
Daniel Lohues vertelt in zijn nieuwe theatervoorstelling wat zijn moeder zei: pak het toch niet van me af.’ In het plat natuurlijk: ‘pak het tochnie vammie af.’
Zijn moeder ging ‘door het huis’ als hij op reis was. Als Daniel terugkwam moest het hele huis spic en span zijn. Ze vulde ook nog alles aan in de voorraad en in de koelkast stond eten voor de eerste dagen. Op de tafel een bloemetje met een briefje er bij.
Op een dag zei hij dat het afgelopen moest zijn met het geboen en gepoets in zijn huis. Een bloemetje en een gevulde koelkast was ok maar hij vond het niet meer nodig, het eigenlijk niet meer kunnen dat zijn moeder dat nog voor hem deed.
‘Pak me dat toch niet af.’
Op een dag zegt het kind: Zelf, ik wil het zelf doen, ik kan het zelf. Op weg naar groot zijn, op weg naar de volwassenheid. De ouders halen opgelucht adem. Goed zo, ik hoef je niet meer te voeren, je kan zelf je veters strikken. Maar het betekent ook dat je je er niet meer mee mag bemoeien ook als je denkt dat doe je niet goed. Je kiest de verkeerde vrienden, de foute partner, je leeft niet gezond, je werkt te hard, je voedt je kinderen niet op, waarom leef je in zo’n troep. De ouders zwijgen, de ouders doen hun handen op de rug. Ongevraagde adviezen zijn niet welkom, werken meestal averechts.
Gelukkig af en toe en als het uitkomt mag het wel, kan het wel. Op de kleinkinderen passen, klussen, raadgeven. Iets uit handen nemen. Meehelpen. Er zijn. Zorgen. Moederen. Vaderen. Een cadeau van kinderen aan hun ouders. Gun ze dat. Niet afpakken. Zolang het nog kan. Voordat de rollen omgedraaid zijn.