
Koud was het vanmorgen. Ik hou er niet van. Ben er niet voor gemaakt. Opstaan in een koud huis. Het maakt me weemoedig. Beetje verdrietig. Het is sowieso een beetje droevige dag. Vanavond zal voor het laatst in De Kleine Kapel het avondgebed gehouden worden. Bijna zes jaar geleden werd begonnen met avondgebeden op een plaats die de naam kapel nauwelijks verdient. Een eenvoudig ingerichte ruimte achter een pastorie van de kerk aan de Noetselerweg in Nijverdal. Een grote kaars, kaarsjes, een kunstwerk, een oude bijbel, een goa stok, een tafel met stoelen, boekjes, schrijfmateriaal, een koffiezetapparaat en een waterkoker met wat daarbij hoort. Apparatuur voor muziek. Niks bijzonders eigenlijk. Een klein groepje gelovigen verzorgde de gebeden en organiseerde een aantal activiteiten. Het werd een soort van geloofsgemeenschapje dat er voor zorgde dat de kapel iedere dag open was voor willekeurige bezoekers die er even wilden verpozen. Er voor zorgden dat de kapel er netjes uitzag en dat de avondgebeden konden doorgaan. In de corona tijd iedere dag. Daarna een paar keer in de week. Het bleef een klein groepje, dat afwisselend uitdijde en afslankte, maar met een vaste kern. Een groepje dat haar thuis vond in de kapel.
De pastorie wordt verkocht en daarmee verdwijnt het bestaan van de Kleine Kapel Noetsele. Als plek niet als ‘geloofsgemeenschapje.’ De kerk heeft een nieuwe plek aangeboden, een plek die vast ook een thuis gaat worden. Een warme plek. Maar vooralsnog overheerst de weemoed om wat voorbij is, om het afscheid van een plek, waar het goed was, waar mooie momenten werden beleefd.
Gewoon opnieuw beginnen. Toen ik vanmorgen naar buiten ging voor de ochtendwandeling, scheen de zon en werd ik langzaam warm. Toen ik langs de weilanden liep kwamen twee paarden naar me toe om geaaid te worden. Ze waren nog nat van de morgendauw. Ze bleven kijken terwijl ik mijn oefeningen deed. En terwijl ik onder een schitterende boog van herfstbomen naar huis liep bedacht ik dat onder de ritselende bladeren in de grond het nieuwe leven al weer bezig is zich voor te bereiden op de lente. Nog niets van te zien maar het is er wel. Zo zal het zijn. Ook voor de Kleine Kapel.