we mogen weer

De klokken luiden op deze zonnige zondagmorgen. “Ga je naar de kerk?”, vraagt mijn buurman als ik de deur uit loop. Ja, maar niet naar de kerk waarvan de klokken zo uitbundig luiden, die zijn van de Rooms Katholieke kerk in het centrum van het dorp. Ik ga naar de Regenboog. Ja zo heet mijn kerk en dat past vandaag wel erg goed. Al heeft die naam niets met LHTB te maken maar met het verhaal van een watervloed die grote delen van de aarde onder water zette en die ten einde was toen een veelkleurige regenboog aan de hemel verscheen.

In de Regenboog wordt een jongetje gedoopt. Luca. Zijn vader is een man die van oorsprong uit de Oekraïne komt. Als jonge jongen werd hij geadopteerd. Hij was zwak van gezondheid en fragiel. Er is heel wat afgebeden voor hem. Maar nu staat hij daar gezond en wel naast zijn vrouw. Een modern kapsel, glanzend zwarte haren. Zijn zoontje in de armen. Het jongetje heeft een wit overhemdje aan met een zwart vlinderstrikje. In de kerk zitten overal verspreid familieleden en vrienden. En achter het orgel zit Jan, de pleegvader van Roman, de opa van Luca.

Jan is een betrokken medemens, die samen met anderen veel heeft gedaan voor kansarme kinderen, jongeren, bejaarden en zieken in de Oekraïne*. Jan kan ook aardig schrijven. In het plat bij voorkeur. Maar bovenal kan Jan fantastisch orgelspelen. Als Jan speelt krijg je zin om te dansen. Soms moet je huilen. Af en toe zou je willen klappen of roepen: bravo Jan!, dankjewel Jan!

In de ingehouden, ontroerende dienst wordt de kleine Luca ten doop gehouden. Er klinken oude en nieuwe liederen, mooie teksten. Een preek over zoeken. Over zoeken naar water. Over een buitengesloten vrouw bij een waterput. Mooie woorden. En het orgel: De hemel komt naar beneden.

Als we naar buiten gaan lopen we allemaal langs de doopouders en feliciteren hen. Buiten straalt de zon.

* Stichting Choe, Christelijke Hulp Oost Europa

nomade

“Boetje! Jij bent het! Wat is er met je gebeurd? Je bent toch niet in de Heer of zo?” Ik wist niet wat ik zag. Boetje, de dichter, de superslimme denker, prater. Maar ook de zwerver, de zuiper, de slapjanus, die zo zielig, zo slachtofferig kon doen na het zoveelste glaasje. Die op den duur alleen nog maar dronken was. Ik had het op een gegeven moment helemaal met hem gehad. De deur van de kast met de jeneverfles ging niet meer voor hem open, en uiteindelijk ook de voordeur niet meer. Ik had er geen zin meer in. Het was genoeg. Het was op. Als ik hem ergens tegenkwam draaide ik me om. Ik meed hem. Nog één keer kreeg ik de volle laag van hem midden in de supermarkt. Dat ik schijnheilig was en me vroom voordeed met mijn Christelijke smoel. Ik was opgelucht toen ik hoorde dat hij verhuisd was naar de stad.

En nu liepen we gelijktijdig de bioscoop uit in Enschede de hitte tegemoet op het plein. Boetje in een gladgestreken roze overhemd, een schone linnen broek, hagelwitte sneakers. Ik kreeg het beeld van een Jehovah getuige voor me. “Zullen we?” Even later zaten we op het terras van café Het Bolwerk, heerlijk in de schaduw, aan de rand van de Oude Markt. Maar de jeneverfles kwam niet op tafel. Boetje was schoon, stond droog. “Nee ook niet ééntje, voor mij is alcohol voor altijd taboe. Nooit meer”. Hij sloeg zijn ogen neer toen hij dat zei.

Hij vertelde. Dat hij zijn leven totaal om had gegooid, toen hij naar Enschede was verhuisd. Hij had zich aangesloten bij de AA, waar hij een lieve vriend had ontmoet met wie hij niet samenwoonde, ‘oh, nee dat niet’, maar met wie hij het heel goed had; die rust en evenwicht had gebracht in zijn leven. Door hem was hij geïnteresseerd geraakt in Oosterse culturen en religies. Ik reageerde terughoudend en herinnerde me hoe hij in het verleden had afgegeven op mijn religie en op alles wat geloven was in het algemeen. Ik zuchtte. Ik besloot mijn scepsis en mijn oordeel op zij te zetten en te luisteren. Dat had ik net nog in die mooie film over nomaden gezien en gehoord.

“Wat brengt het jou”, was zo’n vraag uit het verleden, de vraag die ik nu aan hem stelde. Hij barstte los, hield niet op met vertellen. Hij vond het ook wel iets voor mij. Voor ik het wist zat hij op zijn mobieltje een tarotkaart te trekken. Aarzelend gaf ik hem mijn geboortedatum, tijd, dagdeel. Vooruit.

Boetje ‘legde’ mijn kaart en vertelde. Ik ging een prachtige tijd tegemoet. Een tijd van licht, van zon. Hij zag mij bovenop een paard, de handen los, een paard zonder teugels, een glanzend paard in een tuin met een muur er omheen. De tuin was vol bloemen in allerlei kleuren, groene planten en bomen, een ruisende beek.

“Boetje, dat is het paradijs!” We keken elkaar aan. Ik moest iets wegslikken. Ik had enorme zin om toch een borrel te bestellen. Maar we deden het niet. We zeiden niet veel meer. Ik moest naar de trein. Boetje omhelsde me: “See you down the road, lieve nomade”. “Ja!, ergens in een mooie tuin vol bloemen bovenop een paard zonder teugels in een veilige omgeving!” “See you lieve Boetje”.

Film: Nomadland van Chloe Zhao over nomaden in Amerika

dagprijzer

Anne van der Meiden vertaalde de bijbel in het Twents. Hij stond op om 6 uur in de morgen en begon te vertalen aan de tafel die klaar stond. Dezelfde tafel, dezelfde stoel, alle schrijfgerei op dezelfde plek. Mocht niemand aankomen. Schrijven. Dag in dag uit. 16 Jaar lang. Tussen zes en negen uur in de morgen werd de klus geklaard. Zijn levenswerk. “Discipline en orde daar kun je niet zonder.”

Ik zie hem voor me. Aan zijn schrijftafel in zijn huis aan de Es in Nijverdal. Een riante woning aan de rand van de Noetselerberg met een prachtig uitzicht.

Behalve schrijver ook een prater. Een lezing met Anne van der Meiden, een kerkdienst dat was bij voorbaat een kraker. De afgelopen dagen heb ik interviews met hem gelezen en bekeken en het viel me weer op op hoe onderhoudend de man kan praten. Je hangt aan zijn lippen. Hij relativeert en verzacht alles wat rauw is. Uitgesproken is hij over fundamentalisme. Fanatiek uitdragen dat jij de waarheid in pacht hebt was er voor hem niet bij. Denk je dat jouw manier van geloven de enige is? Nee! Als vrijzinnig predikant was hij daarom niet in elke protestantse kerk welkom. Je kunt niet alles relativeren als het om geloofszaken gaat.

Ik mocht hem eens introduceren bij een bijeenkomst van de ouderenbond hier ter plaatse. De grote zaal was bomvol, er moesten stoelen bijgehaald worden. Hij maakte mij complimenten over mijn inleiding. Ik was gevleid, complimenten van zo’n kopstuk krijg je niet iedere dag. Hij vertelde en de zaal zat op het puntje van de stoel. Ademloos werd er geluisterd. En gelachen! Laaiend enthousiast verlieten de mensen de zaal.

Op vragen over geloofszaken was hij niet ingegaan. Gelukkig. Heel wijs. “Wat je ook gelooft, laat het er wezen”. “Al die verschillende manieren van geloven. Ik zie het als een vaas met allemaal verschillende bloemen die samen een prachtig boeket vormen voor onze lieve Heer daarboven”. Ik zag de vaas voor me. Het was lente net als nu. Prachtig weer. De zon scheen uitbundig. Een grote kan met een veldboeket van grassen, korenaren, klaprozen, korenbloemen en wilde margrieten.

Dat hij mag rusten in vrede daar boven of waar dan ook. Ik denk dat het een mooie plaats is, waar de zon schijnt, het gras groen, waar korenbloemen bloeien en klaprozen en wilde margrieten.

groen en blauw

“Je moet weer eens groen en blauw gaan dragen, net als vroeger” , adviseerde een vriendin mij. Er zat verdekte kritiek in op de zwarte broek en de zwarte trui, die ik droeg, had ik de indruk. Groen en blauw, het is waar, het is een prachtige combinatie. Ik hou er van.

Dit weekend was het lente, de zon scheen, het was warm. Ik verliet mijn kamer met veel groen en blauw. Naar buiten: wandelen, fietsen, eten in het gras langs de Regge. Een feest. Een traktatie van groenen en blauwen.

Groen staat voor vernieuwing, natuur. Groen geeft energie en leven. Blauw is de kleur van de hemel. Het symboliseert vertrouwen, loyaliteit, wijsheid, geloof, waarheid. Blauw geeft rust en vrede.

Ik praat regelmatig met een oude man die het moeilijk heeft in het leven. Hij vindt het leven een worsteling en is nog altijd onzeker of hij wel de moeite waard is. Er zijn momenten dat ik me zorgen om hem maak. Hij zegt hele mooie en wijze dingen. Hij heeft een speciaal plaatsje in mijn hart. Ik zou willen dat hij zelf zag hoe mooi en bijzonder hij was.

Hij probeert na al weer een vervelende ervaring voorzichtig zijn leven op te pakken en is bezig zijn huisje wat gezelliger te maken. Zaterdagavond kreeg ik een appje van hem. Hij stuurde een foto van een plant met lange groene bladeren op een kleedje in de vensterbank. Een effen blauw kleedje. Koningsblauw. “Het gaat goed met je”, dacht ik.

sleutels kwijt

Onze jarige koningin is regelmatig haar sleutels kwijt. En haar portemonnaie. Informatie uit een documentaire over de jarige Maxima.

Ik weet niet wanneer het begonnen is. Kwijt zijn. Je sleutels, je portemonnaie, je bril, je mobieltje. Leeftijd? Te druk?

Je moet naar de winkel, en je kunt nergens je portemonnaie vinden. “Wanneer had ik hem nou voor het laatst? Gister? Welke jas? Het regende, waar hangt mijn regenjas?”

Naar het werk. “Heb mijn bril nog niet op! Waarom ligt hij niet waar hij altijd ligt? Kijken, zoeken. In de badcel, bij de tv, op de bank? Waar??? Pfff op de piano. Racend de deur uit. Heb ik mijn mobieltje wel bij me. Even voelen in mijn tas. Nee niet in mijn tas. Toch terug naar huis. Nergens te vinden. Toch nog eens goed voelen in mijn jas, in mijn tas. Ja hoor, zit toch in mijn tas. Hoe laat is het. Racen. Op de fiets. Heb ik de deur… “

Er gaat veel tijd in zitten in het zoeken van je sleutels, je portemonnaie, je mobieltje, je bril. Of je boodschappenbriefje. Of je mondkapje. “Op een vaste plek leggen”, is het advies. Makkelijker gezegd dan gedaan. Je zult maar heel nodig naar de weecee moeten als je boodschappen hebt gedaan. Laatst belde iemand bij mij aan om te vertellen dat mijn sleutels aan de buitenkant van de deur zaten.

Ik kan nog wel even doorgaan. En u, jij, zult het wel aan kunnen vullen. We zijn blijkbaar in goed gezelschap. En wel van koningin Maxima. Ik heb een foto gezocht van haar met sleutels, of een portemonnaie, maar ik kon hem niet vinden. Allemaal foto’s van mooie Max in prachtige jurken en pakken. Ze stapt in of uit een auto die voor haar opengehouden wordt. Af en toe een tasje, maar die zijn zo plat dat ik me daar geen sleutelbos of portemonnaie in kan voorstellen. Zou ze vaak sleutels nodig hebben trouwens, of een portemonnaie?

Foto: ZKH Willem Alexander

een groene kaart

Mooi! Goed gescheiden! Ja dat kan. Ja daar ben ik trots op. Ik moet lachen als ik de sticker op mijn PMD-bak aantref.

Goed gescheiden. Mijn PMD-bak is in orde. De gemeente Hellendoorn heeft vorig jaar een forse boete moeten betalen aan het afvalverwerkingsbedrijf. In de oranje bakken zat behalve plastic, metaal, blik en drankpakken, allerlei afval wat er niet in thuishoort zoals etensresten, luiers, textiel, elektrische apparaten en piepschuim. De gemeente wil het probleem nu goed aanpakken. Voorlichtingscampagnes wat in welke bak moet hebben niet het gewenste effect gehad. Deze week worden bij het legen van de oranje bakken de bakken eerst gecontroleerd en ontvang je als inwoner een rode, een oranje of een groene kaart. Rood betekent dat je bak niet wordt geleegd (op de kaart is te lezen wat er in de bak is aangetroffen). Ook een oranje kaart betekent dat je het niet goed hebt gedaan, maar voor deze keer krijg je nog het voordeel van de twijfel. Ik kreeg een groene kaart. Ik had het goed gedaan.

Ik ben een voorstander van scheiden achteraf. Ik heb het onze burgemeester gevraagd. Er zijn gemeentes in Nederland waar het vuil in één bak gaat en in het afvalbedrijf gescheiden wordt. Haar reactie was dat hier in de omgeving zo’n bedrijf (nog) niet is en dat ook veel duurder is.

Afval. Ik leef bescheiden, sober. Ik wil bijdragen aan een schoon milieu. De bak voor het restafval is bijna leeg. De groenbak halfvol. De blauwe bak voor papier eveneens. Maar de oranje PMD-bak is altijd zo goed als vol. Dat is het probleem. We produceren met elkaar veel te veel afval. Met name verpakkingsmaterialen. We leven in een weggooi economie. We schaffen te veel aan. En wat aangeschaft is zit ingepakt en hoe.

Kunnen we terug? Minder verpakkingsmateriaal? Of nog beter: minder kopen, minder shoppen, minder consumeren, minder hebben? Eenvoudiger leven?

Lien en Ien

“Waar zijn we hier nou eigenlijk mee bezig?” Aan het woord Caroline van der Plas, fractievoorzitter van BBB in de Tweede Kamer afgelopen week. Ik had opgelet wanneer zij aan de beurt was om te spreken in het debat over de notulen van de ministerraad. Was er speciaal voor gaan zitten. Ik ben in korte tijd fan van haar geworden. Van der Plas, die boeren een mooi volk vindt, omdat ze nuchter zijn en met hun poten in de klei staan. Die niet van blabla houdt. Die het graag kort houdt.

Ze deed me gelijk denken aan Ien Dales, PvdA politica in de vorige eeuw. Die had ook geen tijd voor “flauwe kul”. Vond al dat gepraat over jezelf “zonde van je tijd”. Hield van “niet zeuren, maar doorpakken.”

Maar het is ook de verschijning. Ien Dales met haar flodderige jurken, platte schoenen en rare jasjes en tasjes. Niet naar de kapper geweest, of langs de styliste. Caroline van der Plas met haar leren jasje en wilde haren. Geen dames. Vrouwen.

Ien Dales was in haar korte leven, ze werd 62 jaar, directeur van Kerk en Wereld, een kerkelijk opleidings- en vormingsinstituut, staatssecretaris, lid van de Tweede Kamer, burgemeester van Nijmegen en minister van Binnenlandse Zaken. “Solidariteit en oprechtheid zijn haar ankerpunten. Zich inzetten voor anderen, vrouwen, homoseksuelen, voor mensen in de bijstand en voor allochtonen”*

Caroline van der Plas heeft zonder meer trekken van Ien. Ik hoop dat ze het volhoudt. Niet te vaak in talkshows gaat zitten, niet te veel reageert op de social media. Dat ze niet naast haar schoenen gaat lopen, geen kledingadviseuse neemt, of communicatie-adviseur. Zich niet uitsluitend laat omringen door ja-knikkers. Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen van populariteit, bewonderaars, succes.

Maar vooral hoop ik dat dat ze nooit zal vergeten de woorden van doortastende, rechtlijnige en soms botte, maar altijd oprechte Ien Dales: “ Een beetje integer bestaat niet”

*@Lientje 1967 twitteraccount van Caroline van der Plas

* Gegevens over Ien Dales van Wikipedia en artikel uit de Gaykrant bij haar overlijden in januari 1994

De Gouden Muur

Maar wie eenmaal werkelijk achter de Gouden Muur is geweest, zoals u en ik, weet dat dat alleen schijn is en dat het daar in de besluitvorming net zon geïmproviseerde janboel is als er voor, bij de mensen thuis, op de universiteit, in ziekenhuizen of bij bedrijven. Dat het achter de Gouden Muur net zo’n armzalige uitdragerij is als er voor. Is iemand eenmaal door de Gouden Muur gedrongen wat ziet hij dan? Niets bijzonders. Gedoe van gewone mensen” (Harry Mulisch, De ontdekking van de hemel)

“Ik heb 8 jaar in de kerkenraad gezeten en toch het geloof behouden”. Mijn buurman, een serieuze gelovige. Achter de muur van de kerkeraadskamer ging het er vaak heftig aan toe, verre van christelijk. Net zoals in de raad, de docentenkamer, de bestuurskamer van de ideële instelling, de buurtvereniging, de sportclub. Goed dat dat binnenskamers bleef en blijft. Zo geloof ik graag dat ook in onze regeringsploeg af en toe even flink afgereageerd wordt. Want wat kunnen mensen zeuren, zeiken zeg het maar gerust, wat kunnen mensen lastig zijn. Alsof besturen zo makkelijk is.

Niet te moeilijk over doen dus?

Ho. Afreageren mag, moet zelfs. Maar daarna wordt er serieus nagedacht, besproken en besloten. Als er serieuze tactieken worden besproken en! genotuleerd om bewust informatie achter te houden en tegensprekers monddood te maken is het andere koek.

Degene die deze informatie gelekt heeft zou vervolgd moeten worden, lees ik. Of hij of zij dat uit morele overwegingen heeft gedaan of uit rancune? Ik ben blij dat de persoon het gedaan heeft. Bestuurders zijn er ten-dienste-van. Bestuurders dienen integer te zijn. Vanavond horen we wat er achter de Gouden Muur in Den Haag besproken is over de Toeslagenaffaire. Ik ben benieuwd. We moeten er toch vanuit kunnen gaan dat er achter de Gouden Muur mensen zitten met moreel besef. Dat op zijn minst één iemand geprotesteerd heeft. De vinger opgestoken. Of niet?

laat me alleen

Het was geen toeval, geen harteloosheid, dat ze daar helemaal alleen zat in die bank. Helemaal in het zwart. Het was ook niet de pandemie. Het was op veel meer dan anderhalve meter afstand van de familie.

Nee, prins Philip had de begrafenis zelf uitgedacht, tot in de puntjes voorbereid. De auto waarop de kist werd vervoerd had hij mede ontworpen. De muziek uitgezocht. Er zich van bewust dat de ceremonie op tv zou worden uitgezonden. Hij zal dus ook bedacht hebben wie waar zou moeten zitten. Misschien wel samen besproken.

Het leverde een uniek plaatje op. Een krachtig beeld van de 94-jarige, die na 73 jaar huwelijk afscheid neemt van haar geliefde man. Helemaal alleen, geen arm om haar heen, geen kind, familielid, vriendin, naast haar of in de buurt: all alone.

“Laat me maar. Laat me alleen. Alleen met al mijn verdriet”.

“ He was my strength and stay all these years”, hoor ik haar zeggen in het jeugdjournaal. In de ondertiteling wordt dat vertaald met “Hij betekende veel voor mij”. Ik zoek een vertaling: steun en toeverlaat? mijn houvast? mijn rots in de branding? Niet vertalen, niet uitleggen: “My strength and stay.” Dat is mooi. Zoals de hele ceremonie indrukwekkend was en mooi. Kunst. Schoonheid. De schoonheid van verdriet.

Laat me alleen: Rita Hovink

Nb: o strength and stay is ook een lied schrijft iemand mij

Thanks: Juffen Frans/Engels: strength and stay

jiggy jig

Er is weer gedoe. Over het Koningsspelenlied. Deze keer geen taalfouten. Geen commentaar van taalpuristen. Het commentaar komt uit het onderwijs zelf. Directeuren van basisscholen maken bezwaar tegen het feit dat in het lied ‘Zij aan zij’ kinderen worden uitgenodigd om de jiggy jig dans te doen. En nu schijnt in Indonesië jiggy jig straattaal te zijn voor geslachtsgemeenschap. Een aantal scholen uit met name de Orthodox Christelijke hoek gaat het lied niet zingen en zal op 27 april een aangepaste versie ten gehore brengen.

Uiteraard komt daar een hoop commentaar op. Ik lees in een stukje van columnist Peter van der Lint dat hij zich afvraagt hoe het komt dat Christelijk Nederland weet wat de betekenis van jiggy jig in straattaal in Indonesie en Bali is terwijl de liedjesschrijvers die betekenis niet kenden. (Voor hen was het een beweging tijdens het dansen).

Nu zijn een paar Christelijke scholen niet Christelijk Nederland gelukkig. En ik vind het niet slecht dat ouders en onderwijzers de tekst van een lied dat hun kinderen zingen kritisch bekijken. Ook in Putten en Bunschoten. Vraag me af of op die scholen ook kinderliedjes als ‘Altijd is Kortjakje ziek’ en ‘Elsje Fiederelsje’ geboycot worden. Want die verwijzen ook naar dames van lichte zeden die anderen uitnodigen tot een soort van jiggy jig. Maar van der Lint stelt wel een goeie vraag. Waarom schiet, wie, wanneer, in de stress?

Het is allemaal voorspelbaar en nogal vermoeiend. Kleurtje? Gender? Je weet precies wie er wat van gaan vinden en wie daar dan vervolgens op gaan reageren. Dat weet je ook als je met Christenen uit de rechter hoek van de kerk te maken hebt. Laat ze toch. We leven in een vrij land. Waar je je kinderen op mag voeden zo als je wilt. Waar een Sylvana Simons in het parlement zit en Caroline van der Plas, Kees van der Staay en Rob Jetten. Dat is het leuke van mensen. Het leuke van Nederland. We zijn geen van allen gelijk. Gelukkig. We vinden ook niet allemaal hetzelfde. Gelukkig

Nb: Ik heb het lied beluisterd. Het is een heerlijk vrolijk lied. Het vertelt dat je mag zijn wie je bent.