Je kan natuurlijk iedere dag beginnen. Met minder op je telefoon te kijken, minder te eten, te drinken; minder te roddelen; eerder uit je bed te gaan of juist vroeger naar bed; minder te somberen, of van alles wat te vinden. Je kan iedere dag beginnen met aardig zijn, attent, positief, gedisciplineerd. Dat bezoekje dat je steeds uitstelt, dat dingetje dat geregeld moet worden, dat klusje dat maar blijft liggen. Je kan iedere dag beginnen dat op te pakken. Je kan iedere dag beginnen een goed en mooi mens te zijn, trouw aan zichzelf, niet mooier dan het lijkt, oprecht te zijn en eerlijk. Dat kan. Zoals je ook iedere dag kan beginnen minder streng te zijn voor jezelf.
Toch is het een mooie traditie om van de overgang van het oude jaar naar het nieuwe jaar daar een speciaal moment van te maken: Opnieuw beginnen. Een gemarkeerd moment met oliebollen, de top 2000, borrels en vuurwerk.
En elkaar een gelukkig nieuwjaar toe te wensen. Iedere dag van 2024 opnieuw beginnen. Met een mooie ochtendwandeling, de puzzel uit de krant of met je ochtendgymnastiek. Don’t give up van Peter Gabriel af te spelen bijvoorbeeld of Beautiful People van Melanie. Een nieuw begin, iedere dag.
Vanmorgen heb ik uit het bos een takje groen meegenomen. Ik wilde eens kijken hoe dat ook weer staat. Een denne- of sparretakje boven een schilderij. Ik las dat Kees van der Staaij, voormalig SGP lid van de Tweede Kamer geen kerstboom had met kerst, maar dat een takje groen als versiering boven een schilderij bijvoorbeeld van hem wel mocht. Kerstbomen hebben niets te maken met de boodschap van kerst, kerstbomen stammen uit een heidense traditie aldus Kees. Een vooraanstaand theoloog reageerde daar weer op dat dat een broodjeaapverhaal is.
Broodjeaapverhaal of niet, ook bij ons thuis was geen kerstboom. Kerst was de geboorte van Jezus, punt uit. Naar de kerk, kerstliederen zingen, kinderkerstfeest van de zondagsschool met een boek en een sinaasappel. Een lekkere maaltijd zoals iedere zondag met warme pudding en bessensap na.
Mijn oudere zussen haalden heel voorzichtig die heidense wereld in huis. Behoedzaam voerden ze vernieuwingen in. Ze wisten wel hoe dat te doen. Eerst voorzichtig mijn moeder ompraten: ‘bij van Duin doen ze het ook’. Dan het aan tafel aan de orde stellen als pa in een goede bui was, dan moest het lukken. En het dan zelf gelijk doen voor ma zich weer bedacht. Een takje groen boven een schilderij. Het eerste jaar nog zonder versiering, vervolgens ieder jaar een beetje meer aangekleed, een lintje, op een gegeven moment zelfs een glinsterende kerstbal. Er kwamen kaarsjes in huis. Kleine witte kaarsjes in een rood houdertje. En ook de de maaltijd ging steeds meer lijken op een kerstdiner. Dat had vooral te maken met het mee eten van de verkeringen van de drie oudsten.
Een gladgestreken damasten tafelkleed, het goeie servies, een plat bord en een diep bord, het bestek opgepoetst en precies zo als het moest liggen. Vader, moeder, zes kinderen, drie verkeringen en de ongetrouwde zus van ma. Groentesoep zoals alleen mijn moeder ze kon maken, dan aardappelen, spruitjes en draadjesvlees dat de dag ervoor uren op het petroleumstel had gestaan en we al die hele middag en avond hadden geroken. Stoofpeertjes natuurlijk. Warme pudding met eigengemaakte bessensap na. Pa die uit de bijbel voorlas. Bidden voor de maaltijd en erna. Ma die op het orgel speelde uit Johannes de Heer. Zachtjes meezingen, of neuriën want meezingen was geen sinecure, ma greep vaak mis en moest soms lang zoeken naar de goeie noot.
Ik zou er heel wat voor geven om nog eens aan te schuiven aan die mooi gedekte tafel aan de Valkenburgseweg in Katwijk aan de Rijn. Of samen met mijn zus boven mij nog eens ophalen hoe dat er aan toe ging aan tafel bij ons. Zoals bij de komst van het takje boven het schilderij, of het met elkaar zingen als ma orgel ging spelen. Wat zouden we lachen. Wat zouden we lachen.
*Een broodjeaapverhaal is een verzonnen verhaal dat als waargebeurd wordt doorverteld en doorverteld en daardoor langzaam maar zeker voor waargebeurd wordt aangenomen.
Langs de Regge tussen Nijverdal en Wierden ligt de buurtschap Notter. Een paar boerderijen, een buurthuis en een dorpsschooltje. Dat is het wel zo’n beetje. Maar ook de geboortegrond van actrice Johanna ter Steege. Stanley Kubrick* noemde haar ooit de beste actrice ter wereld. Ze speelde in het theater en in films over de hele wereld. Ze ontving prestigieuze prijzen. Ze was de hoofdrolspeler naast Herman Finkers in De Beentjes van Sint Hildegard, de best bekeken film in 2022 in Nederland. In Twente kent iedereen haar van haar theaterspektakels op vliegveld Twente ‘Hanna van Hendrik’ en ‘De vergeten Twentse Lente’: Johanna ter Steege uit Notter.
Gek genoeg kende geen van de drie kunstenaars van Sterren op het Doek haar. Blijkbaar komt ze niet vaak genoeg in talkshows en geeft haar leven geen aanleiding tot nieuws in de roddelbladen.
Ze vertelde over haar jeugd op het land waar het leven goed was. Het leven in Notter. Een fijn gezin, maar streng in het geloof. Al vroeg nam ze afstand van het benauwende wereldje waar haar ouders in leefden. Zonder het contact met hen te verliezen.
Als actrice kwam ze in een wereld die ver af stond van wat ze in haar jeugd had meegekregen. Toch wilde ze haar ouders laten zien waar zij mee bezig was, wat haar wereld was. Haar ouders kwamen kijken naar een voorstelling. Uitgerekend in deze voorstelling werd zonder ophouden gevloekt. Haar ouders stapten op midden in de voorstelling. Ze waren totaal ontdaan van het gevloek, het was zo erg dat haar vader nauwelijks in staat was terug te rijden.
Johanna ter Steege vertelde dat in haar Theatervoorstellingen in Twente niet gevloekt wordt. Presentator Eus keek daar van op. “Waarom niet, doe je dan geen concessies?”. “Waarom zou je vloeken als je weet dat je daar mensen mee kwetst?”, was het antwoord. Bijna 50 jaar later kijken we wat anders aan tegen het bestormen van de gevestigde orde en het neerhalen van heilige huisjes in de tijd van de zestiger jaren en de decennia die daar op volgden. Het kon niet grof genoeg zijn. Vloeken en smerige taal zonder grenzen. Puberaal eigenlijk. De volwassen actrice wees de jonge presentator de weg. Op een dag kom je er achter dat het niet meer nodig is: schoppen en schelden. Dat het veel aardiger is elkaar in je waarde te laten. Liefdevoller. Vruchtbaarder ook.
Sterrren op het Doek is een tv-programma van omroep Max op NPO 1 gepresenteerd door Ozcan Akyol. Bekende Nederlanders laten zich portretteren door drie verschillende kunstenaars. De bekende Nederlander kiest welk schilderij hij of zij het mooist vindt en mee naar huis neemt. De twee andere worden bij op bod verkocht. De opbrengst gaat naar een goed doel. In de uitzending van 9 december 2023 was Johanna ter Steege te gast.
Stanley Kubrick was een Amerikaans filmregisseur, bekend als de meest vernieuwende en invloedrijke regisseur aller tijden.
Ieder jaar zijn het weer dezelfde omtrekkende bewegingen. ‘ Is mij niet gelukt hoor, een gedicht, niet erg hoop ik?’ ‘Dit jaar maar een keer afschaffen die gedichten?’ Ik trap er niet meer in. Want natuurlijk zijn er ook dit jaar weer gedichten. Gedichten waar met nieuwsgierigheid naar wordt uitgekeken. Die hardop worden voorgelezen. Waar ademloos naar geluisterd wordt. Die van commentaar worden voorzien bij het oplezen. En die een luid applaus krijgen aan het eind. De gedichten zitten vol waarschuwingen, adviezen en plagerijen, maar ook wijze levenslessen en woorden van dankbaarheid met aan het eind steevast liefdevolle groeten.
Het waren weer hele mooie gedichten. Op papier met plaatjes en via een linkje op je telefoon.
Vreemd als je er over nadenkt. Dat je als volwassen personen in de huid van een verzonnen figuur een brief schrijft aan elkaar. Samen liedjes gaat zingen voor een zogenaamde ‘Sinterklaas’ die van alles over jou weet. En dat je met zijn allen in die fantasie meegaat en meedoet. Speelt. Zoals vroeger. ‘Dan was jij … en ik schreef aan jou een brief.’ Gek eigenlijk. Maar vooral heel erg leuk.
Mijn oudste zoon begint al jaren zijn gedicht met precies dezelfde zin. Dat ik weer een jaartje ouder ben maar nog altijd even ‘fief.’ De zin erna eindigt op hartendief. Dan volgt een beschrijving van hoe hij mij het afgelopen jaar heeft waargenomen en hoe hij daar naar kijkt. Toen ik hem vroeg waarom hij altijd met dezelfde zin begint kreeg ik als antwoord dat het een test is. Zolang ik die eerste zin van zijn Sinterklaas gedicht ieder jaar nog herken, hoeft hij zich geen zorgen om mij te maken.
Zaterdag 2 december is het honderd jaar geleden dat Maria Callas werd geboren. Op allerlei manieren wordt er aandacht aan besteed: documentaires, artikelen, boeken, een film en in Nederland een speciaal concert van Phion met Francis van Broekhuizen en de sopraan Elenora Hu. En door Wiske, door mij, want ik ben een groot bewonderaar van Maria Callas. Al heel lang.
Ik denk dat het te danken is aan mijn grote zus, die dan tegen me zei, Willy moet je eens luisteren. We keken naar de foto van de mooie vrouw op de platenhoes. Samen luisterden we naar de prachtige stem uit de platenspeler. ‘Mooi he’, zeiden we dan. Het schijnt technisch niet perfect te zijn maar ieder is het er over eens dat zij behoort tot ‘s werelds grootste operazangers ooit. Dat heeft te maken met het bijzondere timbre en de passie en bezieling die zij in haar zingen brengt. Callas zingt uit het hart. Daar ging het om, de techniek kwam op de tweede plaats.
Ik bleef de zangeres volgen en toen zij door de miljonair Onassis ingeruild werd voor weduwe Jackie Kennedy was ik hevig verontwaardigd en bedroefd voor haar. In 1992 las ik de biografie van Arianna Stassinopoulos over haar turbulente leven. Daarna heb ik in Parijs haar graf gezocht op Pere Lachaise. Maar ze was niet begraven, ze was gecremeerd. Haar as is in 1979 verstrooid in de zee voor haar geliefde eiland Skorpios. We vonden uiteindelijk een gedenkplaat bij het Columbarium.*
Ze was in 1977 aan een hartaanval gestorven in een appartement in Parijs waar ze een eenzaam bestaan leidde. Na de dramatisch verloren liefde was haar hart gebroken en kon ze ook niet meer zingen als vroeger. Ze stierf aan een gebroken hart, vertelde Francis van Broekhuizen in de theatervoorstelling Maria Callas 100 jaar-een leven in aria’s.
Callas leefde voor de liefde en de kunst. Daar ging het om. Veeleisend was ze. Aardig willen zijn was er niet bij als het om haar vak ging: Kunst is domineren, Ik zal zo moeilijk zijn als nodig is om het beste te bereiken. Praat me niet over hoe het altijd is gegaan. Waar ik ben bepaal ik de regels. Ik werk niet voor geld maar voor de kunst. Je bent geboren als kunstenaar of niet.
Sterven aan een gebroken hart. Klinkt dramatisch. Maar past helemaal bij de gedreven en gepassioneerde kunstenaar Maria Callas. Alles of niets.
Als iemand van mijn zang iets gelukkigerwordt, heb ik mijn doel bereikt, zei ze vaak. Meer dan dat.
Helemaal nat. Het stembiljet komt nat uit de brievenbus. Het kost enige moeite om het stembiljet van één meter lang zonder scheuren uit te vouwen.
Maar liefst 25 partijen doen mee aan de verkiezingen. En ruim duizend kandidaten stellen zich verkiesbaar. Er staan namen op van partijen waar ik nog nooit van gehoord heb. Leuke namen: Nederland met een plan, Samen voor Nederland, Partij voor de Sport.
De democratie leeft dus nog altijd. Maar ik vraag me af of de bedenkers van en de vechters voor het democratisch bestel, zoals de jonge soldaten uit verre landen van overzee, dit voor ogen hadden. Dit circus van debatjes en debatten, statistieken en polls, spelletjes- en praatprogramma’s met kandidaten, met de volgende dag de peilingen wie er gewonnen heeft. Of verloren.
Besturen is een vak toch? Of was het dat ooit? Mijn huisarts kies ik toch op basis van zijn kundigheid, net als de glazenwasser? Die hoeft toch niet zo gek te doen om mijn vertrouwen te winnen? Wie geef ik mijn vertrouwen, wie krijgt mijn stem woensdag? Welke persoon? Of eerst welke partij? Alle partijprogramma’s lezen? Stemwijzer is net zo veranderlijk als het weer. Vul hem maar eens een paar keer in. Er komt steeds iets anders uit en je schrikt soms waar je nu weer op uit komt.
Toen ik moest kiezen wie de NS publieksprijs moest krijgen wist ik het direct: De Camino. Toen ik moest kiezen wie de Televizierring moest winnen ook: Oogappels. Beide keren zat ik goed, ze wonnen allebei.
Nu weet ik het niet. In ieder geval iemand uit de provincie. En een vrouw natuurlijk. Iemand die kan besturen.
In de boekhandel in Katwijk pakte ik het boek van de stapel. ‘Daar waar de rivierkreeften zingen.’ Het leek me dat ik daar de dagen in Katwijk wel mee door zou komen. Iedereen had het er over dat het zo’n goed boek was. Mijn ogen vielen op het boek er naast. Een literaire thriller: De Camino. Een opvallende kaft en een aansprekende tekst op de achterkant. Na enig aarzelen nam ik ook De Camino mee. Beide boeken las ik in één ruk uit. Eerst de Rivierkreeften. Toch eigenlijk ook een thriller. Daarna De Camino.
Ik aarzelde geen moment toen ik van de NS een mail kreeg met de vraag of ik mijn stem uit wilde brengen op de NS Publieksprijs. De Camino natuurlijk. Omdat het goed geschreven is, bloedspannend, indrukwekkend, inspirerend en ontroerend.
Het boek zwerft ergens in Nijverdal, ik heb het uitgeleend en die persoon heeft het ook weer aan iemand anders uitgeleend. Wat me vooral bijgebleven is uit het boek is het feit dat je eigenlijk nooit iemand echt kunt kennen en wat oorlog doet met mensen, kan doen met mensen. Dat het vernederen, niet zien van mensen de kiem kan zijn van haat en geweld.
Ik zag de schrijfster op tv. Ik had nog nooit van haar gehoord. Ze had zelf de camino het pelgrimswandelpad naar Santiago de Compostela in Spanje gelopen. Ze sprak wijze woorden over het gebruik van je mobiele telefoon en de media met haar meningen circus. Dat het goed zou zijn je telefoon eens een paar dagen weg te leggen en niet altijd gelijk maar met je mening op de proppen te komen.
Daar moest ik aan denken toen ik gister in de bibliotheek in Enschede luisterde naar de schrijver Dilara Bilgic over hokjesdenken en ‘stereotyperingen vanuit psychologisch perspectief.’ Jij en ik hebben al een mening, oordeel, en vaak een vooroordeel, als iemand de deur inkomt. En ook mensen die denken dat ze dat niet hebben, vergeten dat zo’n gevoel heel diep zit en dat ook zij zich onbewust toch laten leiden door oordelen. Wij allen waren volgens de schrijver racistisch en bevooroordeeld. We zijn al een heel eind als we ons daar bewust van zijn. Het is heel helpend als je juist je verdiept in mensen die ver van je af staan, of waar je instinctief weerstand bij voelt. Reizen helpt daarbij, niet altijd in de zelfde omgeving bewegen, je proberen te verplaatsen in iemand die het tegenovergestelde beweert van wat jij vindt. In het nagesprek bespraken we met elkaar waar onze oordelen en voor oordelen zitten als we eerlijk naar onszelf kijken. Want dat moet je wel doen vonden wij. Dat helpt. En een goed boek lezen, zei iemand. Daar in die prachtige bibliotheek in Enschede.
* Anya Niewerra is een schrijver van literaire thrillers. Geboren in Kerkrade in 1964. De teloorgang van de mijnindustrie in Limburg en haar gymnasiumtijd in Rolduc hadden veel invloed op haar. Behalve schrijver is ze ook directeur van de VVV Zuid Limburg.
Het is zondagavond. Ik ga mijn Wiske vanavond schrijven want morgen moet ik, ga ik naar een begrafenis. In het uitvaartcentrum waar ik afgelopen vrijdag ook al was. Het uitvaartcentrum waar ik iedere dag langs loop op mijn ochtendwandeling.
Ik heb zojuist de groenbak buiten gezet. Het is al donker. Aan de hemel een mooie volle maan. Als ik naar die hemel kijk moet ik denken aan al die mensen die daar zijn net als jij. Je moest eens weten hoeveel van de mensen die jij en ik kenden hier niet meer zijn.
Ik stel me wel eens voor hoe of wat de hemel zou kunnen zijn. En ik probeer me voor te stellen dat jij daar bent en al die anderen. Maar er komt geen beeld. Ik ben al lang opgehouden de hemel voor te stellen als een zaal vol mensen zingend voor Gods troon. Waar zijn ze dan, waar ben je dan? Ik denk wel eens dat je ergens zweeft, ergens verblijft, soms zelfs dicht bij mij, rond mij, in mij.
Laatst heb ik van je gedroomd, je was er maar ik kon niet bij je komen, ik probeerde het wel maar iedere keer was je op het laatste moment verdwenen. Ik kan je ook niet naar me toe halen als ik wakker ben. Dan kan ik wel over je denken en aan je denken maar niet zoals sommige mensen zeggen, dat ze die persoon ‘altijd in hun hart’ dragen.
In het bos kom ik soms een vrouw tegen met een hond die iedere dag naar het graf van haar kind gaat. Zo is zij elke dag opnieuw bij haar, zegt zij. Laatst zat ze op het bankje aan het water en ik ben even naast haar gaan zitten om een praatje te maken. We hebben samen naar het water gekeken, de vogels in de lucht en de herfstkleuren van de bomen. Tussen de struiken zagen we een ree, het leek of het ree naar ons stond te kijken.
Misschien is dat de hemel wel. Jij op een bankje aan het water. Om je heen de vogels en de bomen. De wolken in de lucht en de gouden glinstering van de zon over het water. Aardige mensen bij je. Een hond aan je voeten. En tussen de bomen een ree dat naar je kijkt. Dat dat de hemel is. Een plekje waar je gelukkig bent. En vrij. Zo vrij dat je af en toe naar iemand toe kan zweven.
Donderdag 2 november is het Allerzielen, de dag dat Katholieken hun doden gedenken.
‘Raad eens, wat ik aan het doen ben.’ ‘Nou?’ ‘Aan het stofzuigen!’ Het antwoord van A als ik haar bel om te vragen hoe het met haar is.
Als je ouder wordt, heb je vaak gesprekken over pijntjes en pijnen, kwalen, ziekte en dood. Een nieuwe heup hoort daar ook bij. Dat behoort tot de categorie: vervelend maar niet levensbedreigend. Voor vriendin A leek dat ook het geval. Maar dat liep anders. Er ging van alles mis, ze balanceerde zelfs op het randje van de dood op een bepaald moment. Er volgde een zwaar traject van herstel met ups en downs. Moeilijk was het om met haar mee te leven. Want A houdt er niet van over ziek-zijn te praten. Ik denk dat ze het liefst op een bepaald moment had meegedeeld: ‘ik heb laatst ook een nieuwe heup gekregen, het is goed gegaan, ik moet rustig aan doen maar ik ben vanmorgen al in huis aan het stofzuigen geweest. Mooi weer is het vandaag he?’ Ik probeerde mee te leven maar voelde aan dat ik niet te veel moest vragen. Gewoon doen en niet te zwaar maken. Aardig zijn was genoeg.
En nu hoorde ik dat ze aan het stofzuigen was. Ik vroeg me af welk huishoudelijk werk ik het eerst zou oppakken na een hele tijd van ‘niks kunnen’. Strijken? Opruimen? Ramen zemen? Stofzuigen zou zeker een optie zijn. Geen lekkerder gevoel dan na een drukke visite alles recht zetten, afwas doen en als slotakkoord met de stofzuiger de kamer door.
Het gaat goed met A. Ze kan weer stofzuigen. Heerlijk.