meneer met rollator

Ik noem hem een meneer, geen oud mannetje. Ik weet niet precies waarom, maar het is vooral zijn kleding en ondanks zijn sterk gebogen rug heeft hij toch iets statigs. Hij zou wel directeur geweest kunnen zijn of een hoge meneer in de fabriek. Nu is hij oud en krom en loopt hij achter een rollator.

Voetje voor voetje beweegt hij zich voort. Af en toe stopt hij. Hij kijkt even in het rond of omhoog. Dan gaat hij weer verder. Behoedzaam volgt hij het licht slingerende pad door het parkje. Als het mooi weer is heeft hij een moderne geruite blouse aan. Als het koud is een sportief groen gewatteerd jack. Want hij loopt iedere dag. Weer of geen weer. Hetzelfde rondje. Vanuit zijn appartement in het centrum over de Grotestraat. Rechtsaf bij de stoplichten de Joncheerelaan in en vervolgens rechtsaf het Leo ten Brinkepark* in. Als het warm is gaat hij soms even zitten op het bankje vlak voor mijn huis. Ik zie hem dan heel voorzichtig opstaan en verder lopen.

Daarna komt het gevaarlijkste onderdeel van zijn ommetje. Hij loopt het gras in en manoeuvreert heel zorgvuldig zijn rollator door het gras, over de stoeprand de straat op. Zo kan hij meteen rechtsaf de Meyboomstraat in en bij de bloemenwinkel nogmaals rechtsaf richting zijn appartement.

Zaterdagmiddag kijk ik samen met kleindochter naar de gevaarlijke actie. Het meisje heeft de deurklink al in haar handen om er naar toe te lopen en te helpen, maar dat is niet nodig. Het gaat goed zoals het iedere dag goed gaat. We halen opgelucht adem. Wat een dappere meneer.

* Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (1)

Meer over de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan

voorbijgangers

Vanuit het keukenraam kijk ik uit op het Leo ten Brinkepark, “Het parkje”, voor Nijverdallers.

De komende weken portretjes van voorbijgangers in Wiskeschrijft.

* Het Leo ten Brinkepark ligt op het tunneldak van de tunnel onder Nijverdal, een plan dat in 1975 door Leo ten Brinke werd bedacht en dat in die tijd werd weggelachen. Later meer hierover.

zonnige zondag

Het is zondag 5 september. De morgen is ijskoud. Zes graden op de thermometer. Maar de zon schijnt. Over het paadje in het parkje voor mijn huis fietsen mensen in korte broek. Een vader haalt zijn zoontje uit de kinderwagen. Het jongetje doet voorzichtig een paar pasjes naar de wijde armen van zijn papa. De vader kijkt zo gelukkig en zo blij als een vader maar kan zijn. Ik kan niet ophouden er naar te kijken. Het is een mooie dag.

“Het wordt een mooie dag”, zegt mijn schoondochter. Op het terras staat de televisie al opgesteld. Met ruim drie miljoen kijkers zal zij om drie uur aan de buis gekluisterd zitten om Max Verstappen de formule 1 race in Zandvoort te zien winnen.

Ik verbaas me er al een tijdje over waar al dat enthousiasme voor de autosport vandaan komt. Ik dacht eerst dat het alleen een mannending was: techniek, broembroem, maar ook vrouwen zetten ‘s nachts de wekker om races te bekijken. Het is ook niet slechts een sport voor de rijken, want welk jongetje of meisje kan een dergelijke sport nou betalen? Nee, rijk, arm, jongen, meisje, oud, jong: het maakt niet uit. Iedereen houdt van de formule 1, houdt van Max Verstappen.

Op de zonnige zondag ben ik ook achter de televisie gaan zitten. Heb op Ziggo Sport gekeken.

Ik vond het prachtig: Davina Michelle. Max. Max de koning. Een kolkend Zandvoort. Het juichende stadion. De show die de organisatie er van had gemaakt met tribunes in rood, wit en blauw. De vreugde bij de commentatoren. De tranen van de stoere mannen. Wat een feest. Wat een sfeer.

Het werd een mooie dag. Een dag die ons even bij elkaar bracht. Een gevoel van wij. Wij, Nederlanders. Even geen gezeur, even geen pandemie, even geen jij en zij. Dank zij een perfecte organisatie, laat dat gezegd zijn. Tot in de puntjes voorbereid; creatieve oplossingen. Geen files, opstootjes, nauwelijks een wanklank. Het kan.

het zout der aarde

Charlie Watts de meest bescheiden man van de Rolling Stones is niet meer. De drummer; de man die de maat aangaf, het tempo bepaalde, de accenten sloeg, stierf vorige week op 80-jarige leeftijd.

Mijn broer stuurde mij een filmpje met het nummer ‘The salt of the earth’ op zijn Pioneer installatie uit de jaren 60. (Een briljant geluid nog uit de boxen. Daar kan mijn Sonos niet tegen op). Een appje met de woorden: “moet ik even delen, voor mij zeker het zout der aarde“. *

Het nummer ‘The salt of the earth’ komt van het album Beggars Banquet uit 1968. ‘Sympathy for the devil’ is het bekendste nummer van het album. Ieder jaar staat het weer hoog in de top-2000. Dit nummer is het laatste op het album en veel minder bekend. Ik heb de tekst er nog eens bij gepakt. Het is een ode aan de gewone man: Let us drink to the hard working people, the lowly of birth.*

Een prachtig nummer van de golddiggers. Een tekst om boven je bed te hangen. Een kunstzinnige clip. Heerlijk drumwerk van Charlie. Muziek: ja, het zout der aarde.

*Google: Het zout der aarde, de bron van kracht en bezieling voor anderen.

* Tekst The salt of the earth, Rolling Stones 1968

groeten uit Afghanistan

Eind 2006 ging mijn zoon voor een half jaar naar Afghanistan. Hij was als militair al uitgezonden geweest naar Bosnië. Dat was een paar maanden. Nu was hij voor een half jaar weg. Nu was hij vader van een zoontje van 2 jaar. De tijd voor het vertrek en het afscheid was het lastigst, als hij eenmaal weg was, kwam de rust. Ik kende dat van bij ons thuis: mijn vader was zes jaar ver weg tijdens de oorlog; mijn broer ging als machinist op de grote vaart meer dan anderhalf jaar van huis als jongen van 17 jaar. Ik wist hoe het voelde. Ik had het gezien bij mijn moeder.

Maar. Ik was ook trots. Trots dat mijn kind meedeed, meevocht, verantwoordelijkheid nam voor de goede zaak: de wereld een beetje beter maken in dat land hier ver vandaan. Als ik op de begraafplaats hier vlakbij in Holten langs de namen van de gevallen soldaten liep moest ik altijd denken hoe die ouders en geliefden afscheid hadden genomen. En definitief afscheid moesten nemen van hun kind. Voor mijn vrijheid. Hun kinderen kwamen niet terug. Dat moesten ook Nederlandse ouders meemaken.

Mijn zoon kwam terug. Gezond en wel. Geen verwondingen, geen trauma. Ik had hem iedere week een brief geschreven. Af en toe schreef hij iets terug. Een kaartje met Greetings from Afghanistan en een paar zinnen erop. Dat het goed met hem ging en dat de tijd best snel ging.

14 Jaar later krijg ik van hem regelmatig appjes met berichten over de huidige situatie in Afghanistan. Ik proef verontwaardiging, ontgoocheling.

Een berichtje met een YouTube filmpje van een zogeheten Ramp Ceremonie. In dit geval van een helicopter-crash waarbij 5 militairen omkwamen.

Dagelijks heb ik bij de ramp ceremonie gestaan in de periode 2006-2007. Dit is uit die periode. Zal me altijd bijblijven.

En een artikel van Mart de Kruif, oud-commandant Van de NAVO-missie ISAF met de kop: ‘Afghanen gingen er vanuit dat we zouden blijven helpen’

Ach we hebben een steentje bijgedragen. Ik niet zo veel bijzonders hoor. Velen die veel heftiger werk hebben gedaan.

Ik wist niet goed wat terug te appen. We doen allemaal ons ding. Het ene is zinvoller dan het andere, veel is zinloos, en veel is zelfs helemaal verkeerd. In de oorlog in Afghanistan zijn duizenden militairen omgekomen en tienduizenden onschuldige burgers. Was het allemaal om niet? Hadden we er nooit naar toe moeten gaan?

Een paar dagen later komt mijn zoon langs. Hij drinkt een kopje koffie en we praten over van alles en heel even over Afghanistan. Als hij weggaat pakt hij de grasmaaier en maait hij het gras. ‘s Avonds komt hij nog even langs om een emmertje koemest over het gras te strooien. ‘ Vannacht gaat het regenen, knapt je gras mooi van op’. Dat doet hij zonder dat ik het hem gevraagd heb.

Je hoeft geen heftige dingen te doen om de wereld een beetje mooier te maken.

ik heb gezegd, ik heb gedaan

“Waarom huil je, waarom huilen al die mensen”, vraagt het kleine meisje naast me op de bank. Ja waarom moet ik huilen als ik Jeffrey Hoogland zie springen van blijdschap als hij ziet dat zijn vriendin goud heeft gewonnen. En waarom valt er ook een traan als hij een paar dagen later net naast het goud grijpt en hij daar ontgoocheld op het podium staat met een zilveren medaille om zijn hals.

“Live sport is het mooiste wat er is misschien wel mooier dan een klassiek concert“, appte mijn sportmaatje mij na de historische 10.000 van Sifan Hassan. “Zeker weten”, appte ik terug. Met dank aan de NOS met prachtige live-uitzendingen en presentatoren als Gregory Sedoc en Jeroen Stomphorst.

De Spelen van Tokio werden misschien wel de mooiste spelen ooit. De Spelen van 2020, uitgevoerd in 2021 brachten verbondenheid in een tijd waar die ver te zoeken is. Even geen onmin, even geen gescheld, even geen gediscussieer, even geen gezeur.

We were one.

Dank sporters en de mensen om jullie heen. Dank Jeffrey, dank Sifan en alle anderen. Jullie hebben mij mooie uren bezorgd. Blij gemaakt. Geïnspireerd. Jullie hebben mij ontroerd met jullie wilskracht, doorzettingsvermogen, kameraadschap, teamspirit, blijdschap, verdriet, teleurstellingen, sportkwaliteiten. Tot tranen toe.

* ik heb gezegd, ik heb gedaan ( Sifan Hassan na het behalen van haar derde medaille, het goud op de 10000 m)

* Jeffrey Hoogland foto op zijn twitteraccount

klap in het gezicht

Onze dominee begon er de preek mee. De klap van de Duitse judoka coach. Het werd niet door de buitenwereld gewaardeerd dat judoka Martyne Trajdos, zijn pupil, voor aanvang van de wedstrijd door elkaar werd geschud en een klap in haar gezicht kreeg. Er kwam een heleboel commentaar op. Het leverde de coach een ‘ernstige officiële waarschuwing’ op. Martyne reageerde dat ze niets begreep van de ophef (het filmpje met de klap ging de hele wereld rond) :”Dat doen we altijd zo. Het is de manier om mij wakker te houden, mij scherp te houden”.

Het lijkt mij een rare manier: het is een klap die je aan ziet komen. Dat is wat anders dan de klap in je gezicht, waar we het over hebben in de uitdrukking: “Het was een klap in mijn gezicht’. Dat gaat over een klap die je niet had verwacht.

Onze predikant houdt er ook niet van: ‘door elkaar schudden’ en ‘klap in het gezicht’ als methode om het kerkvolk wakker te schudden of scherp te houden. Donderpreken zijn uit de tijd en worden beslist niet meer gepikt door de geëmancipeerde gelovigen.

Toch: soms werkt een onverwachte ‘klap’, beter dan genuanceerde waarschuwingen en voorzichtige adviezen. Van iemand die het goede met je voorheeft. Dat wel.

goed voor je bloed

Wat is het een heerlijke zomer. Iedere morgen kan ik op blote voeten de tuin in. Het eerste bakje koffie op het terras met de zon op mijn blote benen. Ik kijk dan naar mijn tuintje, waar alles groen is; alles groeit en bloeit. Ik zit dan voor me uit te kijken. En luister naar de vogels. Kijk naar de vlinders, de bijen, de mussen, de mezen, de bloemen, de struiken, de planten. Door de broeierige warmte en de regen af en toe is de tuin mooier dan ooit.

Maar ik heb ook nog een voortuin. Ook een tuin-tje. Die is het allermooist. Telkens als ik er langs kom blijf ik even stilstaan om te kijken: een compositie van paars, roze, oranje en wit.

Als ik zo aan het tutten ben over mijn tuintje moet ik denken aan mijn moeder. Toen ze ouder werd kon ze zo trots en blij zijn met haar enorme hortensia’s in roze en rood.

Dat was anders toen we klein waren. Toen was de tuin de plek waar het eten vandaan kwam. En dat was heel veel werk. Voor hadden we gras met rondom pioenrozen, donkerrood, en hortensia’s in allerlei kleuren. Achter was een enorme moestuin. Daar kwam op het vlees na onze dagelijkse maaltijd vandaan. In de zomer sla, boontjes, bietjes, andijvie, postelein, tomaten, komkommer, peultjes, worteltjes, en alle aardappelen. In de winter spruitjes, koolraap, rode kool, groene kool. Ook het fruit kwam uit de tuin: appels en peren in het najaar. In de zomer: aardbeien, kruisbessen, zwarte bessen en rode bessen. De rode bessen waren bewerkelijk: na het plukken en wassen, rissen met een vork en prakken, vervolgens laten weken in suiker. En dan als een sausje over de yogurt of pudding. Over warme pudding dat vond ik het lekkerst.

Mijn moeder was er zelf ook gek op, want ze maakte het vaak als toetje. Ze zei er altijd bij: “ eet maar lekker op, rode besjes zijn goed voor je bloed”.

Rode besjes, aalbessen, ik haal ze nu ook af en toe. In een plastic doosje. Ik prak ze niet, doe er geen suiker bij. Doe ze over de kwark of de yogurt. Ze zijn supergezond lees ik op het etiket: rijk aan vezelstoffen en vitamine C en caloriearm. En! nog altijd niet te versmaden, heerlijk zijn ze. Ze zijn de zomer, de zon.

een goede vader

Dit gedicht van Bertus Aafjes stond op het bureau van Peter R de Vries. Jeroen Pauw las het voor in de speciale uitzending ter nagedachtenis aan de vermoorde journalist. Het typeert de man die in de eerste plaats herinnerd wilde worden als een goede vader. Ik zie er een gebalde vuist bij, een verbeten strijder. Zo wilde hij zijn. Zo wilde hij gezien worden. Oprecht zijn; rechtvaardig, standvastig, trouw.

In een interview met Annemiek Schrijver van 20 jaar geleden vertelt hij waar die strijdbaarheid vandaan komt. Als kind al verzette hij zich tegen gezag, dingen die van boven af opgelegd worden. Als hij het vertelt zie je de afkeer en strijdlust in zijn ogen, zijn mond. Bijna hautain. Het geloof van zijn ouders zwoer hij af. Zijn vader had heel wat met hem te stellen. Een strenge, harde vader die in het verzet had gezeten. Een vader die mensen had geliquideerd, iets waar hij zijn hele leven last van had, maar nooit over sprak.

Peter vertelt in het interview dat hij zich altijd verdiepte in de achtergronden van de dader. “Hoe meer je weet van iemand die een misstap begaat, hoe meer je er van begrijpt”.

Dat gebeurt ook als je de Vries hoort praten over het nest waar hij uit komt. Je ziet hem voor je: het opstandige kind tegen alles wat gezag is en tegelijkertijd de sfeer uit zijn omgeving van het goede doen, opkomen voor de zwakke, recht en rechtvaardigheid. Een rechte rug hebben. Afkeer van onoprechtheid. Niet bang zijn. Niet meelopen. Durven apart te staan. Trouw zijn.

Als we Peter R willen gedenken zouden we dat gedicht van Aafjes maar eens moeten lezen af en toe.

* Foto op omslag boek van Mick van Wely, De R van Rebel over Peter R de Vries

* De Verwondering van zondag 18 juli 2021, een compilatie van een interview uit 2001

* Bertus Aafjes, gedicht Muurbloem uit bundel Het gevecht met de muze 1940

dag school

Deze week nam de conciërge afscheid van school. Geen uitgebreide receptie voor de vrouw die van zoveel afscheidsbijeenkomsten en recepties een waardevol en onvergetelijk moment wist te maken: sfeervol de ruimte ingericht, verse bloemetjes op de tafels, vers gebak, lekkere hapjes.

Vriendelijk, vrolijk, belangstellend. Een luisterend oor. Oog voor. Een begrijpende blik. Onvermoeibaar. Zorgvuldig. Allesgezien en aanallesgedacht: alcoholvrij voor x, vegetarisch voor y. Piekfijn, tip top alles voor elkaar. Een verzoener, bijelkaarbrenger. Aanpakken. Nietzeuren. De juiste vrouw op de juiste plaats in het team van de conciërges. Conciërges: Het hart van de school worden ze vaak genoemd.

Je vond het wel goed zo. Zonder al te veel poeha en poespas de school uit lopen. “Oh nee, geen interview in de krant”.

“Je bent maar klein, maar je maakt een groot verschil”, zegt de jongen tegen de mol in het boek van Charles Mackery

En zo is het. Zo was het. Dankjewel! Voor alles. Het was goed. Het ga je goed.