de tijd

Het klokje is al meer dan 60 jaar oud. Ik zie het staan bij ons in de voorkamer in Breda. Op een kastje van licht eiken met daar op een enorm houten beeld van een hert en daarnaast het klokje. Ik vond het hert niet mooi maar het klokje wel. Als ik later bij mijn moeder op bezoek was in Hoogeveen keek ik er altijd weer even naar. Niet om te zien hoe laat het was, maar omdat ik het een mooi klokje vond. Na de dood van mijn moeder is het in mijn huis terecht gekomen. Hier staat het op de vensterbank in de keuken. En nu kijk ik er vooral naar om te kijken hoe laat het is. Het klokje loopt nog altijd. Af en toe een batterijtje er in en dan gaat ie weer. Als je er dichtbij staat kun je hem horen tikken.

Ik kijk vaak op de klok realiseer ik me. Het eerste wat ik doe: kijken op mijn telefoon hoe laat het is. Of ik kort geslapen heb of lang. Ik kijk of ik nog genoeg tijd heb om voor ik ga schrijven nog iets anders te doen. Ik kijk of het al tijd is voor koffie of thee, om te eten, wanneer ik de Tour de France moet gaan kijken, of ik al weg moet, of het bezoek er aan komt, of het geen tijd is om te slapen. De klok structureert mijn dag, mijn leven. Zelfs nadat ik ben opgehouden te werken, sterker nog ik heb het gevoel dat de klok meer dan ooit het raamwerk van mijn leven is geworden.

Ik verlang wel eens naar het kind, dat geen idee heeft van tijd. Het kind dat alles vergeet, het kind dat opgaat in dat waar ze mee bezig is. Die van haar moeder hoort wanneer ze naar school moet, of eten, of slapen. Of te leven als de oermens die ging slapen wanneer het donker werd en die wakker werd bij het licht, die ging eten als hij honger had. Of de onbevangenheid te hebben van die jonge vrouw die langs zou komen en die in haar tuintje aan het werk was en opbelde: ‘Ik was zo lekker bezig, ik was de tijd helemaal vergeten!’

Vrij zijn heet dat. Los.

  • Aflevering 5 van de serie Reis door mijn kamer (Voyage autour de ma chambre)