home-work-home

Hij verstond Nederlands. De taxichauffeur die ons naar het vliegveld bracht. Ik had hem aangesproken in het Engels, maar hij verstond Nederlands ‘hoor.’ Het vervolg van het gesprek verliep alsnog in het Engels want hij had niet lang in Nederland gewoond. In Rotterdam, daar had hij een beetje Nederlands geleerd. Hij had er een jaar gewoond en gewerkt. Toen was hij naar Spanje gegaan. Van oorsprong kwam hij uit Mexico. En ja hier voelde hij zich meer thuis. Het klimaat, de hele dag zon, dat maakte je blij, dat gaf een goed gevoel. Dat maakt je een ander mens. Het grootste verschil met Nederland? ‘In Nederland my life was home-work-home. Here my life is free, is outside.’ ‘I love my work, i love my life.’

Dat was te zien. Er zat een gelukkig mens naast me. Een vrolijke, vriendelijke jonge man met pet en goudomrande zonnebril. Ik kon me goed voorstellen dat het in druilerig Nederland minder goed toeven was voor een Mexicaan. Maar zijn woorden home-work-home bleven hangen. In de vakantiedagen in het bloedhete Spanje had ik iets van dat gevoel meegekregen. In de vroege morgen ontbijten op het terras tussen drukpratende dorpelingen, een paar uur later koffie op een ander terras, tussen de middag in het park, in de schaduw een broodje, en dan in de koelte de middag doorbrengen om na de siësta het dorp weer in te gaan en de de zee op te zoeken. De avondmaaltijd weer buitenshuis. Tussen de mensen en op de achtergrond muziek en de ruisende zee om daarna het bed op te zoeken en als een blok in slaap te vallen.

Buiten zijn, er uit gaan het doet goed. Het is een ander gevoel. Het maakt losser, makkelijker, levendiger. Vrijer. Het had even tijd nodig om over te schakelen, een nestje te maken, waar in je je kunt terugtrekken. Je thuis kunt voelen, veilig. At home.