
Het was hoog tijd dat we elkaar weer eens zouden spreken. ‘We’ dat zijn een oud collega en ik. We spraken af bij De Jongens. Een horecagelegenheid aan de Grote Straat in Nijverdal. We namen koffie met niks erbij, want we moeten voorzichtig zijn met ons gewicht. Zoals altijd gingen we al heel snel de diepte in, in het gesprek. Over koetjes en kalfjes gaat het bij ons nooit te lang. Zo kwamen we ook op de plaatselijke politiek. Natuurlijk waren we het er over eens dat het een groot schandaal is dat in zo’n welvarende en gelukkige gemeente*, waar het noaberschap zo hoog in het vaandel staat er geen gastvrijheid is voor 200 vluchtelingen. We waren het er ook over eens dat de lokale politici gezwicht waren voor een stelletje schreeuwers en dat echt leiderschap om daadkracht vraagt en een rechte rug. Dat we geen oorlog willen, geen energietekort, geen mensen in nood, maar dat we als het er op aankomt we allemaal liever hebben dat schietoefenterreinen of windmolens of AZC ‘s ergens anders moeten worden geplaatst. Als het maar niet bij ons in de buurt is ! We filosofeerden er over of zo’n AZC bij ons voor de deur zou mogen worden geplaatst. Of wij vluchtelingen in huis zouden nemen. Daar over waren we wat minder beslist.
Een paar dagen na onze ontmoeting stuurde collega mij een mailtje waarin ze schreef dat ze nog had nagemijmerd over ons gesprek, ze had gevisualiseerd hoe het er uit zou zien als er achter haar huis een AZC of een windmolen zou komen. Ze was tot de conclusie gekomen dat ze eigenlijk geen haar beter was dan die tegenstanders van het AZC want dat ze er eigenlijk niet aan moest denken dat haar rustige en geriefelijke uitzicht zou bedorven worden door een groot afzichtelijk AZC of een windmolen. ‘Mijn liefdadigheid mag mijzelf niet te veel raken. Als ik eerlijk ben: Ik ben ook gewoon een egoïst.’
Ik denk dat het wel meevalt, ik denk dat als er iemand is die liefdevol is en ruimdenkend, zij het wel is. Ik denk dat als er in haar achtertuin een opvangcentrum zou komen zij een van de eerste vrijwilligers zou zijn die zich zou aanmelden. Zoals ik ook geloof dat als er in onze gemeente een AZC zou komen het aantal vrijwilligers niet aan te slepen zal zijn. En dat als dat Centrum er eenmaal staat het weldra een plaats is waar niemand het nog over heeft. Want om mij heen en in de plaats waar ik woon zie ik vooral hartelijkheid, gastvrijheid, meeleven, daadkracht, inventiviteit, aanpassingsvermogen. En warmte. En liefde. Veel liefde.
Laten we maar ophouden te wijzen met een verontwaardigd vingertje naar een ander, maar laten we proberen zelf degene te zijn die de wereld een beetje mooier maakt. WIJ zijn immers de wereld, WIJ zijn immers de tijden. *
Voor het nieuwe jaar 2025 wens ik jou Vrede en alle Goeds en als er in jouw leven wat minder vrede is of minder goeds, wens ik jou kracht, vertrouwen en geduld om het te dragen. En hoop. En geloof. En liefde. Heel veel liefde. Wiske ❤️
- Hellendoorn heeft de gelukkigste inwoners blijkt uit een onderzoek. Uit andere onderzoeken blijkt dat Hellendoorn tot de meeste welvarende gemeenten in ons land behoort.
- Van Augustinus is de uitspraak: ‘Scheldt niet op de keizer, scheldt niet op de tijden. Wij zijn de tijden. Wie bent u in deze duistere tijd? Hoe voeden de deugden uw handelen?’ Beatrice de Graaf verwijst er naar in haar Huizinga-lezing ‘Wij zijn de tijden’ over wat wij in tijden van crisis kunnen leren uit de geschiedenis. In het tv programma Buitenhof van 22 december jongstleden vertelde ze er over. Ze noemde de zeven basisdeugden waarop onze beschaving rust: beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid en moed, de vier Griekse basisdeugden waar later geloof, hoop en liefde aan zijn toegevoegd.