
‘Wat is er met K? Hij staat daar al een hele tijd in zijn tuintje. Onbeweeglijk. Af en toe schudt hij langzaam zijn hoofd en zucht hij diep. En heeft hij iets in zijn hand?’ ‘Mevrouw Spin weet u het?’ ‘Nee, ja ik heb het gezien, ik weet het ook niet. Het lijkt of hij verdrietig is, ik heb het meneer Eenkhoorn gevraagd, die had het ook al opgemerkt die dacht ook dat hij verdrietig was.’ ‘Wat vinden jullie? Moeten we iets doen?’ ‘Laten we meneer Eenkhoorn vragen om wat nootjes te brengen.’ ‘Ik ga bloempjes plukken.’ ‘Ja en we vragen mevrouw en meneer Merel om heel mooi voor hem te zingen.’ ‘ Ja dat is een goed idee, laten we dat doen, dat zal hem opfleuren.’ ‘En we vragen of het kleine vlindermeisje voor hem wil dansen in de zon!’ ‘Ja dat gaan we doen!’
Iedere zaterdagmorgen, trekt een clubje mensen uit de straat er op uit om met elkaar kloot te schieten. Een route van 6,5 kilometer, voor het grootste gedeelte door de bossen. Het groepje wordt verdeeld in twee teams. Het gaat er om in zo min mogelijk worpen die 6,5 kilometer af te leggen. Hoewel we vooral klootschieten om de gezelligheid, enige rivaliteit is er ook zeker. We hebben allemaal ons eigen bal, rood of geel, zwaar of minder zwaar, want in de ballen zit lood. En dat is handig, want het gebeurt regelmatig dat we moeten zoeken naar een bal in de bladeren langs het pad. Soms vinden we ondanks al het zoeken de bal niet. Dan rijdt iemand op de fiets na de wandeling met een metaaldetector naar de plaats waar de bal ongeveer moet zijn gevallen en dat wordt de bal altijd gevonden, soms op een heel andere plek, maar ook op de plek waar we echt alles meenden te hebben bekeken.
Zo waren we zaterdag de bal van J kwijt. En bij het zoeken naar de bal zagen we het. Een groen poppetje. Een kaboutertje. Op een houtje vastgemaakt, stevig en diep gestoken in de grond. Een hekje gemaakt van takjes en tiewraps. En! Een briefje met naam en adres. ‘Fam. K. Bouter Vierhuizenweg 1.’ We moeten vaker langs de fam K. Bouter gelopen zijn en nu viel het oog er op. We vroegen ons af hoe het daar gekomen was. Welk verhaal er achter zat. Een speurtocht? Een creatief kind?
Ik moest denken aan aan wat ik ooit las op een winkelruit in Leiden. Look closely, the beautiful may be small. (Kijk goed, de schoonheid kan in iets kleins zitten). J maakte de foto. En W het verhaaltje.