voormalige bewoners

Eerst hadden ze er moeite mee. Daar te lopen. Vooral ZIJ. Moeite, ergernis, jaloezie, pijn. ‘Kijk nou wat er van onze straat geworden is, een rijkeluisbuurt, kakkers!’

HIJ was wijs geweest. Hij had opgesomd wat ze er allemaal voor terug hadden gekregen: een mooi appartement in het centrum, alles gelijkvloers, geen tuin om te onderhouden, geen stank van het restaurant achter het huis, geen lawaai van de trein, financieel alles voor elkaar en zelfs een eigen camper voor in de zomer.

Ze waren indertijd met stomheid geslagen toen ze hoorden dat bij de aanleg van de combitunnel alle huizen in de Steen van Ommerenstraat, hun straat!, moesten worden afgebroken om de werkzaamheden voor de toekomstige Salland-Twentetunnel mogelijk te maken. Zo had Leo ten Brinke het niet getekend! Dat was toch niet de bedoeling? Protesteren, boze brieven, acties, gesprekken met iedereen die er iets mee te maken had: het mocht niet baten. ZIJ had als eerste het verzet opgegeven. Het bedrag dat de gemeente er voor over had om hen uit te kopen was te verleidelijk, te aantrekkelijk. Als één van de eersten verkochten ze hun huis aan de gemeente. Ze vonden een mooi plekje in het centrum.

Nu lopen ze regelmatig door het parkje: een luchtje scheppen, want ze willen fit blijven. Stevig gearmd lopen ze over het pad door het parkje. Ze kijken hoe alles is geworden: de aanleg van het parkje, de bestrating, de huizen en de voortuintjes van de nieuwe bewoners. Ze houden stil bij de plek waar ruim 10 jaar geleden hun huis stond. “Ja hier was het, achter keken we uit op het restaurant. Het was een fijne buurt, een mooie tijd, maar het is goed zo. We zijn gezond, we hebben het goed. En we hebben elkaar nog.”

Het oorspronkelijke plan van Leo ten Brinke, links onder de Steen van Ommerenstraat
De Steen van Ommerenstraat vlak voor de aanvang van de bouw van de Combitunnel in 2010
De Steen van Ommerenstraat in oktober 2021

Uit de serie Voorbijgangers in het Leo Ten Brinkepark (8)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

de aardige vuurwerkman

“U mag hier helemaal niet lopen.” Uit het donker klonk een stem. Van onder mijn paraplu zocht ik waar de stem vandaan kwam. Ik onderscheidde een mensfiguur in een donker regenpak.

Ik had vorige week een brief ontvangen van de Organisatie Diepe Hel Holterbergloop met de mededeling dat de straat afgesloten zou zijn op zaterdagavond van 20.00 tot 21.30 uur in verband met de Night Run van 6,5 kilometer door en in de nabijheid van het centrum en dat dat voor enige overlast zou kunnen zorgen. Ik had de brief vluchtig gelezen en het woordje vuurwerkshow gemist. Ik had de rood-witte linten en borden wel gezien en had me voorgenomen even te gaan kijken langs de weg. Ik ben immers een groot sportliefhebber en van hardlopen en de Diepe Hel Loop in het bijzonder. Het is één van de mooiste sportevenementen hier in de omgeving in het jaar. Niets mooier dan hardlopers in allerlei soorten en maten en op allerlei manieren te zien lopen door het herfstachtige landschap op de Holterberg.

De Diepe Hel Loop kent inmiddels allerlei activiteiten naast de officiële Diepe Hel Loop op de zondag. Er is een Kidsrun, een Wandeltocht en dus ook een Night Run op de zaterdagavond.

De man in het donkere pak deed niet moeilijk. Hij wilde wel met mij meelopen naar de overkant van het park, hij hield het lint omhoog zodat ik niet te diep hoefde te bukken. Ik bedankte hem vriendelijk en vroeg hoe laat de vuurwerkshow begon. Een half uur later stond ik met kleindochter aan de rand van het parkje vol bewondering te kijken naar het vuurwerk. In het donker trokken de hardlopers voorbij. Stil. Slechts het geluid van hun voetstappen over het natte asfalt. Ze waren in een paar minuten voorbij. We bleven wachten want ze zouden zo weer terug komen op weg naar de finish in het centrum. Dan zouden we nog een keer vuurwerk te zien krijgen. Ook dat was in een flits voorbij. “Dat was het dames en heren”, sprak de vuurwerkman. Hij begon met het opruimen van de spullen, het oprollen van de linten en het bij elkaar zetten van de hekken. Het had alles bij elkaar nog geen uur geduurd. Maar ik had het donkere parkje nog nooit zo mooi verlicht gezien in de avond. “Komt u met Oud en Nieuw ook maar”, sprak een buurtbewoner. De vuurwerkman hoorde het niet, geloof ik. Hij sloeg zijn armen om zijn lijf. Hij had het koud. Hij was nat. Hij wilde naar huis.

Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (7)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

annie

Annie is een sportieve vrouw met een grote bos grijze krullen. Als je haar in de verte aan ziet komen zou je haar niet de leeftijd geven die ze heeft. Dat zie je wel als je dicht bij haar staat en als je goed kijkt hoe ze loopt zie je dat ze licht trekt met haar linker been.

Ze loopt dagelijks naar het dorp om boodschappen te doen. Die doet ze in haar rugzak.

Annie woont in het Rooie Dorp*, het wijkje aan de andere kant van het Leo ten Brinkepark. In het wijkje werden in de vorige eeuw de karakteristieke huisjes met de rode dakpannen gebouwd voor de arbeiders van textielfabriek Ten Cate. Tegenwoordig is het een gewilde wijk voor jongeren en jonge gezinnen. Als er een huisje te koop staat is het al verkocht voor het bord in de tuin staat en voor een prijs die een paar jaar geleden niemand voor mogelijk zou hebben gehouden.

Annie woont in haar straat het langst van iedereen en is één van de oudsten. Ik weet het omdat ze de buurvrouw is van een kennis van mij. Zodoende weet ik ook dat zij alle kinderen in de straat bij name kent. Ze onthoudt hun verjaardag en weet wanneer er iets te vieren valt en er een klein cadeautje gebracht moet worden. De kinderen bellen nooit voor niets aan voor de kinderpostzegels of een sponsorloop, voor een voedselactie voor arme mensen of een handtekeningenactie van school. Ze gaan dan weg met een centje en een snoepje, want naast de voordeur van Annie staat naast het busje met munten een trommeltje met lekkers. Het gevolg is dat iedereen blij is met Annie. En omdat Annie aardig is wil iedereen ook graag aardig zijn voor Annie. Zo werkt dat. Als haar tv het niet meer doet, komt de buurman even helpen, zware boodschappen hoeft ze zelf niet te doen, die nemen anderen voor haar mee. En als ze een paar dagen niet gesignaleerd is wordt er door het raam gekeken of aan de deur geklopt.

Iedereen houdt van Annie: groot en klein, mens en! dier. Ja ook de honden uit de buurt worden helemaal blij als ze haar aan zien komen: ze trekken aan de riem en beginnen te kwispelen, want straks gaat de hand van Annie in haar jaszak en dan verschijnt er een klein plastic zakje met honden snoepjes waar Annie er één, twee uithaalt. Niet meer. Een aai en een zwaai en dat was het. Annie moet door.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark(6)

*

Luchtfoto met links het Rooie Dorp, in het midden het Leo ten Brinkepark, en rechts de Vd Steen van Ommerenstraat. De ingang en de uitgang van de combitunnel zijn duidelijk zichtbaar.

Nb: De personen uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark zijn fictief, ze hebben zonder meer eigenschappen en kenmerken van mensen die hier voorbijgaan, maar niet meer dan dat.

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

meisje op fietsje

Het zijn drie zusje, of nichtjes, waarvan er twee ongeveer even oud zijn ongeveer en één duidelijk de jongste. De oudste twee kijken allebei naar de kleinste. Het meisje kijkt naar een fietsje in het midden. Het is de bedoeling dat het meisje daarop gaat fietsen blijkt. Het meisje stapt op. De zusjes staan ieder aan één kant. Een houdt het stuur vast, de ander het zadel. Allebei houden ze een hand op de rug. ze rennen met het meisje mee en laten haar na een poosje los. Als het meisje begint te zwieberen pakken ze haar direct weer vast. De zusjes geven bemoedigende klopjes op de rug en spreken de leerlinge onophoudelijk toe. Als het bijna lijkt te lukken valt ze toch. De zusjes zijn er direct bij om haar overeind te helpen. Ze vegen haar kleren schoon en inspecteren met een strenge blik armen, benen en de fiets.

Ze houden even pauze in het gras*. Maar meisje heeft de smaak te pakken en geeft niet op. Even later begint het van voren af aan: opstappen, twee handen aan het zadel, twee handen aan het stuur, handen aan het stuur langzaam los, handen aan het zadel één voor één los, handen in de aanslag om direct in te grijpen, twee hijgende meisjes naast de fiets… en zie daar, daar gaat ze! Helemaal alleen, beetje wankel, maar ze gaat, ze fietst!

De zusjes rennen juichend, springend met haar mee, handen in de lucht, klappend. Blij om hun kleine zus.

Neelie Kroes* zou trots zijn als ze hier in het Leo ten Brinkeparkje kon kijken naar dit ultieme voorbeeld van zusterschap: elkaar bemoedigen, blij zijn voor en met elkaar, trots zijn op het succes van de ander, van elkaar.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (5)

* Neelie Kroes is voormalig minister en Europees Commissaris die als vrouw haar mannetje heeft gestaan en op haar 80e nog steeds actief is. Een voorbeeld voor veel vrouwen: “Volg je hart en zorg als vrouw dat je je eigen boterham kunt verdienen” ( Forever Young, Matthijs Gaat Door 9 oktober 2021)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

man met hond

Als je je hond uit wilt laten ga je richting het *Doktersbos of naar het Stut bij het Ravijn waar een uitgestrekt honden losloop gebied is. In het *Leo ten Brinkepark komen mensen voor een korte uitlaat beurt. Met name oudere mensen, die in het centrum wonen maken een rondje door het park. Ze hebben vaak kleine hondjes, handzame hondjes die je in een mandje en zelfs tussen je voeten op je scootmobiel mee kunt nemen.

De hond loopt voor het baasje uit, snuffelt in het gras, onder de struiken, trekt aan de lijn als er een andere hond aankomt, blaft zo nu en dan, plast en doet zijn of haar behoefte. Het baasje pakt een plastic zakje en ruimt de poep op. Meestal dan. Want vaak liggen er toch hondendrollen in het gras. ‘s Morgens vooral. Hondenuitlaters die zich in het donker onbespied weten. Want overdag schromen de buurtbewoners niet op het raam te tikken of naar buiten te lopen als iemand “vergeet” de rommel op te ruimen. Een vriendelijk maar dringend verzoek.

De meeste hondenuitlaters houden zich aan de regels. Ze ogen gelukkig met hun huisdier. Zoals de oude mevrouw die constant met haar hondje in gesprek is. Het echtpaar dat het rondje vooral gebruikt om met iedereen een praatje te maken. De jongelui, die met mobiel in de hand de hond “effe” uit laten.

En dan is er een man, laat ik hem Piet noemen. Hij laat zijn hond een paar keer per dag uit, iedere dag. Het is duidelijk dat hij het als een corvee ziet. Hij kijkt altijd chagrijnig en ongeduldig. Als de hond zijn behoefte heeft gedaan, loopt hij snel terug na de boel opgeruimd te hebben. Hij loopt vaker langs, maar dan met vrouw en kinderen, zonder de hond. Dan oogt hij veel vrolijker. De vrouw of kinderen lopen nooit langs met de hond. Het zou me niet verbazen als vrouw en kinderen hem de kop gek hebben gezeurd om een hond. Dat hij uiteindelijk toegegeven heeft en nu de hond er is hij iedere dag opdraait voor het uitlaten van de hond. Of anders om? Hij heeft doorgedouwd dat er een hond moest komen en nu die er is mag hij hem uitlaten ook. Wat zou het zijn? Ik hou het op het eerste. Piet is gewoon een goeie vent. Hij houdt van vrouw en kinderen en van de hond. Hij heeft een hekel aan gezeur over wie de hond uit moet laten. Dus doet hij het maar. Met frisse tegenzin.

* Doktersbos en Het Stut zijn mooie stukjes natuur in Nijverdal. Het Ravijn is de naam van het zwembad aan de rand van Nijverdal

* Het Leo ten Brinkepark is een klein parkje op het tunneldak van de tunnel onder Nijverdal, waar het treinverkeer en het doorgaande verkeer op de N35 doorheen rijdt.

*Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (4)

Meer lezen uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

de snelwandelaar

Door het Leo ten Brinkepark* lopen per dag honderden wandelaars. Al die wandelaars hebben hun eigen manier van lopen. Sommigen hebben een heel eigen, karakteristieke manier die ik direct herken. Zo is daar een voormalig winkelier. Hij loopt heel veel en heel ver. En. Heel snel. Hij maakt geen grote passen, hij loopt bijna voetje voor voetje, maar in een rap tempo.

Ik denk niet dat je hem een snelwandelaar* kunt noemen. Hij gebruikt zijn armen niet zoals snelwandelaars doen. Snelwandelen schijnt net zo gezond te zijn als hardlopen. “Goed voor hart en longen, de bloeddruk, cholesterolgehalte en verlaagt de kans op diabetes”, lees ik. Je verbrandt twee keer zo veel calorieën als een gewone wandelaar, dus ook goed voor het gewicht.

In gedachten noem ik een jongeman wel “de snelwandelaar”. Hij maakt de typische armbewegingen. Hij loopt op sportschoenen, altijd in lange broek en jogging vest, in zijn hand een fles water. Ik heb eens een praatje met hem aangeknoopt toen ik in de tuin aan het werk was. Hij was even aan het uitblazen, normaal gesproken raast hij voorbij. Hij vertelde dat hij iedere dag wel een paar keer loopt, minstens een uur. Het maakt hem niet uit waar hij loopt als het maar niet te druk is. Ons parkje zit vaak in zijn avond rondje. Hij loopt vooral vanwege zijn slechte rug vertelde hij.

Toevallig zag ik hem vorige week weer voorbijlopen na hem een hele tijd niet gezien te hebben. De avond begon te vallen. Aan het eind van de straat was boven het uiteinde van de tunnel een prachtige wolkenlucht zichtbaar. Ik weet niet of hij daar oog voor had. Dat had hij ook niet voor mij, laat staan tijd voor een praatje. Ik denk dat het vochtige en koude oktoberweer zijn rug weer plaagt.

* Snelwandelen kent twee belangrijke regels: één voet moet altijd de grond raken en bij elke stap moet de knie van het voorste been gestrekt blijven totdat het helemaal onder het lichaam is.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (3)

patatje halen

Als Leo ten Brinke* die in 1975 het tunnelplan bedacht nu zou zien hoe het op een zondag in september 2021 in Nijverdal toe gaat, zou hij zijn ogen niet geloven. De winkels open, volle terrassen, muziek, oud en jong in korte broek en de cafés bezocht door opa’s en oma’s, vaders en moeders en kinderen. Kroegbaas en rebel Leo die op een bierviltje de oplossing tekende voor het verkeersprobleem op de Grotestraat, stierf in 1977. 44 Jaar later lijkt zijn droom uitgekomen.*

Het is zondag en Nijverdal swingt. In het parkje lopen mensen in zomerkleding door het parkje. Op weg naar en terug uit het centrum waar de City Run wordt gehouden. Het weer werkt mee. Er is muziek. Overal mensen langs het traject.

Tegen de avond als iedereen huiswaarts is komen de patat ophalers. Door het Leo ten Brinkeparkje. Op weg naar het cafetaria om de hoek. (Het beste cafetaria van Overijssel, tweede van Nederland, staat er op de muur). Na een klein half uurtje komen ze terug. In de hand een witte papieren tas. Of twee. Terug naar huis.

“Wat eten we?” “Eten we nog wat?” “Of zullen we ff wat ophalen?” Een briefje met de bestelling. Patatjes Met, Trio Pinda, Berenhap Sate, Frikandel Speciaal, en wat allemaal nog meer. “ Ga jij?”

Sommigen gaan bijna iedere dag. Mannen in de bouw en klussers tussen de middag en op de vrijdag. In het weekend is het topdruk. Ook op zondag. Ja Leo ook op zondag. Op weg naar het cafetaria door jouw parkje.

*Afbeelding van de tekening (1975) van Leo ten Brinke met het tunnelplan. Het tunnelplan werd in 2015 voltooid. Het doorgaande verkeer op de N35 en het treinverkeer Zwolle Enschede wordt door de tunnel geleid. Op het tunneldak is het Leo ten Brinkeparkje ter herinnering en als eerbetoon aan de bedenker van het idee.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (2)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

meneer met rollator

Ik noem hem een meneer, geen oud mannetje. Ik weet niet precies waarom, maar het is vooral zijn kleding en ondanks zijn sterk gebogen rug heeft hij toch iets statigs. Hij zou wel directeur geweest kunnen zijn of een hoge meneer in de fabriek. Nu is hij oud en krom en loopt hij achter een rollator.

Voetje voor voetje beweegt hij zich voort. Af en toe stopt hij. Hij kijkt even in het rond of omhoog. Dan gaat hij weer verder. Behoedzaam volgt hij het licht slingerende pad door het parkje. Als het mooi weer is heeft hij een moderne geruite blouse aan. Als het koud is een sportief groen gewatteerd jack. Want hij loopt iedere dag. Weer of geen weer. Hetzelfde rondje. Vanuit zijn appartement in het centrum over de Grotestraat. Rechtsaf bij de stoplichten de Joncheerelaan in en vervolgens rechtsaf het Leo ten Brinkepark* in. Als het warm is gaat hij soms even zitten op het bankje vlak voor mijn huis. Ik zie hem dan heel voorzichtig opstaan en verder lopen.

Daarna komt het gevaarlijkste onderdeel van zijn ommetje. Hij loopt het gras in en manoeuvreert heel zorgvuldig zijn rollator door het gras, over de stoeprand de straat op. Zo kan hij meteen rechtsaf de Meyboomstraat in en bij de bloemenwinkel nogmaals rechtsaf richting zijn appartement.

Zaterdagmiddag kijk ik samen met kleindochter naar de gevaarlijke actie. Het meisje heeft de deurklink al in haar handen om er naar toe te lopen en te helpen, maar dat is niet nodig. Het gaat goed zoals het iedere dag goed gaat. We halen opgelucht adem. Wat een dappere meneer.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (1)

Meer over de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

voorbijgangers

Vanuit het keukenraam kijk ik uit op het Leo ten Brinkepark, “Het parkje”, voor Nijverdallers.

De komende weken portretjes van voorbijgangers in Wiskeschrijft.

* Het Leo ten Brinkepark ligt op het tunneldak van de tunnel onder Nijverdal, een plan dat in 1975 door Leo ten Brinke werd bedacht en dat in die tijd werd weggelachen. Later meer hierover.

zonnige zondag

Het is zondag 5 september. De morgen is ijskoud. Zes graden op de thermometer. Maar de zon schijnt. Over het paadje in het parkje voor mijn huis fietsen mensen in korte broek. Een vader haalt zijn zoontje uit de kinderwagen. Het jongetje doet voorzichtig een paar pasjes naar de wijde armen van zijn papa. De vader kijkt zo gelukkig en zo blij als een vader maar kan zijn. Ik kan niet ophouden er naar te kijken. Het is een mooie dag.

“Het wordt een mooie dag”, zegt mijn schoondochter. Op het terras staat de televisie al opgesteld. Met ruim drie miljoen kijkers zal zij om drie uur aan de buis gekluisterd zitten om Max Verstappen de formule 1 race in Zandvoort te zien winnen.

Ik verbaas me er al een tijdje over waar al dat enthousiasme voor de autosport vandaan komt. Ik dacht eerst dat het alleen een mannending was: techniek, broembroem, maar ook vrouwen zetten ‘s nachts de wekker om races te bekijken. Het is ook niet slechts een sport voor de rijken, want welk jongetje of meisje kan een dergelijke sport nou betalen? Nee, rijk, arm, jongen, meisje, oud, jong: het maakt niet uit. Iedereen houdt van de formule 1, houdt van Max Verstappen.

Op de zonnige zondag ben ik ook achter de televisie gaan zitten. Heb op Ziggo Sport gekeken.

Ik vond het prachtig: Davina Michelle. Max. Max de koning. Een kolkend Zandvoort. Het juichende stadion. De show die de organisatie er van had gemaakt met tribunes in rood, wit en blauw. De vreugde bij de commentatoren. De tranen van de stoere mannen. Wat een feest. Wat een sfeer.

Het werd een mooie dag. Een dag die ons even bij elkaar bracht. Een gevoel van wij. Wij, Nederlanders. Even geen gezeur, even geen pandemie, even geen jij en zij. Dank zij een perfecte organisatie, laat dat gezegd zijn. Tot in de puntjes voorbereid; creatieve oplossingen. Geen files, opstootjes, nauwelijks een wanklank. Het kan.