december

Het is december. Vannacht heeft het gevroren. Er lag een dun wit laagje over de velden in de vroege morgen. Een paar uur later is het verdwenen. Maar het blijft guur. De wind is koud. In de wei achter een boerderij zijn vier zwarte paarden. Ze grazen en lopen wat heen en weer. Soms staan ze dicht bij elkaar, dan lopen ze weer bij elkaar vandaan. Een wandelaar met dikke jas, kraag omhoog, muts diep over de ogen en wollen handschoenen aan staat te kijken bij het hek. Na een poosje loopt hij verder.

Op het kalenderblad van december zie ik een schilderij van Degas met twee paarden. Het ene paard legt zijn hoofd op de rug van het gebogen witte paard . Ik ken het beeld van twee paarden die bij elkaar bescherming zoeken, of is het warmte?, zoals op het kalenderblad. En het ontroert me altijd. Ik zie er liefde in, troost, bescherming. Op de kalender staat er een gedicht bij van een Deense dichter aan zijn geliefde. De dichter zou er alles voor over hebben om het beeld van haar vast te houden ‘als je je hoofd buigt om niet op te hoeven kijken.’

Ik moet denken aan een spreuk van Rumi ‘Niet degenen die dezelfde taal spreken, maar degenen die dezelfde gevoelens delen begrijpen elkaar.’

  • Foto, kalenderblad december van kalende van Amnesty International kunst en poëzie. Paarden in de weide van Edgar Degas (1834-1917). Olieverf op doek. National Gallery of Art Washington.
  • Gedicht zonder titel van Henrik Nordbrandt (1945-2023).
  • Rumi, 13e-eeuwse dichter en mysticus van Perzische afkomst. Hij wordt beschouwd als een van de grootste dichters aller tijden.

de reis

In Amersfoort moest ik overstappen. Toen was het gedaan met de stilte. Ik kwam terecht tussen jonge mensen die net terug kwamen van een dansfeest. Ze hadden nog niet geslapen zo te horen. Met open ogen en oren heb ik het aanschouwd. De ludieke kleren, rare oortjes, kroontjes met lichtjes, haren rechtop omhoog of wild opzij in alle kleuren van de regenboog, bijzondere make-up, kleurig, bleek en zwart, gekke petjes, hoeden, panty’s met ongekende patronen. Naast mij lag iemand met opgetrokken benen te slapen, op de grond afgetrapte sneakers en een enorme plunjezak. Voor mij een jongen en meisje in gesprek. Ik heb er stiekem naar gekeken en geluisterd. Ik snapte er niets van. Ik hoorde woorden die ik nog nooit had gehoord. Af en toe gingen ze midden in de zin over in het Engels. Ik had graag aan iemand gevraagd waar ze geweest waren vannacht en hoe het daar toe ging, maar het lukte me niet contact te maken met de luidruchtige, vrolijke feestgangers vanaf mijn ‘dicht gebouwde’ plek en bij de volgende stopplaats moest ik er al uit.

Ik realiseerde me dat ik even geconfronteerd was geweest met een wereld waar ik geen idee van heb, echt helemaal niets van weet. Wat me opviel was dat ze erg in elkaar geïnteresseerd waren, druk praatten en veel moesten lachen. En wat waren ze creatief in hun kleding.

Ik was op reis naar een vriendin in een tehuis waarvan de naam eindigt op ‘hof’. Vroeger wandelden we veel samen. Dan zong zij tijdens de wandelingen psalmen en gezangen en liedjes van vroeger. Ik zong dan met haar mee want zij kende al die liederen uit haar hoofd, en ook nog alle coupletten. Nu liepen we voetje voor voetje achter de rollator een rondje om het huis door de kou en de wind. We bleven stil staan bij een bankje en keken naar de bomen, naar de plantjes en de bloemen. We hebben geprobeerd Berend Botje te zingen, dat ging. Bij ‘Amerika’ stak ze haar handen in de lucht.

In de huiskamer van het tehuis zaten een paar mensen om tafel. Ze keken stil voor zich uit en leken klaar te zitten voor het eten. Toen we binnen kwamen keek een enkeling op. Ik begroette hen en zei iets over het winterse weer. Ik wenste ze smakelijk eten. Niemand zei iets.

de triomferende vrouw op de Moerdijkbrug

Als we met de auto over de Moerdijkbrug reden naar het noorden zochten we altijd naar het beeld van de vrouw in de stalen brug constructie. Vaak waren we er al voorbij, omdat we er niet eerder aan gedacht hadden, en soms hadden we geluk: ja daar! Wat er precies op stond, wisten we niet, want er bij stil staan kon natuurlijk niet, hoogstens een beetje langzamer rijden als het verkeer het toe liet. Een vrouw. En had ze nou een geweer in haar handen?

2 Oktober 2022 reed ik na heel veel jaren weer eens vanaf de Brabantse kant over de brug, die er heel anders uitzag dan in de jaren 60. Geen hoge brug constructie maar een platte brug. En toen zag ik het beeld. Niet meer in de brug constructie maar naast de brug. Een nieuw monument van spanten van de oude brug met in het midden het oude beeld: het reliëf in brons van de ‘triomferende vrouw die Noord en Zuid Nederland verbindt’, een beeld dat in 1936 bij de ingebruikname van de brug werd onthuld door koningin Wilhelmina. Vanuit de auto kon ik nog net een plaatje schieten.

Ik zie sterren, een zon, wolken, golven en een vrouw, nee niet met een geweer, nee uitgestrekte armen en de wapens van de steden die door de brug verbonden worden uit Noord en Zuid Nederland.

Moerdijk moet verdwijnen voor industrie en havens. Moerdijk was al voor het grootste deel verdwenen in de zestiger jaren toen Shell Chemicals zich vestigde in Moerdijk. Pernis bij Rotterdam werd te vol. Het noorden drong zich op. In die tijd verdwenen al veel boeren uit de Noordwest hoek van Brabant naar de polder. De skyline van Moerdijk was voorgoed veranderd. Een spookstad van licht en lichtjes als je vanuit het noorden de brug over ging. Een wonderlijk gezicht. Bizar.

Ruim 50 jaar later moeten ook de laatste inwoners het dorpje verlaten. De ‘triomferende’ vrouw is de ‘Vooruitgang.’ Noord en Zuid zijn niet verbonden, Zuid is overgenomen door Noord. Zie je dat al niet in het beeld, de vrouw die naar links kijkt, naar beneden? En laten we maar ophouden er over te weeklagen en verontwaardigd te zijn. Wij zelf zijn het, die altijd maar meer, meer en nog meer willen. Dat heeft een prijs.

Foto: 2 oktober 2022 Moerdijkbrug

  • November 2025 wordt bekend dat de 1100 inwoners van Moerdijk het dorp moeten verlaten om ruimte te maken voor het haven en industriegebied, de zogenaamde Powerportregio. Een van de belangrijkste schakels in het Nederlandse energiesysteem.

Frekie

Als ik aan Joost Prinsen denk moet ik aan dit liedje denken: Frekie. Waarom? Omdat het zo lief gezongen werd door hem. Met zijn warme donkere stem. Het is een liedje uit 1974. Toen ik het vorige week afdraaide schrok ik echter van de tekst. Misschien is schrikken niet het juiste woord. Nee ik realiseerde me dat anno 2025, 50 jaar later wij een jongen als Frekie niet meer imbeciel zouden noemen of mongool. Dat wij nu totaal anders aankijken tegen jongens als Frekie. Dat er in 50 jaar heel veel veranderd is. En dat de taal dat laat zien. Wilmink de dichter zou nu andere woorden gebruiken. Ik begrijp ook dat het liedje in de programma’s en teksten waarin Prinsen wordt herdacht niet voorkomt.

Zou de tekst aangepast moeten worden? Of kunnen we er naar luisteren en de tijd erbij halen, de context om het op zijn ‘2025-st’’ te zeggen? Het liedje straalt liefde uit van kinderen voor een jongen die anders is, je zou het voor ieder kind dat ‘er buiten valt’ kunnen zingen. De laatste zin zegt ook nog iets over iemand ‘zielig’ vinden. Een zin voor en van alle tijden.

Wellicht heeft dit lied bijgedragen aan de emancipatie van kinderen met een downsyndroom, was het een klein steentje in de rivier op aarde, de wereld van toen. Ja ik geloof het. Dankjewel dichter Willem Wilmink voor de liefdevolle woorden en dankjewel Joost Prinsen voor de wonderschone vertolking. Jullie hebben elkaar vast al opgezocht daarboven.

1974 uit het filmpje Frekie

  • Joost Prinsen, acteur, presentator, zanger en schrijver overleed 3 november 2025 in Amsterdam op de leeftijd van 83 jaar. Hij was bekend om zijn rollen in kinderprogramma’s zoals De Stratenmaker op Zeeshow, Klokhuis, J.J. de Bom. Hij werd beroemd om zijn voordracht op tv van het gedicht van Willem Wilmink Ben Ali Libi over de joodse goochelaar Michel Velleman die in Sobibor werd vergast.

en dat in Nijverdal

Vanmorgen fietste ik er langs. Op het eerste gezicht niets meer te zien van de ravage die gister zondag 2 november werd aangericht door voetbal supporters, zeg maar hooligans, ofwel mafkezen en sneuneuzen, zoals de burgemeester van Hellendoorn ze noemde. Stoeltjes en tafeltjes op het terras zoals altijd, zonnescherm uitgeklapt. Ja roetvlekken zichtbaar. Maar zo van de buitenkant? nee je moet het weten.

In cafe In de Gauwe Geit in Nijverdal werd voorafgaand aan de derby Heracles Almelo tegen PEC Zwolle een gezamenlijk ontbijt door Heracles supporters genuttigd, voorafgaand aan de wedstrijd in Almelo. Om half elf verscheen een groepje ‘supporters’ van de club uit Zwolle. Sportschoenen, spijkerbroeken, capuchon, bedekte gezichten. Ze gooiden met de stoelen op het terras, smeten fakkels naar binnen en vernielden daar het meubilair. 5 Minuten. Toen gingen ze er weer vandoor.

Als een lopend vuurtje ging het verhaal door het dorp. Filmpjes, foto’s op de socialmedia. Ontzetting alom. De burgemeester schreef een uitgebreid Facebookbericht waarin hij meldde dat ‘deze idioten’ met de hoogste prioriteit moeten worden opgespoord. Wat nog niet mee zal vallen, gister had de politie nog geen enkele aanhouding verricht. Het is niet onwaarschijnlijk dat de ‘mafkeezen en sneuneuzen’ gewoon de wedstrijd in Almelo hebben bekeken, waar de club uit Zwolle overigens verloor met ontluisterende cijfers: 8-2.

Je denkt altijd dat dat soort dingen ergens anders gebeuren. Ver weg. Niet hier. Hier gebeurt nooit iets. Alleen maar mooie dingen. Sport en unieke sportfestijnen. Prachtige theatervoorstellingen. Uitstekende voorzieningen. Heel, heel veel vrijwilligerswerk. Bijzondere initiatieven. Creativiteit. Liefdevolle omgang met elkaar. Muziek. Zingen in koren. Prachtige natuur. Aardige mensen. Elkaar groeten, elkaar helpen. Omzien naar elkaar. Handen in elkaar slaan.

Of is het alleen maar buitenkant?

Vorige week de verkiezingsuitslag. Ik wil graag begrijpen hoe het komt dat in onze gemeente, de gemeente met de gelukkigste inwoners van ons land zoveel mensen op de PVV stemmen: 16%, na het CDA (23%) de tweede partij. Wil je het mij uitleggen?

bijbaantje

‘Allerlei soorten mensen.’ Dat zei mijn vader altijd als ik een bijbaantje had naast school. ‘Het is goed dat je met allerlei soorten mensen leert omgaan.’ ‘ en allerlei soort werk’. Daar leerde je van en daar had je wat aan ‘in je latere leven.’ ‘En goed kijken.’

Ik had altijd een bijbaantje en ook altijd vakantiewerk toen ik op school zat. Kranten rondbrengen, aardbeien plukken, in de fabriek met zilveruitjes bij de Hero, in de winkel bij Jamin, een schoenenzaak, bij Nettorama, het huishouden doen bij deftige Duitsers aan de boulevard in Katwijk. Hij had gelijk mijn pa: allerlei mensen, allerlei werk. Het was niet allemaal even leerzaam en soms uitgesproken vervelend. En om eerlijk te zijn: het geld dat er mee verdiend werd was uiteindelijk toch het belangrijkste. Maar ik heb er inderdaad allerlei mensen ontmoet in allerlei soorten werk. Ik heb er goeie herinneringen aan. En veel geleerd, zeker ook over het omgaan en werken met collega’s.

Vorige week zag ik mijn kleindochter aan het werk in haar bijbaantje bij Mac Donald. Het zag er professioneel uit. Geconcentreerd en zelfverzekerd. In een bomvolle Mac vliegen in een paar uur honderden dienbladen met fastfood over de toonbank, vriendelijk en vlot aan tafel bezorgd door jonge mensen in Mac D kledij. Bij het weggaan kon ik het niet laten aan de collega die de deur voor ons open deed te vragen of ze het goed deed: dat meisje daar van wie ik zojuist afscheid had genomen. Hij had het gezien. Hij vertelde dat ze haar werk goed deed: een hele fijne collega. Hij maakte met zijn duim en zijn wijsvinger een rondje en maakte het bekende gebaar in de lucht. Hij wees naar haar. Ze had het gezien. Ze lachte terug.

dom

Hij was blij dat hij van school af ging. Het was niks voor hem. Hij vond het niet leuk. Iedere dag werd hij geconfronteerd met wat hij niet kon. Zodra de bel ging en hij naar buiten rende had hij zich vrij gevoeld. Aan zijn klasgenoten had het niet gelegen. ‘Je kan zo met je lachen’, zeiden ze vaak. Al voelde dat lachen om-hem en met-hem soms als uitlachen. Ook de meesters en juffen viel niks te verwijten: “Je hebt goed je best gedaan, je bent een fijne knul en je kan zo goed voetballen!”

Hij was gewoon dom. Waarom ‘wordt’ de ene keer met een ‘dee’ en de andere keer met ‘deetee’? Hoe het ook uitgelegd werd, hij snapte het niet, hij deed het altijd precies verkeerd, ook als hij dacht dat hij het toch snapte. Met rekenen precies hetzelfde. Sommetjes maken ging nog net maar die vraag sommen? Hij begreep het niet. Aan het eind van de basisschool had hij een toets moeten maken. De meester had hem medelijdend aangekeken en hij had nog wat aardige woorden gezegd toen hij de uitslag vertelde. Ok hij was nu eenmaal dom. Die medelijdende blik was het ergste geweest.

Niet dat het zijn leven had verpest. In tegendeel. Hij had extra zijn best gedaan om te laten zien wat hij wel kon. Een goeie baan, een fijn gezin, een dikke auto, een groot huis in een villawijk. Een aardige en handige buurman. En zaterdags voetballen met een paar ouwe maten en veel lachen. Af en toe hadden ze het over vroeger, dan lachten ze hem uit: ‘en wij maar zeggen dat je dom was en kijk meneer nou es!’

Dom zijn is niet erg, zeker als je om je eigen domheid en elkaars domheid kan lachen. En er is altijd wel iets waar je wel goed in bent immers. In dom zijn bijvoorbeeld of je van de domme houden. En je hoeft gelukkig niet van alles verstand te hebben.

Maar. Domheid als scheldwoord en als oordeel over mensen vind ik kwalijk: ergerlijk. Als je denkt dat jouw mening beter is dan die van een ander, als je vindt dat iedereen die er anders over denkt ‘nu eenmaal dom’ is, zou je eens in de spiegel moeten kijken of je eigenlijk zelf niet een beetje dom bent.

de namen

In de nacht van 7 oktober 2023 kwam Gali Berman zijn buurmeisje Emily Damari te hulp. Hij woonde samen met zijn tweelingbroer Ziv in de kibboets Kfar Aza in Israel. Gali werd samen met Emily ontvoerd en Ziv werd gevangengenomen nadat terroristen zijn huis in brand hadden gestoken. Een week lang leefde de familie van Gali en Ziv in onzekerheid over het lot van de tweelingbroers. Toen hoorden ze dat de twee nog in leven waren maar ontvoerd naar Gaza.

Gali en Ziv waren gezworen kameraden. Hoewel verschillend van karakter deden ze veel samen. Beide waren lichttechnicus en harde werkers. Na hun werk zorgden ze voor hun vader die de ziekte van Parkinson heeft. Gali de handige rustige klusser en Ziv, de oudste, de vrolijke grappenmaker. Samen met hun andere broers fan van voetbal en in het bijzonder Liverpool. En van hip hop.

Vanmorgen om iets voor acht Nederlandse tijd verschenen hun namen, op het scherm van CNN, de eerste twee van de 20 gijzelaars die vandaag werden vrijgelaten. 2 Jaar na de brute aanval van Hamas terroristen op het muziekfestival Supernova Sukkot Gathering en de kibboets Kfar Aza.

Op 10 september 2025 lieten familie en vrienden gele ballonnen op vanaf de Olijfberg in Jeruzalem. De dag van de 28e verjaardag van de tweeling. Tussen hen Emily die samen met hen was ontvoerd en in januari 2025 werd vrijgelaten. Twee jaar lang verkeerden familie en vrienden in onzekerheid. Zonder ophouden demonstrerend. Bring them home now.

Now is vandaag. 13 Oktober 2025. Welcome home!

Ziv en Gali 13 oktober 2025

Bronnen: Jeruzalem Post, Wikipedia, standwithusnl instagram

mooie ogen

De broeder vouwt het boek langzaam dicht nadat hij de laatste regels uit ‘Vrijheid’ van Angela Merkel heeft voorgelezen: Als we in vrijheid willen leven, moeten we onze democratie, die van binnen wordt uitgehold en van buitenaf wordt aangevallen, verdedigen. Dat lukt als we samenwerken. Als we er ons gezamenlijk voor inzetten. Ieder voor zich en wij allemaal samen. Want vrijheid kan er niet alleen zijn voor de enkeling, vrijheid moet gelden voor iedereen.

Terwijl gasten en broeders gezamenlijk in stilte aan hun toetje van griesmeelpudding beginnen gezeten aan lange houten tafels in de refter van de Abdij in Egmond pakt de ‘voorleesbroeder’ een ander boek van de tafel waar hij achter een microfoon zit. Hij houdt het boek omhoog en vertelt dat het een boek is van Nathalie Paarlberg met de titel Je ogen zijn mooi. De broeder licht toe dat de schrijfster over ‘sporen van schoonheid in een land vol geweld en onvergetelijke ontmoetingen, schrijft; over Afghanistan. ‘De titel’ legt hij uit ‘wil zeggen dat je ogen mooi zijn als ze oog hebben voor schoonheid, zelfs, ook, in het land Afghanistan.’

Ik had de titel anders geïnterpreteerd en was verrast door de uitleg van de broeder. Je bent gezegend met mooie ogen als je overal, onder alle omstandigheden ergens nog schoonheid kunt ontdekken. Dat kan troosten en hoop geven.

In de Sint-Adelbertabdij is in en om de abdij veel schoonheid te zien en te horen. Daar hoef je niet per se ‘mooie’ ogen of oren voor te hebben. De gastenbroeder ontving met vriendelijke ogen de complimenten van het groepje gasten over alle mooie dingen die zij tijdens het verblijf hadden gehoord en gezien, gevoeld en ervaren. Maar, relativeerde hij, ook in het klooster is het niet allemaal pais en vree. Om als een groep mannen in vrede en saamhorigheid iedere dag te leven is af en toe heel hard werken. We zijn heel verschillend en we ergeren ons ook aan elkaar. Straks bij de verkiezingen stemmen we heel verschillend , van uiterst links tot uiterst rechts. We praten er over maar proberen elkaar de ruimte te geven en elkaar te respecteren. En bovenal naar elkaar te luisteren. Mooie oren te hebben. En… een mooie mond.’

  • Vrijheid is het boek over het leven van voormalig bondskanselier van Duitsland Angela Merkel van 1954 tot 2021
  • De Sint Adelbertabdij is een benedictijnenabdij in Egmond -Binnen
  • Nathalie Paarlberg is kunsthistorica. Ze woonde drie jaar in Afghanistan, woont nu in Den Haag maar reist nog regelmatig naar Afghanistan. Sinds 2017 werkt ze voor de Turqoise Moutain opgezet door de Britse koning Charles om cultureel erfgoed te beschermen. ‘Je ogen zijn mooi’ is haar debuut als schrijfster
  • De refter of het refectorium is de eetzaal van de monniken in een klooster. Tijdens het middagmaal worden de gasten in Egmond uitgenodigd om samen met de broeders (in stilte) de maaltijd te gebruiken
  • Foto: Kloostergang van de Adelbertabdij van Annewil Jansen

hoe het begon

‘Sluimer, sluimer zacht‘, daar eindigde het liedje mee. Buurman Jan had gevraagd goed te luisteren naar het lied waarmee de voorstelling van Stille Helden begon. Een voorstelling gebaseerd op het boek ‘Schuilen bij Tante Kee’ van Henk de Ruiter over het leven van zijn oma Kee Jansen die in de oorlog onderdak gaf aan Joden, kinderen, mannen vrouwen, aan een Noorse piloot, mensen op de vlucht. Haar hele gezin was vanaf de Eversbergweg actief in het het verzet.

Het lied waarmee de voorstelling begon was in het hoofd van buurman Jan blijven hangen. Hij vroeg zich af of het een kinderliedje was of een christelijk liedje dat vroeger werd gezongen op school.

Het lied is geen kinderlied, en ook geen christelijk lied, het is het Grebbelied. Jacques Tol schreef het als verzetslied over De Slag om de Grebbeberg in mei 1940. De Slag waar de oudste zoon Jan van tante Kee in krijgsgevangenschap werd afgevoerd naar Duitsland. ‘Als Jan na enkele maanden terugkeert vertelt hij zijn moeder Kee over de mensonterende ervaringen aan de Grebbelinie en in Duitsland’ (Henk de Ruiter). Het lied werd gezongen door Willy Derby, een populaire liedjeszanger van voor de oorlog. Bekend van liedjes als Daar bij die molen, Droomland, Twee oogen zo blauw.

Het Grebbelied werd aan het begin van de oorlog een soort protestsong die in het hele land werd beluisterd en meegezongen. Toen de bezetter er lucht van kreeg wat er in het lied werd bezongen werd het lied verboden. Willy Derby werd nauwlettend in de gaten gehouden of hij zich in zijn optreden niet anti Duits gedroeg. Derby werd voorzichtig maar kon het toch niet nalaten om af en toe tussen de regels door te laten horen wat hij van de bezetter vond. Hij belandde tot twee keer toe voor enige tijd in de strenge Scheveningse Strafgevangenis waar hij ternauwernood aan de dood ontsnapte. (In 1944 overleed hij aan een hartkwaal en een slechte gezondheid.)

In mei 2015, 75 jaar na de Slag op de Grebbeberg, werd bij de herdenking op het oorlogsgraf dit lied door de Oorlogsgravenstichting in herinnering gebracht. Op YouTube is het lied te vinden met beelden van de herdenking.

Het is een leuke, goed in het gehoor liggende wijs en het zijn mooie, liefdevolle woorden. Het is begrijpelijk dat het lied blijft ‘hangen.’ Het is zo’n lied dat je niet uit je hoofd krijgt.

Zoals het mij overkwam bij het laatste lied van de voorstelling. Lascia chi’o pianga uit de opera Rinaldo van Handel. (Laat mij wenen om mijn wrede lot). De afsluiter gezongen door het hele gezelschap. Gedragen, ontroerende muziek na een indrukwekkende voorstelling.

  • Foto: Vladimir Fotografie
  • Grebbelied

https://youtu.be/kVX45iT2d7U?feature=shared

  • Lascia ch’io pianga Cecilia Bartoli

https://youtu.be/exlyq70RGwQ?feature=shared

  • Schuilen bij tante Kee: h.deruiter@hotmail.com
Lees verder