dat ik vergeetachtig word, maar dat ik nou eenmaal graag en vaak vertel over de mooie dingen des levens en dat ze blij mag zijn dat ik niet alleen maar zeur over alle ongemakken van het ouder worden.
Om op de elektrische fiets terug te komen. Ik geniet daar inderdaad met volle teugen van. In minder dan een maand tijd ben ik op alle mooie plekjes rondom Nijverdal, Hellendoorn geweest. En ik houd niet op te zeggen in wat voor mooie omgeving we hier met elkaar wonen en wat een wonderschone herfst we meemaken dit jaar.
Vorige week fietste ik met mijn vriendin in de omgeving van Lochem, daar zag ik een adembenemende rij bomen. Ik vertelde mijn vriendin dat ze me deden denken aan de lange rij populieren achter het huis in Katwijk waar ik woonde als kind. Ik hield van het ruisen van de bomen. Wat was ik daar een gelukkig kind: de groentetuin, de kippen, de hond die om het huis scharrelde, de kinderen waar we mee speelden op straat, het kleine schuurtje naast het huis waar ik met vriendinnetjes mijn eerste clubje oprichtte. Rommelen om het huis. Op een kleedje spelen in het gras onder die ruisende populieren.
Ik vertelde mijn vriendin ook hoe ziek van heimwee ik was toen we ineens uit het niets gingen verhuizen naar Brabant. Mijn zusje, broertje en ik werden tijdens de verhuizing een week lang ondergebracht bij een voor mij vrijwel onbekende tante in Rotterdam. Een week lang hield ik het eten niet binnen, huilde ik tranen met tuiten, kon ik niet slapen: was ik doodongelukkig.
Gelukkig zag ik na een week papa en mama terug in het nieuwe huis in Tilburg, samen met mijn grote zus en de hond en de spulletjes. En gelukkig hervond ik ook in Tilburg weer een ‘thuis’, kwamen er nieuwe vriendinnetjes en clubjes, zoals de padvinderij. Maar ik bleef altijd een beetje terugverlangen naar dat huis aan de Valkenburgseweg in Katwijk aan de Rijn. Dat leven in een dorp, waar iedereen wist wie je was.
Ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Weet wat je doet als je met jonge kinderen gaat verhuizen, als je kinderen uit huis plaatst, als je kinderen uit hun vertrouwde omgeving haalt. Doe het niet. Liever niet.