een rat in het nauw

Vladimir en zijn vriendjes hadden een leuk spelletje ontdekt: op ratten jagen in het trappenhuis met een stok. Ratten genoeg in de sjofele flat in Leningrad. Ze rennen alle kanten op en weten niet hoe vlug ze weg moeten komen als de jongens met hun stokken ze achtervolgen. Een keer gebeurt er iets opmerkelijks. Als Vladimir een rat in een hoek heeft gedreven waar de rat met geen mogelijkheid uit kan komen en Vladimir weg wil lopen komt de angstige rat op hem af en vliegt hem naar de keel. De rollen zijn omgedraaid, de rat jaagt op de achtervolger. Vladimir weet ternauwernood te ontsnappen, maar zal dit moment nooit vergeten hoe hij als kind geconfronteerd werd met de woedende rat.

Dit verhaal uit de jeugd van Vladimir Poetin wordt regelmatig aangehaald ter verklaring van het gedrag van de Russische leider op dit moment. Hij voelt zich in het nauw gedreven en haalt uit.

Over de jeugd van Poetin is overigens niet zo veel bekend. Het heeft te maken met zijn banden met KGB en zijn eenvoudige achtergrond. Een strenge en tuchtvolle opvoeding zou hij later zeggen. Zijn vader raakte ernstig gewond in de Tweede Wereldoorlog. Zijn moeder, die alleen met haar kinderen in de stad achterbleef overleefde de belegering van Leningrad. De kleine Vladimir was de enige zoon die zou overleven, een zoon overleed kort na de geboorte, de andere stierf in de oorlog. Zijn moeder deed er alles aan haar kind te beschermen, kwam voor hem op als hij werd geplaagd of als het hem lastig werd gemaakt. Niemand moest het wagen haar kind te vernederen.

Dat hij later de grote onaantastbare leider van Rusland zou worden, omgeven door mensen die hem geen strobreed in de weg leggen, het hem niet lastig maken, jaknikkers, dat had zijn moeder vast nooit kunnen bedenken.

Hoe de oorlog in Oekraïne af zal gaan lopen, hoe daar uit te komen, hoe daar een eind aan te maken, het lijkt me goed het verhaal van de rat in het nauw in het achterhoofd te houden. Drijf de rat niet in het nauw, geef hem de kans weg te komen. Verneder hem niet, geef hem de kans zonder al te veel gezichtsverlies te ontsnappen. Niet vernederen…in waarde laten, anders planten we de zaadjes voor vervolgconflicten en escalaties. Ik bid de wereldleiders veel wijsheid toe. En ik bid voor het dappere Oekraïense volk en de dappere Russen die de straat zijn opgegaan om te demonstreren tegen deze brute oorlog. Houd vol, houd moed.

*Bron: HLN nieuws 2015 evenals de foto

na de storm

En nu is het stil. Aan de overkant staat een ladder tegen het huis. Een eindje verderop is iemand aan het vegen. De storm heeft huisgehouden vannacht. Het nieuwe huis kraakte en kreunde. De wind beukte en bonkte, jaagde en joelde, dreigde en dreunde.

En nu is het stil. Een weldadige rust in de straten en op het pad tussen de weilanden. De lucht ruikt fris. Helder. Schoon. Het gras groen. Tussen de wolken verschijnen kleine streepjes blauw, fel helblauw. In de langgerekte plassen trekt de wind kleine golfjes, als ribbeltjes, rimpeltjes. In het bos overal takken en takjes en omgewaaide bomen.

Een reus is met een bezem door de natuur gegaan. Heeft alles doen beven en buigen. Er is weggeblazen, schoongewaaid, opgeruimd. En nu is het stil.

Het bos veert zachtjes overeind na het geweld van de storm. Na de voorjaarsschoonmaak komt de lente. Hoor! Vogels! Overal.

praat erover

De Stichting Ideële Reclame voert op dit moment een campagne ‘De Dood. Praat erover, Niet er overheen.’ Het verbaasde mij enigszins. Ik heb juist de indruk dat er in mijn lange leven nog nooit zo open over de dood wordt gesproken als nu. Gisteren nog: als de Nederlandse shorttracksters geïnterviewd worden na hun magistrale gouden race gaat het al heel gauw over hun in 2020 overleden ploeggenote Lara van Ruyven. In de sport is het allang geen uitzondering: op bijzondere momenten is de overleden vader, moeder, opa, oma, vriend of vriendin erbij. Het wordt hardop uitgesproken. Ook in de wereld om mij heen wordt openlijk over de dood gesproken. Afgelopen zaterdag tijdens het klootschieten bij het passeren van de begraafplaats vertellen we elkaar zonder terughoudendheid wat er met ons na onze dood gebeuren moet.

Ik schrijf er zelf regelmatig over. De sterfdag van die of die. Er bij stil staan doe ik graag. Vind ik mooi. Even er aan denken en dat uitspreken. Het delen. De dood als een onmiskenbaar onderdeel van het leven. Niet iets om bang voor te zijn. Hij, of zij, komt een keer. En al diegenen die er niet meer zijn draag je voor altijd met je mee, zitten in je.

Nee ik snap de bedoeling van de campagne van Sire niet goed. Ik denk eerder kan het een onsje minder, je kunt er ook teveel over praten. Iedere keer de vragen van sportverslaggevers na de race: en je moest natuurlijk denken aan.. Vissen naar de traan. De dames shorttracksters trapten er niet in. Heel professioneel reageerden ze op de interviewer. Hun antwoord gaven ze toen ze op het podium stonden voor de bloemenceremonie. De handen de lucht in, de blik om hoog en lachen. Er is geen protocol, hoe te reageren als iemand wordt geconfronteerd met een overlijden. Een liefdevolle vraag. Warme aandacht. Soms is een gebaar genoeg. Of een blik. Een klopje op de rug. Of. Niks zeggen. Met elkaar zwijgen bij de grote stille dood.

Toon

Dit weekend werd in Sittard een onbekend Engelstalig liedje van Toon Hermans ten gehore gebracht. In het Vlaamse Hoegaarden werd een gedicht van Toon Hermans de winnaar van de Poëzieweek aldaar.

De gedichtjes van Toon zijn populair bij verdriet, ziekte, begrafenissen en afscheid. En steeds meer.

Het lijkt een soort rehabilitatie als dichter van de man die ooit als eerste een one man show hield. Immens populair met zijn theatershows maar als dichter niet serieus genomen. Versjes, liedjes, maar gedichten? ‘Leuk voor de mensen, maar geen kunst!’ Literatuur kenners haalden hun neus op voor de “versjes” van Toon.

In 1979 kreeg ik voor mijn verjaardag het boekje ‘Fluiten naar de overkant’, een bundel met tweehonderd gedichtjes en verhalen van de hand van Toon. Het boekje kwam in de boekenkast terecht, maar niet op de plank van de gedichtenbundels. Gisteravond heb ik er nog eens in gelezen. Gek genoeg kwamen de meeste versjes me niet onbekend voor. Ik had ze blijkbaar toch ergens opgeslagen. En wat zijn ze verrassend actueel. Er zitten juweeltjes tussen. De gedichten verwoorden herkenbare gevoelens. Toon heeft een goede toon voor troost, verdriet, vreugde, eenzaamheid, natuur, leven en dood. Een milde beschouwer is hij met lichte verzachtende spot. Je zou hem een Limburgse Finkers kunnen noemen.

Melissa Vanherberghen uit Hoegaarden heeft het goed begrepen, het gedicht Het bos, van Toon eigenhandig op een schoolbord geschreven in het dorp. Daar mee kleur je de dag; maak je het dorp een beetje mooier. En eer je een groot dichter, kunstenaar: Toon Hermans.

Het bos

Ik ken de warmte van het bos en ook de kilte, het wild gewoel van storm en wind en ook de stilte Ik loop er graag en telkens voel ik dat de geuren van plant en boom en blad mijn grijze dagen kleuren

de parel

‘Nee, het gaat niet door.’ Zijn reactie op mijn ‘en?’ Een paar maanden geleden had hij mij enthousiast verteld over zijn nieuwe toekomst in Zuid Afrika samen met vrouw en kinderen. Een mooie hostel in een prachtig natuurgebied dat ze samen gingen runnen. Zijn ogen hadden geglommen en hij had niet opgehouden te vertellen. Toen ik naar huis reed ontdekte ik dat ik helemaal vergeten was nog te vragen mijn banden op te pompen.

En nu ging het dus niet door. Zijn vrouw vooral had het niet aangedurfd. Te ver van de familie, te onzeker. Hij vertelde het alsof hij zich moest verontschuldigen, een beetje beschaamd. ‘Het was mijn droom, maar ik heb me er bij neergelegd, het is niet anders’. Een diepe zucht terwijl hij mijn fiets in de kettingen hangt en omhoog draait. ‘Je moet de parel teruggooien in de zee’ zeg ik. Hij lacht en vraagt me wat ik precies bedoel. Ik vertel hem over het verhaal van de Mexicaanse visser Kino en Juana die de prachtige parel die ze gevonden hebben in de zee aan het eind van het verhaal teruggooien in de zee omdat het hun rustige en vredige bestaan heeft omver geworpen. Hij knikt, hij weet precies welk verhaal ik bedoel, hij heeft bij mij in de klas gezeten waar ik dit verhaal vertelde en hij herinnerde er mij wel eens aan dat hij die verhalen van toen nooit vergeten is.

We praten nog even over het prachtige verhaal van John Steinbeck en over mijn meer dan 50 jaar oude Gazelle met de bijzondere versnelling. ‘Een pareltje van een fiets mevrouw, nooit weg doen.’ Hij lacht al weer.

*De parel is één van de mooiste verhalen van de schrijver John Steinbeck. Het gaat over de visser Kino en zijn vrouw Juana en zoontje Coyotito die een rustig en gelukkig bestaan leiden aan de rand van de oceaan. Op een dag vindt Kino een heel ongewoon grote en mooie parel. Dat betekent rijkdom maar ook het einde van hun vredige bestaan. Allerlei ongure types azen op zijn bijzondere parel, hun leven staat op de kop, ze moeten zelfs vluchten als er geprobeerd wordt de parel te stelen, met de tragische dood van hun kind als gevolg. Gedesillusioneerd keren Kino en Juana terug naar hun dorp. Daar aangekomen werpt Kino de parel terug in de zee ‘met alle kracht die in hem was.’ ‘Een lied van menselijke hebzucht’. ‘Een eenvoudig verhaal van algemene menselijkheid.’ (Uit de tekst op de omslag van De Salamander 38)

grensoverschrijdend

Het lijntje lijkt dun. Maar is het niet. Het is hard, het steekt, het is onverbiddelijk: Hier mag je niet overheen.

Op de lagere school waar ik mijn onderwijsloopbaan begon was meester Klop de baas. Hij was klein en dapper, vriendelijk en streng. Iedere morgen kwam hij de leerkrachten een hand geven, direct met de vraag hoe het met je was. Ik sprak hem met u aan net als mijn collega’s. Ik vond hem leuk en ik had de indruk hij mij ook, we maakten grapjes tegen elkaar. Maar het bleef altijd op afstand en u en juf.

Op een morgen werden de meesters en juffen voor schooltijd op zijn kamer geroepen. Hij vertelde dat collega H uit de 5e klas vanmorgen was opgepakt door de politie omdat hij zich had vergrepen aan een leerling. Meester Klop barstte daarna in tranen uit. We waren met stomheid geslagen. De meest geliefde, gewaardeerde, geachte, fijne, goede collega van ons. Doodstil gingen we terug naar onze lokalen. Lamgeslagen, ontsteld, verbijsterd.

Collega H heeft zijn straf uitgezeten in de Koepel in Breda. Hij is later in een andere tak van het onderwijs teruggekeerd, waar geen jonge kinderen waren. Met terugwerkende kracht vind ik dat meester Klop het heel goed heeft aangepakt eind zestiger jaren van de vorige eeuw. Op zich al bijzonder dat een kind uit een heel eenvoudig milieu het bij iemand heeft verteld en dat de ouders er werk van gemaakt hebben. Een meester stond in hoog aanzien. Ze zijn naar de bovenmeester gegaan, die het niet probeerde te sussen maar direct naar de politie ging.

Later kwam het steeds vaker voorbij. En er kwam meer openheid. Beerputten gingen open. Misbruik in de kerk, de sport, de filmwereld, ja waar niet. Het kwam in de krant, en op de radio en tv. En tenslotte #Metoo in 2017.

Dat je kunt denken dat je anno nu nog je gang kunt gaan en je er mee weg komt vind ik dan ook onbegrijpelijk.

Met elkaar ben je verantwoordelijk voor de veiligheid op je werk, in je organisatie, dus open je ogen en je mond. En dan ben je natuurlijk helemaal goed af als je een fijne baas hebt zoals meester Klop. Vrolijk en vriendelijk, maar boven al streng en rechtvaardig.

gesloten cirkel

De tuinman heeft hem gevonden bij het aanleggen van de tuin. Ik denk dat de voormalige bewoners van dit adres hem vergeten waren of over het hoofd gezien toen ze hier wegtrokken. Of misschien hebben ze wel gezegd, laat liggen joh dat roestige ding. Ik had hem bij de deur gelegd. Een hoefijzer bij de deur, je weet nooit waar het goed voor is. Het spijkertje dat bleef zitten nadat ik de kerstkrans naast de voordeur had verwijderd nodigde me uit het hoefijzer op te hangen. Voor de verandering. Waarom niet. Maar. Ik had het niet goed gedaan. De open kant van het hoefijzer moet naar boven wijzen ‘om het geluk te vangen, vast te houden anders valt het er uit’.

Het hoefijzer hangt inmiddels min of meer met de open kant naar boven. Het geluk kan er nu mooi in blijven hangen, zich in het holletje nestelen. Geluk kan ook zo maar vervluchtigen dat weet ik als geen ander. Het hoefijzer hangt daarom precies goed zo. Geluk kan er in waaien en er weer uit. Geluk kun je niet vasthouden.

Tevreden kijk ik naar het roestige stuk ijzer op de muur vlak naast de voordeur. En dan valt me op dat het lijkt op de uitgeslepen bijna gesloten cirkel op de ruwe grafsteen die kunstenaar Jo P maakte voor zijn overleden vriend die een eind maakte aan zijn leven.

“ Kijk die glanzende gepolijste cirkel, dat is zijn leven. En die is bijna dicht. Dat verbeeldt hoe hij steeds meer zich terugtrok, dat hij steeds meer onbereikbaar was geworden. Zich steeds meer afsloot. Het gaatje werd steeds kleiner, voor anderen om bij hem te komen, maar ook voor hem om er uit te komen.”

Een op de vijf mensen lijdt aan depressies. Daar staan we vandaag bij stil op Blue Monday. Het geluk is er niet altijd. We zijn niet altijd verliefd. Maar het is mooi als er een vaste grond van tevredenheid en vertrouwen aanwezig is. Als je depressief bent raak je steeds dieper in de put en wordt de stap om eruit te komen steeds moeilijker. “Ik werd steeds roerlozer”, vertelt een vrouw in de uitzending die Jacobine Geel over dit onderwerp maakte.

De alomtegenwoordige boodschap, dat je gelukkig moet zijn, dat je het geluk moet zoeken, je er aan moet werken, helpt niet mee voor mensen die depresssief zijn. Je bent niet altijd gelukkig. Je mag van geluk spreken, dat je het hebt, bent zo af en toe.

Of zoals Martin Bril dichtte: Schaars zijn de momenten En ook nog goed verborgen Zoeken heeft dus nauwelijks zin, maar vinden wel De kunst is zo te leven Dat het je overkomt

En als je terneergeslagen bent: hou de deur open, al is het op een kiertje. Dan kan je naar me toe komen. Of ik naar jou.

* https://www.npostart.nl/ Krijgt depressie meer kans in onze Samenleving Jacobine op 2

de kunst van het appen

‘Beschikbaar’, ‘available‘, ‘leuk dat je appt’, lees ik onder de profielfoto’s van mijn app contacten. Maar niets is minder waar. De ander is niet altijd beschikbaar, of in de stemming om op jou te reageren.

Het is niet eenvoudig de goede manier te vinden hoe digitaal te communiceren. Soms krijg ik een appje en doe ik het af met een duimpje of een ander emoticon. Geen tijd of geen zin. Dan weer zit ik te wachten op een reactie en moet ik dagen wachten om uiteindelijk een plichtmatige reactie terug te krijgen, laat staan een antwoord op mijn vraag. Frustrerend en pijnlijk.

In het gunstigste geval voel je een beetje van elkaar aan hoe te reageren: direct, kan wel even wachten, uitgebreid, beknopt, meelevend, troostend, bemoedigend, lollig, plagerig, vrolijk, serieus. Maar het is lastiger dan in levende lijve. Je ziet de ander niet. Je hoort niet hoe iemand iets zegt. Je ziet niet hoe het overkomt, dan zou je kunnen nuanceren of toelichten.

Ik was laatst op een reünie van mijn oude Zengroep, daar vroeg de zenmeester aan de vrouw naast mij te vertellen wat zij nou vooral geleerd had, van de drie jaar in een groep mediteren met de Zengroep. Zij vertelde het verhaal van de reizende monniken die een beroemde zenmeester vroegen waaruit zijn oefenpraktijk bestond. De zenmeester zei: ‘ik loop, ik zit, ik slaap’. Dat vonden de reizende monniken maar een mager antwoord. ‘Dat doen wij ook, dat is toch niets bijzonders!’ De zenmeester zei vriendelijk: ‘ Ja maar als ik eet dan eet ik, en als ik loop dan loop ik en als ik slaap dan slaap ik’.

Mijn vriendin Z uit J mediteert ook iedere dag, ik weet niet of het er iets mee te maken heeft maar zij heeft het medicijn voor onbevredigend appcontact: Zij appt: zo even tijd voor een digitaal bakkie? Ik app terug: ☎️ 11 uur, nog even koffie zetten, tijd tot uiterlijk 11.45, ok? Om elf punt nul nul precies gaat de telefoon. De koffie staat klaar, ik ben er.

Doe wat je doet met aandacht; met hart en ziel. Of doe het niet.

* Zenverhaaltje komt uit Dit Ene Moment van Magrit Irgang

wegen vinden

Zondag tussen twaalf en twee en luister ik regelmatig het radioprogramma Adres Onbekend op radio 5. In het programma worden al bijna 50 jaar ‘familieleden, vrienden met elkaar verenigd.’ Wat me iedere keer weer frappeert is dat in families geheimen kunnen bestaan die iedereen weet maar ‘waar niet over werd gesproken.’ Dat het jongste zusje niet van vader was maar van de bakker bijvoorbeeld. Open praten over gevoelige kwesties, het lijkt of het juist in familieverband ingewikkeld is.

Vandaag is de sterfdag van mijn moeder. 15 Jaar geleden overleed ze in de vroege morgen. Ik was bij haar in haar bejaardenwoninkje in Hoogeveen. Ik was de dag ervoor door haar buurvrouw gebeld die vertelde dat het niet goed met haar ging. Mijn moeder had haar gevraagd mij te bellen. Het leek een griepje te zijn aldus de arts die haar onderzocht. Voor het eerst van mijn leven zag ik mijn moeder naakt. Ik bleef bij haar en belde mijn broers en zussen. Ik was niet gerust op haar ademhaling en raadpleegde de verpleegsters in de familie. Die stelden me gerust, zeker toen mijn broer ook nog vertelde dat onze opa wel 20 jaar zo’n herrie maakte als hij in bed lag. Ik bleef slapen, dat wil zeggen ik lag in bed boven en hoorde haar in de slaapkamer beneden. Tegen de morgen ging ik even naar het toilet. Toen ik de deur open deed stond ze daar in haar lange nachtjapon. Ze moest ook, zei ze. Ze was koud. Heel koud. Ik heb haar een glaasje water gegeven en onder gestopt. Over haar rug gewreven. ‘Wat ben je toch koud’ ‘probeer nog maar een beetje te slapen, het is nog zo vroeg’, waren de laatste woorden die ik tegen haar sprak.

Je zou mijn moeder een koude vrouw kunnen noemen. Een arm om je heen, lieve woorden zeggen, nee dat was er niet bij. Knuffelen, kussen, ze gruwde er van. Ze wist het van zichzelf en verontschuldigde zich ervoor: “Ik heb zelf ook weinig liefde gehad, ik kan het niet.” Praten zoals met vrienden en vriendinnen was er niet bij.

Met elkaar praten, met elkaar iets doen geeft verbondenheid, maar de ultieme vorm van intimiteit is samen zwijgen las ik ergens. En ik denk aan die avond in september toen je was gekomen na een verschrikkelijke gebeurtenis in mijn gezin. Ik lag in bed en hoorde de slaapkamerdeur opengaan, je kwam er aan in je lange flanellen nachtpon. Je zei niks, sloeg de dekens opzij en ging naast me liggen. Niet tegen me aan. Naast me aan de andere kant van het bed. Zwijgend lagen we daar.

We hebben het er nooit meer over gehad. Ik moest er vanmorgen aan denken toen ik naar de wolken keek en dacht aan je lievelingslied: die wolken lucht en winden wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden waarlangs uw voet kan gaan

* Lied 904, Beveel gerust uw wegen. Tekst Paul Gerhardt.

verstand te boven

‘Waarom dan?’ ‘Hoe kan dat dan?’ Mijn ouders werden gek van mijn vragen. Niets nam ik voor lief. Halve of ontwijkende antwoorden daar nam ik geen genoegen mee. Alles wilde ik weten. Precies. Hoe zit dat. Hoe werkt dat. Als mijn ouders of later mijn leraren het antwoord niet wisten zocht ik het op in boeken, ik las alles wat ik maar wilde weten. Zo ben ik wetenschapper geworden: onderzoeken, uitpluizen, opnieuw bekijken, het naadje van de kous, uitrekenen: nieuwsgierig.

Als rationeel mens begreep ik niets van mensen die gelovig waren. Hoe kun je nou geloven in iets wat wetenschappelijk onmogelijk is. Neem het kerstverhaal. Het verhaal van de ster. Het is goed mogelijk dat er twee planeten dicht bij elkaar stonden met als effect een heel heldere ster. Dat kan, dat bestaat, maar een ster die een paar dagen stil blijft staan boven een stal is onmogelijk. Een mooi verhaal is het wel. Ik ken het goed. Ik hou van kunst en zonder kennis van de bijbel ontgaat je veel. Ik heb de bijbel uitgebreid bestudeerd. Wat ik mooi vind aan het kerstverhaal is het verhaal van de drie wijzen, magiërs, misschien zouden we het in het nu wetenschappers kunnen noemen. Die drie geleerden gaan door de knieën voor een pasgeboren baby. Ze buigen. Want dat moet je leren als wetenschapper, ja niet alleen als mens, ook als wetenschapper. Er zijn dingen waar geen verklaring voor is, iets wat groter is dan alles, iets wat het verstand te boven gaat.

Een kind waar alles op en aan zit, het menselijk lichaam, een druppel water onder de microscoop, een sterrenhemel in de woestijn, een schilderij van El Greco, de muziek van Bach, daar zwijg ik. Daar past alleen bewondering en een diepe buiging.

* Het kerstverhaal in een eigentijds jasje. Na Maria en de herder een wijze.

* Drie kerstverhalen gezien vanuit het perspectief van een zwangere vrouw, een leider en een wetenschapper.

Nb: Scroll naar beneden en klik op de groene pijl om de andere kerstverhalen te lezen, die over de herder( de manager) en Maria( de zwangere vrouw).