JEROEN KRABBE 80

‘Dan krijg je een hele aardige buurvrouw’, zei iemand tegen mij toen ik vertelde waar ik binnenkort ging wonen. Het klopt. Het is een fijne buurvrouw, een hele aardige inderdaad: een opgewekt, hartelijk en zorgzaam mens. Ze zwaait als ze langs loopt en is altijd in voor een praatje, ze kijkt om naar de mensen om haar heen. Soms staat er een plastic emmertje van Greek Style Yogurt voor de deur. Dan zit er een lekker soepje of stamppotje in. Omdat ze nou eenmaal aan het koken was en dacht…

Buurvrouw is ook creatief. Ze kan koken als de beste, zoals ik uit ervaring weet, ze kan schilderen en beeldhouwen en ze heeft een creatieve geest. En nu kom ik op het verhaal over Jeroen Krabbe. Creatieve buurvrouw had bedacht dat de jaarlijkse expositie Eigen Oogst (een tentoonstelling waar amateurkunstenaars en creatievelingen in de maand november hun ‘werk’ mogen laten zien aan de bevolking op een mooie locatie) zou moeten worden geopend door een ‘beroemd’ persoon. Een klapper, een klinkende naam. Burgemeesters, wethouders, prominente inwoners, waren aan de beurt geweest voor de feestelijke opening, maar buurvrouw had wat anders bedacht. Wat groters.

Hier niet ver vandaan, in Dalfsen woonde een man die behalve groot acteur ook groot kunstschilder was: Jeroen Krabbe. Als die nou eens. Ze schreef een lange brief, waarin ze de kunstenaar vriendelijk verzocht in november de opening te verrichten van de expositie Eigen Oogst in de Gemeente Hellendoorn. Ze legde uit wat de expositie precies inhield en schreef een uitgebreid verhaal over het belang van kunst en ‘dat hij daarom als bekend en groot kunstenaar misschien wel bereid zou zijn om de handeling van de opening te verrichten?’ ‘En Dalfsen Hellendoorn was toch ook niet zo’n grote afstand?’ Ze had nog een laatste troef. Ze nodigde hem na de feestelijkheden van harte uit om eventueel samen met zijn vrouw een door haar verzorgde rijsttafel te genieten, een rijsttafel waarvan ze in alle bescheidenheid wel durfde te zeggen dat dat een rijsttafel was waar je je vingers bij af kon likken. Ze deed de brief op de bus: Jeroen Krabbe, Dalfsen. Er van uitgaand en hopend dat de brief wel bij de beroemde inwoner van Dalfsen zou aankomen.

Er kwam geen antwoord. Ze had de moed opgegeven en was op zoek gegaan naar een andere persoon voor de opening. Totdat. Maanden later. Op 6 juli 2015 lag er een envelop in de bus. In de envelop een handgeschreven kaart van beroemde Jeroen. Nee hij kwam niet, hij was te druk, maar hij had de moeite genomen haar brief te beantwoorden.

Uit de kaart, die door Marianne natuurlijk heel zorgvuldig wordt bewaard, krijgen we toch wel wat informatie over de binnenkort 80-jarige Krabbe: hij heeft de brief goed gelezen, hij houdt van rijsttafel, hij vond de brief leuk, hij heeft een heel bijzonder handschrift, iedere g is een klein tekeningetje op zich, en, hij schrijft zijn naam in hoofdletters. Hmm. Nou vooruit om dat hij tachtig wordt. Vandaag mijn column met een titel in hoofdletters. Gefeliciteerd!

Opening van Eigen Oogst november 2024 door Marianne Verheul

moenie bekommerd en bang wees

Breyten Breytenbach de Zuid-Afrikaanse schrijver, kunstenaar en antieapartheidsactivist is dit weekend “in die ouderdom van 85 jaar in Parijs oorlede met sy vrou Yolande aan sy sy.”

Het was Adriaan van Dis die ons in Nederland Breytenbach leerde kennen. Van Dis was met hem bevriend en vertaalde veel van zijn werk. Van Dis bracht ons daarmee in contact met het prachtige Zuid-Afrikaans. Het lijkt veel op Nederlands, maar het is zachter, vriendelijker en door van Dis uitgesproken is het een genot. Zo leerden we Zuid Afrikaanse dichters kennen als Elisabeth Eybers en Ingrid Jonker. En later Amanda Strydom en Stef Bos. ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel wordt in het Nederlands Laat me niet alleen, maar hoeveel mooier is de Zuid-Afrikaanse vertaling: moenieweggaannie.

Maar aan het Zuid-Afrikaans kleeft wel het vreselijke Nederlandse woord apartheid. En het lieflijk klinkende Zuid-Afrikaans blijft voor altijd de taal van de witte overheersers in Zuid- Afrika.

Breytenbach was behalve kunstenaar activist tegen de apartheid. Hij was op twintigjarige leeftijd vertrokken naar Parijs uit onvrede met de situatie in zijn land. Daar trouwde hij met een Vietnamese vrouw. Daarmee maakte hij zijn terugkeer naar Zuid-Afrika onmogelijk omdat in die tijd het trouwen van mensen van verschillende rassen volgens de wet verboden was in Zuid-Afrika. Om die reden werd hij bij een geheim bezoek aan zijn geboorteland gevangengenomen. De eigenlijke reden was zijn openlijke verzet tegen het apartheidsregime. Onder internationale druk kwam hij na zeven jaar vrij. Hij vertrok daarna naar Frankrijk en werd Fransman. Vanuit Frankrijk bleef hij zich verzetten tegen de apartheid. Na de afschaffing van de apartheid in 1990 bracht hij regelmatig een bezoek aan zijn geboorteland. Hij bleef wonen en werken in Parijs en verdeelde zijn tijd tussen Frankrijk, Afrika en de Verenigde Staten. Hij schreef, romans, gedichten en essays en schilderde. Hij was een wereldberoemd kunstenaar en gastdocent op universiteiten.

De laatste jaren verdiepte hij zich “op een onderzoekende manier” in de dood, schrijft zijn familie op facebook. “Hij heeft de moed gehad om gestalte te geven aan de eeuwige vormloosheid waaruit we voortkomen en waarnaar we ook zeker zullen terugkeren.”

Zuid-Afrika 2020

warme plek

Koud was het vanmorgen. Ik hou er niet van. Ben er niet voor gemaakt. Opstaan in een koud huis. Het maakt me weemoedig. Beetje verdrietig. Het is sowieso een beetje droevige dag. Vanavond zal voor het laatst in De Kleine Kapel het avondgebed gehouden worden. Bijna zes jaar geleden werd begonnen met avondgebeden op een plaats die de naam kapel nauwelijks verdient. Een eenvoudig ingerichte ruimte achter een pastorie van de kerk aan de Noetselerweg in Nijverdal. Een grote kaars, kaarsjes, een kunstwerk, een oude bijbel, een goa stok, een tafel met stoelen, boekjes, schrijfmateriaal, een koffiezetapparaat en een waterkoker met wat daarbij hoort. Apparatuur voor muziek. Niks bijzonders eigenlijk. Een klein groepje gelovigen verzorgde de gebeden en organiseerde een aantal activiteiten. Het werd een soort van geloofsgemeenschapje dat er voor zorgde dat de kapel iedere dag open was voor willekeurige bezoekers die er even wilden verpozen. Er voor zorgden dat de kapel er netjes uitzag en dat de avondgebeden konden doorgaan. In de corona tijd iedere dag. Daarna een paar keer in de week. Het bleef een klein groepje, dat afwisselend uitdijde en afslankte, maar met een vaste kern. Een groepje dat haar thuis vond in de kapel.

De pastorie wordt verkocht en daarmee verdwijnt het bestaan van de Kleine Kapel Noetsele. Als plek niet als ‘geloofsgemeenschapje.’ De kerk heeft een nieuwe plek aangeboden, een plek die vast ook een thuis gaat worden. Een warme plek. Maar vooralsnog overheerst de weemoed om wat voorbij is, om het afscheid van een plek, waar het goed was, waar mooie momenten werden beleefd.

Gewoon opnieuw beginnen. Toen ik vanmorgen naar buiten ging voor de ochtendwandeling, scheen de zon en werd ik langzaam warm. Toen ik langs de weilanden liep kwamen twee paarden naar me toe om geaaid te worden. Ze waren nog nat van de morgendauw. Ze bleven kijken terwijl ik mijn oefeningen deed. En terwijl ik onder een schitterende boog van herfstbomen naar huis liep bedacht ik dat onder de ritselende bladeren in de grond het nieuwe leven al weer bezig is zich voor te bereiden op de lente. Nog niets van te zien maar het is er wel. Zo zal het zijn. Ook voor de Kleine Kapel.

de mantel der liefde

Vandaag is het de gedenkdag van Sint Maarten. Op allerlei plaatsen gaan vanavond kinderen langs de deur met lampionnen. Ze bellen aan en zingen een lied. Als bedankje krijgen ze wat lekkers. In streken waar het gebruik leeft hebben de inwoners de zakken met snoep al klaar staan. De datum 11 november herinnert aan een dag in 397 toen bisschop Maarten van Tours werd begraven. Deze bijzondere man bekommerde zich om de arme en zieke mens. Hij deelde alles wat hij had uit aan de armen. Toen hij niets meer had sneed hij met zijn zwaard zijn mantel door midden en gaf de helft van zijn jas aan een bedelaar.

Al tijdens zijn leven was hij geliefd en werd hij vereerd. Om zijn eenvoudige leven ondanks zijn hoge positie als bisschop. Na zijn leven werd hij heilig verklaard. Hij werd de beschermheilige van de armen en de soldaten. Vanaf toen werden er op 11 november bedelfeesten voor kinderen gehouden en tot op de dag van vandaag is het langs de deuren gaan op 11 november een gebruik dat nog in veel landen en streken stand houdt. Ook in ons land. Het zijn allang geen arme kinderen meer die langs de deuren gaan en de religieuze betekenis leeft nauwelijks meer. Het is gewoon een volksgebruik geworden.

Gister was het 10 november de dag van de mantelzorger. En ook dat is een link naar de uit Hongarije afkomstige bisschop van Tours. Een professor in de gezondheidszorg verzon de naam voor de man of vrouw die de zorg op zich neemt voor een ander, zoals de partner, een familielid, een buur, een vriend of een bekende. Als een mantel die warmt en beschermt. De naam herinnert ook aan de mantel van Sint Maarten. Op de dag van de mantelzorg worden de mantelzorgers in ons land even in het zonnetje gezet. Het zijn er volgens de statistieken miljoenen.

Kerkgangers van de Protestantse Gemeente in Nijverdal mochten bloemen meenemen om uit te delen aan mantelzorgers in hun omgeving. Ik heb er een paar uitgedeeld aan buurtbewoners. Die waren blij verrast. Opvallend dat deze buurtbewoners niet alleen liefdevol en zorgvuldig voor hun zieke partners zorgen maar ook sociaal zijn in de rest van hun leven. Naast hun drukke bestaan als mantelzorger zijn ze actief in buurt en maatschappij, in de wereld om hen heen. Het lijkt soms alsof de wereld een grote chaos is, maar wat zijn er veel lichtjes en wat is er veel liefde, wat is er veel warmte in de koude maand november 2024.

inpakkunst

De Bulgaarse kunstenaar Christo Vladimirov Javacheff is bekend om zijn inpakkunst. Hij wilde ‘omhullen om te laten zien.’ Door grote gebouwen in te pakken, aan te kleden, wordt de aandacht gericht op de vorm van de berg, de brug of het gebouw. De details zijn uit zicht, leiden niet af van de vorm. De toeschouwer kijkt met nieuwe ogen. Zo trok hij miljoenen kunstliefhebbers naar de Pont Neuf in Parijs, naar de Reichstag in Berlijn en een rotsenkust in Australië. Zijn grootste wens was de Arc de Triomphe in te pakken. Samen met zijn vrouw Jeanne-Claude was hij immers ooit op een klein kamertje met zicht op de Arc de Triomphe begonnen met inpakken: vaasjes, flessen, stoelen. Het werd hun levenswerk. Zijn vrouw zorgde voor de public relations, hij voor het concept en de uitvoering. Ze werden wereldberoemd. Ze bekostigden hun werk met de verkoop van tekeningen en aan hun kunst gerelateerde artikelen. Er kwam geen sponsor of subsidie aan te pas. De kunstenaar overleed in 2020 voor zijn wens in vervulling ging. Maar zijn zoon ging met het concept van zijn vader aan het werk. September 2021 werd de Arc de Triomphe verpakt in 25000 vierkante meter zilverblauwe stof gedurende 16 dagen. Zes miljoen mensen kwamen kijken. Naar de vormen van de Arc en hoe de wind en de zon speelden met de prachtige recyclebare stof.

Daar moet ik aan denken als ik naar de bakker ga hier vlak achter mijn huis. Het pand is in verband met een opknapbeurt ingepakt in een groot wit zeil. Het gekke is dat ik me niet eens meer precies kan voorstellen hoe het er uit zag voor het werd ‘ingepakt.’ Er is geen kunstenaar aan te pas gekomen en het materiaal is niet zijdezacht. Maar het beweegt wel mee met de wind en schittert in de zon. Het geluid mag er ook wezen.

Inpakken zou je denken is om iets mooi te maken of te beschermen, iets juist mooier te maken dan het is of iets juist niet te laten zien, iets te verbergen. De visie van Christo is anders, hij omhult, hij kleedt aan. Niet om iets te verstoppen, maar om de essentie, de vorm te tonen. In een mooie jurk. In de zon, in de wind, in de regen. Het omhulsel beweegt, verandert, maar de kern blijft hetzelfde.

Maar als je de winkel in wilt moet je wel een gat maken in het omhulsel. En als ik de luxe Deense broodjes uit de gebaksdoos wil halen moet ik wel het plakband lossnijden met een mes.

herfstvakantie

Anna heeft herfstvakantie, maar ze heeft geen vakantie, want volgende week begint de toetsweek. En dat betekent dat Anna iedere dag aan de studie is en dat de school nog iedere dag van de vakantie in haar hoofd aanwezig. Nou is dat in haar geval niet het allerergste, want Anna gaat graag naar school en ze vindt leren leuk. Ze haalt ook graag goeie cijfers, liever een acht of een negen dan een zesje. Maar het komt haar niet aanwaaien, ze moet er wel wat voor doen en dat doet ze.

Na de zomervakantie had ik haar gevraagd of ze zin had in school en voor het eerst sinds ze op het voortgezet onderwijs zit appte ze: ‘Nee. De zin was er tot ze weer met de ‘cijferdictatuur’ begonnen. Het voelt steeds meer aan alsof school puur voor cijfers is.’ ‘Breng het aan de orde! appte ik terug. ‘De leerlingenraad?’ ‘Die kunnen er helaas vrij weinig aan doen. Heb er zelf ingezeten. Zij organiseren voornamelijk schoolfeesten.’ Tenslotte adviseerde ik haar bondgenoten te zoeken en een clubje op te richten of een genootschap, ‘dat klinkt gewichtiger.’ Ze vond het een strak plan en vroeg of ik adviseur wilde worden. Dat wilde ik natuurlijk. Van het MCOG het MinderCijfergerichteOnderwijsGenootschap.

Twee maanden later is het plan vergeten en zit Anna al weer braaf iedere dag te leren, tot in de vakantie aan toe: voor cijfers.

Maar het is waar. Wat ze schreef. Dat het op school alleen maar om cijfers draait. Nou ja niet helemaal. Want er is een excursie geweest naar Parijs en er is plezier geweest met de medeleerlingen en feestjes en er waren boeiende lessen. Maar die cijfers. Die toetsen, testen, onderzoeken, waarmee een kind vanaf de eerste dag dat het een stap in de school zet wordt geconfronteerd. Dag in dag uit. En mee vastgezet wordt, gestempeld. Cijfers tot achter de komma.

Hoe het anders moet, of het anders kan? Makkelijker gezegd dan gedaan dat is zeker. Maar waarom niet eigenlijk? Waarom kan de school niet een plaats zijn waar je in het rond kijkt en zoekt en speelt en grasduint, waar je je in iets kunt vastbijten, waar je in iets je tanden kunt zetten, zonder de gesel van cijfers?

Ik heb Anna verteld dat ik er een stukje over ga schrijven. Dat heb ik gedaan. Nou moet zij er maar een TikTok filmpje over maken. En een andere naam verzinnen.

Foto: Landgoed bij kasteel Weldam, zondagmorgen 27 oktober 10.30

in de duinen van Katwijk

De spreker vraagt of de aanwezigen een mantra mee willen zingen ter afsluiting van zijn uiteenzetting over het soefisme. Daar heeft niemand bezwaar tegen. Integendeel. Zachtjes, ingetogen onder de sonore klanken van een handorgeltje klinken Latijnse woorden: dominum, miserere, donna nobis pacem. Het is doodstil als het orgeltje zwijgt. Iemand zucht hardop, diep.

Even later aan tafel in de kapel van Hof 88 in Almelo verzucht dezelfde dame, hoe indrukwekkend het was om samen te zingen, te vragen om en te verlangen naar, vrede, pacem. Ze kende niemand in haar omgeving die geen vrede wenst, of niet naar vrede verlangt en ze begreep niet wie de mensen zijn die oorlog maken of een ander dood wensen en hoe het dan kan dat er altijd, overal ergens oorlog is.

Liefde, harmonie en schoonheid zijn de kern van alle religies als inspiratiebron, daarom is het soefisme geen godsdienst maar een beweging had spreker Felix Erkelens verteld. Hij is verbonden aan het Universal Murad Hassil in Katwijk, waar een van de weinige soefitempels in de wereld staat. Hij vertelde ook dat in de erediensten op het altaar zeven kaarsen staan, zes voor de verschillende wereldgodsdiensten en een voor het soefisme. Hij had zijn eigen weg gevonden door zijn trauma’s in de ogen te zien op een lange eenzame reis door Noord Amerika, om vervolgens te proberen zijn ego los te laten en van uit zijn hart te leven in verbinding met God. Over die woorden werd nog lang nagesproken aan de tafels in de kapel.

In 2013 maakte ik met mijn zonen een wandeling van Katwijk naar Wassenaar en terug. Heen langs het strand. Terug door de duinen. Toen de jongste zoon een foto wilde maken, liet hij de camera die om zijn nek hing los en wees naar een plek in de duinen. Wat dat was. Die bol, daar? We wisten het geen van drieën. Een fabriek? Villa? Moskee?

We hoorden dat het een soefitempel was die in 1970 was geopend. Op deze plek in de duinen had de stichter van de soefie beweging Hazrat Inayat Khan in de zomer van 1922 een religieuze ervaring gehad toen hij op bezoek was bij Baron Van Tuyll van Serooskerken die een villa had aan Boulevard Zuid. Toen de soefi beweging onder leiding van Murad Hassil later op de plek tussen de voetbalvelden van Quick Boys en de Noordzee de tempel wilde bouwen was de ‘zwaar’ Christelijke bevolking van Katwijk niet erg enthousiast, de Raad van State moest er aan te pas komen om het plan groen licht te geven.

Inmiddels heeft de tempel haar bestaansrecht verworven. Op de pagina van de VVV kun je ze beide vinden. De Andreuskerk, bekend als de Witte Kerk aan de boulevard, en de Soefitempel, het Gebedshuis Murad Hassil. Broederlijk, bijna naast elkaar. Met uitzicht op zee. De grote oneindige geduldige zee, met haar wijdte, haar vrijheid, haar stilte en haar woestheid. Haar wiegende troost. Haar verraderlijke dreiging. De zee die altijd door gaat met bewegen. Terug, vooruit. Heen en weer. Eb, vloed. De zee die geen oordeel heeft.

Foto: Katwijk augustus 2013

niet vaak genoeg zeggen

‘Drieëntwintig.’ Schoondochter bedoelt dat ik nu al voor de 23e keer vertel, hoe wijs ik ben met mijn elektrische fiets. Een gewoonte, een eigenschap van me: blijven vertellen hoe mooi dat boek van Franco Faggiani is; hoe goed ik Alex Roeka vind; wat fantastisch het concert met Dilana Smith was; hoe blij ik met mijn peperdure nieuwe wandelschoenen ben; hoe grappig ik kleindochter vind; hoe trots… Ik kan nog wel een poosje doorgaan. Ik voeg er meestal aan toe dat ik het ‘niet vaak genoeg kan zeggen.’ Ik zeg schoondochter dat ze zich geen zorgen hoeft te maken dat ik vergeetachtig word, maar dat ik nou eenmaal graag en vaak vertel over de mooie dingen des levens en dat ze blij mag zijn dat ik niet alleen maar zeur over alle ongemakken van het ouder worden.

Om op de elektrische fiets terug te komen. Ik geniet daar inderdaad met volle teugen van. In minder dan een maand tijd ben ik op alle mooie plekjes rondom Nijverdal, Hellendoorn geweest. En ik houd niet op te zeggen in wat voor mooie omgeving we hier met elkaar wonen en wat een wonderschone herfst we meemaken dit jaar.

Vorige week fietste ik met mijn vriendin in de omgeving van Lochem, daar zag ik een adembenemende rij bomen. Ik vertelde mijn vriendin dat ze me deden denken aan de lange rij populieren achter het huis in Katwijk waar ik woonde als kind. Ik hield van het ruisen van de bomen. Wat was ik daar een gelukkig kind: de groentetuin, de kippen, de hond die om het huis scharrelde, de kinderen waar we mee speelden op straat, het kleine schuurtje naast het huis waar ik met vriendinnetjes mijn eerste clubje oprichtte. Rommelen om het huis. Op een kleedje spelen in het gras onder die ruisende populieren.

Ik vertelde mijn vriendin ook hoe ziek van heimwee ik was toen we ineens uit het niets gingen verhuizen naar Brabant. Mijn zusje, broertje en ik werden tijdens de verhuizing een week lang ondergebracht bij een voor mij vrijwel onbekende tante in Rotterdam. Een week lang hield ik het eten niet binnen, huilde ik tranen met tuiten, kon ik niet slapen: was ik doodongelukkig.

Gelukkig zag ik na een week papa en mama terug in het nieuwe huis in Tilburg, samen met mijn grote zus en de hond en de spulletjes. En gelukkig hervond ik ook in Tilburg weer een ‘thuis’, kwamen er nieuwe vriendinnetjes en clubjes, zoals de padvinderij. Maar ik bleef altijd een beetje terugverlangen naar dat huis aan de Valkenburgseweg in Katwijk aan de Rijn. Dat leven in een dorp, waar iedereen wist wie je was.

Ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Weet wat je doet als je met jonge kinderen gaat verhuizen, als je kinderen uit huis plaatst, als je kinderen uit hun vertrouwde omgeving haalt. Doe het niet. Liever niet.

hij begon

Een jaar geleden begon het. Hamas viel midden in de nacht het zuiden van Israël binnen waar jonge mensen bij elkaar waren om te feesten. 1200 Mensen werden gedood, 251 gegijzeld. Op beestachtige wijze. De reactie van Israël loog er niet om. Meedogenloos werd teruggeslagen. Meer dan 40.000 Palestijnen verloren tot nu toe het leven. En de strijd gaat iedere dag onverminderd voort.

Al een jaar lang krijgen we verschrikkelijke beelden van het oorlogsgeweld. Al een jaar lang ontvangen we verwarrende berichten over de strijd. Berichten waarbij ik me steeds afvraag of ze kloppen en wat de andere kant van het verhaal is. Al een jaar lang worden er meningen over ons uitgestrooid over hoe het komt, wat er zou moeten gebeuren, en wie dat zou moeten doen. Al een jaar lang worden we opgeroepen om ons te verzetten, om te protesteren, om ons te laten horen.

Al een jaar lang vraag ik me af of dit probleem ooit opgelost kan worden. Bij het ontstaan van de staat Israël is een weeffout gemaakt die niet te herstellen lijkt. En al die jaren daarna zijn ‘gewone’ mensen, mensen zoals u, jij en ik, kinderen, moeders, vaders, opa’s, oma’s, de dupe van een broedertwist, die steeds weer oplaait en niet lijkt te doven. En blijkbaar zijn aan beide zijden geen zachte krachten in staat een einde te maken aan dit conflict.

Op de tuinscheurkalender vandaag geen verwijzing naar de bloedige 7 oktober van een jaar geleden maar een prachtig herfstgedicht. De zon is opgekomen om 07.51 uur en zal ondergaan om twee minuten over zeven. Op de achterkant een tekst over de Amerikaanse meidoorn ook wel de hanendoorn genoemd. In de herfst zijn de bladeren vlammend rood en schreeuwend oranje.’ ‘De vruchten zijn zo groot dat je ze wel appeltjes zou kunnen noemen, ze hangen in trossen, en zijn scharlaken rood.’

Het gaat er niet om wie of waar het begon. Wie er stopt, waar het ophoudt daar begint het.

zand zijn

Het was niet het batterijtje, waardoor mijn horloge stil stond: een stofje, of een korreltje zand. De vriendelijke winkelier overhandigde mij mijn horloge. Er was even geblazen en daarna was het horloge weer spontaan gaan lopen. Nee ik hoefde er niet voor te betalen, service van de zaak mevrouw.

Als je naar het strand geweest bent vind je het overal. Zand. In en onder je schoenen, in je kleren, onder je nagels, op je huid, in je haren. Schoenen uit doen, helpt niets, overal vind je zand, hoor je zand, zie je zand in dat gezellige huisje aan de rand van de zee. Vanmorgen toen het zo koud was pakte ik het jack dat ik voor het laatst gedragen had aan zee. Toen ik mijn handen in de zakken stopte voelde ik het al: souvenir van het eiland: zand!

Zand in de andijvie kan ik me ook nog goed herinneren. Als de andijvie niet goed gewassen was knarste het zand tussen je tanden. ‘Zand schuurt de maag’, waren dan de woorden die eigenlijk betekenden: niet zeuren, door eten.

Er is een prachtig gedicht over zand, en met name de schurende eigenschap van zand. In het gedicht van Gunther Eich wordt de schurende eigenschap van zand toegejuicht. Wij worden door Eich opgeroepen om zand te zijn, niet olie. Een contrast met de oproep tot verbinding die je overal om je heen hoort. Ik las de woorden ooit ergens in Enschede op een deur van Artez. De woorden maakten toen zo’n indruk op mij dat ik er een foto van heb gemaakt en die foto jarenlang in het logo van mijn blog heb gebruikt. Ik heb de foto opnieuw geplaatst vorige week. Juist vanwege die woorden. Juist nu. Doe iets onbeduidends, zing een lied, dat niemand van jou zou verwachten, wees ongemakkelijk, wees het zand, niet de olie in het wereldse bedrijf.

Ongemakkelijk zijn: niet polariseren, niet mijn mening is beter dan de jouwe, maar ongemakkelijk zijn als iedereen hetzelfde vindt, niet om het ongemakkelijk zijn op zich, maar om niet in slaap te vallen, om elkaar wakker te houden. Immers: alles was geschieht, geht dich an. (Gunther Eich). (alles wat gebeurt gaat ook jou aan)

* Gunther Eich: Duitse Schrijver en dichter en hoorspelauteur. Seid Sand werd geschreven in 1947, het zijn de laatste woorden van Inventur. Eich was een tijdlang krijgsgevangene van de Amerikanen (Wikipedia)