niet om aan te gluren

Peter C kijkt nu ook naar Vrouwenvoetbal. ‘Het is langzamer, daardoor kan ik het beter volgen en ze hebben niet van die aanstellerige maniertjes, het is vrolijker, frisser, leuker.’ Hij had PSV Feijenoord niet eens uitgekeken. Was er bij in slaap gevallen. ‘Maar ook al dat gedoe met supporters en die belachelijke geldbedragen voor verwende en verwaande snotjochies’. ‘Ik denk dat het de leeftijd is dat ik er anders naar kijk: ‘Ik geniet van die meiden.’

Daar dacht hij nog niet zo lang geleden anders over. Vrouwenvoetbal was ‘niet om aan te gluren.’ ‘Het eerste van De Zweef zou nog een zware dobber voor de dames van Oranje zijn.’ Nu kijkt hij dus naar het WK Vrouwen. Hij staat er niet voor op midden in de nacht, maar kijkt de volgende dag op zijn gemak bij een kopje thee. Met zijn 80 jaar ziet hij er nog verbazend vief uit. Daar doet hij ook wat voor. Iedere morgen een uur lang ‘oefeningen’. Grondoefeningen en lopen op de loopband die in de kamer aan de kant wordt geschoven als hij klaar is. Iedere dag minstens een uur wandelen. Hij houdt zijn gewicht zorgvuldig in de gaten. Zijn buikje is op dit moment een punt van aandacht, daarom niks bij de koffie en de thee. Ook niet voor bezoekers constateer ik.

Wie er gaat winnen? Hij zou het leuk vinden voor Nederland natuurlijk. Maar Engeland zou ook goed zijn, want hij vindt die Nederlandse trainer, hoe heet ze ook weer, een ‘tof wijf.’ Het is dat hij het gezien houdt met de vrouwen ‘maar als zij langs zou komen….’. Ik vertel dat ze netjes getrouwd is en dat dit nou weer typisch een seksistische opmerking van hem is. En dat terwijl hij zo goed op weg is met zijn toegenomen sympathie voor vrouwenvoetbal. Hij lacht want hij houdt ervan om mensen op de kast jagen. Een leuk spel. Het is daarom geen straf om even bij hem langs te gaan voor een ‘bakkie’ al is het zonder koekje. Nee hij zou het mooi vinden als een Afrikaans land in de finale zou staan tegenover Nederland. We kijken op het schema uit de krant dat bij hem op de tafel ligt met de pen erbij. We zijn het er over eens dat het dan maar niet Zuid Afrika moet worden, anders ligt Nederland eruit. Nigeria ook niet, dat zou jammer zijn voor Sarina Wiegman. Marokko dan maar? Ja maar dan ligt Frankrijk er uit. En we zijn allebei gek op Frankrijk. Maar vooruit ze spreken wel Frans in Marokko.

Vanmorgen is Nigeria er op het nippertje uit gevlogen na een strafschoppenserie. Gistermorgen versloegen de Oranje Leeuwinnen Zuid Afrika. Toch Marokko dus als tegenstander van Oranje in de finale? Voor het eerst wonnen ze een wedstrijd op het WK, en voor het eerst speelde een speelster met een hoofddoek in zo’n groot toernooi. Goed dat we het daar niet over gehad hebben. Daar zouden we het vast niet over eens zijn geworden. Dat we het er over eens zijn dat Vrouwenvoetbal het meer dan waard is om naar te kijken is al heel wat.

Geschreven tijdens het WK Voetballen in Australië en Nieuw-Zeeland van 20/7/2023 tot en met zondag 20/8/2023. De finale wordt gespeeld op 20 augustus om 12.00 uur in Sydney. Nederland speelt vrijdag 11 augustus de kwartfinale in Wellington. Het is voor het eerst dat er 32 landen meedoen waaronder een aantal uit Afrika die het verrassend goed doen. En op 8 augustus werd ook Marokko uit het toernooi gespeeld door Frankrijk in de 8ste finale met 4-0!

stagiair Jakob

Hij glimlacht als het kaartje uit de zak van het colbertje op de grond valt. Het jasje heeft minstens een jaar in de garderobe gehangen. Het jasje gaat aan voor een bezoekje aan een oudere heer in de gemeente. Hij raapt het kaartje op en leest de lieve woorden van zijn toen nog kersverse echtgenote. Het was de eerste keer dat hij een moeilijk bezoek ging brengen aan een ernstig zieke dame. De nacht er voor had hij slecht geslapen. Zijn vrouw had midden in de nacht een glas melk met honing warm gemaakt en hem bemoedigend toegesproken. Bij zijn ontbijt lag het kaartje op zijn bord en ze had hem aangeraden het in zijn jaszak te doen en er aan te voelen als het moeilijk was. ‘Dan weet je dat ik aan je denk en je bent niet alleen he.’ Daarbij had ze omhoog gekeken. Hij had het kaartje in zijn zak gedaan en was met een zere buik op weg gegaan. Vanaf het moment dat hij binnengelaten werd verdween dat gevoel. De dame was voorzichtig naar een tafeltje voor de lange ramen met uitzicht op de tuin gelopen. Op de tafel een glazen theepot en twee kopjes en schoteltjes met bloemmotief. Of hij suiker in de thee wilde. Nadat ze de thee ingeschonken had viel ze zachtjes kreunend achterover in haar ‘gemakkelijke’ stoel. Ze had hem het schaaltje met chocolaatjes voorgehouden. Het waren paaseitjes en het was al lang geleden pasen geweest. Ze had direct de leiding genomen in het gesprek door hem van alles te vragen. Wie hij was, waar hij vandaan kwam, hoe hij de opleiding vond en tenslotte: ‘wat dacht je toen je zo net hier voor de deur stond, zo’n jonge vent bij een oude mevrouw op de thee?’ Hij had haar opgebiecht dat hij het wel spannend had gevonden maar speelde de vraag terug: ‘Hoe vond u het om zo’n jong broekie op bezoek te krijgen in plaats van de dominee?’ Ze had uitbundig gelachen en gezegd dat ze het heerlijke vond een jonge vent op bezoek, dat gebeurde haar niet vaak. Het was een openhartig en vrolijk gesprek geworden en het werd je en jij. Vrome woorden of bijbelteksten hoefde ze niet, en ‘nee’ een gebed ‘was niet het juiste moment.’ Dat was later wel gekomen een enkele keer en mooie woorden waren er veel gevallen. Van haar voor hem en van hem voor haar. De bezoekjes aan haar waren een welkome onderbreking geworden van zijn drukke bezigheden. Hij had er er naar uit gekeken, hij kwam er graag. Met pijn in het hart had hij afscheid van haar genomen toen hij een andere stageplek kreeg toegewezen. Af en toe een kaartje, maar daar was het bijgebleven. ‘Still going strong’ stond er op het laatste kaartje.

‘Wat heb je geleerd?’, had zijn docent gevraagd na zijn stage. ‘Dat je meer ontvangt dan je geeft’, was zijn antwoord geweest. De leraar had hem zwijgend aangekeken: ‘Je bent een mooie kerel Jakob, ik denk dat je wel een goeie dominee zou kunnen worden.’

The winner takes it all

Nijverdalse wielrenner Rob Harmeling zei het in een interview op de Lokale Omroep: Je verliest meer dan je wint. Wie vandaag je vriend is kan morgen je concurrent zijn.

De Tour is voorbij en daarmee ook de heerlijke reportages en avond programma’s. ‘The winner takes it all’ en ‘Als je wint dan heb je vrienden.’ Maar de mooiste momenten waren rondom de verliezers. En de reactie van de winnaars daarop. Dat was nieuw voor mij en verrassend. Terwijl de commentatoren oorlogstaal bezigden toen Pogacar de tour verloor tijdens de tijdrit was de reactie van winnaar Vingegaard rustig en ingehouden, meelevend bijna. Ploegleider Zeeman reageerde hetzelfde. Geen overwinninngsretoriek. Geen ‘uitgerookt’ of ‘afgeslacht.’ Maar begrip en respect.

Op 21 juli ging Matej Mohoric, de winnaar van de 19e etappe nog een stapje verder. Hij verontschuldigde, ja, hij verontschuldigde zich voor het feit dat hij Kasper Asgreen op de meet versloeg. Met tranen in de ogen vertelde hij na afloop hoe moeilijk hij het had gevonden voor Kasper na de beslissende jump. Het bijna als verraad voelde. ‘In this Tour, the suffering and sacrafice people go through, you,d want each rider to have this chance to win a stage.’ Hij gaf de wereld een preek voor het leven mee waar iedere gelovige en ongelovige zijn of haar voordeel mee kan doen:

Het betekent heel veel. Je moet veel opofferen om hier te zijn en te presteren. Als je hier bent realiseer je je hoe sterk en snel iedereen is. Je weet dat je alles moet geven om hier te winnen. De werkdagen duren voor iedereen, van mechaniekers tot fysiotherapeuten en renners, van 06.00 uur tot 23.00 uur. Soms voelt het alsof je hier niet hoort omdat het zo zwaar is om drie weken op niveau te presteren. Om het dag in, dag uit te doen is ontzettend zwaar, maar ik ging er vandaag voor. Voor het team, voor Gino. (Gino Mader, ploeggenoot die maand geleden overleed) Soms voelt het alsof je ze in de steek laat, maar ik ben blij dat ik Kasper in de laatste meters nog kon passeren en hier kon winnen.

Toch wel die genadeklap uitgedeeld zou je kunnen zeggen. Cynisch misschien, maar wel waar. Benoemen dat het een lastig gevoel is om winnaar te zijn, omdat je daar mee iemand anders verliezer maakt dat is toch een goed ding. ‘Daar waar jij staat kan een ander niet staan’, zei iemand eens tegen mij. Dat is dit precies. Je er van bewust van zijn en dat hardop zeggen is lovenswaardig. Dat jij nu in de spotlights staat maar dat je dat te danken hebt aan een hele grote groep van mensen om je heen, ook de onopvallende en onbeduidende wielrenners in het peloton. En wij als kijkers naar dat mooie sportgebeuren niet te vergeten.

Foto: Matej Mohoric na etappe 19. Vertaling van Engelstalig interview van het AD

haal de jassen even

‘Zacht trok ik het tuinpoortje achter me dicht en rende de straat uit. Ik bleef rennen tot ik op het Frederiksplein kwam. Er was niemand te zien. Alleen een hond liep snuffelend langs de huizenkant. Ik stak het plein over. Het was of ik alleen was in een verlaten stad.’

In Het Bittere Kruid (ondertitel: een kleine kroniek) beschrijft Marga Minco het verhaal van een Joods gezin in de Tweede Wereldoorlog. Het gezin was vanuit Breda naar Amsterdam vertrokken na een verordening van de Duitse bezetters. In het begin van de oorlog zijn ze nog nauwelijks argwanend: ‘Als je je nou maar aan de regels houdt en je je niet al te opvallend gedraagt.’ Braaf naaien ze zorgvuldig de gele sterren op hun kleding. ‘Zie je wel, ze doen ons niets.’ Maar langzaam maar zeker komt de lugubere werkelijkheid steeds dichterbij. En op een avond staan ‘mannen in lichte regenjassen’ ook bij hen in huis. Haar vader vraagt haar om de jassen op te halen en het is het moment dat de ik-figuur weet wat zij moet doen. Ze vlucht door de tuin en zal als enige de oorlog overleven van het gezin met 3 kinderen.

De ik-figuur is min of meer de persoon Marga Minco zelf die het verhaal na de oorlog optekende in een sobere ingehouden haast kinderlijke stijl. ‘Over een dramatische gebeurtenis moet je sober schrijven, anders wordt het melodrama,’ aldus de schrijfster, die eigenlijk Sarah Menco heette. (Door een fout bij de burgerlijke stand werd het Minco en op het onderduikadres werd het Joodse Sarah Marga, ze is die namen altijd blijven dragen)

Op de Mulo in Breda heb ik het boekje gelezen voor mijn lijst. Ik had het uitgekozen omdat het een dun boekje was. Ik vond het prachtig. Het was de taal. Zinnen die je als een bonbonnetje proefde. Poëzie bijna. Pas later realiseerde ik me dat het de eerste keer was dat ik las over de Jodenvervolging. Toen ik het opnieuw las en veel meer wist over de Holocaust was ik nog meer onder de indruk. Een meesterwerkje. Ik was dan ook verbaasd dat zij pas in 2019, ze was toen 100 jaar, de P.C. Hooftprijs ontving.

In mijn boekenkast kon ik het boekje niet terug vinden. Ik had een eerste druk* met inktzwarte tekeningen van Herman Dijkstra. Toen ik op internet de tekening zag van de gehavende man met hoed uit het boekje, herinnerde ik me weer hoe aan het eind van het verhaal we haar oom bij de tramhalte zien staan, wachtend op zijn broer, haar vader. De kleding van haar vader had hij bewaard voor als hij terug zou komen. De oom sterft kort daarna. En tenslotte de laatste zin van het boek: Zij zouden nooit terugkomen, mijn vader niet, mijn moeder niet, Bettie niet, noch Dave en Lotte.

* Marga Minco overleed 10 juli 2023, 103 jaar oud. Haar boeken zijn in talloze talen vertaald. Haar werk behoort tot de Europese Oorlogsliteratuur. Het Bittere Kruid beleefde 32 drukken en werd in Nederland 400.000 keer verkocht.

* Bronnen: Wikipedia en de Necrologie in het AD van 17/07/2023

*

Tekening van Herman Dijkstra

dat ene zinnetje

Op de rouwkaart staat boven de naam van de overledene: ‘Het is zoals het is‘. Een bekend zinnetje. Uit het ouderlijk huis. Een opvallende keuze. Ik ken het zinnetje in allerlei variaties: het is nu eenmaal zo gegaan en zo is het goed, ach zo is het nu, het is niet anders, we moeten het er mee doen, laat gaan, let it be, amen en zo is het. Een verzuchting als je weet dat je je neer moet leggen bij het onvermijdelijke, als je weet dat er niets aan te veranderen valt, er geen weg terug is. Het origineel, het is zoals het is, zou van een oude wijsgeer zijn, Plato of Augustinus, andere bronnen verwijzen naar het Boeddhisme. Blijkbaar heeft de uitdrukking oude papieren en is ze wijd verbreid. Want van alle kanten hoor ik dat de uitdrukking ook ‘door mijn vader’ of ‘bij ons thuis’ gebezigd werd. Gisteren hoorde ik dat iemand het boven haar bed op de muur had geschilderd jaren geleden toen het leven even niet mee zat.

Welke zin zou passen aan het eind, als een ‘over all’ van je leven? Wil je de achterblijvers iets meegeven; is het het portret van een leven; is het het gevoel dat je uit wilt drukken nu het einde is gekomen van een geliefde? Of is het het zinnetje van hem of haar dat je troost of lucht heeft gegeven toen het niet mee zat? Het zinnetje dat je altijd is bijgebleven?

Toen de verzorgers van het tehuis waar mijn oudste broer de laatste jaren van zijn leven verbleef hoorden dat hij was overleden, barstten ze in tranen uit. Mijn broer was een vriendelijk en beminnelijk mens. Ook tijdens zijn ziekte. Hij liet niet na te zeggen hoe blij en dankbaar hij was met de verzorging. Tot het allerlaatst.

‘De laatste keer dat ik je zag viel me op dat je ondanks het feit dat je doodmoe was, eigenlijk helemaal op, reageerde toen er een glas water voor je neer werd gezet. Heel zachtjes zei je het: dank je wel

koning in Rijssen

‘Het lijkt hier wel koningsdag‘, was de reactie van koning Willem Alexander toen hij vorige week werd ontvangen door de burgemeester van Rijssen. De koning was daar samen met minister Binnenlandse Zaken Bruins Slot op werkbezoek in het kader van de Regiodeal Twente.

‘Dat Rijssen oranjegezind is was te zien op het Europaplein dat afgeladen vol stond’, schreef de verslaggever van de plaatselijke omroep Radio 350. Het moet de koning goed gedaan hebben lijkt me. Na 10 jaar koningschap van Willem Alexander verschenen in de media een heleboel cijfers die allemaal vertelden dat het met de oranjegezindheid van het Nederlandse volk niet zo best gesteld was: Een 6,1 voor het koningschap van Willem Alexander; Afname van vertrouwen en populariteit; Meer sympathie voor het afschaffen van de monarchie.

Ik heb me er aan geërgerd. Bij een jubileum passen felicitaties, bedankjes en terugblikken. Op de leuke dingen, de blunders en natuurlijk als het over de koning gaat mag er ook een soort van evaluatie plaats vinden. Maar waarom in de opmaat naar koningsdag ieder jaar weer een rij statistieken voorbij moet komen over de populariteit van de koning en het koningshuis is mij een doorn in het oog.

Als je de cijferlijstjes en de duiding daarvan nauwkeurig gaat bekijken valt op dat het veel uitmaakt wie het onderzoek of peiling heeft gedaan. De NPO heeft andere cijfers dan RTL. De vraagstelling zegt veel over waar de onderzoeker met zijn uitkomst naar toe wil. Tevredenheid, vertrouwen en populariteit worden naast en door elkaar gebruikt. Jeroen Pauw doet er dit weekend nog een schepje boven op: ‘ Hij (Willem Alexander) heeft er gewoon geen talent voor’. Om koning te zijn bedoelt Pauw. Dat zelfde weekend logenstrafte de koning de ‘kwade reuk’ uit de mond van Pauw.’ ‘Met de excuses en de vraag om vergiffenis voor het slavernijverleden koos koning Willem Alexander zaterdag precies de juiste woorden, concludeerden nazaten, belangengroepen en politici. Hier en overzee.’ En dat staat vanmorgen in de krant.

Dat de excuses van de koning kwamen en niet van de minister president maakte extra indruk. Er werd geschiedenis geschreven. Door de koning.

Foto: Kees Verwoert Radio 350

bang voor de boze wolf

Een kundig onderwijsminister moet het veld ruimen. Hij was aldus het jeugdjournaal ‘snel boos’. Het lijkt op een afrekening. Er komt een bevlogen jongeling die het onderwijs nou eens eindelijk aan gaat pakken. Maar dat ging ambtenaren en bestuurders veel te snel, te rigoureus. Zijn opvliegende karakter was de stok waarmee hij werd geslagen.

Woedebuien en horkerig gedrag leiden in het algemeen niet tot veel respect. Je hoeft het maar een een paar keer te doen, voor de klas bijvoorbeeld, en je wordt niet meer serieus genomen, je wordt achter je rug uitgelachen. In het gunstigste geval neemt men het voor lief en haalt men er de schouders over op. Driftige personen doen vooral zichzelf te kort denk ik en bereiken er niets mee. Ik heb gezien hoe moeilijk het voor de persoon zelf kan zijn die ongebreidelde woede in toom te houden.

Maar anno 2023 waarin de woorden ‘angstcultuur’, ‘onveilige werksituatie’, ‘intimidatie’, ‘wangedrag’, regelmatig vallen, is ‘snel boos worden’ gevaarlijk geworden. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het de manier is geworden om een onwelgevallige baas of collega pootje te lichten.

Ik kan me nauwelijks organisaties voor de geest halen waar het 100% veilig is. Overal wordt geroddeld, met ellebogen gewerkt en overal is jaloezie. Ik heb er geen enkel bezwaar tegen als er af en toe even flink met deuren wordt geknald en hardop geruzied. Sterker ik denk dat het goed is dat er af en toe stevige woorden vallen. Dat lucht op en kan je juist weer dichter bij elkaar brengen. Trouwens waar is het nou helemaal veilig? En denk je dat te kunnen afdwingen?

Veilig is het waar je mag vallen en opstaan, waar openheid is en transparantie. Waar wordt gezegd waar het op staat. Onveilig is het waar je mensen niet op hun woord kunt vertrouwen, waar stiekeme bondjes worden gesmeed, waar een soort ‘aardigheid’ heerst waar je het benauwd van krijgt. Ik ben voor mensen en politici die zo bevlogen zijn dat ze af en toe flink boos worden. Dat mag. Nee dat moet. Niet bang zijn.

Lieg alsjeblieft niet tegen me, niet over iets groots niet over iets anders. Liever hoor ik het vernietigendste dan dat je liegt want dat is nog vernietigender. Judith Herzberg.

de meneer en het egeltje

‘U schrijft toch vaak stukjes he? Zou u eens een stukje over egeltjes willen schrijven? Dat de mensen bakjes water voor ze neer zetten? Gister heb ik er één gevonden hier langs het pad, die lag helemaal verdroogd en slap in het gras. Ik heb hem wat water gegeven en kattenbrokjes. Vanmorgen was hij al wat levendiger. De mensen zouden moeten bedenken dat de dieren ook veel last hebben van de droogte en bakjes water neerzetten voor de vogels maar ook voor de egeltjes’

De meneer die mij dat vraagt kom ik regelmatig tegen als ik mijn ochtendrondje maak. Hij loopt met een klein hondje. Sinds we een keer samen hebben staan te kijken naar een pas geboren veulen, maken we ook af en toe een praatje. Hij is een nauwkeurig observeerder van de natuur en een echte dierenliefhebber. Hij vraagt me of ik de jonge reetjes al gezien heb bij het vennetje of het reigersnest. Hij wijst mij terecht als ik hem wijs op het prachtige zingen van een merel. ‘Nee dat is een vink hoor mevrouw.’

Ik beloof hem dat ik een stukje zal schrijven en vraag hem of hij mij een foto wil sturen. Ik geef hem mijn 06. ‘Hoe heet u eigenlijk?’ Nee zijn naam mag ik niet noemen. Ook dat beloof ik. Hij vraagt me vervolgens of ik weet bij wie ik bij de gemeente moet zijn om hen er ook op te wijzen dat er voor de egeltjes water moet worden neergezet. Ik denk dat de vrijwilligers van het vennetje, de vennekearls, dat wel weten.

Egeltjes zijn dieren die tot de verbeelding spreken en kunnen rekenen op liefde en sympathie. Ondanks hun duizenden stekels roepen ze warme gevoelens op. Er zijn talloze gedichten en verhalen over egels. Van Annie M.G. Schmidt bijvoorbeeld en Toon Tellegen. Er zijn blogs en boeken vol verhalen over egeltjes met hun platte voetjes en hun kraaloogjes. Er zijn Egelopvangcentra en er bestaat een Egelwerkgroep Nederland.

Egels kunnen zich oprollen bij gevaar. Het zijn nachtdieren. Ze kunnen hard lopen als het moet. Ze eten slakken. Ze zijn bijna blind, maar hebben een uitstekend gehoor en reukvermogen. Ze maken een hoop herrie als ze eten. Ze snuiven, smakken, snuffelen en knorren. En …. *lees ik op internet: Ze zijn 15 miljoen jaren oud.

Reden te meer om dit stukje te schrijven. Egeltjes mogen niet uitsterven. Geef ze te drinken. Water, en beter geen melk. Daar zijn ze weliswaar gek op, maar is slecht voor hun darmen.

* Foto: M v d E.

* 100-facts.com 50 Weetjes over egels.

* nb In overleg met de dierenambulance is het egeltje naar de dierenopvang gebracht en met een volle buik weer uitgezet.

Hakkert

De broers Hakkert met hun mooie ogen konden goed leren en goed voetballen. Vrolijke jongens. Ze hadden hartelijke ouders. Altijd positief over school en meelevend. Er kwam nog een broertje achteraan. Peter het jongste broertje. Die was anders. Net zulke mooie ogen en vrolijk maar voetballen was niets voor hem. Het advies om ‘eens te gaan kijken bij de basketbal of dat misschien iets voor hem was?, wuifde hij weg. Een wegwerpgebaar en gefronste wenkbrauwen. Er werd nog een schepje boven op gedaan: en wie weet kom je ooit nog wel een keer in het eerste! Hij lachte hard en liep weg.

Maar Peter ging naar de basketbal. En hij is er nooit meer weg gegaan. Hij was er als een vis in het water. Prestatie was niet het belangrijkst bij de kleintjes. Plezier in het spelletje en de vereniging. Gek genoeg ging Peter langzaam maar zeker steeds fanatieker worden. Prestatie was ook belangrijk. En ja hij heeft gespeeld in ‘ het eerste.’ En als ik in het persbericht van de gemeente lees wat ‘decorandus’ Hakkert allemaal nog meer heeft gedaan in de basketbal wereld worden mijn ogen steeds groter. Trainer, coach, scheidsrechter, voorzitter van de technische commissie, organisator van toernooien, basketbalkampen en grote basketbalfeesten. En niet alleen voor de plaatselijke Basketbal vereniging Valley Bucketeers, ook in de regio, zoals bij de Uitsmijters in Almelo.

Vrijdagavond werd hij verrast met een lintje in sporthal Het Ravijn. Zijn hele familie was er, leden en oud leden, de tribunes zaten bomvol. Ondanks de hitte, ondanks de Avondvierdaagse. Even was hij volkomen beduusd toen de burgemeester hem vertelde wat hij kwam doen. Maar al gauw herpakte hij zich. ‘Speech, speech’, werd er geroepen, maar dat deed hij natuurlijk niet. Das niks voor Hakkert. Want zo wordt hij al sinds jaar en dag genoemd door iedereen die van hem houdt. Geen Peter, laat staan decorandus Hakkert. Hakkert, van de basketbal, van Dauwpop, van de Zwarte Cross. Burgemeester Jorrit Eijbersen wist heel goed dat deze man het lintje niet kreeg om wat hij allemaal gedaan heeft, maar om wie hij was, wie hij is. Een klompje goud in een vereniging die deze week haar 50 jarig jubileum viert.

The strenght of a team is each individual member. The stength of each member is the team, zegt de beroemde basketbalcoach Phil Jackson. Helemaal waar en voor team kun je ook club of vereniging invullen. Gefeliciteerd member Hakkert, gefeliciteerd Valley Bucketeers!

Foto: Fotografie Mike Rikken

een muur van bloemen

‘Als je het tunneltje bij Konijnenbelt door gaat rij je er recht op af : een muur van bloemen!’ De dames maken er handgebaren bij, hoe groot, hoe veel. De lofzang op de natuur in een zaaltje in het Het Centrum in Nijverdal op zondagmorgen 4 juni na de kerkdienst in de zaal naast de ruimte waar zojuist de kerkdienst heeft plaats gevonden. Na de dienst is het gebruikelijk dat er samen koffie gedronken wordt, omdat kerk zijn niet alleen kerkdiensten bezoeken is maar ook gemeenschap zijn. Het ‘die is ziek en die gaat dood-gehalte’ van de gesprekken is vaak hoog maar vanmorgen overheerst vrolijkheid. Het was een mooie dienst, de zon schijnt en vanmiddag gaan we de natuur in.

Naast mij zit een vrouw die ik wel ken van gezicht maar niet van naam. Bij het noemen van haar naam vraag ik van welke familie X ze dan is. Ze is van de Hervormde tak, en ze kerkt altijd hier in het Centrum omdat ze zo van het woonzorgcentrum aan de overkant naar de kerk kan lopen. Nee fietsen mag ze niet meer van haar kinderen, dus naar die muur van bloemen gaan kijken op de fiets onder het tunneltje door zit er voor haar niet in. Ze rijdt nog wel auto. Ze is 91 en heel gelukkig in het woonzorgcentrum: veel activiteiten en veel contacten. ‘Spelletjes enzo.’ Bij het ouder worden vallen er zo veel mensen weg. Geen broers en zussen meer. Vrienden en kennissen die overlijden. Wel heeft ze nog een klein clubje vrouwen, waarmee ze af en toe iets doet. Hun mannen zaten in een elftal van SVVN en zijn hun hele leven een vriendenclub gebleven. Samen met de vrouwen maakten ze uitstapjes, hadden feestjes en leuke avondjes. Van de 11 mannen en hun vrouwen, één van hen was twee keer getrouwd, dus eigenlijk waren het er totaal 23, zijn alle voetballers overleden, ook haar man nog niet zo lang geleden. Er zijn nog 4 vrouwen. ‘We komen iedere week bij elkaar, dan eten we samen.’

Sport Vereniging Volharding Nijverdal’ is de naam van de voetbalvereniging waar hun mannen bij voetbalden. Vladding in de volksmond. Volharding. Wat een mooie naam voor een vereniging. Voor vriendschap.