Het was rustig op de weg. Een enkele auto. Een paar fietsers. Een jongen met een hond aan een lange lijn. Op de parkeerplaats een man in een busje met draaiende motor, wachtend op het moment dat zijn ramen ijsvrij zijn. Deur wagenwijd open. Onderhand druk bezig met zijn mobiel.
Op het Broezepad, het pad achter de tennisbanen langs de Regge, kan gelopen worden. Maandenlang was het onbegaanbaar vanwege de door en door natte bodem. Vandaag is het pad droog. De moerassige stukken zijn bevroren. Vogels fluiten en ganzen scheren over de rivier. Eenden trekken strepen in het water. En daar komt een reiger aan geklapperd.
Het werd tijd dat de zon zich weer liet zien. En niet eventjes of alleen in de vroege morgen. Nee de hele dag. De hele week misschien wel? Als dat zou kunnen? Het is voorjaar immers? Voorjaarsvakantie.
Foto: Regge bij de Wilgenweard, (links het Broezepad), 17-02-2025 09.00 uur.
Bladeren ritselen over het terras. De ijverige huisvrouw heeft gister alle bladeren verwijderd, maar vanmorgen zijn ze er al weer. Ze dansen op de wind. De dorre bladeren maken een onnavolgbaar geluid op de tegels. Vandaag gaat de ijverige huisvrouw niet vegen. Ze kijkt van achter het glas naar buiten of er misschien tussen de wolken een glimpje van de zon te ontdekken valt. In het weerbericht op de radio wordt gemeld dat het weer de komende dagen ‘guur’ zal zijn. Dat betekent binnen blijven, de kachel hoog en onder een dekentje met een boek.
Ze had de huisarts hoopvol aangekeken. Tevergeefs. De griep duurt en duurt en als je denkt dat hij over is komt hij gewoon weer op volle kracht terug. Na de corona is de weerbaarheid aangetast volgens de dokter. Drankjes, poeders en pillen, veel drinken en uitzieken. Op de vraag wat nou eigenlijk uitzieken is had hij zijn handen in de lucht geheven. Beetje rustig aan doen. Binnen blijven, kachel hoog en onder een dekentje met een boek.
In de wachtkamer had een man gezeten, die van de leestafel de Donald Duck had gepakt. Hij had ze vanaf 1958 zei hij. Een hoge stapel bij hem op zolder. Hij las ze nog regelmatig en hij had ontdekt dat er af en toe hetzelfde verhaal in stond.
De ijverige huisvrouw ging kijken waar ze ook weer de oude ‘Asterix en Obelisken’ had bewaard. Ze kon ze niet vinden. Waarschijnlijk toch opgeruimd. Weggedaan. Ja ijver is een goede eigenschap maar heeft ook nadelen.
Het kan geen toeval zijn. Uitgerekend vorige week schreef ik in mijn Wiske over een organist die een kind redde. En wat doe jij?, stond er boven het stukje. Jan Ebeltjes deed heel veel, hij redde niet alleen het jongetje Roman. Als foundingfather van Stichting Choe, was hij de helper, de steun en toeverlaat van talloze jongeren en kinderen uit Oost Europa. ‘Inspirator’, ‘redder’, ‘herder’, ‘meester’, ‘vader’ noemen ze hem.
Het kan geen toeval zijn dat de samensteller van de Nieuwsbrief van de PG Nijverdal van zondag jongstleden uitgerekend de vermelding van de organist vergeten was.
Het kan geen toeval zijn dat ik ‘toch maar‘ voor naar de kerk gaan koos in plaats van een ochtendwandeling in de natuur op deze wonderschone morgen.
Er zijn mensen die zeggen de kerkdienst niet nodig te hebben om God te ontmoeten. Sterker nog: vaak juist helemaal niet: Ik ervaar God eerder in de natuur, of in mensen. In de kerk vind ik hem niet.
Ik ben een trouwe kerkganger. Ik ontmoet daar lang niet altijd God maar ik ervaar daar ‘wat je God zou kunnen noemen’ zeker wel. Er zijn aardige en vriendelijke medegelovigen, we hebben inspirerende predikanten en mooie gebouwen. In de Regenboog, waar ik meestal kerk, zijn fraaie glas-in-lood ramen en is een monumentaal orgel, een Mense Ruiterorgel. Met goede organisten. En Jan. Jan Ebeltjes.
Niets kon mij zo raken als het subtiele spel van Jan Ebeltjes. Vrolijkheid, opgetogenheid als er iets te vieren, te juichen viel. Je kreeg de neiging om mee te bewegen, te dansen. Melancholische muziek als het passend was bij de tekst van een lied of de woorden van de dominee. Ingehouden als het moest, dan weer sprankelend, of uitbundig. De handen van Jan toverden schoonheid de kerk in. Altijd passend bij de sfeer van de dienst. Ja als er iemand was die God de kerk in bracht was Jan het voor mij. Ontroerend en blijmakend. Ik heb vaak in stilte voor hem geapplaudisseerd.
Lieve Jan, je bent er niet meer, gister in de kerkdienst hoorden we van je plotselinge overlijden. Er ging een golf van ontzetting door de kerk en ik kan je zeggen dat het lang geleden is dat ik zo hartstochtelijk heb moeten huilen. Een kostbaar leven, een gouden schat: voor altijd voorbij. Dank je wel Jan Ebeltjes voor wat je hebt gedaan voor je medemens. Dank je wel voor wat je ons gegeven hebt met je prachtige muziek. Dank voor wie je was. Duizend maal dank. Voor alles…..
Stichting Choe biedt sinds 1994 hulp aan ouderloze kinderen en jongeren in Oekraïne.
Foto boven: De thuiskomst van de verloren zoon, bewerkt. (Zie Wiske 27 januari 2025 ‘ en wat doe jij.’) Niet Opa Jan en Roman, maar een engel die Jan ophaalt om naar huis te gaan.
Foto’s hieronder: Interview met Jan Ebeltjes uit 2009 in het boekje ‘Bidden aan de voet van de berg.’ Jan overleed plotseling jongstleden zaterdag 1 februari 2025. Hij was 63 jaar.
Met gemengde gevoelens ging ik. Naar Kampen, waar in de kerk Open Hof sinds enkele maanden een gezin uit Oezbekistan verblijft dat met uitzetting wordt bedreigd. Zolang er kerkdiensten worden gehouden, kan de politie de vader, moeder en vier kinderen niet uitzetten. Daarom worden in de kerkzaal dag en nacht erediensten gehouden door predikanten, pastores en vrijwilligers uit het hele land.
In 2019 had ik geen moment getwijfeld toen in Den Haag een dergelijke actie werd gehouden voor een Armeens gezin. Midden in de nacht waren we er met een klein groepje naar toe gegaan. Het had indruk gemaakt. Een hele aparte sfeer zo in het donker. En we hadden ook het gevoel dat we iets hadden bereikt. Er kwam een kinderpardon en er werd beloofd de procedures aan te pakken, er moest zo snel mogelijk duidelijk worden of men mocht blijven of niet. En de bevoegdheid om een uitzondering te maken zou niet langer bij de minister komen te liggen. Daar had het kerkasiel aan bijgedragen. De politiek was wakker geschud.
Kabinet Rutte Vier besloot op de valreep nogmaals tot een kinderpardon aan het eind van haar periode in 2024 omdat het met de procedures nog steeds helemaal mis ging en er werd besloten dat de bevoegdheid om uitzonderingen te maken voortaan bij het hoofd van de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) zou liggen.
Hoe kon het dus dat dit gezin bij de twee kinderpardons niet in aanmerking kwam? De eerste keer omdat ze nog te kort in Nederland waren, maar de tweede keer? Ik lees dat Oezbekistan een veilig land is, maar niet voor Christenen hoor ik, maar waarom oordeelde de rechter dan zo hardvochtig? In Nederland hebben we toch rechtvaardige rechters? En waarom dit gezin, terwijl er zoveel andere gezinnen in Emmen zitten in dezelfde situatie?
Het zittende kabinet zou totaal geen oren hebben voor de nood van deze mensen hoorde ik om mij heen. Het gevoel dat het vooral een actie tegen kabinet Schoof en minister Faber is, zat mij niet lekker want dat er in dit land mensen jaren en jaren lang in een asielprocedure zitten kun je het kabinet dat een paar maanden aan het roer zit niet verwijten. En dan: het hoofd IND bepaalt, niet de minister.
Ik ben toch gegaan. Om te kijken, te zien of mijn twijfels weggenomen zouden worden. Want als mens van goede wille moet je openstaan voor datgene waar je het niet mee eens bent en onderzoeken waar de gevoelens van weerstand vandaan komen.
Het was een mooie middag, een prachtige viering met mooie liederen. De predikant kwam uit Nijverdal, de organist uit ‘het westen’, de bezoekers uit Almelo, Vriezenveen, Doetinchem, Wierden en Nijverdal. De enthousiaste vrijwilligers van de kerk gaven ons koffie en thee. Áan het einde van een gang verbleef het gezin. We hebben hen niet gezien, dat vond ik jammer al snap ik dat ze niet 24 uur aanwezig kunnen zijn bij de diensten die nu al twee maanden lang voortgaan.
Op de terugreis vertelde een van de medepassagiers uit Wierden hoe ze jaren geleden had meegewerkt aan een actie voor een kind uit een weeshuis in de Oekraïne. Het kind verbleef hier in een pleeggezin en was ernstig ziek. Een hele dure operatie zou hem kunnen redden. Met een klein clubje mensen gingen ze op pad om het geld bij elkaar te sprokkelen. In minder dan geen tijd lukte het: 80.000 gulden. Ik wist precies wie ze bedoelde. De jongen is nu een jongeman, hij woont tegenover mij, hij heeft een vrolijke vrouw en twee schattige zoontjes. De man die hem uit dat weeshuis ophaalde ken ik ook. Het is onze organist. Die twee jongetjes noemen hem opa Jan.
Ik had een paar foto’s in de kerk gemaakt. En mijn oog was gevallen op de prent aan de muur van een oude man met een stok en een jonge man naast hem waar hij de arm om heen slaat. Ik kan de tekst eronder niet meer lezen. Het zal wel een bijbelverhaal zijn. Ik noem het opa Jan en Roman.
Mijn twijfel is niet weg, maar aan de andere kant: ieder mens dat je redt is er eentje. Zoals dat kleine zieke jongetje uit de Oekraïne. Wie weet wat er voor een toekomst ligt te wachten op de kinderen van het Oezbeekse gezin.
‘Stick to the bones’ zei zij altijd tegen mij als ik ergens tegen op zag. Ik begreep het eerst niet, maar ik denk er nog vaak aan, ook al zie ik haar nooit meer. Ik begrijp er uit dat je terug moet vallen op je botten, het stelsel van beenderen dat je bij elkaar houdt. Ik denk dan niet letterlijk aan mijn skelet maar ik weet precies waar ik naar moet voelen om overeind te blijven; op te staan, om er tegen aan te gaan.
Op de lange reis in de vroege morgen naar het Zeeuwse land op 19 januari 2025 zuchtte ik van genoegen bij het zien van de lange rijen kale bomen in het mistige landschap. Bomen in de lente zijn fris, puur. Bomen zijn vol en uitbundig in de zomer. Bomen in de herfst zijn kleurig en melancholisch. Maar o wat zijn bomen mooi in de winter. Geheel ontdaan van bladeren. Kaal. Silhouetten, staketsels, kunstwerken in het vlakke land.
Stick to the bones. De mens in haar ware gedaante. Zonder het omhulsel. Of zoals de jonge kunstenaar mij zei aan het eind van ons gesprek. Doe eens vaker je masker af. Laat jezelf zien. Wie je echt bent.
Maar niet altijd natuurlijk, over een paar maanden lopen we weer te juichen over het frisse groen van de lente. En wachten we op de zomer als alles losbarst. Om in de herfst te genieten van de zachte herfstkleuren. Maar nu nog even niet.
* Foto: Minke McCarroll
* Gesprek in Wat bezielt je @HOimedia met kunstenaar Robbin Veldman
Morgen worden de kerstspullen opgeruimd. Vandaag nog niet want vandaag is het Drie Koningen. 6 Januari. In veel landen wordt juist vandaag de geboorte van het kindje Jezus uitbundig gevierd. Als de drie koningen, wijzen of magiërs zoals ze ook wel genoemd worden, het kind komen aanbidden.
Wat het nou precies waren, sterrenkundigen, geleerden, voornaam waren ze wel. Zo voornaam dat ze gewoon aan het hof van de toen heersende Herodes werden ontvangen. Ze hadden in hun onderzoeken een ster gezien die zou wijzen op de geboorte van een koningskind. ‘Waar kunnen we dit bijzondere koningskind vinden Herodes?’ Hadden ze dat maar niet gedaan. De koning Herodes was van het soort waar de geschiedenis en de wereld ook vandaag nog vol mee zit: heersers, wreed en meedogenloos als ook maar iemand hen tegenwerkt. De wijzen beloofden de sluwe Herodes hem op de hoogte te houden als ze het koningskindje gevonden hadden. Volgens de wetsgeleerden zou het immers ergens in de buurt van Bethlehem moeten zijn. In de boeken stond geschreven: In Bethlehem in Judea wordt de leider van Israel geboren. Hij zal zorgen voor het volk van God, zoals een herder voor zijn schapen zorgt.
De wijzen deden niet wat ze Herodes beloofd hadden. In een droom werd hun verteld het niet te doen. Ze vertrokken via een andere weg naar hun land. En ook Maria en Jozef de ouders van het bijzondere kindje vluchtten het land uit. Ze gingen naar Egypte.
De wrede koning begreep dat de deftige bezoekers niet terug zouden komen. Hij was woedend. Hij wist er wel raad mee. Hij stuurde zijn soldaten naar Bethlehem met het bevel alle jongetjes van nul tot twee jaar te doden.
Het verhaal dat bekend staat als De kindermoord in Bethlehem is van een ongekende wreedheid. In de film Maria speelt Anthony Hopkins op meer dan overtuigende wijze de rol van de bruut Herodes. Bloedstollend. In de bijbel wordt het verhaal afgesloten met de woorden: In Rama wordt gehuild en geschreeuwd. Rachel huilt om haar kinderen. Ze wil niet dat iemand haar komt troosten, want haar kinderen zijn er niet meer.
Vandaag Drie Koningen denk ik aan alle moeders die een kind verloren hebben, aan alle moeders die leven in landen waar brute, immorele leiders hun kinderen slachten en offeren. Ooit. Pas nog. Dag in, dag uit. Vandaag.
Bron: Mattheus 2
Film Mary, Netflix-film over het leven van Maria, de moeder van Jezus
Foto: Karin van der Vinne met haar zojuist geboren kleinkind Noe Maeve november 2024
Het was hoog tijd dat we elkaar weer eens zouden spreken. ‘We’ dat zijn een oud collega en ik. We spraken af bij De Jongens. Een horecagelegenheid aan de Grote Straat in Nijverdal. We namen koffie met niks erbij, want we moeten voorzichtig zijn met ons gewicht. Zoals altijd gingen we al heel snel de diepte in, in het gesprek. Over koetjes en kalfjes gaat het bij ons nooit te lang. Zo kwamen we ook op de plaatselijke politiek. Natuurlijk waren we het er over eens dat het een groot schandaal is dat in zo’n welvarende en gelukkige gemeente*, waar het noaberschap zo hoog in het vaandel staat er geen gastvrijheid is voor 200 vluchtelingen. We waren het er ook over eens dat de lokale politici gezwicht waren voor een stelletje schreeuwers en dat echt leiderschap om daadkracht vraagt en een rechte rug. Dat we geen oorlog willen, geen energietekort, geen mensen in nood, maar dat we als het er op aankomt we allemaal liever hebben dat schietoefenterreinen of windmolens of AZC ‘s ergens anders moeten worden geplaatst. Als het maar niet bij ons in de buurt is ! We filosofeerden er over of zo’n AZC bij ons voor de deur zou mogen worden geplaatst. Of wij vluchtelingen in huis zouden nemen. Daar over waren we wat minder beslist. Een paar dagen na onze ontmoeting stuurde collega mij een mailtje waarin ze schreef dat ze nog had nagemijmerd over ons gesprek, ze had gevisualiseerd hoe het er uit zou zien als er achter haar huis een AZC of een windmolen zou komen. Ze was tot de conclusie gekomen dat ze eigenlijk geen haar beter was dan die tegenstanders van het AZC want dat ze er eigenlijk niet aan moest denken dat haar rustige en geriefelijke uitzicht zou bedorven worden door een groot afzichtelijk AZC of een windmolen. ‘Mijn liefdadigheid mag mijzelf niet te veel raken. Als ik eerlijk ben: Ik ben ook gewoon een egoïst.’ Ik denk dat het wel meevalt, ik denk dat als er iemand is die liefdevol is en ruimdenkend, zij het wel is. Ik denk dat als er in haar achtertuin een opvangcentrum zou komen zij een van de eerste vrijwilligers zou zijn die zich zou aanmelden. Zoals ik ook geloof dat als er in onze gemeente een AZC zou komen het aantal vrijwilligers niet aan te slepen zal zijn. En dat als dat Centrum er eenmaal staat het weldra een plaats is waar niemand het nog over heeft. Want om mij heen en in de plaats waar ik woon zie ik vooral hartelijkheid, gastvrijheid, meeleven, daadkracht, inventiviteit, aanpassingsvermogen. En warmte. En liefde. Veel liefde. Laten we maar ophouden te wijzen met een verontwaardigd vingertje naar een ander, maar laten we proberen zelf degene te zijn die de wereld een beetje mooier maakt. WIJ zijn immers de wereld, WIJ zijn immers de tijden. *
Voor het nieuwe jaar 2025 wens ik jou Vrede en alle Goeds en als er in jouw leven wat minder vrede is of minder goeds, wens ik jou kracht, vertrouwen en geduld om het te dragen. En hoop. En geloof. En liefde. Heel veel liefde. Wiske ❤️
Hellendoorn heeft de gelukkigste inwoners blijkt uit een onderzoek. Uit andere onderzoeken blijkt dat Hellendoorn tot de meeste welvarende gemeenten in ons land behoort.
Van Augustinus is de uitspraak: ‘Scheldt niet op de keizer, scheldt niet op de tijden. Wij zijn de tijden. Wie bent u in deze duistere tijd? Hoe voeden de deugden uw handelen?’ Beatrice de Graaf verwijst er naar in haar Huizinga-lezing ‘Wij zijn de tijden’ over wat wij in tijden van crisis kunnen leren uit de geschiedenis. In het tv programma Buitenhof van 22 december jongstleden vertelde ze er over. Ze noemde de zeven basisdeugden waarop onze beschaving rust: beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid en moed, de vier Griekse basisdeugden waar later geloof, hoop en liefdeaan zijn toegevoegd.
De kachel wat hoger gezet. Theewater op. Vier kaarsjes aan. De lichtjes ontstoken in de boom. Een mooi muziekje. Vicky Brown.
Het hoeft nog niet licht te worden. Laat het nog maar donker blijven. Even. Opstaan in de donkere morgen met kleine lichtjes.
Er is al lekker gegeten, er is hartstochtelijk gevierd, gezongen, er is naar kerstverhalen geluisterd en gekeken in de afgelopen weken. De adventstijd. De weken dat we wachten op het feest van kerst. De komst van het kind.
Kaarten, apps, mails, facebookberichten met fraaie afbeeldingen en foto’s, lieve woorden en wensen, gedichten. Kerstkransen groot en klein, bloemstukken, kerstversieringen, engelen en engeltjes.
Warm en geborgen, samen en met ons allen: we zijn op weg naar kerst. Liefde, warmte, en saamhorigheid klotsen over de randen.
Laat het nog maar even donker blijven, laat het nog maar even vol zijn van verwachting en verlangen naar het goede, het mooie, het kwetsbare. Het verlangen naar vrede in de wereld en onder elkaar, en met jezelf. Vrede. Laat het nog maar even donker blijven. Laat het nog maar even zo blijven. Zo warm, zo lief, zo met elkaar, zo samen.
Langs de Regge staan overal bankjes. Als het houten bankjes zijn zit er vaak een plaatje op met de naam van degene door wie of voor wie, dat bankje geplaatst is. De kunststof bankjes zijn dat niet. Ik denk dat de bankjes eigendom zijn van de gemeente. Maar het zou ook een andere instantie kunnen zijn. Want in onze gemeente wordt graffiti over het algemeen vrij snel verwijderd en deze tekst staat er al een paar maanden op. De eerste keer schrok ik, maar toen ik er vanmorgen weer langs fietste, dacht ik dat zo’n bescheiden protest prima past bij onze gemeente en onze inwoners. Vergeleken met de beelden van protesten in Amsterdam bijvoorbeeld is dit helemaal niets.
Protesteren is een democratisch recht. Je mond open doen over onrecht mag, sterker: het moet. Toch krijg ik een ongemakkelijk gevoel bij de actie van Oxam Novib op de social media waar bekende en minder bekende personen een foto van zichzelf plaatsen met daaronder of erboven NIET IN MIJN NAAM met als argumentatie: Er worden in Gaza oorlogsmisdaden gepleegd, maar Nederland blijft Israel steunen. Zo draagt ons kabinet, in naam van alle Nederlanders, actief bij aan ongekend leed en onacceptabel onrecht. Laat dit niet gebeuren in jouw naam.
Als ik bij alles waar ik het niet mee eens ben, alles wat ik verafschuw, alles wat ik vreselijk vind, zou moeten schrijven, maar niet in mijn naam, had ik dagwerk. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het eigenlijk vooral een actie is tegen het het huidige kabinet. ‘Zij zijn niet oke, maar ik ben het wel hoor.’ Als welk kabinet dan ook iets doet is dat in principe in naam van alle Nederlanders, maar het toeslagenschandaal, de aardbevingsschadeafwikkeling in Groningen, het kanaaldrama in Overijssel, ik noem zo maar een paar zaken, hadden toch echt niet mijn instemming en de jouwe ook vast niet. Dat werkt zo in de democratie. Ik zou niet willen beweren dat ik weet hoe het precies zit in het Midden Oosten. Ik zou willen dat het zou stoppen, ophouden, die vreselijke oorlog. Overal, dichtbij en ver weg waar oorlog is, geweld, misbruik, armoede, ziekte en verdriet: dat het mag ophouden. Ik zou niet weten wat en hoe ik daar aan iets kan doen. Ik voel slechts onmacht en meeleven.
Dit weekend kreeg ik van mijn kinderen een olijfhouten kruisje, een souvenir uit Londen. Uit de St Paul’s Cathedral. Het kruisje is Made from Holy Land Olive Wood. Op de achterkant van het kartonnetje waar het op vast gemaakt is lees ik:
Make me an Instrument of thy Peace, where there is hatred, let me sow love.
Voor mij voelt het niet als liefde zaaien door een foto met ‘niet in mijn naam’ te plaatsen. Maar hoe de weg naar vrede dan wel bewandeld moet worden? Ik weet het niet. Ik doe op mijn kleine postzegeltje mijn best. Meer kan ik niet. Zoals de jongens of meisjes of wie het ook waren, die het bankje aan de Regge hebben beschreven, het op hun manier hebben gedaan.
Het is een prachtige uitgave. Een soort bijbel. Een hard kaft, een leeslint, goede kwaliteit papier, de letters niet te groot en niet te klein, de omslag in het korenblauw van de ogen en het blauwe jasje van de hoofdpersoon: Angela Merkel. Een dik boek van 704 bladzijden over ‘Herinneringen van 1954 tot 2021’ onder de titel Vrijheid. Een boek dat bestaat uit 5 delen, waarin een periode uit het leven van Merkel beschreven wordt, beginnend bij haar jeugd in voormalig Oost Duitsland en eindigend bij haar aftreden als bondskanselier.
Geen goedkoop boek, maar ik wilde de paperback niet afwachten. Als bewonderaar van deze ongeëvenaarde vrouwelijke politicus moest dit boek in de boekenkast. Het is een sieraad.
Ik heb al eerder over haar geschreven. Toen ze afscheid nam in 2021. Simply the Best heb ik haar genoemd. ‘Geen opsmuk, niet ijdel, deskundig, standvastig, ingetogen. Rustig, vriendelijk, integer.’ Ik heb haar een engel genoemd, de letterlijke vertaling van haar naam, en gewenst dat we een overheid hadden in de handen van mensen als zij. Daar was niet iedereen het mee eens, met name mensen uit voormalig Oost Duitsland zijn wel wat kritischer over wat ze bereikt heeft. In Europa wordt haar verweten dat zij met haar uitspraak Wir schaffen das de poort open gezet heeft voor vreemdelingen en alle problemen die daar uit voortgekomen zijn.
Ik lees het boek net als een bijbel, niet van begin tot eind maar af en toe een stukje. Wat me in de eerste plaats opvalt is dat ze er niet voor terugdeinst fouten toe te geven, regelmatig lees ik het: ik maakte een fout. Ze durft naar zichzelf te kijken. Maar ze gaat ook in op de kritiek die ze van alle kanten kreeg. Zorgvuldig legt ze uit waarom ze gedaan heeft wat ze heeft gedaan, waarom ze van bepaalde uitspraken en beslissingen nog steeds geen spijt heeft. Ze geeft een inkijkje in alles wat zich afspeelt voordat er een besluit valt. Ze komt naar voren als een vrouw die zich degelijk voorbereidt, goed kijkt naar alle kanten van de zaak, die zich verdiept in het standpunt van de tegenstander. Ze betrekt er altijd zoveel mogelijk mensen bij en haar gave om op een niet polariserende manier in gesprek te gaan met haar tegenstanders heeft haar veel opgeleverd.
Over de kritiek op haar uitspraak Wir schaffen das, gaat ze al op de eerste bladzijden van het boek in: Het is een heel gewone uitspraak voor mij. Hij drukt een houding uit. Noem het Godsvertrouwen, optimisme of gewoon de vastbeslotenheid om problemen op te lossen, tegenslagen te verwerken, dieptepunten te overwinnen en iets nieuws vorm te geven. We krijgen het voor elkaar, en als ons daarbij iets belemmert dan moeten we dat uit de weg ruimen, dan moeten we daar aan werken.
‘Gaan we doen’, zouden we zeggen in het Nederlands. Of: doen! Dat zou ik je willen aanraden: Kopen. Weggeven. Uitdelen. Lezen. Vrijheid van Angela Merkel.
Voor vrijheid, dat besefte ik al schrijvend opnieuw, is de moed nodig om je met het onbekende bezig te houden, maar bovenal is er waarachtigheid voor nodig – tegenover anderen en, dat is misschien wel het belangrijkste: tegenover jezelf. (Angela Merkel in de epiloog van het boek Angela Merkel Vrijheid)