
Er was eens een heks. Een echte boze heks. Zij was gemeen en heel jaloers. Het meest jaloers was ze op de sterrenkoningin. De sterrenkoningin was immers erg mooi. Iedereen bewonderde haar. Iedereen hield van haar. Ze had een heleboel aanbidders en ze had natuurlijk de knapste man uitgekozen. Met hem kreeg ze zeven dochters en ook die waren allemaal even mooi. Ze dansten gracieus in het maanlicht voor de koningin. Iedere keer als er iemand lovend sprak over de sterren koningin en haar adembenemende dochters groeide de jaloezie van de heks. Ze zon op wraak. Ze bedacht een plan, een vreselijk plan.
Op een warme nacht toen het rustig was in het sterrenrijk vloog de heks naar het paleis. Ze ging op de tak van een boom zitten en keek vandaar door het open raam van de slaapkamer van de prinsesjes. Ze lagen in een diepe slaap na een zonnige dag. . Ze merkten dus niets van de fijne druppeltjes tovermiddel die over hen werden uitgestrooid door de heks.
De volgende dag trof de sterrenkoningin zeven lege bedjes aan. Er werd gezocht in alle hoeken en gaten op alle plekken in en rond het paleis en ver daar buiten. Maar nergens een spoor van de meisjes. Wel hoorden ze de schaterende heks en haar vreselijke woorden. Want in de vijver van het paleis bloeiden vanaf die dag zeven prachtige Indische Waterlelies. De sterrenkoningin was diep bedroefd. Niets en niemand kon haar troosten.
De waterlelies waren wonderschoon. ‘s Avonds gingen ze dicht. ‘s Nachts als ze niet slapen kon ging de sterrenkoningin vaak aan de rand van het water zitten om te denken aan haar meisjes.
Het was in een nacht dat het volle maan was. De koningin zat weer aan de rand van het water. De koningin meende dat ze beweging zag in het water. En hoorde ze daar niet muziek? Ze kon haar ogen niet geloven toen de zeven waterlelies heel langzaam opengingen en ze daar haar zeven dochters zag dansend in het maanlicht. Even maar, toen waren ze weer weg. De koningin had wel in het water willen springen, willen roepen, maar het was al weer voorbij.
Sindsdien gebeurde het vaker. Dansende prinsesjes in het maanlicht. Prinsesjes die niet van hun plaats konden komen. Voor altijd gevangen in waterlelies.
‘Wat een wreed verhaal‘, zegt de jonge vrouw tegen de oudere vrouw met rode pet naast haar op het bankje in het park. ‘Waarom zijn die sprookjes toch altijd zo wreed. Wat moeten kleine kinderen toch met zulke bangmakerij?’
De twee vrouwen drinken koffie uit kartonnen bekertjes met het logo van de Efteling. Na een diepe zucht antwoordt de oude vrouw: Ja, waarom stappen grote en kleine mensen in een achtbaan, waar ze gillend en krijsend ondersteboven hangen hoog in de lucht?’
De dames stappen op. De bekertjes worden teruggebracht. Ze kijken op hun telefoon.
,Waar gaan we heen? Verder door het sprookjesbos of naar de attracties? Komop oma, uit je bubble, we gaan naar de Baron!’
* Foto: De Indische Waterlelies: sprookje( 24) in de Sprookjestuin in de Efteling. Verhaal van de Belgische koningin Fabiola.
* De Baron: ‘Zeer enge’ topattractie in de Efteling Kaatsheuvel.