
Daar was je dan. Daar ben je. Het lijkt wel of je vliegt. Zweeft. Maar je bent er. Naar voren gestapt. In het licht. Vrij. Vrolijk.
Om je heen en daar op de achtergrond zijn ze nog steeds. Onduidelijke grijze en donkere vlekken. Schaduwen. Het zwart. Dat er altijd zal zijn. Die vlekken. Die gaan altijd met je mee. Zullen altijd om je heen zijn. Soms zwarter dan anders. Soms dichter bij. Grote en kleine. Beangstigend en dan weer op de achtergrond. Gewoon om dat ze er nou eenmaal zijn.
Maar wie is die andere figuur. De persoon met de rug naar je toegekeerd. Misschien omdat het tijd was om je los te laten? Om te gaan? Om je te laten gaan? Om niet meer alles te zien wat je doet en laat?
Maar wees niet bang. Die is niet ver weg. Die is net zo licht als jij. Die kan je roepen. En je kan er zelf naar toe lopen. Dansen misschien wel of zweven.
- Op een klein tekentabletje maakte kleindochter Anna met een krijtje in een paar minuten dit krijttekeningetje al vegend en tekenend. Daar maakte ik dit verhaaltje bij.