gesloten cirkel

De tuinman heeft hem gevonden bij het aanleggen van de tuin. Ik denk dat de voormalige bewoners van dit adres hem vergeten waren of over het hoofd gezien toen ze hier wegtrokken. Of misschien hebben ze wel gezegd, laat liggen joh dat roestige ding. Ik had hem bij de deur gelegd. Een hoefijzer bij de deur, je weet nooit waar het goed voor is. Het spijkertje dat bleef zitten nadat ik de kerstkrans naast de voordeur had verwijderd nodigde me uit het hoefijzer op te hangen. Voor de verandering. Waarom niet. Maar. Ik had het niet goed gedaan. De open kant van het hoefijzer moet naar boven wijzen ‘om het geluk te vangen, vast te houden anders valt het er uit’.

Het hoefijzer hangt inmiddels min of meer met de open kant naar boven. Het geluk kan er nu mooi in blijven hangen, zich in het holletje nestelen. Geluk kan ook zo maar vervluchtigen dat weet ik als geen ander. Het hoefijzer hangt daarom precies goed zo. Geluk kan er in waaien en er weer uit. Geluk kun je niet vasthouden.

Tevreden kijk ik naar het roestige stuk ijzer op de muur vlak naast de voordeur. En dan valt me op dat het lijkt op de uitgeslepen bijna gesloten cirkel op de ruwe grafsteen die kunstenaar Jo P maakte voor zijn overleden vriend die een eind maakte aan zijn leven.

“ Kijk die glanzende gepolijste cirkel, dat is zijn leven. En die is bijna dicht. Dat verbeeldt hoe hij steeds meer zich terugtrok, dat hij steeds meer onbereikbaar was geworden. Zich steeds meer afsloot. Het gaatje werd steeds kleiner, voor anderen om bij hem te komen, maar ook voor hem om er uit te komen.”

Een op de vijf mensen lijdt aan depressies. Daar staan we vandaag bij stil op Blue Monday. Het geluk is er niet altijd. We zijn niet altijd verliefd. Maar het is mooi als er een vaste grond van tevredenheid en vertrouwen aanwezig is. Als je depressief bent raak je steeds dieper in de put en wordt de stap om eruit te komen steeds moeilijker. “Ik werd steeds roerlozer”, vertelt een vrouw in de uitzending die Jacobine Geel over dit onderwerp maakte.

De alomtegenwoordige boodschap, dat je gelukkig moet zijn, dat je het geluk moet zoeken, je er aan moet werken, helpt niet mee voor mensen die depresssief zijn. Je bent niet altijd gelukkig. Je mag van geluk spreken, dat je het hebt, bent zo af en toe.

Of zoals Martin Bril dichtte: Schaars zijn de momenten En ook nog goed verborgen Zoeken heeft dus nauwelijks zin, maar vinden wel De kunst is zo te leven Dat het je overkomt

En als je terneergeslagen bent: hou de deur open, al is het op een kiertje. Dan kan je naar me toe komen. Of ik naar jou.

* https://www.npostart.nl/ Krijgt depressie meer kans in onze Samenleving Jacobine op 2

de kunst van het appen

‘Beschikbaar’, ‘available‘, ‘leuk dat je appt’, lees ik onder de profielfoto’s van mijn app contacten. Maar niets is minder waar. De ander is niet altijd beschikbaar, of in de stemming om op jou te reageren.

Het is niet eenvoudig de goede manier te vinden hoe digitaal te communiceren. Soms krijg ik een appje en doe ik het af met een duimpje of een ander emoticon. Geen tijd of geen zin. Dan weer zit ik te wachten op een reactie en moet ik dagen wachten om uiteindelijk een plichtmatige reactie terug te krijgen, laat staan een antwoord op mijn vraag. Frustrerend en pijnlijk.

In het gunstigste geval voel je een beetje van elkaar aan hoe te reageren: direct, kan wel even wachten, uitgebreid, beknopt, meelevend, troostend, bemoedigend, lollig, plagerig, vrolijk, serieus. Maar het is lastiger dan in levende lijve. Je ziet de ander niet. Je hoort niet hoe iemand iets zegt. Je ziet niet hoe het overkomt, dan zou je kunnen nuanceren of toelichten.

Ik was laatst op een reünie van mijn oude Zengroep, daar vroeg de zenmeester aan de vrouw naast mij te vertellen wat zij nou vooral geleerd had, van de drie jaar in een groep mediteren met de Zengroep. Zij vertelde het verhaal van de reizende monniken die een beroemde zenmeester vroegen waaruit zijn oefenpraktijk bestond. De zenmeester zei: ‘ik loop, ik zit, ik slaap’. Dat vonden de reizende monniken maar een mager antwoord. ‘Dat doen wij ook, dat is toch niets bijzonders!’ De zenmeester zei vriendelijk: ‘ Ja maar als ik eet dan eet ik, en als ik loop dan loop ik en als ik slaap dan slaap ik’.

Mijn vriendin Z uit J mediteert ook iedere dag, ik weet niet of het er iets mee te maken heeft maar zij heeft het medicijn voor onbevredigend appcontact: Zij appt: zo even tijd voor een digitaal bakkie? Ik app terug: ☎️ 11 uur, nog even koffie zetten, tijd tot uiterlijk 11.45, ok? Om elf punt nul nul precies gaat de telefoon. De koffie staat klaar, ik ben er.

Doe wat je doet met aandacht; met hart en ziel. Of doe het niet.

* Zenverhaaltje komt uit Dit Ene Moment van Magrit Irgang

wegen vinden

Zondag tussen twaalf en twee en luister ik regelmatig het radioprogramma Adres Onbekend op radio 5. In het programma worden al bijna 50 jaar ‘familieleden, vrienden met elkaar verenigd.’ Wat me iedere keer weer frappeert is dat in families geheimen kunnen bestaan die iedereen weet maar ‘waar niet over werd gesproken.’ Dat het jongste zusje niet van vader was maar van de bakker bijvoorbeeld. Open praten over gevoelige kwesties, het lijkt of het juist in familieverband ingewikkeld is.

Vandaag is de sterfdag van mijn moeder. 15 Jaar geleden overleed ze in de vroege morgen. Ik was bij haar in haar bejaardenwoninkje in Hoogeveen. Ik was de dag ervoor door haar buurvrouw gebeld die vertelde dat het niet goed met haar ging. Mijn moeder had haar gevraagd mij te bellen. Het leek een griepje te zijn aldus de arts die haar onderzocht. Voor het eerst van mijn leven zag ik mijn moeder naakt. Ik bleef bij haar en belde mijn broers en zussen. Ik was niet gerust op haar ademhaling en raadpleegde de verpleegsters in de familie. Die stelden me gerust, zeker toen mijn broer ook nog vertelde dat onze opa wel 20 jaar zo’n herrie maakte als hij in bed lag. Ik bleef slapen, dat wil zeggen ik lag in bed boven en hoorde haar in de slaapkamer beneden. Tegen de morgen ging ik even naar het toilet. Toen ik de deur open deed stond ze daar in haar lange nachtjapon. Ze moest ook, zei ze. Ze was koud. Heel koud. Ik heb haar een glaasje water gegeven en onder gestopt. Over haar rug gewreven. ‘Wat ben je toch koud’ ‘probeer nog maar een beetje te slapen, het is nog zo vroeg’, waren de laatste woorden die ik tegen haar sprak.

Je zou mijn moeder een koude vrouw kunnen noemen. Een arm om je heen, lieve woorden zeggen, nee dat was er niet bij. Knuffelen, kussen, ze gruwde er van. Ze wist het van zichzelf en verontschuldigde zich ervoor: “Ik heb zelf ook weinig liefde gehad, ik kan het niet.” Praten zoals met vrienden en vriendinnen was er niet bij.

Met elkaar praten, met elkaar iets doen geeft verbondenheid, maar de ultieme vorm van intimiteit is samen zwijgen las ik ergens. En ik denk aan die avond in september toen je was gekomen na een verschrikkelijke gebeurtenis in mijn gezin. Ik lag in bed en hoorde de slaapkamerdeur opengaan, je kwam er aan in je lange flanellen nachtpon. Je zei niks, sloeg de dekens opzij en ging naast me liggen. Niet tegen me aan. Naast me aan de andere kant van het bed. Zwijgend lagen we daar.

We hebben het er nooit meer over gehad. Ik moest er vanmorgen aan denken toen ik naar de wolken keek en dacht aan je lievelingslied: die wolken lucht en winden wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden waarlangs uw voet kan gaan

* Lied 904, Beveel gerust uw wegen. Tekst Paul Gerhardt.

verstand te boven

‘Waarom dan?’ ‘Hoe kan dat dan?’ Mijn ouders werden gek van mijn vragen. Niets nam ik voor lief. Halve of ontwijkende antwoorden daar nam ik geen genoegen mee. Alles wilde ik weten. Precies. Hoe zit dat. Hoe werkt dat. Als mijn ouders of later mijn leraren het antwoord niet wisten zocht ik het op in boeken, ik las alles wat ik maar wilde weten. Zo ben ik wetenschapper geworden: onderzoeken, uitpluizen, opnieuw bekijken, het naadje van de kous, uitrekenen: nieuwsgierig.

Als rationeel mens begreep ik niets van mensen die gelovig waren. Hoe kun je nou geloven in iets wat wetenschappelijk onmogelijk is. Neem het kerstverhaal. Het verhaal van de ster. Het is goed mogelijk dat er twee planeten dicht bij elkaar stonden met als effect een heel heldere ster. Dat kan, dat bestaat, maar een ster die een paar dagen stil blijft staan boven een stal is onmogelijk. Een mooi verhaal is het wel. Ik ken het goed. Ik hou van kunst en zonder kennis van de bijbel ontgaat je veel. Ik heb de bijbel uitgebreid bestudeerd. Wat ik mooi vind aan het kerstverhaal is het verhaal van de drie wijzen, magiërs, misschien zouden we het in het nu wetenschappers kunnen noemen. Die drie geleerden gaan door de knieën voor een pasgeboren baby. Ze buigen. Want dat moet je leren als wetenschapper, ja niet alleen als mens, ook als wetenschapper. Er zijn dingen waar geen verklaring voor is, iets wat groter is dan alles, iets wat het verstand te boven gaat.

Een kind waar alles op en aan zit, het menselijk lichaam, een druppel water onder de microscoop, een sterrenhemel in de woestijn, een schilderij van El Greco, de muziek van Bach, daar zwijg ik. Daar past alleen bewondering en een diepe buiging.

* Het kerstverhaal in een eigentijds jasje. Na Maria en de herder een wijze.

* Drie kerstverhalen gezien vanuit het perspectief van een zwangere vrouw, een leider en een wetenschapper.

Nb: Scroll naar beneden en klik op de groene pijl om de andere kerstverhalen te lezen, die over de herder( de manager) en Maria( de zwangere vrouw).

de manager

‘Of ik iets over kerst wil vertellen, of ik iets met kerst heb.’ ‘Nou nee, behalve dat ik hartstochtelijk verlang naar een aantal vrije dagen rondom de feestdagen. Als manager van een tehuis stuur ik een groep van ruim honderd mensen aan, ben ik verantwoordelijk voor het personeel op de locatie. Zij zijn op hun beurt verantwoordelijk voor de zorg van onze cliënten. En dat is het mooiste werk dat er is. Ik heb het zelf jaren gedaan, ik heb er goede herinneringen aan. Na een aantal jaren wilde ik wel weer eens iets anders. Ik kreeg de kans manager te worden van het tehuis waar ik werkte. Een mooie baan. Maar er zijn momenten dat ik denk waar ben ik aan begonnen. En zeker de afgelopen periode was het een hell of a job mag ik wel zeggen. De groep bij elkaar houden, de neuzen dezelfde kant op krijgen, de eenheid bewaren. Van buitenaf was de druk nog hoger: halen we onze doelen wel, hebben we wel geld genoeg, hoe geven we vorm aan al die maatregelen die per dag weer anders kunnen zijn. En hoe houden we het een beetje gezellig met elkaar. En dat alles met talloze overleggen, administratieve rompslomp, papierwerk, telefoontjes, praten praten en heen en weer lopen. Ja kerst is fijn omdat ik er even uit kan, op adem kan komen.

Maar als je vraagt om een verhaal? Nou dat zal ik je vertellen, ik heb het gisteravond verteld aan mijn dochter. Zij vond het een mooi verhaal.

Gistermiddag liep ik door het gebouw op weg naar huis, ik had mijn kantoor opgeruimd en nog wat papierwerk in mijn tas gestopt. Het was al laat, de meeste medewerkers waren al weg. Het was stil op de gangen. Bij één van de kamers, kwam licht naar buiten, stond de deur op een kier, waarschijnlijk een medewerker die nog een medicijn moest toedienen. Ik wierp onwillekeurig een blik naar binnen. Ik zag een groot tv scherm met daarop het gezicht van een jongen. Een lange jongen met een enorme bos krullend haar. Ik hoorde zijn stem. Ik kon het niet laten. Ik bleef staan. Ik luisterde. Ik hoorde een heldere vriendelijke stem lieve woorden zeggen. Dat hij van haar hield, dat ze zo bijzonder was, zo belangrijk in zijn leven. Ik vroeg me af welk tv programma het was of was het reclame van een uitvaart maatschappij? Ik keek stiekem om het hoekje van de deur. In een stoel een mevrouw, weggezakt in kussens, de dekens om haar heen geslagen, haar dooraderde handen boven de dekens, haar ogen gesloten, om haar mond een zweem van een glimlach. De medewerker die gevoeld had dat er naar binnen werd gekeken, kwam fluisterend naar me toe. “Oh meneer, dat is haar kleinzoon, die heeft een YouTube filmpje gemaakt. Ik heb het er voor haar opgezet. Ze kan het niet meer zien. Maar ze hoort het wel. Kijk eens hoe ze er van geniet”. Samen hebben we naar het kleine kwetsbare mensje staan kijken en gezien hoe mooi ze was’.

* Het kerstverhaal in een eigentijds jasje. Na Maria een herder.

* Drie kerstverhalen gezien vanuit het perspectief van een zwangere vrouw, een leider en een wetenschapper.

moeder

Het wordt een kerstkindje. Nog een paar weken dus. Het mag wel van mij. Al vind ik het ook spannend. De bevalling. Ik heb de vreselijkste verhalen gehoord. Ik heb braaf de cursus gevolgd en oefen trouw ontspannen en puffen. Maar kom op als iedere dag kinderen worden geboren zal het mij toch ook wel lukken?

Ik denk vaak aan het kleine wezentje in mij. Ik voel haar, ja het wordt een meisje, voetjes tegen mijn buik, die pak ik af en toe voorzichtig beet. Ik praat ook tegen haar en heb haar al een koosnaampje gegeven. Samen met mijn vriend fluisteren we zachtjes tegen haar voor het slapen gaan.

Vrienden van ons vroegen ons of we het wel aandurfden een kind op de wereld te zetten. In deze chaotische tijd, waarin de wereld op drift lijkt te zijn. Raadselachtige virussen over de wereld zwerven. Er veel te veel mensen op aarde zijn, de aarde uitgeput lijkt te zijn. Zal ons meisje een menswaardig leven tegemoet gaan? Is er toekomst voor haar?

Ik ben een optimistisch mens. En ik weet dat het leven niet alleen maar zonneschijn is. Alles wat er om mij heen gebeurt volg ik op afstand. Ik volg trouw de regels van de mensen die boven mij gesteld zijn al snap ik ze niet altijd.

Ik geloof dat het leven altijd verder gaat, en dat ons kind een teken daar van is. En dat ieder mens uniek is en bijdraagt aan het doorgeven van het leven. Zoals mijn moeder mij het leven gegeven heeft en doorgegeven, zo geef ik het leven door aan het kleine meisje. Zij is het lichtje in deze donkere en sombere tijd. Zij gaat deze wereld mooier maken. Zij gaat blijheid brengen. Het geloof van mijn moeder betekent niet veel meer voor mij maar ik denk aan wat ik las in een boek dat ik vond bij het leegruimen van haar huis. Ze had het met een zwart stift omkaderd: Elk kind draagt de boodschap in zich dat God nog niet ontgoocheld is in de mens. Kom maar klein mensje kom.

* Uit Stray birds van Tagore, Indiase dichter en filosoof(1861-1941) vertaling in het Vlaams van Koen Stassijns en Ivo van Strijtem

*Engelse vertaling

* Het kerstverhaal in een eigentijds jasje. Maria aan het woord.

het verhaal anno 2021

Het kerstverhaal: al meer dan 2000 jaar wordt het verteld. Het verhaal over de geboorte van een kind. Een verhaal over een jonge moeder, een vader, herders, engelen, wijzen. Over een stal, een kribbe, schapen in het veld, een ster aan de hemel.

Een verhaal over licht in de duisternis; over de kracht van kwetsbaarheid. Een verhaal van hoop. Een verhaal over leven, over liefde. Een verhaal dat nog steeds inspiratie is en troost voor heel veel mensen.

Heeft het verhaal jou nog iets te zeggen? Hoe zou het geschreven zijn in de tijd van nu? Ik doe een poging het verhaal in 2021 te plaatsen. In drie verhalen laat ik drie eigentijdse personen uit het kerstverhaal aan het woord: Maria, een herder en een wijze.

Een kerstverhaal in het jaar onzes Heren 2021 gezien vanuit het perspectief van een zwangere vrouw, een leider en een wetenschapper.

niemand

Het is 6 december. Het is zwaarbewolkt, beetje mistig. Vochtig. Dat zal de hele dag zo blijven lees ik op mijn app. In het parkje geen voorbijgangers. Helemaal niemand. Een mooi moment om de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark af te sluiten lijkt me. Elf portretjes van voorbijgangers. Tien mensen kwamen de afgelopen weken voorbij. Ouderen, jongeren, kinderen, man, vrouw en nummer elf was hond Gijs.

Ik zou nog wel meer portretjes kunnen schrijven, maar houd het voorlopig bij dit elftal. Het lastigst was vooral het respecteren van de privacy van de mensen die je beschrijft. Er loopt iemand voorbij en ik denk daar zou ik over kunnen schrijven. Soms ken ik die persoon, soms helemaal niet. Maar wat vindt de persoon in kwestie er van? Laat er geen misverstand over bestaan: Geen van de mensen die ik beschreven heb past honderd procent op een echt levend persoon. Maar in ieder zaten wel elementen van iemand die voorbijging. Persoonlijke ervaringen en fantasieën werden in de pan gegooid en zo werd een verhaaltje gekookt, een portretje geschilderd, een miniatuurtje. Het was een plezier om te doen.

Ik heb veel reacties gehad. Een vriend deed de suggestie om een keer mijzelf als Voorbijganger te beschrijven, te portretteren. Maar, schreef hij verder, jij zit natuurlijk in al die voorbijgangers.

En zo is het! Hoe je kijkt, wat je ziet zegt iets over jou.

*Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark is een serie portretjes van voorbijgangers in het parkje boven op de combitunnel in Nijverdal, gezien vanuit het keukenraam van één van de bewoners aan de rand van het parkje: de schrijver Wiske

*Meer van de Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark lezen? Scroll naar beneden en klik op de groene pijl.

Gijs

Mijn hond vindt het ook leuk om naar buiten te kijken. Hij volgt met zijn kop de mensen die voorbijkomen in het Leo ten Brinkepark. Soms begint hij te grommen. Het is een diep sonoor geluid achter uit zijn keel. Niet hard. Zijn bek blijft dicht. Het geluid lijkt op een machientje, een motortje dat draait. Grrrrr. Soms laat hij het daar bij en gaat hij weer zitten of verder met slapen, languit op de grond. Een andere keer slaat hij aan en blaft hij. Kort en hevig. Zijn de mensen uit zicht, dan stopt hij en zoekt hij zijn plek, op de mat bij de voordeur.

Waarom blaft hij? Het kan een bijzonder hoofddeksel zijn, of een wapperende jas, iemand die met een stok loopt, of op een speciale manier beweegt, maar waarom bij de één wel en bij een ander niet? Ik weet het niet precies, kan het niet verklaren.

Er is er één voorbijganger die nooit aan zijn aandacht ontsnapt. Het begint met het brommer geluid, eerst zachtjes, steeds harder, vervolgens gaat hij kwispelen, blaffen en heen en weer lopen. Als hij ziet dat de deur dicht blijft, dat hij niet naar buiten mag, kijkt hij hem zacht jankend na.

Het is een hond, een indrukwekkende hond met woeste wilde haren. Zwarte haren. Ik noem hem de weerwolf. Zo ziet in mijn gedachten een weerwolf eruit. Hij heeft iets weg van een bouvier, maar hij is groter en zijn haren zijn langer en ruiger. Zijn “manen” wapperen rond zijn kop als hij beweegt. Want hij loopt niet nee hij beweegt zich voort. Als ik hem buiten tegen kom, doe ik als vanzelf een stapje achteruit. ‘Hij doet niks hoor’, zegt de jongen die met hem loopt en dat is ook zo, maar hij ziet er zo angstaanjagend uit. Mooi angstaanjagend dat wel.

De hond heet Gijs. Ik vond die naam helemaal niet bij hem passen. ‘Wie noemt zijn hond nou Gijs’. En dan zo’n hond, een stoere ruige hond. Ik moet mijn mening opschorten. Honden hebben tegenwoordig heel andere namen. Die heten geen Puk of Beertje, of Astor meer. Ze hebben mensennamen. De meest populaire hondennamen zijn al jaren Max, Luna en Lola lees ik op internet. En in de top honderd van hondennamen staat ergens helemaal achteraan ook de naam Gijs. Ik heb de betekenis opgezocht: De naam Gijs heeft een Germaanse achtergrond en betekent ‘stralende pijl, van edele afkomst’.

Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (11)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik op de groene pijl

vader

Hij was lastig, onhandelbaar. Een kind waar niets mee te beginnen, was, geen land mee te bezeilen, zo zei men. Zijn ouders waren vaak ten einde raad. ‘Wat doen wij verkeerd? Drie kinderen, twee keurig zonder noemenswaardige schokken zien opgroeien en volwassen worden, maar de jongste?’ Zo anders dan de oudsten: altijd tegendraads, brutaal, agressief, onuitstaanbaar. Met knikkende knieën kwamen de ouders naar de ouderavonden of de leiding van de club: ‘ Wat had hij nu weer gedaan of juist niet gedaan?’ De puberteit was een drama: school niet afgemaakt, drinken, roken, blowen, in aanraking met de politie. Wat moest er van hem terechtkomen?

En zie daar. Wie gaat daar op de fiets door het Leo ten Brinkepark? Nog steeds een beetje anders dan de anderen, knotje, blote benen, ook nu het koud is, maar toch.

Een jonge man met een jongetje voorop de fiets. Hij wrijft met zijn hand over de rug van het kind, duikt met zijn neus in zijn kleren, slaat zijn arm om hem heen, pakt zijn handje en drukt er een kus op. Hun stemmen klinken op, ze praten, ze lachen. Het jongetje schatert het uit.

Zie ik het goed? Is hij het echt? Ja hij is het. Hij is het echt. Hij is vader.

Uit de serie Voorbijgangers in het Leo ten Brinkepark (10)

Meer lezen uit de serie? Scroll naar beneden en klik de groene pijl aan.