feest, maar niet voor Frenske,

Niemand begreep het. Hadden ze zo’n groot feest gehad. Was iedereen zo blij geweest en vrolijk. Moest midden in de nacht de brandweer uitrukken om een brand te blussen.

Het was in de zestiger jaren. In een klein Brabants dorpje. Het was de maandag van carnaval. De dag van de grote optocht. Iedere straat met een wagen voor de optocht. Wagens van het koor en de verenigingen. Het hele dorp was er: in de optocht of aan de kant van de weg. Iedereen was verkleed: heel uitbundig of gewoon in een boerenkiel. De zon had geschenen, de fanfare gespeeld. Er was gedanst, gelachen, gezongen en bier gedronken, heel veel bier.

Toen de zon achter de horizon was verdwenen en de lantaarns gingen branden waren de mensen teruggekeerd naar huis. De straten leeg op een enkele late feestganger na. De kerkklok had twaalf geslagen. Toen waren daar ineens vlammen. Op een weiland aan de rand van het dorp waar een drietal praalwagens stonden gestald stond een van de wagens in lichterlaaie. Notabene de wagen van de Steenstraat, de winnaar. De wagen brandde in minder dan geen tijd helemaal op en op het nippertje wist de brandweer te voorkomen dat ook de andere wagens in de brand zouden vliegen.

Niemand begreep het toen enkele dagen later Marie uit de Steenstraat bij de politie opbiechtte dat zij het was geweest die de wagen in de brand had gestoken. Iedereen was stomverbaasd. Marie ? Waarom? Onze eigen wagen waar jezelf zo hard aan hebt meegewerkt samen met jouw Frenske?

Marie was zich bewust dat ze het niet had moeten doen, dat ze stom was geweest, dat ze niet wist wat er in haar gevaren was. Stom, stom stom. Ze had er vreselijke veel spijt van. Op de vraag van de agent wat er nou was gebeurd vertelde ze het volgende:

Frenske had het hele jaar iedere week keihard meegewerkt aan het maken van de wagen. Iedere woensdagmiddag ging hij naar de boerderij van boer Sjaak van Don om mee te helpen. Samen met de andere kinderen van de straat. Hij vond het prachtig. De hele week leefde hij toe naar de woensdagmiddag. Toen er rond kerst werd verteld dat er zeven kinderen op de wagen mochten zitten en hij begreep dat hij daar niet bij was, was hij heel teleurgesteld. Hij is nog een keer naar boer Sjaak geweest om te vragen of hij niet in plaats van Jan zou kunnen, omdat die tegen hem had gezegd dat hij er misschien niet zou zijn op de maandag van de carnaval Boer Sjaak beloofde dat hij dan aan Frenske zou denken, daar kon hij op rekenen: ‘Dan ben jij de man Frenske!’ De zondag voor de optocht bij het oefenen bleek dat Jan er inderdaad niet was en Frenske was stomverbaasd toen hij niet zijn naam als vervanger van Jan hoorde. Huilend was hij thuis gekomen en moeder Marie was net zo boos en verdrietig: hij had het toch beloofd! Frenske was toch naar de laatste werkzaamheden voor de optocht gegaan in zijn boerenkieletje en warempel er was nog een kind niet op komen dagen, maar nogmaals hoorde Frenske niet zijn naam. Peer in zijn mooie leeuwenkostuum mocht op de wagen.

‘Ja en toen wonnen ze en toen zag ik mijn menneke daar staan op het weiland met zijn witte gezichtje, helemaal alleen en iedereen juichte en lachte en niemand zag hem staan. Ik zag heel veel lachende en vrolijke gezichten en ik zag alleen maar hem. En dat deed zo vreselijk zeer. We zijn naar huis gegaan en we hebben niet veel gezegd. ‘Het is niet eerlijk mama.’ zei hij alleen nog. Toen ik hem naar bed had gebracht en zijn boerenkiel in de wasmand gegooid werd ik boos. Ik werd steeds bozer. Ik werd woedend, ik werd razend en toen…’

‘Weet u, ge lijdt als mens liever zelf dan dat ge uw kind ziet lijden.

  • Een ‘ongeveer’ waar gebeurd verhaal uit de zestiger jaren in Brabant. Naar aanleiding van een berichtje in de krant.

het land waar het leven goed is

In het jaar 1771 zonk het schip Vrouw Maria in de Oostzee voor de kust van Finland. Aan boord 27 schilderijen voor tsarina Catharina de Grote van Rusland waaronder kunstwerken van Gerard Dou, Paulus Potter, Gabriel Metsu, Adriaen van Ostade en Philips Wouwerman.

In het tv programma De Gezonken Meesters brengen creatievelingen en professionele kunstenaars zes uitzendingen lang een van de gezonken kunstwerken tot leven.

Vorige week was Marian Torenbeek uit Hellendoorn de winnaar van de creatievelingen in de uitzending waarin de schilder Philips Wouwerman centraal stond. Wouwerman was in zijn tijd een beroemd landschapsschilder, bekender dan Rembrandt, hij verdiende een goed inkomen. Niemand kon zo goed paarden schilderen als hij. Op bijna al zijn werken komt een wit paard voor. Het is een goede aandachtstrekker, als vanzelf wordt je oog het schilderij ingetrokken naar het witte paard.

In het kunstwerk van glazenier Marian staat het paard ook nog eens op een licht vlak. Daar gebeurt het. De smid is bezig met de hoeven van het paard. Een visser op het water. De waardin brengt een vermoeide reiziger een glas rode wijn. Spelende honden, rondscharrelende kippen. Een poepende hond. Cavia’s. Een man op zijn gemakkie op de grond rondkijkend. Een moeder wijst haar kind op iets. De visser? Zijn papa? Een watermolen. Vogels in hun vlucht. In de verte een golvend landschap en bergen en daar achter de zee? Een plekje waar je wel zou willen zijn. Een land waar je wel zou willen wonen. Een plek die je ieder mens, ieder kind, ieder dier zou toewensen.

Dat Marian met haar glaskunstwerk gewonnen heeft en nu in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam hangt, snap ik helemaal. Ons eigen witte paard uit Hellendoorn!

  • Witte paarden of schimmels staan voor moed en wilskracht, zij streven naar het hogere. Zij staan voor heiligheid. Witte paarden dragen helden: Sinterklaas, de prins op het witte paard. In de bijbel is het witte paard in de Apocalyps het paard van de overwinning.
  • In 1999 werd het scheepswrak van Vrouw Maria ontdekt door Rauno Koivusaari. Uit onderzoeken blijkt dat een gedeelte van het schip nog in goede staat verkeert. Het is de bedoeling dat het schip wordt geborgen en tentoongesteld.

voorjaarsvakantie

Het was rustig op de weg. Een enkele auto. Een paar fietsers. Een jongen met een hond aan een lange lijn. Op de parkeerplaats een man in een busje met draaiende motor, wachtend op het moment dat zijn ramen ijsvrij zijn. Deur wagenwijd open. Onderhand druk bezig met zijn mobiel.

Op het Broezepad, het pad achter de tennisbanen langs de Regge, kan gelopen worden. Maandenlang was het onbegaanbaar vanwege de door en door natte bodem. Vandaag is het pad droog. De moerassige stukken zijn bevroren. Vogels fluiten en ganzen scheren over de rivier. Eenden trekken strepen in het water. En daar komt een reiger aan geklapperd.

Het werd tijd dat de zon zich weer liet zien. En niet eventjes of alleen in de vroege morgen. Nee de hele dag. De hele week misschien wel? Als dat zou kunnen? Het is voorjaar immers? Voorjaarsvakantie.

Foto: Regge bij de Wilgenweard, (links het Broezepad), 17-02-2025 09.00 uur.

guur

Bladeren ritselen over het terras. De ijverige huisvrouw heeft gister alle bladeren verwijderd, maar vanmorgen zijn ze er al weer. Ze dansen op de wind. De dorre bladeren maken een onnavolgbaar geluid op de tegels. Vandaag gaat de ijverige huisvrouw niet vegen. Ze kijkt van achter het glas naar buiten of er misschien tussen de wolken een glimpje van de zon te ontdekken valt. In het weerbericht op de radio wordt gemeld dat het weer de komende dagen ‘guur’ zal zijn. Dat betekent binnen blijven, de kachel hoog en onder een dekentje met een boek.

Ze had de huisarts hoopvol aangekeken. Tevergeefs. De griep duurt en duurt en als je denkt dat hij over is komt hij gewoon weer op volle kracht terug. Na de corona is de weerbaarheid aangetast volgens de dokter. Drankjes, poeders en pillen, veel drinken en uitzieken. Op de vraag wat nou eigenlijk uitzieken is had hij zijn handen in de lucht geheven. Beetje rustig aan doen. Binnen blijven, kachel hoog en onder een dekentje met een boek.

In de wachtkamer had een man gezeten, die van de leestafel de Donald Duck had gepakt. Hij had ze vanaf 1958 zei hij. Een hoge stapel bij hem op zolder. Hij las ze nog regelmatig en hij had ontdekt dat er af en toe hetzelfde verhaal in stond.

De ijverige huisvrouw ging kijken waar ze ook weer de oude ‘Asterix en Obelisken’ had bewaard. Ze kon ze niet vinden. Waarschijnlijk toch opgeruimd. Weggedaan. Ja ijver is een goede eigenschap maar heeft ook nadelen.

nooit meer…. Jan Ebeltjes

Het kan geen toeval zijn. Uitgerekend vorige week schreef ik in mijn Wiske over een organist die een kind redde. En wat doe jij?, stond er boven het stukje. Jan Ebeltjes deed heel veel, hij redde niet alleen het jongetje Roman. Als foundingfather van Stichting Choe, was hij de helper, de steun en toeverlaat van talloze jongeren en kinderen uit Oost Europa. ‘Inspirator’, ‘redder’, ‘herder’, ‘meester’, ‘vader’ noemen ze hem.

Het kan geen toeval zijn dat de samensteller van de Nieuwsbrief van de PG Nijverdal van zondag jongstleden uitgerekend de vermelding van de organist vergeten was.

Het kan geen toeval zijn dat ik ‘toch maar‘ voor naar de kerk gaan koos in plaats van een ochtendwandeling in de natuur op deze wonderschone morgen.

Er zijn mensen die zeggen de kerkdienst niet nodig te hebben om God te ontmoeten. Sterker nog: vaak juist helemaal niet: Ik ervaar God eerder in de natuur, of in mensen. In de kerk vind ik hem niet.

Ik ben een trouwe kerkganger. Ik ontmoet daar lang niet altijd God maar ik ervaar daar ‘wat je God zou kunnen noemen’ zeker wel. Er zijn aardige en vriendelijke medegelovigen, we hebben inspirerende predikanten en mooie gebouwen. In de Regenboog, waar ik meestal kerk, zijn fraaie glas-in-lood ramen en is een monumentaal orgel, een Mense Ruiterorgel. Met goede organisten. En Jan. Jan Ebeltjes.

Niets kon mij zo raken als het subtiele spel van Jan Ebeltjes. Vrolijkheid, opgetogenheid als er iets te vieren, te juichen viel. Je kreeg de neiging om mee te bewegen, te dansen. Melancholische muziek als het passend was bij de tekst van een lied of de woorden van de dominee. Ingehouden als het moest, dan weer sprankelend, of uitbundig. De handen van Jan toverden schoonheid de kerk in. Altijd passend bij de sfeer van de dienst. Ja als er iemand was die God de kerk in bracht was Jan het voor mij. Ontroerend en blijmakend. Ik heb vaak in stilte voor hem geapplaudisseerd.

Lieve Jan, je bent er niet meer, gister in de kerkdienst hoorden we van je plotselinge overlijden. Er ging een golf van ontzetting door de kerk en ik kan je zeggen dat het lang geleden is dat ik zo hartstochtelijk heb moeten huilen. Een kostbaar leven, een gouden schat: voor altijd voorbij. Dank je wel Jan Ebeltjes voor wat je hebt gedaan voor je medemens. Dank je wel voor wat je ons gegeven hebt met je prachtige muziek. Dank voor wie je was. Duizend maal dank. Voor alles…..

  • Stichting Choe biedt sinds 1994 hulp aan ouderloze kinderen en jongeren in Oekraïne.
  • Foto boven: De thuiskomst van de verloren zoon, bewerkt. (Zie Wiske 27 januari 2025 ‘ en wat doe jij.’) Niet Opa Jan en Roman, maar een engel die Jan ophaalt om naar huis te gaan.
  • Foto’s hieronder: Interview met Jan Ebeltjes uit 2009 in het boekje ‘Bidden aan de voet van de berg.’ Jan overleed plotseling jongstleden zaterdag 1 februari 2025. Hij was 63 jaar.

en wat doe jij

Met gemengde gevoelens ging ik. Naar Kampen, waar in de kerk Open Hof sinds enkele maanden een gezin uit Oezbekistan verblijft dat met uitzetting wordt bedreigd. Zolang er kerkdiensten worden gehouden, kan de politie de vader, moeder en vier kinderen niet uitzetten. Daarom worden in de kerkzaal dag en nacht erediensten gehouden door predikanten, pastores en vrijwilligers uit het hele land.

In 2019 had ik geen moment getwijfeld toen in Den Haag een dergelijke actie werd gehouden voor een Armeens gezin. Midden in de nacht waren we er met een klein groepje naar toe gegaan. Het had indruk gemaakt. Een hele aparte sfeer zo in het donker. En we hadden ook het gevoel dat we iets hadden bereikt. Er kwam een kinderpardon en er werd beloofd de procedures aan te pakken, er moest zo snel mogelijk duidelijk worden of men mocht blijven of niet. En de bevoegdheid om een uitzondering te maken zou niet langer bij de minister komen te liggen. Daar had het kerkasiel aan bijgedragen. De politiek was wakker geschud.

Kabinet Rutte Vier besloot op de valreep nogmaals tot een kinderpardon aan het eind van haar periode in 2024 omdat het met de procedures nog steeds helemaal mis ging en er werd besloten dat de bevoegdheid om uitzonderingen te maken voortaan bij het hoofd van de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) zou liggen.

Hoe kon het dus dat dit gezin bij de twee kinderpardons niet in aanmerking kwam? De eerste keer omdat ze nog te kort in Nederland waren, maar de tweede keer? Ik lees dat Oezbekistan een veilig land is, maar niet voor Christenen hoor ik, maar waarom oordeelde de rechter dan zo hardvochtig? In Nederland hebben we toch rechtvaardige rechters? En waarom dit gezin, terwijl er zoveel andere gezinnen in Emmen zitten in dezelfde situatie?

Het zittende kabinet zou totaal geen oren hebben voor de nood van deze mensen hoorde ik om mij heen. Het gevoel dat het vooral een actie tegen kabinet Schoof en minister Faber is, zat mij niet lekker want dat er in dit land mensen jaren en jaren lang in een asielprocedure zitten kun je het kabinet dat een paar maanden aan het roer zit niet verwijten. En dan: het hoofd IND bepaalt, niet de minister.

Ik ben toch gegaan. Om te kijken, te zien of mijn twijfels weggenomen zouden worden. Want als mens van goede wille moet je openstaan voor datgene waar je het niet mee eens bent en onderzoeken waar de gevoelens van weerstand vandaan komen.

Het was een mooie middag, een prachtige viering met mooie liederen. De predikant kwam uit Nijverdal, de organist uit ‘het westen’, de bezoekers uit Almelo, Vriezenveen, Doetinchem, Wierden en Nijverdal. De enthousiaste vrijwilligers van de kerk gaven ons koffie en thee. Áan het einde van een gang verbleef het gezin. We hebben hen niet gezien, dat vond ik jammer al snap ik dat ze niet 24 uur aanwezig kunnen zijn bij de diensten die nu al twee maanden lang voortgaan.

Op de terugreis vertelde een van de medepassagiers uit Wierden hoe ze jaren geleden had meegewerkt aan een actie voor een kind uit een weeshuis in de Oekraïne. Het kind verbleef hier in een pleeggezin en was ernstig ziek. Een hele dure operatie zou hem kunnen redden. Met een klein clubje mensen gingen ze op pad om het geld bij elkaar te sprokkelen. In minder dan geen tijd lukte het: 80.000 gulden. Ik wist precies wie ze bedoelde. De jongen is nu een jongeman, hij woont tegenover mij, hij heeft een vrolijke vrouw en twee schattige zoontjes. De man die hem uit dat weeshuis ophaalde ken ik ook. Het is onze organist. Die twee jongetjes noemen hem opa Jan.

Ik had een paar foto’s in de kerk gemaakt. En mijn oog was gevallen op de prent aan de muur van een oude man met een stok en een jonge man naast hem waar hij de arm om heen slaat. Ik kan de tekst eronder niet meer lezen. Het zal wel een bijbelverhaal zijn. Ik noem het opa Jan en Roman.

Mijn twijfel is niet weg, maar aan de andere kant: ieder mens dat je redt is er eentje. Zoals dat kleine zieke jongetje uit de Oekraïne. Wie weet wat er voor een toekomst ligt te wachten op de kinderen van het Oezbeekse gezin.

maskers af

‘Stick to the bones’ zei zij altijd tegen mij als ik ergens tegen op zag. Ik begreep het eerst niet, maar ik denk er nog vaak aan, ook al zie ik haar nooit meer. Ik begrijp er uit dat je terug moet vallen op je botten, het stelsel van beenderen dat je bij elkaar houdt. Ik denk dan niet letterlijk aan mijn skelet maar ik weet precies waar ik naar moet voelen om overeind te blijven; op te staan, om er tegen aan te gaan.

Op de lange reis in de vroege morgen naar het Zeeuwse land op 19 januari 2025 zuchtte ik van genoegen bij het zien van de lange rijen kale bomen in het mistige landschap. Bomen in de lente zijn fris, puur. Bomen zijn vol en uitbundig in de zomer. Bomen in de herfst zijn kleurig en melancholisch. Maar o wat zijn bomen mooi in de winter. Geheel ontdaan van bladeren. Kaal. Silhouetten, staketsels, kunstwerken in het vlakke land.

Stick to the bones. De mens in haar ware gedaante. Zonder het omhulsel. Of zoals de jonge kunstenaar mij zei aan het eind van ons gesprek. Doe eens vaker je masker af. Laat jezelf zien. Wie je echt bent.

Maar niet altijd natuurlijk, over een paar maanden lopen we weer te juichen over het frisse groen van de lente. En wachten we op de zomer als alles losbarst. Om in de herfst te genieten van de zachte herfstkleuren. Maar nu nog even niet.

* Foto: Minke McCarroll

* Gesprek in Wat bezielt je @HOimedia met kunstenaar Robbin Veldman

omdat zij niet meer zijn

Morgen worden de kerstspullen opgeruimd. Vandaag nog niet want vandaag is het Drie Koningen. 6 Januari. In veel landen wordt juist vandaag de geboorte van het kindje Jezus uitbundig gevierd. Als de drie koningen, wijzen of magiërs zoals ze ook wel genoemd worden, het kind komen aanbidden.

Wat het nou precies waren, sterrenkundigen, geleerden, voornaam waren ze wel. Zo voornaam dat ze gewoon aan het hof van de toen heersende Herodes werden ontvangen. Ze hadden in hun onderzoeken een ster gezien die zou wijzen op de geboorte van een koningskind. ‘Waar kunnen we dit bijzondere koningskind vinden Herodes?’ Hadden ze dat maar niet gedaan. De koning Herodes was van het soort waar de geschiedenis en de wereld ook vandaag nog vol mee zit: heersers, wreed en meedogenloos als ook maar iemand hen tegenwerkt. De wijzen beloofden de sluwe Herodes hem op de hoogte te houden als ze het koningskindje gevonden hadden. Volgens de wetsgeleerden zou het immers ergens in de buurt van Bethlehem moeten zijn. In de boeken stond geschreven: In Bethlehem in Judea wordt de leider van Israel geboren. Hij zal zorgen voor het volk van God, zoals een herder voor zijn schapen zorgt.

De wijzen deden niet wat ze Herodes beloofd hadden. In een droom werd hun verteld het niet te doen. Ze vertrokken via een andere weg naar hun land. En ook Maria en Jozef de ouders van het bijzondere kindje vluchtten het land uit. Ze gingen naar Egypte.

De wrede koning begreep dat de deftige bezoekers niet terug zouden komen. Hij was woedend. Hij wist er wel raad mee. Hij stuurde zijn soldaten naar Bethlehem met het bevel alle jongetjes van nul tot twee jaar te doden.

Het verhaal dat bekend staat als De kindermoord in Bethlehem is van een ongekende wreedheid. In de film Maria speelt Anthony Hopkins op meer dan overtuigende wijze de rol van de bruut Herodes. Bloedstollend. In de bijbel wordt het verhaal afgesloten met de woorden: In Rama wordt gehuild en geschreeuwd. Rachel huilt om haar kinderen. Ze wil niet dat iemand haar komt troosten, want haar kinderen zijn er niet meer.

Vandaag Drie Koningen denk ik aan alle moeders die een kind verloren hebben, aan alle moeders die leven in landen waar brute, immorele leiders hun kinderen slachten en offeren. Ooit. Pas nog. Dag in, dag uit. Vandaag.

  • Bron: Mattheus 2
  • Film Mary, Netflix-film over het leven van Maria, de moeder van Jezus
  • Foto: Karin van der Vinne met haar zojuist geboren kleinkind Noe Maeve november 2024

wij zijn de tijden

Het was hoog tijd dat we elkaar weer eens zouden spreken. ‘We’ dat zijn een oud collega en ik. We spraken af bij De Jongens. Een horecagelegenheid aan de Grote Straat in Nijverdal. We namen koffie met niks erbij, want we moeten voorzichtig zijn met ons gewicht. Zoals altijd gingen we al heel snel de diepte in, in het gesprek. Over koetjes en kalfjes gaat het bij ons nooit te lang. Zo kwamen we ook op de plaatselijke politiek. Natuurlijk waren we het er over eens dat het een groot schandaal is dat in zo’n welvarende en gelukkige gemeente*, waar het noaberschap zo hoog in het vaandel staat er geen gastvrijheid is voor 200 vluchtelingen. We waren het er ook over eens dat de lokale politici gezwicht waren voor een stelletje schreeuwers en dat echt leiderschap om daadkracht vraagt en een rechte rug. Dat we geen oorlog willen, geen energietekort, geen mensen in nood, maar dat we als het er op aankomt we allemaal liever hebben dat schietoefenterreinen of windmolens of AZC ‘s ergens anders moeten worden geplaatst. Als het maar niet bij ons in de buurt is ! We filosofeerden er over of zo’n AZC bij ons voor de deur zou mogen worden geplaatst. Of wij vluchtelingen in huis zouden nemen. Daar over waren we wat minder beslist. 
Een paar dagen na onze ontmoeting stuurde collega mij een mailtje waarin ze schreef dat ze nog had nagemijmerd over ons gesprek, ze had gevisualiseerd hoe het er uit zou zien als er achter haar huis een AZC of een windmolen zou komen. Ze was tot de conclusie gekomen dat ze eigenlijk geen haar beter was dan die tegenstanders van het AZC want dat ze er eigenlijk niet aan moest denken dat haar rustige en geriefelijke uitzicht zou bedorven worden door een groot afzichtelijk AZC of een windmolen. ‘Mijn liefdadigheid mag mijzelf niet te veel raken. Als ik eerlijk ben: Ik ben ook gewoon een egoïst.’ 
Ik denk dat het wel meevalt, ik denk dat als er iemand is die liefdevol is en ruimdenkend, zij het wel is. Ik denk dat als er in haar achtertuin een opvangcentrum zou komen zij een van de eerste vrijwilligers zou zijn die zich zou aanmelden. Zoals ik ook geloof dat als er in onze gemeente een AZC zou komen het aantal vrijwilligers niet aan te slepen zal zijn. En dat als dat Centrum er eenmaal staat het weldra een plaats is waar niemand het nog over heeft.  Want om mij heen en in de plaats waar ik woon zie ik vooral hartelijkheid, gastvrijheid, meeleven, daadkracht, inventiviteit, aanpassingsvermogen. En warmte. En liefde. Veel liefde. 
Laten we maar ophouden te wijzen met een verontwaardigd vingertje naar een ander, maar laten we proberen zelf degene te zijn die de wereld een beetje mooier maakt. WIJ zijn immers de wereld, WIJ zijn immers de tijden. *

Voor het nieuwe jaar 2025 wens ik jou Vrede en alle Goeds en als er in jouw leven wat minder vrede is of minder goeds, wens ik jou kracht, vertrouwen en geduld om het te dragen. En hoop. En geloof. En liefde. Heel veel liefde. Wiske ❤️

  • Hellendoorn heeft de gelukkigste inwoners blijkt uit een onderzoek. Uit andere onderzoeken blijkt dat Hellendoorn tot de meeste welvarende gemeenten in ons land behoort.
  • Van Augustinus is de uitspraak: ‘Scheldt niet op de keizer, scheldt niet op de tijden. Wij zijn de tijden. Wie bent u in deze duistere tijd? Hoe voeden de deugden uw handelen?’ Beatrice de Graaf verwijst er naar in haar Huizinga-lezing ‘Wij zijn de tijden’ over wat wij in tijden van crisis kunnen leren uit de geschiedenis. In het tv programma Buitenhof van 22 december jongstleden vertelde ze er over. Ze noemde de zeven basisdeugden waarop onze beschaving rust: beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid en moed, de vier Griekse basisdeugden waar later geloof, hoop en liefde aan zijn toegevoegd.

de donkere morgens voor kerst

De kachel wat hoger gezet. Theewater op. Vier kaarsjes aan. De lichtjes ontstoken in de boom. Een mooi muziekje. Vicky Brown.

Het hoeft nog niet licht te worden. Laat het nog maar donker blijven. Even. Opstaan in de donkere morgen met kleine lichtjes.

Er is al lekker gegeten, er is hartstochtelijk gevierd, gezongen, er is naar kerstverhalen geluisterd en gekeken in de afgelopen weken. De adventstijd. De weken dat we wachten op het feest van kerst. De komst van het kind.

Kaarten, apps, mails, facebookberichten met fraaie afbeeldingen en foto’s, lieve woorden en wensen, gedichten. Kerstkransen groot en klein, bloemstukken, kerstversieringen, engelen en engeltjes.

Warm en geborgen, samen en met ons allen: we zijn op weg naar kerst. Liefde, warmte, en saamhorigheid klotsen over de randen.

Laat het nog maar even donker blijven, laat het nog maar even vol zijn van verwachting en verlangen naar het goede, het mooie, het kwetsbare. Het verlangen naar vrede in de wereld en onder elkaar, en met jezelf. Vrede. Laat het nog maar even donker blijven. Laat het nog maar even zo blijven. Zo warm, zo lief, zo met elkaar, zo samen.