Juni

Als je door de straten gaat

worden ze korter?

Schijnen de straatlantaarns helderder

hangen de takken van de bomen dieper

zingen de vogels met voller borst?

En de mensen, lopen ze door de korte straten en staan ze stil om te praten en gaan ze hun schemerende huizen binnen?

Wordt alles aaneen gestikt door de hemel met een kleed van purper boven onze hoofden?

Als je door de straten gaat

is er iemand die je bij je naam roept?

Op het kalenderblad van juni staat bovenstaand gedicht van Naomi Shihab Nije, onder de afbeelding van het schilderij van Paul Klee Hete achtervolging.

Of iemand mij bij mijn naam roept? Ja ik word bij mijn naam geroepen als ik door de straten ga. En het overkomt me vaak. Daarom woon ik graag waar ik woon. Ik word gekend. Bij mijn naam. Dat is een prettig gevoel. Als ik mijn ochtendwandeling maak word ik gegroet. Dat doen de mensen hier in de buurt. Voor mijn huis is een parkje. Iedere dag lopen daar mensen. Ze steken hun hand op, zwaaien of zeggen goedemorgen. Straks loop ik de deur uit en zie ik steevast een oude man achter een rollator met een hondje aan de riem. Zo’n keffertje. Het hondje doet keurig zijn behoefte aan de rand van het grasveldje. Dan pakt de man, met zijn hand in een plastic zakje, behoedzaam de uitwerpselen op, knoopt het zakje dicht en stopt het in het tasje aan de rollator. Als we elkaar zien groeten we elkaar, wensen elkaar goedemorgen en zeggen we iets. Dat het wel erg koud is of nat of juist heel lekker. En als we verder gaan zeggen we: fijne dag. Vanmorgen was hij heel vroeg, ik zag dat hij even naar mijn huis keek. Ik zwaaide van achter het raam. Maar hij zag het niet.

Vanmiddag ga ik naar Amsterdam. Daar kent (bijna) niemand mij. Daar word ik niet bij mijn naam geroepen, ‘als ik door de straten ga’, daar wordt niet gegroet. Maar daar lopen mensen waarbij je je ogen uitkijkt, vrije wonderbare vogels die maken dat je hart ‘met voller borst’ gaat zingen.

*Naomi Shihab Nije, Amerikaanse dichteres van Amerikaans Palestijnse afkomst, 72 jaar oud. Gedicht zonder titel ‘when you go through the streets’

* Juniblad van Kunst & Poëzie kalender van Amnesty International 2024

* Paul Klee ( 1879-1940) Hot Pursuit 1939 gekleurde pasta en olieverf op papier en jute, Collectie Fogg Museum, Harvard Art Museums, Cambridge

madeliefjes

Graham Greene schreef elke dag 500 woorden. Dat wil ik ook gaan doen.’ Mijn vriend M zit tegenover mij. We hadden elkaar een paar maanden niet gesproken. Dat was te lang vonden we. Ik had bij de bakker twee Deense broodjes gehaald voor bij de koffie. We spreken af dat wij dat ook gaan doen: 500 Woorden per dag schrijven. Maakt niet uit waarover. Vriend vond wel dat het stukje dan tip top moest zijn. Dat vond ik niet nodig. ‘Dan leg je de lat weer zo hoog. En ligt er zoveel druk op.’ ‘Gewoon gaan zitten aan tafel en schrijven en stoppen als de teller bij 500 staat.’

Als we goede schrijvers willen zijn moeten we blijven trainen, iedere dag opnieuw. Steeds je af vragen wat beter kan. Vragen om kritiek. Of je daar dan iets mee doet is een tweede. Soms lees ik een tekst van een poos geleden terug en verander ik een tekst nog wel eens. En snap ik niet dat ik het niet anders heb gedaan. Soms, en dat overkomt me ook, denk ik: nou dat was niet verkeerd Wiske, dat heb je mooi geschreven. Schrijven. Een paar keer naar de tekst kijken, teruglezen, schaven, er hier en daar wat aan veranderen en dan moet het klaar zijn. Dan ligt het kindje in de wieg.

Vandaag wil ik schrijven over een madeliefje. Vorige week ontdekte ik in mijn achtertuin voor het eerst een madeliefje in het gras. Daar was ik ontzettend blij mee. Ik wil mijn grasveld achter het huis een beetje laten verwilderen, en snij het onkruid er niet meer uit. Ik wil net zo’n tuin als in de Franse Bourgogne. Een grasveldje met madeliefjes, gele bloemetjes en een paar boompjes. Mijn eigen Franse tuintje. Dat madeliefje was zo maar aan komen waaien en stond er op eens mooi te zijn. Ik heb er direct een foto van gemaakt en die verstuurd naar een paar mensen. Mijn schoondochter is langsgekomen om hem, of is het een haar, te bewonderen. Ze verzekerde mij dat er vast nog meer komen want ze zag plantjes die hetzelfde blad hebben als het madeliefje. Ik speur iedere dag of er al meer zijn maar het blijft bij dat ene madeliefje.

Vriend M wil nog een keer een heel goed boek schrijven en uitgeven. Hij vindt dat ik dat ook moet doen: mijn beste Wiskes bundelen en uit geven. Maar daar heb ik geen zin in, dat lijkt me te veel gedoe. Ik heb al te vaak het gevoel dat ik veel te druk ben. Soms is het zo druk in mijn leven met van alles en nog wat en verlang ik er naar dat ik alleen maar bezig zou zijn met gelukkig zijn met een madeliefje in de tuin.

Vorige week kwam ik in het bos een man tegen die zei dat hij mij ergens van kende. Hij wist niet waarvan. ‘Wij kennen elkaar toch?’ Dat je gekend wordt. Dat je mag zijn. Bloeiende bloemen in de tuin.

*500

tongen van vuur

Een Babylonische spraakverwarring: iedereen praat en niemand verstaat elkaar. Pinksteren is precies het omgekeerde, je gebruikt andere woorden en toch begrijp je elkaar. Twee mooie verhalen uit de bijbel. Het verhaal van de Toren van Babel die tot aan de hemel zou moeten reiken, maar nooit afkwam omdat de bouwers elkaar niet meer verstonden is bekend. De uitdrukking een Babylonische spraakverwarring verwijst er naar. Het Pinksterverhaal is heel wat minder bekend. Mensen die ineens vlammetjes boven hun hoofd kregen en met elkaar konden praten ondanks het feit dat ze een andere taal spraken. Een vreemd verhaal. Nogal ongeloofwaardig.

Deze dagen vieren desalniettemin gelovigen het Pinksterfeest. In kerken, op festivals, bijeenkomsten. In grote getale. Met Pinksteren vieren zij de geboorte van de kerk. Nadat Jezus was gestorven en opgevaren ten hemel was het aan de achtergeblevenen zijn werk, zijn boodschap, het evangelie uit te dragen en te delen. Daartoe ontvingen zij de Heilige Geest, de inspiratie van hierboven, en dat gebeurde op het Pinksterfeest in Jeruzalem. De eerste kerkgemeenschap was een feit.

En wat is die boodschap dan wel? Een boodschap van Moed en Vertrouwen, van Vrede en Vriendschap, van Hoop, van Licht: van Liefde.

Liefde ontvangen, koesteren, terugkaatsen, uitdragen, delen, geven.

*Zaterdag was het een artiest, *zondag was het een kerkdienst, vandaag zijn het de vogels, wat zal het morgen zijn?

* Foto: 19 mei Hof 88 Alex Roeka

* 20 Mei Belijdenis dienst Vuur van de Geest in de Regenboog te Nijverdal

donkere wolken

We zaten op het terras achter in de tuin. De zon scheen uitbundig. Een prachtige dag. Maar dat was het niet. Op het gras stond een jonge vrouw te huilen. Hartstochtelijk te huilen. Ze had net gehoord dat haar moeder ernstig ziek was. We wisten niet wat te zeggen. Wat te doen. Het was niet eerlijk, het mocht niet, het kon niet. We waren verslagen En morgen zou het moederdag zijn. Ook nog.

We hadden donkere wolken gezien, sirenes gehoord, een brandlucht geroken, maar hadden er nauwelijks belangstelling voor.

Een ‘bom’ die ontplofte en een hele wijk wegblies. Er hangt nog altijd een waas van geheimzinnigheid om de oorzaak van de *vuurwerkramp die Enschede trof op 13 mei 2000. Maar. Enschede droogde haar tranen en veerde op: een mooie nieuwe woonwijk verrees op de plaats van de ramp.

En de levens van ons, wij daar in de tuin ?

Gister de tweede zondag in mei, moederdag. De zon scheen, we zaten in de tuin en stonden in het gras. Er waren mooie woorden, lieve gebaren, bossen bloemen, gebakjes en glazen wijn. Er waren kussen en tranen. Tranen van heimwee om wie er niet meer zijn en tranen van geluk. Om wat er is, nog is, en wat nooit verloren gaat: geloof, hoop, liefde. Een hoop liefde.

* De vuurwerkramp in Enschede kostte 23 mensen het leven, waaronder 4 brandweerlieden. 950 Mensen raakten gewond en 200 woningen werden verwoest. De ontploffing was de grootste explosie in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog ( Wikipedia)

oorlogsfoto

Het blijft ongemakkelijk: een ‘mooi’ plaatje van iets vreselijks en daar een wedstrijd van maken. World Press Photo. De World Press Photo van 2024 laat net als de winnende foto van vorig jaar de slachtoffers zien van de oorlog: de gewone burgers. (Trouw)

Ongemakkelijk, want waarom een zo intiem moment op het wereldwijde web? Mag ik daar wel bij zijn? Moet ik dit wel zien?

Aan de andere kant: dragen juist beelden niet vooral bij aan de bewustwording van wat oorlog is en wat het betekent voor ‘de gewone burgers’ ? En kunnen juist beelden invloed hebben op het verloop van de oorlog? Zoals de foto van Kim Phuc, het Vietnamese meisje dat naakt met de armen wijd wegrent op de vlucht voor de Amerikaanse bommen? Na die foto gebeurde er iets in het publieke debat over de Vietnam oorlog en het gebruik van napalm.

Dat was in 1968, in 2024 bepalen juist beelden het nieuws. Het verhaal achter de foto’s wordt er niet bij verteld. Heel vaak worden foto’s geënsceneerd of gefotoshopt. Het idee dat juist een foto laat zien hoe het ‘echt’ is, is een illusie. In tegendeel foto’s worden steeds meer bewust ingezet om jou en mijn mening te beïnvloeden. Bij teksten en bij foto’s mag je gerust de vraag stellen: is dat wel zo? Wat zie ik eigenlijk?

Het is een prachtige foto, ook ik zag er een piëta in: Moeder Maria die haar dode zoon nog één maal in haar armen neemt. De kleuren, de compositie. Een Palestijnse vrouw die haar dode nichtje in haar armen houdt, haar tegen zich aan drukt. Een beeld van wanhoop en verdriet.

De foto is genomen in een ziekenhuis waar mensen na een bombardement hun nabestaanden zoeken.

‘Het gaat er niet om waar je naar kijkt, maar wat jij ziet’* is de leidraad van fotografe Vivian Keulards bij haar werk. Ik realiseer me dat dat geldt voor de fotograaf maar ook voor degene die naar de foto kijkt. Wat zie ik, wat raakt me. En wat staat me te doen. Of kan ik alleen maar het hoofd buigen. Net als Inas Abu Maaamar in Gaza.

* Trouw 19 april : Een glimp van onvoorstelbaar verlies.

*Filosoof Hernri David Thoreau

een cadeautje bij het afscheid

Na de reünie kregen we allemaal een tas mee. In de tas een beker, een pen, een notitieblok en snoepjes met het nieuwe logo. Een rode letter R van scholengemeenschap Reggesteyn in Nijverdal. De school waar we werkten als docent, in de leiding, als conciërge, bij de administratie of in een ondersteunende functie. De letter R op een donkerblauwe achtergrond. Ik zag in de letter R wel iets van de plattegrond van een slot of een kasteel en dacht dat het blauw zou kunnen verwijzen naar de Regge, al is het water van de Regge eerder bruin dan blauw

Ik nam de tas gelijk in gebruik. Het is een mooie en stevige tas. Ik heb er al regelmatig een opmerking over gekregen: ‘Mooie tas! Mooi logo! Strak!’

Na een kinderverjaardag ging er aan het eind van het feest vaak een zakje met wat lekkers mee. En inmiddels is het gebruik van iets meegeven bij het afscheid allang niet meer beperkt tot kinderfeestjes. Bij allerlei gelegenheden kan je een tasje in de hand gedrukt krijgen met zogenaamde weggevertjes, gadgets. Het is vaak een commercieel middel om het eigen bedrijf of product te promoten. Dan vind je in de tas posters, stickers, petjes, pennen of foldermateriaal. Op internet is informatie te vinden waarom, voor wie, wanneer en bij welk evenement een ‘goodiebag’ past: ‘Een goodiebag is meer dan alleen een tasje met leuke spullen, het fungeert als een brug tussen gevers en ontvangers zoals organisatoren en deelnemers. Het creëert een positieve ervaring, versterkt relaties en kan zelfs een blijvende indruk achterlaten. Een sympathiek afscheidscadeau bij elk event.

Vorige week kregen we aan het eind van een uitvaartbijeenkomst een puzzel als afscheidscadeau mee. Aan de binnenkant van het deksel was een bedankkaartje met foto geplakt. Uit een muur van puzzels mocht je een puzzel kiezen.

Ik zie voor me hoe bij de overledene altijd een puzzel op tafel lag. Je kon aanschuiven en een stukje leggen en meepuzzelen. Honderden puzzels maakte ze van minstens 1000 stukjes.

‘Een tedere herinnering: het beeld van jou gebogen over een puzzel. En wat een symboliek, al die stukjes en delen die jouw leven vorm gegeven hebben. Makkelijke stukken, die snel en vloeiend gingen en gedeeltes van de puzzel waar je maar niet uit kwam, waar je mee worstelde. Het leven als een puzzel. En uiteindelijk dat laatste stukje dat jouw leven rond gemaakt heeft. Een mooi leven, uniek, met de kleur van de liefde als hoofdmotief. Vaarwel lieve puzzelaarster.’

wie wat bewaart

Op de keukentafel had hij het briefje met de mooie tekst achtergelaten. Die was ‘voor jou.’ Een levenswijsheid. Van een speciale scheurkalender. Van 12 maart.

Toen ik het weg wilde leggen zag ik dat er op de achterkant ook nog een stukje tekst stond. 666 leugens die iedereen gelooft Over wit uitslaande chocola. Dat je die rustig nog kunt eten al is die misschien niet erg lekker meer. De witte uitslag die kan ontstaan op chocolade is geen schimmel, maar cacaoboter die naar de oppervlakte is gekomen. Dit komt doordat de chocolade langzaam ontmengt. Hoewel de kwaliteit van de chocolade hierdoor afneemt is deze niet bedorven. Ik moest gelijk aan mijn oude tante uit Katwijk denken, bij wie wij altijd zachte onbestemde koekjes kregen en wit uitslaande chocola. Ze woonde dicht bij het strand en daarom kwamen we er maar al te graag. Op bezoek, of logeren, een bezoekje aan tante en natuurlijk van daar uit naar het strand. De smerige koek en uitslaande chocola namen we voor lief. Zelf iets lekkers meenemen bij de koffie of bij de maaltijd werkte ook niet want dan maakte ze eerst ‘de oude’ op en verdween het verse gebak in de koelkast. We maakten er geen zaak van en lachten er achteraf over onder elkaar. Desalniettemin: wij waren zeer op onze tante gesteld ondanks al haar eigenaardigheden. Ze hoorde er bij. Toen zij stierf hebben wij allemaal iets uit haar gezellige huisje aan de zee meegekregen. Het huisje hing vol met spreuken en wijsheden en schilderijtjes van de zee en het strand. Ik kreeg een paar meubeltjes mee en terwijl ik dit schrijf realiseer ik me dat het briefje op het tafeltje uit de inboedel van tante ligt. Het is echt waar.

*Wie wat bewaart heeft wat, spreekwoord

* 666 leugens die iedereen gelooft B, 2013 Herman Boel

* Gerarduskalender

dilemma

Malou Gorter speelt de accurate secretaresse Gertrude van Tijn in de serie De Joodse Raad. Merel uit Oogappels zonder make-up. Een slimme vrouw, niet altijd even diplomatiek, maar uiteindelijk loyaal aan haar baas. Zo typt ze ondanks haar bezwaren, want wie is nou onmisbaar?, geheel te goeder trouw de namen uit van mannen die een een dag later opgepakt zullen worden. Met dank aan de keurig uitgewerkte lijst door haar uitgedraaid en persoonlijk afgeleverd aan de Duitsers.

De serie over de Joodse Raad in Amsterdam kijk ik liever niet voor het naar bed gaan. Het is te ongemakkelijk, te gruwelijk, te angstaanjagend, want je beseft dat die serie natuurlijk niet alleen over toen gaat maar vooral over nu. De tijd is voorbij dat we haarfijn wisten wie er goed of fout waren in de oorlog, dat we dachten dat er in de oorlog vooral mensen in Het Verzet zaten, of dat we meenden dat wij toch wel aan de goede kant zouden hebben gestaan.

‘Het gaat over keuzes maken‘, sprak een oude dame, toen we het over de serie hadden. ‘Wie zijn wij dat we ook maar een mening of een oordeel zouden durven uitspreken hoe het toen is gegaan. We hebben niet in hun schoenen gestaan, we kennen hun beweegredenen niet en wat zouden wij hebben gedaan? Ze dachten geheel oprecht dat samenwerken met de Duitsers de beste oplossing was.”

In Enschede was ook een Joodse Raad. Die was van het begin af aan minder gedwee ten opzichte van de Duitsers: ‘Niet meewerken, vertragen en het organiseren van onderduikadressen.’ Opvallend dat het in Enschede vooral ondernemers waren die in de Joodse Raad zaten, zij sloten de rijen en werkten nauw samen met de politie, waar ze ook hun contacten hadden. Feit is dat in Enschede verhoudingsgewijs veel minder joden zijn opgepakt dan in Amsterdam. Maar provinciestad Enschede met 1300 joden vergelijken met Amsterdam waar 80.000 joden woonden is misschien iets te gemakkelijk.

Moet je praten met Poetin? Of met Netanyahu? Met Hamas? Met de partij die je verfoeit? Met je boze buurman? Moet je onderhandelen? En als je dat niet wilt of kan wat dan? Wat kunnen wij leren van deze serie? Het stemt mij droevig. Het kwaad lijkt niet uit te roeien. En ik kan wel beginnen over een merel die begint te zingen, en de zon die door de bomen schijnt of een kindje dat wonder boven wonder uit het puin wordt gered, maar wat moeten wij toch met oorlog en geweld, al die mensonterende dingen die in de wereld gebeuren? De oude dame had gezucht. Zij wist het ook niet.

De Joodse Raad is een televisieserie in vijf delen op NPO. In de Tweede Wereldoorlog fungeerden de raden als contact orgaan tussen de bezetter en de Joodse Nederlanders. In 1943 werden de Joodse Raden opgeheven. Nederland is dan volgens de Duitsers ‘judenrein.’ De leden van de raden wacht een zelfde lot als de meeste joden. In Enschede zijn de leden op een enkeling na, ondergedoken. In Enschede overleefden 40% van de joden, in heel Nederland 25%, het laagste percentage van West Europa, met in begrip van Duitsland. (Bron: HP/DETIJD mei 2020 Herman Vuijsje)

decor

Als ik naar het filmhuis ga in het ZINiN Theater in ons dorp, blijf ik meestal zitten na de film. Ik wil de film nog even op me in laten werken, om na een paar minuten terug te kunnen komen op aarde. Dat doe ik niet alleen, er zijn meer mensen die dat doen. Het gebeurt wel dat mensen doodstil de zaal uit ‘sluipen’ na het indrukwekkende slot van een film. Zoals het ook wel gebeurd is dat er een spontaan applaus opstijgt na een prachtige film of een film die eindigt in ‘eindelijk gerechtigheid, eind goed al goed.’

Gister was ik met mijn oude buurjongen naar Jesus Christ Superstar in de uitvoering van Ivo van Hove in theater Orpheus in Apeldoorn. Buurjongen wist dat er 2100 zitplaatsen zijn in het theater. We hadden het idee dat wij van die 2100 mensen de enige twee waren die aan het eind van de voorstelling liever stil waren gebleven. We begrepen het donderend applaus dat losbarstte op het moment dat de laatste noot was gespeeld niet.

We waren onder de indruk van de voorstelling. Het verhaal over Jezus is ons met de paplepel ingegoten. Maar deze eigentijdse versie laat opnieuw zien dat het verhaal universeel is; van alle tijden; het verhaal van mensen: de mens. ‘Een groep mensen wil de wereld veranderen, en hoe dat eindigt in de grootste beweging ooit. Een voorstelling over aanbidding en verraad. Verheerlijking en laster. Macht en opstand. Maar vooral: een verhaal van hoop’ hadden we in de aankondiging gelezen. ‘Puur en rauw. In een industriële vormgeving en een unieke setting’. Daar had mijn kunstminnende buurjongen erg van genoten. Wij waren ook onderdeel van het decor geweest. Weliswaar hadden we niet de exclusieve plaatsen op het podium, die waren uitverkocht, maar ook van af balkon 2 waren wij omstanders die keken naar wat er op het podium gebeurde. Vanuit de verte kijken naar wat zich ‘daar ergens’ afspeelt. Ons dagelijks werk zou je bijna zeggen. Je ziet en hoort van alles, hoe moet ik me er toe verhouden, wat moet ik er mee, kunnen we, kan jij, kan ik er wat aan doen? En wat dan? En hoe?

Maar dan is daar de slotscène: de gestorven mens in een cirkel van wit licht. We weten dat na de dood van de hoofdfiguur zijn verhaal eeuwen lang mensen zal blijven inspireren en hoop geven. Niet alleen een verhaal van hoop, maar ook van troost. Niets gaat verloren. Het is niet voor niets geweest.