en dat in Nijverdal

Vanmorgen fietste ik er langs. Op het eerste gezicht niets meer te zien van de ravage die gister zondag 2 november werd aangericht door voetbal supporters, zeg maar hooligans, ofwel mafkezen en sneuneuzen, zoals de burgemeester van Hellendoorn ze noemde. Stoeltjes en tafeltjes op het terras zoals altijd, zonnescherm uitgeklapt. Ja roetvlekken zichtbaar. Maar zo van de buitenkant? nee je moet het weten.

In cafe In de Gauwe Geit in Nijverdal werd voorafgaand aan de derby Heracles Almelo tegen PEC Zwolle een gezamenlijk ontbijt door Heracles supporters genuttigd, voorafgaand aan de wedstrijd in Almelo. Om half elf verscheen een groepje ‘supporters’ van de club uit Zwolle. Sportschoenen, spijkerbroeken, capuchon, bedekte gezichten. Ze gooiden met de stoelen op het terras, smeten fakkels naar binnen en vernielden daar het meubilair. 5 Minuten. Toen gingen ze er weer vandoor.

Als een lopend vuurtje ging het verhaal door het dorp. Filmpjes, foto’s op de socialmedia. Ontzetting alom. De burgemeester schreef een uitgebreid Facebookbericht waarin hij meldde dat ‘deze idioten’ met de hoogste prioriteit moeten worden opgespoord. Wat nog niet mee zal vallen, gister had de politie nog geen enkele aanhouding verricht. Het is niet onwaarschijnlijk dat de ‘mafkeezen en sneuneuzen’ gewoon de wedstrijd in Almelo hebben bekeken, waar de club uit Zwolle overigens verloor met ontluisterende cijfers: 8-2.

Je denkt altijd dat dat soort dingen ergens anders gebeuren. Ver weg. Niet hier. Hier gebeurt nooit iets. Alleen maar mooie dingen. Sport en unieke sportfestijnen. Prachtige theatervoorstellingen. Uitstekende voorzieningen. Heel, heel veel vrijwilligerswerk. Bijzondere initiatieven. Creativiteit. Liefdevolle omgang met elkaar. Muziek. Zingen in koren. Prachtige natuur. Aardige mensen. Elkaar groeten, elkaar helpen. Omzien naar elkaar. Handen in elkaar slaan.

Of is het alleen maar buitenkant?

Vorige week de verkiezingsuitslag. Ik wil graag begrijpen hoe het komt dat in onze gemeente, de gemeente met de gelukkigste inwoners van ons land zoveel mensen op de PVV stemmen: 16%, na het CDA (23%) de tweede partij. Wil je het mij uitleggen?

bijbaantje

‘Allerlei soorten mensen.’ Dat zei mijn vader altijd als ik een bijbaantje had naast school. ‘Het is goed dat je met allerlei soorten mensen leert omgaan.’ ‘ en allerlei soort werk’. Daar leerde je van en daar had je wat aan ‘in je latere leven.’ ‘En goed kijken.’

Ik had altijd een bijbaantje en ook altijd vakantiewerk toen ik op school zat. Kranten rondbrengen, aardbeien plukken, in de fabriek met zilveruitjes bij de Hero, in de winkel bij Jamin, een schoenenzaak, bij Nettorama, het huishouden doen bij deftige Duitsers aan de boulevard in Katwijk. Hij had gelijk mijn pa: allerlei mensen, allerlei werk. Het was niet allemaal even leerzaam en soms uitgesproken vervelend. En om eerlijk te zijn: het geld dat er mee verdiend werd was uiteindelijk toch het belangrijkste. Maar ik heb er inderdaad allerlei mensen ontmoet in allerlei soorten werk. Ik heb er goeie herinneringen aan. En veel geleerd, zeker ook over het omgaan en werken met collega’s.

Vorige week zag ik mijn kleindochter aan het werk in haar bijbaantje bij Mac Donald. Het zag er professioneel uit. Geconcentreerd en zelfverzekerd. In een bomvolle Mac vliegen in een paar uur honderden dienbladen met fastfood over de toonbank, vriendelijk en vlot aan tafel bezorgd door jonge mensen in Mac D kledij. Bij het weggaan kon ik het niet laten aan de collega die de deur voor ons open deed te vragen of ze het goed deed: dat meisje daar van wie ik zojuist afscheid had genomen. Hij had het gezien. Hij vertelde dat ze haar werk goed deed: een hele fijne collega. Hij maakte met zijn duim en zijn wijsvinger een rondje en maakte het bekende gebaar in de lucht. Hij wees naar haar. Ze had het gezien. Ze lachte terug.

dom

Hij was blij dat hij van school af ging. Het was niks voor hem. Hij vond het niet leuk. Iedere dag werd hij geconfronteerd met wat hij niet kon. Zodra de bel ging en hij naar buiten rende had hij zich vrij gevoeld. Aan zijn klasgenoten had het niet gelegen. ‘Je kan zo met je lachen’, zeiden ze vaak. Al voelde dat lachen om-hem en met-hem soms als uitlachen. Ook de meesters en juffen viel niks te verwijten: “Je hebt goed je best gedaan, je bent een fijne knul en je kan zo goed voetballen!”

Hij was gewoon dom. Waarom ‘wordt’ de ene keer met een ‘dee’ en de andere keer met ‘deetee’? Hoe het ook uitgelegd werd, hij snapte het niet, hij deed het altijd precies verkeerd, ook als hij dacht dat hij het toch snapte. Met rekenen precies hetzelfde. Sommetjes maken ging nog net maar die vraag sommen? Hij begreep het niet. Aan het eind van de basisschool had hij een toets moeten maken. De meester had hem medelijdend aangekeken en hij had nog wat aardige woorden gezegd toen hij de uitslag vertelde. Ok hij was nu eenmaal dom. Die medelijdende blik was het ergste geweest.

Niet dat het zijn leven had verpest. In tegendeel. Hij had extra zijn best gedaan om te laten zien wat hij wel kon. Een goeie baan, een fijn gezin, een dikke auto, een groot huis in een villawijk. Een aardige en handige buurman. En zaterdags voetballen met een paar ouwe maten en veel lachen. Af en toe hadden ze het over vroeger, dan lachten ze hem uit: ‘en wij maar zeggen dat je dom was en kijk meneer nou es!’

Dom zijn is niet erg, zeker als je om je eigen domheid en elkaars domheid kan lachen. En er is altijd wel iets waar je wel goed in bent immers. In dom zijn bijvoorbeeld of je van de domme houden. En je hoeft gelukkig niet van alles verstand te hebben.

Maar. Domheid als scheldwoord en als oordeel over mensen vind ik kwalijk: ergerlijk. Als je denkt dat jouw mening beter is dan die van een ander, als je vindt dat iedereen die er anders over denkt ‘nu eenmaal dom’ is, zou je eens in de spiegel moeten kijken of je eigenlijk zelf niet een beetje dom bent.

de namen

In de nacht van 7 oktober 2023 kwam Gali Berman zijn buurmeisje Emily Damari te hulp. Hij woonde samen met zijn tweelingbroer Ziv in de kibboets Kfar Aza in Israel. Gali werd samen met Emily ontvoerd en Ziv werd gevangengenomen nadat terroristen zijn huis in brand hadden gestoken. Een week lang leefde de familie van Gali en Ziv in onzekerheid over het lot van de tweelingbroers. Toen hoorden ze dat de twee nog in leven waren maar ontvoerd naar Gaza.

Gali en Ziv waren gezworen kameraden. Hoewel verschillend van karakter deden ze veel samen. Beide waren lichttechnicus en harde werkers. Na hun werk zorgden ze voor hun vader die de ziekte van Parkinson heeft. Gali de handige rustige klusser en Ziv, de oudste, de vrolijke grappenmaker. Samen met hun andere broers fan van voetbal en in het bijzonder Liverpool. En van hip hop.

Vanmorgen om iets voor acht Nederlandse tijd verschenen hun namen, op het scherm van CNN, de eerste twee van de 20 gijzelaars die vandaag werden vrijgelaten. 2 Jaar na de brute aanval van Hamas terroristen op het muziekfestival Supernova Sukkot Gathering en de kibboets Kfar Aza.

Op 10 september 2025 lieten familie en vrienden gele ballonnen op vanaf de Olijfberg in Jeruzalem. De dag van de 28e verjaardag van de tweeling. Tussen hen Emily die samen met hen was ontvoerd en in januari 2025 werd vrijgelaten. Twee jaar lang verkeerden familie en vrienden in onzekerheid. Zonder ophouden demonstrerend. Bring them home now.

Now is vandaag. 13 Oktober 2025. Welcome home!

Ziv en Gali 13 oktober 2025

Bronnen: Jeruzalem Post, Wikipedia, standwithusnl instagram

mooie ogen

De broeder vouwt het boek langzaam dicht nadat hij de laatste regels uit ‘Vrijheid’ van Angela Merkel heeft voorgelezen: Als we in vrijheid willen leven, moeten we onze democratie, die van binnen wordt uitgehold en van buitenaf wordt aangevallen, verdedigen. Dat lukt als we samenwerken. Als we er ons gezamenlijk voor inzetten. Ieder voor zich en wij allemaal samen. Want vrijheid kan er niet alleen zijn voor de enkeling, vrijheid moet gelden voor iedereen.

Terwijl gasten en broeders gezamenlijk in stilte aan hun toetje van griesmeelpudding beginnen gezeten aan lange houten tafels in de refter van de Abdij in Egmond pakt de ‘voorleesbroeder’ een ander boek van de tafel waar hij achter een microfoon zit. Hij houdt het boek omhoog en vertelt dat het een boek is van Nathalie Paarlberg met de titel Je ogen zijn mooi. De broeder licht toe dat de schrijfster over ‘sporen van schoonheid in een land vol geweld en onvergetelijke ontmoetingen, schrijft; over Afghanistan. ‘De titel’ legt hij uit ‘wil zeggen dat je ogen mooi zijn als ze oog hebben voor schoonheid, zelfs, ook, in het land Afghanistan.’

Ik had de titel anders geïnterpreteerd en was verrast door de uitleg van de broeder. Je bent gezegend met mooie ogen als je overal, onder alle omstandigheden ergens nog schoonheid kunt ontdekken. Dat kan troosten en hoop geven.

In de Sint-Adelbertabdij is in en om de abdij veel schoonheid te zien en te horen. Daar hoef je niet per se ‘mooie’ ogen of oren voor te hebben. De gastenbroeder ontving met vriendelijke ogen de complimenten van het groepje gasten over alle mooie dingen die zij tijdens het verblijf hadden gehoord en gezien, gevoeld en ervaren. Maar, relativeerde hij, ook in het klooster is het niet allemaal pais en vree. Om als een groep mannen in vrede en saamhorigheid iedere dag te leven is af en toe heel hard werken. We zijn heel verschillend en we ergeren ons ook aan elkaar. Straks bij de verkiezingen stemmen we heel verschillend , van uiterst links tot uiterst rechts. We praten er over maar proberen elkaar de ruimte te geven en elkaar te respecteren. En bovenal naar elkaar te luisteren. Mooie oren te hebben. En… een mooie mond.’

  • Vrijheid is het boek over het leven van voormalig bondskanselier van Duitsland Angela Merkel van 1954 tot 2021
  • De Sint Adelbertabdij is een benedictijnenabdij in Egmond -Binnen
  • Nathalie Paarlberg is kunsthistorica. Ze woonde drie jaar in Afghanistan, woont nu in Den Haag maar reist nog regelmatig naar Afghanistan. Sinds 2017 werkt ze voor de Turqoise Moutain opgezet door de Britse koning Charles om cultureel erfgoed te beschermen. ‘Je ogen zijn mooi’ is haar debuut als schrijfster
  • De refter of het refectorium is de eetzaal van de monniken in een klooster. Tijdens het middagmaal worden de gasten in Egmond uitgenodigd om samen met de broeders (in stilte) de maaltijd te gebruiken
  • Foto: Kloostergang van de Adelbertabdij van Annewil Jansen

hoe het begon

‘Sluimer, sluimer zacht‘, daar eindigde het liedje mee. Buurman Jan had gevraagd goed te luisteren naar het lied waarmee de voorstelling van Stille Helden begon. Een voorstelling gebaseerd op het boek ‘Schuilen bij Tante Kee’ van Henk de Ruiter over het leven van zijn oma Kee Jansen die in de oorlog onderdak gaf aan Joden, kinderen, mannen vrouwen, aan een Noorse piloot, mensen op de vlucht. Haar hele gezin was vanaf de Eversbergweg actief in het het verzet.

Het lied waarmee de voorstelling begon was in het hoofd van buurman Jan blijven hangen. Hij vroeg zich af of het een kinderliedje was of een christelijk liedje dat vroeger werd gezongen op school.

Het lied is geen kinderlied, en ook geen christelijk lied, het is het Grebbelied. Jacques Tol schreef het als verzetslied over De Slag om de Grebbeberg in mei 1940. De Slag waar de oudste zoon Jan van tante Kee in krijgsgevangenschap werd afgevoerd naar Duitsland. ‘Als Jan na enkele maanden terugkeert vertelt hij zijn moeder Kee over de mensonterende ervaringen aan de Grebbelinie en in Duitsland’ (Henk de Ruiter). Het lied werd gezongen door Willy Derby, een populaire liedjeszanger van voor de oorlog. Bekend van liedjes als Daar bij die molen, Droomland, Twee oogen zo blauw.

Het Grebbelied werd aan het begin van de oorlog een soort protestsong die in het hele land werd beluisterd en meegezongen. Toen de bezetter er lucht van kreeg wat er in het lied werd bezongen werd het lied verboden. Willy Derby werd nauwlettend in de gaten gehouden of hij zich in zijn optreden niet anti Duits gedroeg. Derby werd voorzichtig maar kon het toch niet nalaten om af en toe tussen de regels door te laten horen wat hij van de bezetter vond. Hij belandde tot twee keer toe voor enige tijd in de strenge Scheveningse Strafgevangenis waar hij ternauwernood aan de dood ontsnapte. (In 1944 overleed hij aan een hartkwaal en een slechte gezondheid.)

In mei 2015, 75 jaar na de Slag op de Grebbeberg, werd bij de herdenking op het oorlogsgraf dit lied door de Oorlogsgravenstichting in herinnering gebracht. Op YouTube is het lied te vinden met beelden van de herdenking.

Het is een leuke, goed in het gehoor liggende wijs en het zijn mooie, liefdevolle woorden. Het is begrijpelijk dat het lied blijft ‘hangen.’ Het is zo’n lied dat je niet uit je hoofd krijgt.

Zoals het mij overkwam bij het laatste lied van de voorstelling. Lascia chi’o pianga uit de opera Rinaldo van Handel. (Laat mij wenen om mijn wrede lot). De afsluiter gezongen door het hele gezelschap. Gedragen, ontroerende muziek na een indrukwekkende voorstelling.

  • Foto: Vladimir Fotografie
  • Grebbelied

https://youtu.be/kVX45iT2d7U?feature=shared

  • Lascia ch’io pianga Cecilia Bartoli

https://youtu.be/exlyq70RGwQ?feature=shared

  • Schuilen bij tante Kee: h.deruiter@hotmail.com
Lees verder

herfsttijloos

In de middeleeuwen droegen de mensen de knol van de herfsttijloos bij zich tegen de pest en als ze tandpijn hadden. Het zou ook helpen tegen geelzucht. De planten groeiden in het wild in de weilanden en waren geliefd omdat ze in de herfst de weidevelden kleurden. Als ze uitgebloeid waren groeven de mensen de knollen op. In de lente verschenen de grote groene ‘tulpenbladenachtige’ bladen tussen de madeliefjes, de paardenbloemen en de boterbloemen in de wei. Het plantje werd beschouwd als een toverkruid met magische krachten en werd gezien als een ‘afweer van vijanden.’

Ter gelegenheid van mijn verjaardag ontving ik twee keer een herfsttijloos. Eentje op een foto in de app en een paar dagen later een echte in een bruin papier met een mooie strik er om heen. Na een paar dagen kwamen er drie prachtige krokusachtige bloemen uit de bol. De gever adviseerde mij het plantje als het bijna uitgebloeid is in de tuin te zetten, “dan heb je er volgend jaar een paar in de tuin, let maar op.”

Dat heb ik nog niet gedaan maar wat ik wel heb gedaan is uitgebreid op het net zoeken wat er te weten is over dit voor mij onbekende plantje. Ik had het gezien als een beetje laat uitgekomen krokus. Maar dat is het niet. Het plantje heeft in september geen blad en heet daarom in het Engels ook wel een Naked Lady. De naam herfsttijloos (tijdloos en niet stijlloos) betekent dat het plantje zich niet aan de seizoenen houdt: bladen en vruchten verschijnen in het voorjaar en de bloem in het najaar. Heel ongewoon. Ook lees ik dat het plantje uitermate giftig is. Het zit vol met colchicine*. En dat kun je beter niet binnen krijgen. Daar staat tegenover dat het in de homeopathie net als in de oudheid aangeraden wordt als middel (thee en tabletten) tegen jicht.

Het is een mooi plantje. Heel mooi zelfs. Bij het zoeken naar de naam en de herkomst van het plantje vond ik ook nog de spirituele betekenis van herfsttijloos: Het staat symbool voor de overgang van de seizoenen, de schoonheid van het verval. Het staat voor loslaten, reflectie naar binnen, de dankbaarheid voor wat geweest is en geoogst. Het houdt de belofte in van nieuw leven.

En! In de Schotse mythologie wordt het een eerbetoon aan het verlies van de herinnering genoemd.

Daar moet ik over nadenken.

Wat een cadeau die herfsttijloos.

*De botanische naam voor het plantje is Colchicum, *afgeleid van Colchis, de streek waar de mythologische gifmengster Medea woonde.

de kleine kapel

Hier onder* het tweede gesprek dat ik had met Harry Mengers voor Hier in Hellendoorn. Vorige week over de Vrouwenbeweging in de 70/80 er jaren van de vorige eeuw waar ik hier ter plaatse bij betrokken was. Vandaag over waar ik nu mee bezig ben, me voor inzet, maar vooral veel voldoening uit haal, plezier en saamhorigheid: De Kleine Kapel Noetsele. (De toevoeging Noetsele omdat we daar begonnen zijn, in de wijk Noetsele van Nijverdal dicht bij de Noetselerberg).

De kerken lopen leeg. Het kerkbezoek neemt af. Steeds minder mensen noemen zich gelovig. In Nijverdal is dat ook het geval, al moet gezegd worden dat in de kerkelijke gemeente waartoe ik behoor we niet mogen klagen, sterker zij bloeit met allerlei verschillende activiteiten. Gisteravond gingen ruim honderd mensen op de fiets happen en trappen door de natuur onder het motto ‘op avontuur’. Maar vooral ouderen zijn lid van de kerk en bezoeken de diensten ook in Nijverdal. Mensen willen zich steeds minder binden.

En toch.

De belangstelling voor spiritualiteit en bezinning is groot in een tijd van ‘druk druk’ ‘moeten moeten’ van presteren, van haast, van veel, van vol. Nieuwe vormen van kerkzijn proberen een antwoord te vinden en te zijn op het verlangen naar onthaasten en verdieping. En tevens een antwoord op het verlangen ‘ergens bij te horen’ door het vormen van groepen en groepjes. De Kleine Kapel is daar een voorbeeld van. Ik noem het mijn kleine kloostertje.

* Klik hieronder voor het interview:

https://www.hierinhellendoorn.nl/dat-zou-ik-ieder-mens-gunnen-de-weldaad-van-de-stilte-de-ruimte-en-de-rust/

De vrouwenbeweging in de jaren 70

Vandaag een Wiske met het interview op Hier in Hellendoorn (*zie de link hieronder).

Zenleraar Harry Mengers, die ik zelf ooit interviewde in het programma Watbezieltje op HOitv vroeg me of ik in twee gesprekken iets wilde vertellen over wat ik in de jaren dat ik in Nijverdal woon heb gedaan. Ik koos twee onderwerpen. Iets uit de eerste jaren in Nijverdal en datgene waar ik nu anno 2025 aan bijdraag.

Ik koos voor de Vrouwenbeweging in de jaren 70, 80 waar ik indertijd deel van uitmaakte, aan heb bijgedragen en waar ik nog altijd met heel veel plezier op terugkijk. En trots! Want wat is er veel veranderd in 50 jaar. En die jaren waren het begin van een verandering die nog steeds gaande is.

In die tijd werd je nog ontslagen als je ging trouwen of kinderen kreeg in mijn geval. Nu ben je geen ontaarde moeder meer als je werkt. Kinderopvang, zwangerschapsverlof, gelijke betaling, noem maar op. Vrouwen die er staan, zich laten zien. Maar ik maak er ook kanttekeningen bij. De saamhorigheid schiet er wel eens bij in, bij al dat ‘voor jezelf opkomen, je grenzen stellen, jezelf zijn.’ Gelukkig zijn er vrouwen die ons daar aan herinneren, met name de vrouwen uit andere culturen leven ons dat voor.

Opvallend, toen de tekst al op papier stond, kwamen de woorden, vrouwenbeweging en Dolle Mina in de media weer voorbij. Veel zeggend. Er moet nog veel gebeuren.

Dank Harry! Door het gesprek kwamen er nog heel veel meer herinneringen boven uit die tijd. Het was een mooie tijd. Ik had het niet willen missen!

  • Foto Den Haag met de twee oudste kleindochters.
  • Lees hieronder het interview.

https://www.hierinhellendoorn.nl/wil-de-bruine-het-is-dankbaar-werk-om-vrouwen-met-elkaar-te-verbinden/?fsp_sid=3376

Leve de thuiszorg!

Gisteravond in de late avondzon reed er eentje voorbij in de straat aan de overkant. Een dame op een fiets met een wit hesje. Op weg naar een mevrouw of een meneer. Om te douchen, te wassen, sokken uit te doen, te helpen met de medicijnen: ‘klaar te maken voor de nacht.’

Een lid van het team Het Oude Spoor Wijkverpleging van ZorgAccent*.

Het is al weer een paar weken geleden dat ze binnen kwamen, iedere morgen en iedere avond: de dames van de thuiszorg.

Goedemorgen, heeft u lekker geslapen, hoe gaat het, waar kan ik u mee helpen, kan ik nog iets voor u doen? Zonder uitzondering vriendelijk, zorgvuldig, hulpvaardig, kundig.

Wat woont u hier mooi, wat een mooi huis! Zonder uitzondering bij binnenkomst, waarop ik dan steevast antwoordde: en het is ook nog een heel gezellige en fijne buurt.

Eigenlijk kende ik weinig mensen die werkzaam zijn in de zorg: uit de verte wel maar niet van dichtbij. Ik heb veel respect gekregen voor de dames, ja het waren alleen maar vrouwen: hun professionaliteit, respectvolle houding en behandeling, hun vriendelijkheid.

De gezellige praatjes over van alles, wie ze waren en waar ze vandaan kwamen bijvoorbeeld, iedere morgen en avond waren belangrijk, waardevol. En niet te vergeten de antwoorden op mijn vragen: Ziet de wond er goed uit? Is het normaal dat het hier nog zo zeer doet? Mag ik dit wel al doen? Loop ik zo goed? Kan ik stoppen met die prikken? Wil je achter me aan lopen als ik de trap op ga? En er af? Wil je even

Ik heb ze gevraagd of ze hun werk leuk vonden. Zonder uitzondering vertelden ze dat ze hun werk graag deden: allemaal verschillende mensen, een ‘zekere vrijheid’, (lekker op de fiets naar de mensen), niet te zwaar, een fijn team, duidelijke afspraken, mooi werk.

Mooi werk, ‘want de mensen zijn blij als je komt, het is fijn mensen te kunnen helpen, soms krijg je hele mooie gesprekken en ontstaat er een band als je mensen al heel lang helpt.’

Mooie mensen, met een mooi beroep. Dankjulliewel lieve dames van ZorgAccent team Het Oude Spoor! Het was goed, zeer goed!

  • In de uitgebreide map van ZorgAccent vol info vond ik een formulier waarop ik mijn waardering over de ontvangen wijkverpleging kon melden. Hierbij!
  • http://www.zorgkaartnederland.nl