herfstvakantie

Anna heeft herfstvakantie, maar ze heeft geen vakantie, want volgende week begint de toetsweek. En dat betekent dat Anna iedere dag aan de studie is en dat de school nog iedere dag van de vakantie in haar hoofd aanwezig. Nou is dat in haar geval niet het allerergste, want Anna gaat graag naar school en ze vindt leren leuk. Ze haalt ook graag goeie cijfers, liever een acht of een negen dan een zesje. Maar het komt haar niet aanwaaien, ze moet er wel wat voor doen en dat doet ze.

Na de zomervakantie had ik haar gevraagd of ze zin had in school en voor het eerst sinds ze op het voortgezet onderwijs zit appte ze: ‘Nee. De zin was er tot ze weer met de ‘cijferdictatuur’ begonnen. Het voelt steeds meer aan alsof school puur voor cijfers is.’ ‘Breng het aan de orde! appte ik terug. ‘De leerlingenraad?’ ‘Die kunnen er helaas vrij weinig aan doen. Heb er zelf ingezeten. Zij organiseren voornamelijk schoolfeesten.’ Tenslotte adviseerde ik haar bondgenoten te zoeken en een clubje op te richten of een genootschap, ‘dat klinkt gewichtiger.’ Ze vond het een strak plan en vroeg of ik adviseur wilde worden. Dat wilde ik natuurlijk. Van het MCOG het MinderCijfergerichteOnderwijsGenootschap.

Twee maanden later is het plan vergeten en zit Anna al weer braaf iedere dag te leren, tot in de vakantie aan toe: voor cijfers.

Maar het is waar. Wat ze schreef. Dat het op school alleen maar om cijfers draait. Nou ja niet helemaal. Want er is een excursie geweest naar Parijs en er is plezier geweest met de medeleerlingen en feestjes en er waren boeiende lessen. Maar die cijfers. Die toetsen, testen, onderzoeken, waarmee een kind vanaf de eerste dag dat het een stap in de school zet wordt geconfronteerd. Dag in dag uit. En mee vastgezet wordt, gestempeld. Cijfers tot achter de komma.

Hoe het anders moet, of het anders kan? Makkelijker gezegd dan gedaan dat is zeker. Maar waarom niet eigenlijk? Waarom kan de school niet een plaats zijn waar je in het rond kijkt en zoekt en speelt en grasduint, waar je je in iets kunt vastbijten, waar je in iets je tanden kunt zetten, zonder de gesel van cijfers?

Ik heb Anna verteld dat ik er een stukje over ga schrijven. Dat heb ik gedaan. Nou moet zij er maar een TikTok filmpje over maken. En een andere naam verzinnen.

Foto: Landgoed bij kasteel Weldam, zondagmorgen 27 oktober 10.30

in de duinen van Katwijk

De spreker vraagt of de aanwezigen een mantra mee willen zingen ter afsluiting van zijn uiteenzetting over het soefisme. Daar heeft niemand bezwaar tegen. Integendeel. Zachtjes, ingetogen onder de sonore klanken van een handorgeltje klinken Latijnse woorden: dominum, miserere, donna nobis pacem. Het is doodstil als het orgeltje zwijgt. Iemand zucht hardop, diep.

Even later aan tafel in de kapel van Hof 88 in Almelo verzucht dezelfde dame, hoe indrukwekkend het was om samen te zingen, te vragen om en te verlangen naar, vrede, pacem. Ze kende niemand in haar omgeving die geen vrede wenst, of niet naar vrede verlangt en ze begreep niet wie de mensen zijn die oorlog maken of een ander dood wensen en hoe het dan kan dat er altijd, overal ergens oorlog is.

Liefde, harmonie en schoonheid zijn de kern van alle religies als inspiratiebron, daarom is het soefisme geen godsdienst maar een beweging had spreker Felix Erkelens verteld. Hij is verbonden aan het Universal Murad Hassil in Katwijk, waar een van de weinige soefitempels in de wereld staat. Hij vertelde ook dat in de erediensten op het altaar zeven kaarsen staan, zes voor de verschillende wereldgodsdiensten en een voor het soefisme. Hij had zijn eigen weg gevonden door zijn trauma’s in de ogen te zien op een lange eenzame reis door Noord Amerika, om vervolgens te proberen zijn ego los te laten en van uit zijn hart te leven in verbinding met God. Over die woorden werd nog lang nagesproken aan de tafels in de kapel.

In 2013 maakte ik met mijn zonen een wandeling van Katwijk naar Wassenaar en terug. Heen langs het strand. Terug door de duinen. Toen de jongste zoon een foto wilde maken, liet hij de camera die om zijn nek hing los en wees naar een plek in de duinen. Wat dat was. Die bol, daar? We wisten het geen van drieën. Een fabriek? Villa? Moskee?

We hoorden dat het een soefitempel was die in 1970 was geopend. Op deze plek in de duinen had de stichter van de soefie beweging Hazrat Inayat Khan in de zomer van 1922 een religieuze ervaring gehad toen hij op bezoek was bij Baron Van Tuyll van Serooskerken die een villa had aan Boulevard Zuid. Toen de soefi beweging onder leiding van Murad Hassil later op de plek tussen de voetbalvelden van Quick Boys en de Noordzee de tempel wilde bouwen was de ‘zwaar’ Christelijke bevolking van Katwijk niet erg enthousiast, de Raad van State moest er aan te pas komen om het plan groen licht te geven.

Inmiddels heeft de tempel haar bestaansrecht verworven. Op de pagina van de VVV kun je ze beide vinden. De Andreuskerk, bekend als de Witte Kerk aan de boulevard, en de Soefitempel, het Gebedshuis Murad Hassil. Broederlijk, bijna naast elkaar. Met uitzicht op zee. De grote oneindige geduldige zee, met haar wijdte, haar vrijheid, haar stilte en haar woestheid. Haar wiegende troost. Haar verraderlijke dreiging. De zee die altijd door gaat met bewegen. Terug, vooruit. Heen en weer. Eb, vloed. De zee die geen oordeel heeft.

Foto: Katwijk augustus 2013

niet vaak genoeg zeggen

‘Drieëntwintig.’ Schoondochter bedoelt dat ik nu al voor de 23e keer vertel, hoe wijs ik ben met mijn elektrische fiets. Een gewoonte, een eigenschap van me: blijven vertellen hoe mooi dat boek van Franco Faggiani is; hoe goed ik Alex Roeka vind; wat fantastisch het concert met Dilana Smith was; hoe blij ik met mijn peperdure nieuwe wandelschoenen ben; hoe grappig ik kleindochter vind; hoe trots… Ik kan nog wel een poosje doorgaan. Ik voeg er meestal aan toe dat ik het ‘niet vaak genoeg kan zeggen.’ Ik zeg schoondochter dat ze zich geen zorgen hoeft te maken dat ik vergeetachtig word, maar dat ik nou eenmaal graag en vaak vertel over de mooie dingen des levens en dat ze blij mag zijn dat ik niet alleen maar zeur over alle ongemakken van het ouder worden.

Om op de elektrische fiets terug te komen. Ik geniet daar inderdaad met volle teugen van. In minder dan een maand tijd ben ik op alle mooie plekjes rondom Nijverdal, Hellendoorn geweest. En ik houd niet op te zeggen in wat voor mooie omgeving we hier met elkaar wonen en wat een wonderschone herfst we meemaken dit jaar.

Vorige week fietste ik met mijn vriendin in de omgeving van Lochem, daar zag ik een adembenemende rij bomen. Ik vertelde mijn vriendin dat ze me deden denken aan de lange rij populieren achter het huis in Katwijk waar ik woonde als kind. Ik hield van het ruisen van de bomen. Wat was ik daar een gelukkig kind: de groentetuin, de kippen, de hond die om het huis scharrelde, de kinderen waar we mee speelden op straat, het kleine schuurtje naast het huis waar ik met vriendinnetjes mijn eerste clubje oprichtte. Rommelen om het huis. Op een kleedje spelen in het gras onder die ruisende populieren.

Ik vertelde mijn vriendin ook hoe ziek van heimwee ik was toen we ineens uit het niets gingen verhuizen naar Brabant. Mijn zusje, broertje en ik werden tijdens de verhuizing een week lang ondergebracht bij een voor mij vrijwel onbekende tante in Rotterdam. Een week lang hield ik het eten niet binnen, huilde ik tranen met tuiten, kon ik niet slapen: was ik doodongelukkig.

Gelukkig zag ik na een week papa en mama terug in het nieuwe huis in Tilburg, samen met mijn grote zus en de hond en de spulletjes. En gelukkig hervond ik ook in Tilburg weer een ‘thuis’, kwamen er nieuwe vriendinnetjes en clubjes, zoals de padvinderij. Maar ik bleef altijd een beetje terugverlangen naar dat huis aan de Valkenburgseweg in Katwijk aan de Rijn. Dat leven in een dorp, waar iedereen wist wie je was.

Ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Weet wat je doet als je met jonge kinderen gaat verhuizen, als je kinderen uit huis plaatst, als je kinderen uit hun vertrouwde omgeving haalt. Doe het niet. Liever niet.

hij begon

Een jaar geleden begon het. Hamas viel midden in de nacht het zuiden van Israël binnen waar jonge mensen bij elkaar waren om te feesten. 1200 Mensen werden gedood, 251 gegijzeld. Op beestachtige wijze. De reactie van Israël loog er niet om. Meedogenloos werd teruggeslagen. Meer dan 40.000 Palestijnen verloren tot nu toe het leven. En de strijd gaat iedere dag onverminderd voort.

Al een jaar lang krijgen we verschrikkelijke beelden van het oorlogsgeweld. Al een jaar lang ontvangen we verwarrende berichten over de strijd. Berichten waarbij ik me steeds afvraag of ze kloppen en wat de andere kant van het verhaal is. Al een jaar lang worden er meningen over ons uitgestrooid over hoe het komt, wat er zou moeten gebeuren, en wie dat zou moeten doen. Al een jaar lang worden we opgeroepen om ons te verzetten, om te protesteren, om ons te laten horen.

Al een jaar lang vraag ik me af of dit probleem ooit opgelost kan worden. Bij het ontstaan van de staat Israël is een weeffout gemaakt die niet te herstellen lijkt. En al die jaren daarna zijn ‘gewone’ mensen, mensen zoals u, jij en ik, kinderen, moeders, vaders, opa’s, oma’s, de dupe van een broedertwist, die steeds weer oplaait en niet lijkt te doven. En blijkbaar zijn aan beide zijden geen zachte krachten in staat een einde te maken aan dit conflict.

Op de tuinscheurkalender vandaag geen verwijzing naar de bloedige 7 oktober van een jaar geleden maar een prachtig herfstgedicht. De zon is opgekomen om 07.51 uur en zal ondergaan om twee minuten over zeven. Op de achterkant een tekst over de Amerikaanse meidoorn ook wel de hanendoorn genoemd. In de herfst zijn de bladeren vlammend rood en schreeuwend oranje.’ ‘De vruchten zijn zo groot dat je ze wel appeltjes zou kunnen noemen, ze hangen in trossen, en zijn scharlaken rood.’

Het gaat er niet om wie of waar het begon. Wie er stopt, waar het ophoudt daar begint het.

zand zijn

Het was niet het batterijtje, waardoor mijn horloge stil stond: een stofje, of een korreltje zand. De vriendelijke winkelier overhandigde mij mijn horloge. Er was even geblazen en daarna was het horloge weer spontaan gaan lopen. Nee ik hoefde er niet voor te betalen, service van de zaak mevrouw.

Als je naar het strand geweest bent vind je het overal. Zand. In en onder je schoenen, in je kleren, onder je nagels, op je huid, in je haren. Schoenen uit doen, helpt niets, overal vind je zand, hoor je zand, zie je zand in dat gezellige huisje aan de rand van de zee. Vanmorgen toen het zo koud was pakte ik het jack dat ik voor het laatst gedragen had aan zee. Toen ik mijn handen in de zakken stopte voelde ik het al: souvenir van het eiland: zand!

Zand in de andijvie kan ik me ook nog goed herinneren. Als de andijvie niet goed gewassen was knarste het zand tussen je tanden. ‘Zand schuurt de maag’, waren dan de woorden die eigenlijk betekenden: niet zeuren, door eten.

Er is een prachtig gedicht over zand, en met name de schurende eigenschap van zand. In het gedicht van Gunther Eich wordt de schurende eigenschap van zand toegejuicht. Wij worden door Eich opgeroepen om zand te zijn, niet olie. Een contrast met de oproep tot verbinding die je overal om je heen hoort. Ik las de woorden ooit ergens in Enschede op een deur van Artez. De woorden maakten toen zo’n indruk op mij dat ik er een foto van heb gemaakt en die foto jarenlang in het logo van mijn blog heb gebruikt. Ik heb de foto opnieuw geplaatst vorige week. Juist vanwege die woorden. Juist nu. Doe iets onbeduidends, zing een lied, dat niemand van jou zou verwachten, wees ongemakkelijk, wees het zand, niet de olie in het wereldse bedrijf.

Ongemakkelijk zijn: niet polariseren, niet mijn mening is beter dan de jouwe, maar ongemakkelijk zijn als iedereen hetzelfde vindt, niet om het ongemakkelijk zijn op zich, maar om niet in slaap te vallen, om elkaar wakker te houden. Immers: alles was geschieht, geht dich an. (Gunther Eich). (alles wat gebeurt gaat ook jou aan)

* Gunther Eich: Duitse Schrijver en dichter en hoorspelauteur. Seid Sand werd geschreven in 1947, het zijn de laatste woorden van Inventur. Eich was een tijdlang krijgsgevangene van de Amerikanen (Wikipedia)

septembersprookje

Er was eens een machtige koning. Hij was koning over een heel groot welvarend rijk. Hij had alles: een lieve echtgenote, vier knappe dochters en een vrolijke zoon. Hij had een paleis voor in de zomer en een paleis voor in de winter. De mensen aan het hof hielden van hem en deden zonder mopperen wat hij van hen vroeg. De mensen in het land stonden aan de kant van de weg om hem toe te juichen als hij langs reed in de koninklijke koets. Ze bewonderden hem en waren blij te leven in zijn koninkrijk. Maar de koning. Er was iets met hem. Er was ‘iets’ wat ontbrak aan zijn leven, zei hij. De hovelingen begrepen er niets van. Ze raadpleegden geleerden, psychiaters, kunstenaars, leraren godsmannen, ja iedereen die maar iets wist over de zin van het leven. Maar wat ze de koning ook maar adviseerden het hielp niet. En de koning werd alleen maar ongelukkiger.

Op een dag klopte een oude bedelaar op de deur van de poort van het paleis. Hij had gehoord over de problemen van de koning. Hij had ‘een goede raad voor de koning misschien?’ De poortwachter wilde de man eigenlijk wegjagen, maar heel toevallig kwam de vrolijke zoon van de koning aanrijden. Hij had de man gehoord en zei de poortwachter lachend de man een kans te geven. Het had nog wel wat voeten in de aarde voor dat ook de hovelingen daarvan overtuigd waren maar ten einde raad werd de man toch opgeroepen. Ook de koning was niet enthousiast toen hij de in lompen geklede man tegenover zich zag zitten. Nog minder enthousiast was hij toen hij diens raadgeving hoorde: zijn kroon afzetten, zijn koningsmantel af doen, afscheidnemen van zijn paleis en haar bewoners, zijn rijkdommen achter zich laten en de wereld intrekken om op zoek te gaan naar het geluk. Ik zou het God noemen had de man gezegd, maar u mag het ook geluk, of ‘iets’ noemen .

En. Ja, en? Ja de koning deed het. Hij trok de wereld in. Niemand herkende in de eenvoudig geklede man de machtige koning. Hij wandelde met zijn rugzak door zijn koninkrijk en zag hoe mooi het was. Maar nog altijd vroeg hij zich af of dit nou wel het geluk was, ‘of God’, of ‘iets.’

En dan gebeurt er iets vreselijks, in het halfdonker ziet hij niet de dikke steen op het pad en hij valt plat achterover. Alles doet zeer, hij kan zich nauwelijks bewegen, hij schreeuwt het uit. Dan wordt alles zwart.

Een paar dagen later wordt hij wakker in een groot wit bed. Hij hoort lieve woorden, iemand strijkt over zijn hoofd, en door het raam komt een zacht licht. De koning weet het zeker. Geluk, God, Iets, dit is het. Hij kijkt op om te kijken wie er naast zijn bed zit. Hij kent haar niet.

* Foto: Mark Saathof 22/09/2024

* Met dank aan Ds Laura van Weijen, startdienst en herdenkingsdienst 22/09/2024 van de VEG met als thema God als licht

75 jaar

Afgelopen zaterdag vierde ik mijn verjaardag, mijn 75e, in Limburg. In Schimmert verbleef ik met mijn kinderen en kleinkinderen in een oude boerenhoeve. Dat ik 75 ben voel ik goed, want ik ben moe van het feest, doodmoe. Van de festiviteiten en de mooie cadeaus. De emoties die dat alles met zich meebracht. Ik kreeg een fotoboek van mijn kinderen en kleinkinderen ‘met herinneringen van de mooie momenten met jou’ en met ‘woorden van een ieder van ons.’ En, daar had ik helemaal niet op gerekend: De Wiskes van de maand september van de afgelopen 10 jaar in boekvorm. Mijn Wiskes op papier! Heel vaak is me gezegd dat te doen. Maar het was me teveel gedoe. Dat mijn kinderen dat bedachten had ik nooit kunnen bedenken. Heel bijzonder.

75 Jaar dat je dat mag worden, kunt worden en dat je dat in alle vrijheid kunt vieren is een geschenk waar ik heel erg dankbaar voor ben. Op mijn verjaardag mocht ik in Maastricht de handen schudden van drie veteranen die er aan mee gewerkt hebben dat ik er ben. Als Nederland niet bevrijd zou zijn was er nooit de generatie van ‘na de oorlog’ in het gezin de Bruine gekomen. Vader de Bruine die wonderwel terug kwam uit de oorlog na zes jaar. Na de oorlog werden er nog 3 kinderen geboren, waarvan ik de middelste ben. Ik heb de mannen bedankt, breekbare, broze mannen, die zorgvuldig uit de jeeps werden getild, gewikkeld in dekens, maar allen nog helder en vriendelijk met hun rond de honderd jaar. De jongste was 98. 18 Jaar was hij toen hij de opdracht kreeg de heuvel op te gaan om te kijken of er nog Duitsers waren. ‘They are gone’, had hij geroepen en hij stak zijn handen in de lucht om te laten zien hoe hij dat toen gedaan had. Alle drie bedankten hartelijk voor het ‘welcome’. Ook van hen kreeg ik lieve woorden en felicitaties, kind en moeder van een militair. Dat vonden ze prachtig. ‘Let there be peace mem!’

* 80 Jaar Bevrijdingsceremonie in Maastricht 14 september 2014

het anker

Een paar jaar geleden deed ik het. Een tattoo van een anker op mijn arm. Ik liep er al een paar jaar over te twijfelen. Zou ik? Met mijn kinderen had ik er over gesproken. Er was verschillend gereageerd. De zonen vonden het niks: Nee he! Maar schoondochters en kleindochters waren ruimdenkender. Uiteindelijk vond men dat ik gewoon moest doen wat ik zelf vond, ‘dat deed ik toch immers altijd.’ Ik besloot dat ik het gewoon ging doen. Op een zaterdagmorgen op weg naar Albert Heijn zag ik dat er in de Tattooshop geen klanten waren en ik wipte naar binnen voor ‘informatie.’ Anderhalf uur later liep ik met een anker op mijn linker arm de winkel uit. Ook nu waren de reacties verdeeld: mooi!, stoer!, te groot!, nou kan wel.

Zelf ben ik nog steeds heel blij met dit symbool op mijn arm. Het is een eerbetoon aan, en een teken van verbondenheid met mijn vader, die er ook een op zijn arm had. Het herinnert aan de zee. Het is het symbool van hoop en vertrouwen. Van veiligheid, van kracht, avontuur, maar ook van standvastigheid en stabiliteit.

Voor mij betekent het voor alles, dat wat er ook gebeurt ergens deep down van binnen iets is waar door ik niet omval, waardoor ik niet ten onder ga. Dat daar binnen een kracht is waar ik altijd op terug kan vallen, waar ik me aan vast kan houden. Je zou het God kunnen noemen, of mijn geloof, of mijn ziel, maar eigenlijk is het gevaarlijk om het woorden te geven, dan beperk je het.

Het anker zorgt er voor dat je niet te ver afdrijft. Dat je verbonden blijft met de aarde, met de grond, veilig en onwrikbaar.*

* Foto’s: Roelie van der Vegt en Anna Saathof

* Bijbel, Hebreeën 6:19

boom

In Dordrecht is veel veranderd tijdens de jaren dat ik er niet geweest ben. Straten die anders lopen. Water door de stad. Oude gebouwen die verdwenen zijn. Grote moderne hoge gebouwen er voor in de plaats. Maar slechter is het er niet op geworden. In tegendeel. Het oude stadscentrum met de hofjes, straatjes en pleintjes is smaakvol opgeknapt en ingericht. En de bomen waar ik me eigenlijk niets van kon herinneren, staan er op deze warme zondag in september prachtig bij. Wonderbaarlijk dat de platanen zijn blijven staan en daarmee de stad zo’n mooi aanzicht geven. Stadsvernieuwers hebben er een handje van bomen die in de weg staan te verwijderen onder het mom van ‘gevaarlijk’ omdat de bomen slecht zijn of ziek of aangetast door een of ander beestje.

Vandaag gaan de kinderen weer naar school. Misschien leren ze vandaag wel hun eerste woordje lezen. Misschien is dat wel ‘boom.’ Of misschien gaan ze voor het eerst naar het voortgezet onderwijs, en hebben ze zich voorgenomen ‘te gaan staan als een boom’ als er spannende dingen gebeuren. Want dat hebben ze kunnen leren op een cursus waar ze zijn voorbereid op de spannende overgang van het basis onderwijs naar het voortgezet onderwijs.

In een boekje met de beschrijving van een wandeling door de natuur stond op de laatste bladzijde de vraag: Je bent weer bijna terug op de plek waar de wandeling begonnen is, maar ga eerst nog even op het bankje in het gras zitten en kijk naar de bomen om je heen. Welke ‘boom’ zou je willen zijn en waarom? Overdenk het in je eentje of met je medewandelaar(s).

Een kromme boom, een hoge boom, een oude boom? In je eentje op een groot heideveld? In een bos samen met een heleboel anderen? Langs het water, op een berg? Ja wat voor boom zou ik willen zijn? Zou jij willen zijn? Wat voor boom ben ik, ben jij eigenlijk? Overdenk het in je eentje of met je medelezers.

Foto: Plataan aan de Stationsweg in het centrum van Dordrecht 01-09-2024

zing dan

Het gebeurt me regelmatig dat ik zomaar loop te fluiten, tijdens een wandeling, of op de fiets. Ineens, als vanzelf. Gewoon in mijn eentje. Dat is een goed teken. Dan ben ik gelukkig. Als ik net een mooi lied heb gehoord of een muziekje kan ik het uren achtereen af en toe even zingen of neuriën. Dan vond ik dat een mooi lied of muziekje dat ik maar niet uit mijn hoofd kreeg. Een oude vriendin van mij kent alle psalmen en gezangen, christelijke liederen en vaderlandse liedjes uit haar hoofd. In de tijd dat we samen konden wandelen zongen we tijdens het wandelen psalmen en gezangen, christelijke liederen en vaderlandse liedjes. Nu ze niet meer zo helder is kent ze al die liedjes nog steeds uit het hoofd. Een man die bij ons in het dorp woont en bij allerlei activiteiten zijn steentje bijdroeg, heeft een herseninfarct gehad, hij kan niet meer praten. Maar hij kan nog wel zingen. Gister vertelde zijn kleindochter, die precies op haar moeder lijkt, haar moeder die ooit bij mij op de lagere school in de klas zat, waar iedere dag uit volle borst werd gezongen, dat opa ‘stapje voor stapje’ vooruit ging. ‘Dat komt door het zingen met de zangtherapeut.’

Het is iets raars in die hersenen van ons met dat zingen. De opa van het meisje dat zo op haar moeder lijkt kan ook niet opschrijven wat hij wil zeggen, ergens gaat er iets mis in de verbinding van de hersenen naar zijn spreken en de motoriek van zijn handen. Maar zingen kan hij. Ik kan er niet over uit hoe wonderlijk het menselijk lichaam blijkbaar in elkaar zit. En wat is het dan toch mooi dat mensen en kinderen zingen geleerd hebben, zingen kunnen. Nog zingen kunnen.

Maar wat er met de hersenen aan de hand is van mannen die vrouwen verbieden om te zingen in het openbaar? Daar snap ik niets van. Daar kan ik niet over uit.

* Foto: Jo Polak

* De Afghaanse regering heeft vorige week een zogenoemde deugdwet ingevoerd waarin staat dat vrouwen niet mogen zingen in het openbaar. Ook mogen zij niet in het openbaar teksten voordragen omdat hun stem ‘als te intiem’ wordt beschouwd voor het openbare leven.( Danielle Braun op X)

* Titel: Zing dan, lied van Jenny Arean