(voorkeur)stem


Natuurlijk ga ik stemmen. Als je in een land woont waar dat kan en mag maak je gebruik van je stemrecht. Maar op wie? 4 Jaar geleden was ik op vakantie op Kaap Verdie en bracht mijn zoon mijn stem voor me uit. Ik had hem gevraagd mijn stem uit te brengen op een vrouw. Van die keus heb ik geen spijt gehad, Carola Schouten werd minister en dat deed ze goed. Ook nu wil ik een voorkeurstem uitbrengen. Maar ik twijfel over de voorkeur. Een vrouw?, het aantal vrouwen is nog steeds in de minderheid, komt dat nou nooit eens een keer goed? Iemand uit de regio, de provincie? De kamerleden komen vooral uit de randstad, ook nu weer. Leeftijd? Ondanks het feit dat een derde van de inwoners boven de zestig is, zijn ze nauwelijks vertegenwoordigd door leeftijdsgenoten. En van welke partij? Ik kan kiezen uit maar liefst 37 partijen. Als ik de stemwijzer invul kom ik uit op partijen waar ik nog nooit van gehoord heb. Als ik een dag later een andere kieswijzer invul, rolt er weer wat anders uit. Moet ik mijn vertrouwen geven aan politici die het land goed bestuurd hebben of wil ik juist een andere wind laten waaien? Of. Of ga ik toch stemmen op het beste kamerlid dat er is. Het kamerlid dat precies doet wat een kamerlid behoort te doen. Controleren, bevragen, geen genoegen nemen met een vaag antwoord, zelf op onderzoek uitgaan, uitzoeken, hameren, en rammelen op de deur. Ja ik bedoel Pieter Omtzigt.

Jaren geleden zat ik in een zaal in Nijverdal naar hem te luisteren over pensioenen. Ik was diep onder de indruk van zijn feitenkennis, zijn heldere uitleg, zijn gedreven verhaal. Ik hoorde van mijn buurman in de zaal dat Pieter in eigen kring niet erg geliefd was. Te fel, eigenwijs en onverzettelijk, niet makkelijk om mee samen te werken. Hij kwam 4 jaar geleden met 36000 voorkeurstemmen in de kamer, de partij had hem ergens onder aan de lijst gezet. Maar de kiezer bleek wijzer. Pieter maakte de afgelopen jaren weer indruk. Als een tijger dook hij in het Toeslagendossier. Lijsttrekker was hij bijna, met een miniem verschil verloor hij van Hugo de Jonge. Gek genoeg mocht hij  geen lijsttrekker worden toen Hugo de Jonge zich terugtrok. Als je nu een voorkeurstem op hem uitbrengt geef je een duidelijk signaal af, maar niet meer dan dat. Als nummer 2 zal hij waarschijnlijk niet eens aan de onderhandelingstafel bij de formatie komen. In het boek ‘Tijd voor een nieuw sociaal contract’, dat Omtzigt samen met publicist Welmoed Vlieger schreef, zet Omtzigt uiteen wat er in zijn ogen moet gebeuren en veranderen, kort samengevat: De overheid is er voor de burger en niet andersom. 

Ik hoor veel mensen die een stem op hem uit zouden willen brengen, er zijn weer diverse acties. Maar af en toe heb ik het gevoel dat Pieter verdwaald is in een land waar hij eigenlijk al lang niet meer thuis hoort. Een soort Don Quichot die vecht tegen windmolens. Ik heb tranen gezien, en zuchten gehoord, hem horen zeggen hoe moe hij wel niet was. De politiek is een hard bedrijf. Pas goed op jezelf Pieter, kamerleden zoals jij zijn zeldzaam en kostbaar. Onmisbaar. 

only a womans heart


Wederom welkom Wil! Ik stap het kleine schuurhuisje op Schiermonnikoog binnen. Ik was er al eerder. Vandaar dat “wederom” op het briefje dat op het tafeltje ligt. Ernaast een schaaltje met chocolaatjes. Net als vorige keer. Alles is “tje” in het vakantiehuisje dat door Marijke verhuurd wordt. En alles is kraakhelder, de lakens, de handdoeken, het aanrecht, de douche, het toilet. Geen design maar knus en doelmatig. Je grijpt nooit mis. Als je denkt, zou ze ook een melkkloppertje hebben, ja hoor. De draagbare transistor doet het alleen goed op NPO 4 en wifi heeft het ook moeilijk, maar goed we zijn op Schiermonnikoog, het eiland van stilte en rust. Van de zee en de duinen, van wolken, lucht en winden. Van zon en mist, van gelukkig zijn. 

Als ik weer een paar heerlijke dagen in het kajuitje heb doorgebracht, breng ik op maandagmorgen mijn fiets terug. Het zadel is drijfnat van de mist, ik kijk even in het schuurtje van Marijke of er ergens een doekje ligt om het zadel af te doen. Terwijl ik het zoek en vind gaan mijn ogen over de planken van Marijke. Waar niets verkeerd staat, alles keurig gerangschikt. Op een kist vind ik een mandje met daarboven op twee gevouwen doekjes, een geel en een blauw, eronder tuinhandschoenen, twee paar. Ik snuffel nog even in het mandje en vind een paar bolletjes touw, houten prikkers, draad, plastic zakjes, een schaar. Alles ordelijk opgeborgen. Niets vuil, alles spic en span. Zoals alles in het  tuinhuisje. Maar ook de womans’ hand: een schoteltje met zelf gebakken  bananentaartjes voor de deur op de avond voor vertrek, met de vraag het geld voor de toeristenbelasting niet vergeten klaar te leggen.
 Terwijl ik het bananentaartje verorber bij het laatste kopje koffie met opgeklopte melk in het kajuitje, piept de zon naar binnen in het vooronder, het halletje met de schoonmaakspullen, de wasmachine en de afvalbakken. Het zonlicht valt precies op de hyacinthen die ik nu pas voor het eerst zie. Marijke. Een vrouw naar mijn hart. Alles goed georganiseerd, maar ook de touch of a woman. Een lief briefje, een taartje, een gezellig praatje, voorjaarsbloemen in een bak.
 

Vandaag is het 8 maart, Internationale Vrouwendag. Ik begin die dag al jaren met Mary Black’s Only a womans heart. Ik bedenk dan welke vrouwen voor mij een voorbeeld zijn en waren. Dit jaar denk ik aan Marijke, en eer ik in haar alle vrouwen die waar dan ook, onder welke omstandigheden dan ook het heft in handen hebben genomen en nemen. Hun leven en de zaken goed regelen, met passie en toewijding. En die niet vergeten dat ze mens zijn, warmte en liefde stoppen in alles, tot in de kleinste details.

knippen

De moeder van Simson kon niet zwanger worden. Ze bad iedere avond tot God, maar er kwam geen kind. Op een dag stond ze in de keuken, de zon scheen naar binnen. In de zonnestralen zag ze een engel. Hij sprak: “Je zult een zoon krijgen, maar je mag  zijn haar nooit knippen. Zo zal iedereen kunnen zien dat hij een man van God is.” Er werd een zoon geboren, hij kreeg de naam Simson, wat zonnig betekent en zijn haren werden nooit geknipt. Hij werd zo sterk dat hij in zijn eentje een heel leger kon verslaan. De Filistijnen waren in die tijd de aartsvijand van het volk waar Simson toe behoorde. Ze dachten lang na hoe ze deze superheld zouden kunnen verslaan. Een lieftallige vrouw was het wapen. De dolverliefde Simson verklapte het geheim van zijn kracht aan de beeldschone Delila. De Filistijnen knipten zijn haren af terwijl hij lag te slapen en konden hem zonder enige moeite gevangen nemen.

10% Van de Nederlanders gaat nooit naar de kapper. Maar hoeveel procent daarvan nooit wordt geknipt? 

Het aantal kapsalons is in de loop der jaren enorm toegenomen en groeit nog steeds. Gemiddeld gaan we ongeveer 8 keer per jaar naar de kapper. Er zijn grote verschillen tussen mannen en vrouwen en jonge en oudere mensen. Mannen gaan vaker naar de kapper dan vrouwen. Jonge en oudere mannen gaan het vaakst. Sommigen iedere week. Het jaar 2020 was een rampjaar voor de kappers. Er was al een paar jaar sprake van een krimp in de branche; de Coronamaatregelen waren voor sommigen de genadeklap. Toen gister het bericht naar buiten kwam dat kappers weer open mogen begin maart, ging een zucht van verlichting door kappersland. En hun klanten. Want Simsonkapsels, daar gelooft niemand in. Dan maar een watje. 

 winter 

Het is vroeg in de morgen. Maar ik hoor ze al. Daar op het vennetje in het Doktersbos. De eerste schaatsers. Aan de kant is het nog nat, “ja veengrond he.” Een vader die zijn dochter helpt met het aandoen van de schaatsen. Een hond. Jonge vaders en moeders met hun kinderen. Een jongetje met een grote rode muts schaatst gelijk weg of hij nooit anders gedaan heeft. Het kleine meisje kijkt ernstig als ze de eerste slagen doet, ze vindt het eng. Een vader valt met een harde klap op het ijs. De jonge ouders begroeten elkaar. Heee! Weet je nog? Toen we hier leerden schaatsen toen we klein waren? Achter een stoeltje? Toen jouw oma met een kan met warme chocolademelk langs kwam en koek? Toen…? 

De echte schaatsers ruilen het vennetje in voor het kanaal, Hancate, of nog verder weg om de sensatie van het vrije bewegen over weidse vlakten te ervaren. De zuivere lucht. De warme zon. Het wonderschone landschap.

Een paar dagen feest, euforie. Sneeuw, ijs. Er wordt iets losgemaakt. Open gemaakt. Nederland in de winter. Geef ons sneeuw, geef ons ijs. En we zijn gelukkig. 

*Schilderij Winterlandschap met schaatsers en vogelknip (vogelval) Pieter Brueghel de Oude, 1565

NB in de 16e eeuw werd het leven van een mens vaak vergeleken met een pelgrimsreis waar allerlei gevaren moesten worden overwonnen. Het schaatstafereel met het gladde ijs en gevaarlijke wakken vertegenwoordigt het onzekere bestaan. De vogelval is het symbool van de duivelse verlokkingen waaraan de mens wordt blootgesteld, waardoor de toegang naar de hemel geblokkeerd is. (Bron: Wikipedia.)  









afdruk


Ik ken iemand die er van overtuigd is dat zij en ik elkaar kennen vanuit een vorig leven. Ze loopt naast me en ik voel verwantschap, maar de taal van vorige levens herken ik niet. Ik ben er zeker van dat je niet een onbeschreven blad bent, als je geboren wordt. Ik denk dat je veel meedraagt van je voorgeslacht, maar vorige levens: ik weet het niet. 

Altijd als ik in Frankrijk kom heb ik het gevoel: dit is mijn land, hier kom ik vandaan. Een thuiskomen. Ik had het ook toen ik voor het eerst Franse les kreeg op de lagere school. Mijn hart sprong op, ik werd blij, ontroerd, alsof ik iets terugvond dat ik was kwijtgeraakt. Ik heb wel eens nagezocht wat mijn verborgen verleden zou kunnen zijn. Mijn achternaam verwijst inderdaad naar het noorden van Frankrijk, hugenoten. Mijn vader zag er uit als een Fransman en was het ook een beetje: een niet al te grote man met driftige pasjes als de gendarme  van Saint Tropez. 

Vorige week overleed de Vlaamse zanger Kris de Bruyne. Zie je wel, dacht ik toen ik zijn levensverhaal las. Daar liggen mijn roots. Zeker. Vast. Noord Frankrijk, en vandaar uit omhoog via Vlaanderen, naar Zeeland. 

Frankrijk, Vlaanderen, ik werd op mijn wenken bediend dit weekend. Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps spraken in het TV-programma Matthijs gaat door. Het ging over Brel, over Piaf, over Parijs, over Franse chansons. Het was gelukkigmakende tv. Dat allemaal bij elkaar op die mooie winterse zondag het was te mooi om waar te zijn. Dat kon geen toeval zijn. Want dat geloof ik wel. Dat niets zomaar gebeurt. Dat alles met alles met alles verbonden is. 

Havo 4 op Hof Espelo

Het is druk op deze koude zonnige zondagmiddag op Hof Espelo, een landschap ten noordwesten van Enschede. Ik kan mijn auto niet kwijt op het parkeerplaatsje aan de ingang van het landgoed. Ook niet op de oprijlaan naar het koetshuis. Als ik achteruit rijd heb ik geluk. Er rijdt net een grote zwarte auto weg en ik kan zonder al te veel moeite mijn autootje kwijt.

“Is het hier altijd zo druk”?, vraag ik aan de twee jongens aan de ingang van het park. Ze staan achter een campingtafeltje met koffie, thee en chocolademelk met cake. Ze vertellen dat ze hier al een paar weken staan en dat het ieder weekend beredruk is. Ze hebben toestemming van de beheerder in afwachting van een vergunning van de gemeente. Het is een mooie bijverdienste nu hun werk in de horeca niet mogelijk is. Ze vinden het heel leuk werk, de mensen maken graag een praatje. We kunnen betalen met een tikkie. “Zijn jullie student hier aan de universiteit?”, vraag ik. “Nee, nee”, lachen ze, “We zitten in 4 Havo”. 

4 Havo. Ik vertel mijn wandelvriendin over mijn droevige ervaring in mijn eerste 4 Havo klassen. Een half jaar voor ik mijn bevoegdheid Frans haalde, kreeg ik de gelegenheid midden in het schooljaar in te valllen voor een zieke collega op de middelbare school. Ik kreeg een paar onderbouwklassen en twee Havo 4 klassen. Die onderbouw liep als vanzelf. Ik had immers een jarenlange ervaring op de basisschool. Maar die Havo 4 klassen. Die laatste twee uur op de woensdagmiddag met 4C en 4D. Trillend en misselijk van angst ging ik het lokaal in. Het was verschrikkelijk: door elkaar roepen, schreeuwen, gillen, uit de bank lopen, op een andere plaats gaan zitten, zodat ik iedereen bij de verkeerde naam noemde. Een nachtmerrie was het. Het toppunt was de rode tampon waar ik in greep toen ik een krijtje wilde pakken om iets op het bord te schrijven. Afschuwelijk. Iedere woensdagmiddag verlangde ik naar de bel van het einde van de les. 

Ik heb het overleefd. Ik hield stand. Maar vraag niet hoe. Na een half jaar nam ik opgelucht afscheid van ze. Ik kon op een naburige school een vaste baan krijgen, waar ik met een schone lei kon beginnen. Dankzij goede referenties van de directeur. Ik had zo knap die 4 Havo klassen in het gareel gekregen!  

de brug


Avondklokrellen. Een nieuw woord sinds dit weekend. Als ik mijn ipadje open klap na een vreedzame wonderschone ochtendwandeling lees ik er over. Van alle kanten verontwaardiging. Afkeuring. Veroordeling. Een speciale persconferentie van premier Rutte. Hij veroordeelt dit “crimineel geweld.” :” Het is ontoelaatbaar. Elk normaal mens kan hier alleen met afschuw kennis van nemen. Wat bezielt deze mensen?” Aldus Rutte. 

Ik woon in een rustig dorp, in een prachtige omgeving. Het is hier vredig. En ik denk na over die vraag. Wat bezielt deze mensen? Ik ken woede, ik ken geweld. Berg je maar, als het losbarst. Zeker in groepen is het levensgevaarlijk. Hoe dim je het? Hoe stop je het? Het is makkelijk van uit de verte raadgevingen te geven. “Aanpakken!”,” Streng beboeten!” Of  terugschelden op de social media. Ja premier Rutte, wat nu? Want je bent er niet klaar mee door het af te keuren, te veroordelen. Alsof er mensen zouden zijn die het goedkeuren of toejuichen. Nee het deugt niet, het kan niet en het mag niet, maar nu, wat nu? 

Er moet een brug zijn. Vind hem. 

Blue Monday


Als een donkere dreigende zwarte hond bespringt hij je. Blaffend en bijtend. Gevoelens van woede, haat, jaloezie, angst die in je om woelen. Je onrustig maken, bang, verward. Gevoelens die je ongelukkig maken, gedeprimeerd, depressief: De zwarte hond. Ik moest leren “hem de baas te worden, hem aan de riem te houden, af en toe een beetje de lijn te laten vieren, de hond met vriendelijkheid te bejegenen.” Dat was op zich geen slecht advies van mijn leermeester, maar niet genoeg. Ik leerde er van dat die gevoelens en mijn persoon niet samenvielen. Hij bleef komen: de zwarte hond. Als je jezelf dan ook nog plaagt met gedachten als: “waar komt het nou weer van”, “wat doe ik verkeerd”, waarom lukt het me niet”, ” leer ik het nou nooit”, kom je er niet, maak je het alleen maar erger.

Acceptance is het woord. Accepteren dat je een vat vol emoties bent. Stoppen met jezelf daar om te veroordelen. Toelaten die emoties. Ze in alle vezels van je lichaam voelen, ervaren. Durven voelen. Niet bang zijn. Het heeft mij geholpen. Naar de angst, de woede, de jaloezie, het verdriet, of welke naam je die gevoelens wilt geven, voelen. Misselijk. Tranen laten komen om wat verloren  ging, om wat kapot is gemaakt, om wat anders had gemoeten, om wat je zo graag had gehad, om: gewoon. Kom maar met die bui, die stortbui. Ga er maar in staan en hou vol, houd het uit. Hervind je adem en doe een stap achteruit. Kijk om je heen. En ontdek: De bui is over. De wolken drijven weg. Kijk. Hoor. Een vogel in de lucht. Ruik. De lente. Voel. Warmte. En. Je weet: het kan zo weer veranderen. Maar. Je weet: ik kan het, ik durf het, ik ben niet bang. Kom maar met die zwarte hond. Met Blue Monday. Het wordt vanzelf dinsdag. 
 

Video Acceptance van Bill Viola



Kalenderblad Januari Old lady and the plinth van Banksky 

20 jaar later

14 Jaar was ze. Ze was niet eens zo uitgaanderig. Ze had net zo lief thuis gebleven bij haar ouders. Maar haar vriendinnen halen haar over. Oudejaarsnacht 2000 Volendam, café ’t Hemeltje. Vlak na middernacht vliegt het café in brand. De kerstversiering ontvlamt door sterretjes, die kleine onschuldige stokjes die voor de meeste kinderen de eerste kennismaking met vuurwerk zijn. De ramp is niet te overzien. In de paniek lopen de jongelui alle kanten op, soms recht de brand in. Er zullen 14 doden vallen en 350 gewonden, waarvan 200 zwaar gewond. Zij is een van hen. 

20 Jaar later zit ze weer in de kroeg met 5 vriendinnen, die er toen ook bij waren. In het tv-programma Volendam-20 jaar na de brand. Je schrikt even als je haar voor het eerst goed in beeld ziet. Een gezicht vol littekens. Overal waar huid te zien is aangetaste huid. Beschadigde vingers. Naast haar de mooie presentatrice. En gaande weg het gesprek ga je ook haar schoonheid zien. Kaarsrecht, koninklijk zit ze daar. Ze vertelt rustig en nuchter hoe het allemaal gegaan is die nacht, hoe het was nadat ze wakker werd in het brandwondencentrum in Beverwijk, hoe de revalidatie verliep, hoeveel opreraties ze moest ondergaan en hoe haar leven er nu uitzag met haar gezin. Alles met een onvervalst Volendams accent. 

In de uitzending zie je foto’s van de vrouwen voor de brand. Meisjes. Young en beautiful. Fris, gaaf.  Ik kan me voorstellen dat hun ouders heel wat hebben weg moeten slikken toen ze hun kinderen terugzagen. Dat de meisjes met heel veel schroom voor het eerst naar zichzelf hebben gekeken in de spiegel.

 Alle meisjes en jongens, alle pubers, alle mensen, die naar zichzelf kijken en zichzelf te dik, te dun, te dit, te dat, niet mooi vinden, zou ik willen aanraden deze uitzending te bekijken. Om te zien hoe onder al die onvolkomenheden mooie sterke mensen langzaam zichtbaar worden. En dat wat hun gelukt is, jou ook misschien zou kunnen lukken. Accepteren dat het is zoals het is, en er van maken wat er van te maken is. Dat je mooi bent zoals je bent. Jij ook. 

Volendam-20 jaar na de brand-EO 

rummikub


“En wat zullen we gaan doen voor dat we gaan eten?” “Nou wat dacht je van een eindje wandelen en een spelletje doen?” Tegenover mij gefronste wenkbrauwen als ik op tweede kerstdag de rode doos op tafel zet. Op de eerste kerstdag had de doos al op tafel gestaan. En ook toen werd met scepsis gekeken. Rummikub is toch voor ouwe mensen. Niet voor vlotte, dynamische vrouwen toch. “Het is wel 2021 hoor!” Op 3 januari komt de doos weer op tafel. Deze keer zit er tegenover mij een meisje van negen jaar. Meestal loopt ze dansend en tiktokkend door de kamer. Of ze doet iets op haar iPad. Of kijkt teevee. Maar nu doen we een spelletje. Sinds lockdownkerst heeft de jonge familie spelletjes ontdekt. Hele moderne en nieuwe, maar ook ouderwetse zoals ganzebord, mens-erger-je-niet en ja rummikub. De jonge dame komt als eerste uit en zal het potje winnen. Tussen de beurten door stelt ze me allemaal vragen. Van alles vraagt ze. Alles vraagt ze. 

Op de sterfdag van mijn moeder, zit ik net als mijn moeder, die iedere middag naar haar buurvrouw ging om te rummikubben, met de karakteristieke stenen voor me. Ik vertel het meisje over die dag en ik moet precies vertellen hoe het was op die 3e januari 15 jaar geleden. Ik vertel haar dat ik het zo leuk vind om met haar te praten. Dat ik twee zonen, jongens had en dat dat toch anders is, dan meisjes. En ik vertel haar hoe blij ik ben met twee kleindochters. Die je in vertrouwen nemen, bij wie je je vertrouwd voelt.

Als ze naar huis loopt, draait ze zich een paar keer om, om naar me te zwaaien. Ze roept lieve woorden. Ik bedenk me hoe rijk ik ben, hoe gelukkig. Een oma heb ik nooit gekend, met mijn moeder waren de gesprekken nooit echt intiem, en hier zat ik: rummikubben met haar achter kleindochter. Wedden dat je van boven met genoegen naar ons gekeken hebt? Dat je zag wat jij zo moeilijk vond, wat jou niet was gegeven en bijgebracht? Dat die onderhuidse liefde gewoon doorgegeven is en nu in het licht mag staan? Het is 2021! Een mooie tijd.