dankbaar

Waar we dankbaar voor zijn. Een groepje mensen eet met elkaar en praat ‘ergens‘ over. Serieuze thema’s. Actuele zaken. Geen discussies, maar: ‘uitwisselen van ervaringen.’ Ruim twee uur. Onder het genot, want de gastvrouw kan fantastisch koken, met produkten uit eigen tuin, onder het genot van een heerlijke maaltijd denken we na over dankbaarheid deze keer. Waar ben jij dankbaar voor?

Een vrouw vertelt over de extra tijd die ze heeft gekregen na de diagnose dat ze ernstig ziek is. ‘Iedere dag erbij is een cadeau, daar ben ik dankbaar voor. En voor alle liefde die er naar mij toekomt.’ Een ander vertelt dat ze dankbaar is voor het het werk dat ze mag doen voor kinderen in moeilijke omstandigheden.’ Een man geeft aan dankbaar te zijn voor zijn fijne huwelijk en gezin.

Een oudere vrouw vertelt dat ze in een periode dat ze depressief was de tip kreeg om iedere avond 5 positieve dingen te schrijven in een zogenaamd ‘dankbaarheidsboekje.’ Dat had haar erg geholpen en ze doet het nog iedere dag ook nu ze al lang niet meer depressief is, in tegendeel ze is heel gelukkig en dankbaar want op haar oude dag heeft ze een leuke man ontmoet waar ze helemaal verliefd op is.

‘En jij?’ Waar ik dankbaar voor ben? Wat zou ik in een dankbaarheidsboekje schrijven? Ik vertelde dat ik dankbaar ben dat ik zo ontzettend blij en gelukkig kan zijn, dat ik dat in me heb. Gelukkig kan zijn met niks bijzonders. Dat is niet iedereen gegeven. Ik heb het van mijn vader. Die kon ook zo blij zijn met helemaal niks, omdat de zon scheen of omdat hij de zee zag. Mijn grote zus had het ook. Een vriendin van haar vertelde mij eens: jouw zus kon zo enthousiast over een aardappelveld vertellen dat je het idee had dat je daar allemaal naar toe moest. Het is een karaktereigenschap die we maar mooi meegekregen hebben. En natuurlijk het is niet allemaal feest in het leven, denk het maar niet, maar in barre tijden helpt die tip van een dankbaarheidsboekje misschien wel. Wat is er ondanks alles wel? Nog wel?

woorden van de zeeman

Je kende de kapitein niet en de rest van de bemanning. Ik was zestien toen ik mijn eerste reis maakte op de grote vaart. Anderhalf jaar lang was de reis. Naar China, ik weet het nog goed. Anderhalf jaar werken op een schip met een clubje mannen die je niet kent. Dag en nacht bij elkaar. Aan elkaar overgeleverd. Ik keek maar een beetje wat de anderen deden en voerde uit wat me opgedragen werd. Ik keek wie er wel aardig leek en naar jongens die van mijn leeftijd waren. Daar ging je wat meer mee om en durfde je wat meer te vragen. Voelde je gelijk wie je kon vertrouwen en wie je maar beter uit de weg kon blijven? Ja maar dat heb ik wel moeten leren. Ik heb wel ontdekt dat je je op mensen kunt verkijken. Vaak vielen mensen die je in eerste instantie sympathiek leken, na een poosje tegen. En ook andersom, iemand waar je een afkeer van had, die later je grootste vriend werd. En hoe stelde jij je dan op? Niet te veel zeggen en over een ander kletsen, een beetje op de achtergrond blijven, niet te veel opvallen. Kijken. En bepaalde types uit de weg blijven. Welke types? Roddelaars, ‘stokers’ en agressieve types. En de kapitein? Daar had je eigenlijk niet eens veel mee te maken. De beste kapiteins waren de kapiteins die niet teveel zichtbaar waren en hun mensen vertrouwden. Je was heel vereerd als de kapitein een praatje met je maakte. Zeelieden moeten het trouwens niet van de praatjes hebben. Je drinkt gezellig met elkaar een biertje, maakt plezier en werkt, keihard als het nodig is. En als je het moeilijk had of als er iets ergs gebeurde? Dan voelde je dat ze meeleefden, geen woorden maar een tikje op de schouder of zo. Als er gevaar op zee was vochten we als leeuwen, schreeuwden we en scholden we en fiksten we het. En daarna dronken we een biertje. Dan voelde je kameraadschap die ik aan de wal niet vaak heb meegemaakt. Ben je nooit bang geweest? Nee eigenlijk niet, misschien ben je als je jong bent minder bang. Dat geldt voor mij in ieder geval. Je moet niet te gauw bang zijn. Ik ben altijd weer thuis gekomen. En als het je tijd is, is het je tijd. Achteraf denk ik dat het voor het thuisfront moeilijker was dan voor mij.

Morgen staat er een nieuw team klaar om ons land te leiden en te besturen. We zullen zien wat het ons brengt en waarheen de reis gaat. Ik lees en hoor verwachtingen en voorspellingen die weinig goeds beloven. Ik denk aan de woorden van de zeeman. Kijken. Eerst maar eens kijken.

Nb De zeeman, mijn jongste broer Hans die hier boven ‘geciteerd’ wordt reageerde op mijn vraag of het een beetje klopt: ja klopt zeker. Vooral deze die ik geleerd heb en altijd onthouden en toegepast (klopt nl in 80% van de gevallen ‘Vaak vielen mensen die je in eerste instantie sympathiek leken na een poosje tegen. En ook andersom, iemand waar je een afkeer van had, die later je grootste vriend werd’

een zomeravond in Nijverdal

Het is bijna half zeven, de avond gaat vallen over Nijverdal na een stralende zomerdag. Op de terrassen wordt bier gedronken, witte wijn, een hapje gegeten. Wielrenners in strakke pakjes zitten aan de koffie met appelgebak en slagroom. Een cabrio met open dak en gezonnebrilde zwaaiende jonge mensen rijdt toeterend door het dorp. Korte broeken, zonnepetjes, hoedjes, sandalen, slippers, fleurige zwierige jurken overal. Ja het het is zomer.

Een paar straten verderop loopt de laatste bezoeker door de open deur van een kerkgebouw naar binnen. Cijfers geven aan dat het aantal gelovigen en kerkgangers hard afneemt. Dat geldt in zekere mate ook voor Nijverdal, maar dat de kerk ‘leeg loopt’ is niet aan de orde in de Protestantse Gemeente Nijverdal. Zelfs op deze zomerse avond is de kerkzaal in het centrum van Nijverdal goed gevuld. Daar is wel een reden voor. De harpiste Regina Ederveen uit Doornspijk zal medewerking verlenen aan de eredienst. Blijkbaar zijn er veel mensen nieuwsgierig naar. Ze zullen niet teleurgesteld worden. Wonderbaarlijk wat de lieflijke klanken teweegbrengen. Er daalt rust en vrede neer in het gebouw. Het zingen onder begeleiding van een harp is zachter, ingetogener, intiemer. In de bijbel komt het verhaal voor van herder David die de depressieve en onrustige koning Saul tot rust brengt met zijn snarenspel op de harp. De kerkgangers kunnen het begrijpen.

‘Verkwikt en gelaafd’, zijn ze aldus een paar dames buiten bij de fietsen. Ze waren speciaal op de viering afgekomen vanwege harpiste Regina. Ze komen uit Rijssen. Ze hadden het gelezen op de website van de kerk. Volgende week komen ze weer. Dan is er een Johannes-de-Heer-dienst. Dat is heel wat anders. Dat wordt zingen ‘uit volle borst’. De dames gaan voor ze naar Rijssen terugfietsen nog even een ijsje eten op een terras. ‘Gezellig.’

Tous les garçons et les filles

Alle jongens en meisjes van mijn leeftijd lopen twee aan twee door de straat, hand in hand, oog in oog, ze weten wat het is om gelukkig te zijn, ze hebben geen angst voor morgen, ze zijn verliefd, ze maken plannen voor de toekomst.

En ik? Ik ga alleen door de straat. Iedere dag, iedere nacht is hetzelfde. Zonder plezier, met zorgen. Niemand fluistert in mijn oor: je t’aime, ik hou van jou.

Wanneer dan gaat voor mij de zon schijnen, wanneer zal ik hand in hand lopen met iemand, wanneer komt de dag dat ik blij kan zijn, zonder angst voor de dag van morgen? De dag dat ook ik iemand zal hebben die van mij houdt?

Dat is zo ongeveer de vertaling van het lied dat in 1962 de wereld veroverde: Tous les garçons et les filles, van Francoise Hardy. Het lied sloeg in als een bom. Ik was 13 en ik was voor altijd verliefd op het liedje. Ik denk dat ik niet eens helemaal alle woorden begreep, maar het melancholische, de tristesse, van een pubermeisje kwam over. Daar kwam nog bij dat Francoise een hele mooie jonge vrouw was, met prachtig lang sluik haar. Zo wilden we ook zijn. En. Het was in het Frans. De taal, waar ik sinds een paar jaar mee kennis had gemaakt, de taal die mijn hart veroverd had, de taal waar ik van hield, die mij een haast zintuigelijk genoegen gaf als ik de zinnetjes uitsprak: Et la main dans la main, et les yeux dans les yeux. Frans: de mooiste taal die er bestond.

Die er bestaat. Frans. Als ik in een ander milieu zou geboren zijn was ik Frans gaan studeren aan de universiteit. Nu werd het schooljuf en heb ik pas op latere leeftijd de studie Frans opgepakt. Frans en Frankrijk, mijn taal, mijn land. Ik ben er van overtuigd dat daar mijn ‘roots’ liggen. Merci meester Douw van de lagere school in Tilburg die vanaf de 5e klas mij Franse les gaf na schooltijd en merci Francoise Hardy voor jouw chansons, jullie waren de richtingaanwijzers naar Frans, naar Frankrijk. Mon pays a moi.

Vandaag is de verjaardag van mijn oudste broer. Vorig jaar overleed hij kort na zijn 87e verjaardag. Op zijn begrafenis werd Tous les garçons et les filles ten gehore gebracht. Hij was gek op het lied en speelde het vaak af op zijn laptop. Ook toen hij Alzheimer kreeg. Een van de laatste keren dat ik bij hem was luisterden we er samen naar. Hij zong het woord voor woord mee. Mijn broer Gilles met zijn Franse naam, Gillus in het Nederlands, Zjiel in het Frans. Ja het kan niet anders: wij komen uit Frankrijk.

* Francoise Hardy overleed vorige week op 80-jarige leeftijd, ze had een carrière van ruim 30 jaar en werd de Franse variant genoemd van de Britse beatmuziek. Hardy was behalve zangeres ook filmster en model. ‘Stijlicoon voor vrouwen die haar androgyne look omarmden.’ (Trouw) Tous les garçons et les filles schreef ze na haar eindexamen in 1962 op achttienjarige leeftijd. Het nummer werd 2,5 miljoen keer verkocht. De laatste jaren zong ze niet meer, ze was al jaren ernstig ziek.

in het moment

Nee ze is in het moment.” Het antwoord van mijn zoon op de vraag of zijn dochtertje van twee haar moeder heeft gemist tijdens het meerdaagse tripje van hem met zijn dochters. Ik dacht gelijk terug aan leraar Harry die op de kennismakingsbijeenkomst van de Zencursus uitlegde hoe we moeten proberen te leven ‘in het moment’. “Eet als je eet, poets je tanden, als je je tanden poetst. Doe wat je doet met aandacht. Leef in het hier en nu. In het moment.”

Zo zit ik op dit moment aan het tafeltje met uitzicht op de tuin te schrijven. De woorden van Harry en de Zencursus hebben mij heel erg geholpen om te leven in het hier en nu. Het leven te nemen zoals het naar je toe komt. Geen stip meer op de horizon, geen doelen, maar meedrijven op de stroom. Het leven als een rivier. Af en toe komt er iets moois voorbij en spring je er achteraan. Of je laat het aan je voorbijgaan. Dat kan ook.

Het kleine meisje is weer thuisgekomen en is verder gegaan met eten, slapen en spelen. Ze is naar haar popje gelopen en heeft het in haar armen genomen. Ze heeft iets tegen het popje gebrabbeld waar we niets van begrijpen. Haar moeder heeft haar naar bed gebracht en samen hebben ze een liedje gezongen. Is ze al weer vergeten waar ze is geweest? Denkt ze er nog aan terug? Verlangt ze misschien naar opnieuw een uitje met haar grote zus en haar papa?

‘Het kind in jezelf bewaren’, als volwassene kan die raad je helpen om het leven te nemen zoals het is. Maar vóór alles, je zou het ieder kind gunnen: te kunnen leven als een kind. Onbezorgd, verwonderd, tevreden, geliefd: veilig.

Juni

Als je door de straten gaat

worden ze korter?

Schijnen de straatlantaarns helderder

hangen de takken van de bomen dieper

zingen de vogels met voller borst?

En de mensen, lopen ze door de korte straten en staan ze stil om te praten en gaan ze hun schemerende huizen binnen?

Wordt alles aaneen gestikt door de hemel met een kleed van purper boven onze hoofden?

Als je door de straten gaat

is er iemand die je bij je naam roept?

Op het kalenderblad van juni staat bovenstaand gedicht van Naomi Shihab Nije, onder de afbeelding van het schilderij van Paul Klee Hete achtervolging.

Of iemand mij bij mijn naam roept? Ja ik word bij mijn naam geroepen als ik door de straten ga. En het overkomt me vaak. Daarom woon ik graag waar ik woon. Ik word gekend. Bij mijn naam. Dat is een prettig gevoel. Als ik mijn ochtendwandeling maak word ik gegroet. Dat doen de mensen hier in de buurt. Voor mijn huis is een parkje. Iedere dag lopen daar mensen. Ze steken hun hand op, zwaaien of zeggen goedemorgen. Straks loop ik de deur uit en zie ik steevast een oude man achter een rollator met een hondje aan de riem. Zo’n keffertje. Het hondje doet keurig zijn behoefte aan de rand van het grasveldje. Dan pakt de man, met zijn hand in een plastic zakje, behoedzaam de uitwerpselen op, knoopt het zakje dicht en stopt het in het tasje aan de rollator. Als we elkaar zien groeten we elkaar, wensen elkaar goedemorgen en zeggen we iets. Dat het wel erg koud is of nat of juist heel lekker. En als we verder gaan zeggen we: fijne dag. Vanmorgen was hij heel vroeg, ik zag dat hij even naar mijn huis keek. Ik zwaaide van achter het raam. Maar hij zag het niet.

Vanmiddag ga ik naar Amsterdam. Daar kent (bijna) niemand mij. Daar word ik niet bij mijn naam geroepen, ‘als ik door de straten ga’, daar wordt niet gegroet. Maar daar lopen mensen waarbij je je ogen uitkijkt, vrije wonderbare vogels die maken dat je hart ‘met voller borst’ gaat zingen.

*Naomi Shihab Nije, Amerikaanse dichteres van Amerikaans Palestijnse afkomst, 72 jaar oud. Gedicht zonder titel ‘when you go through the streets’

* Juniblad van Kunst & Poëzie kalender van Amnesty International 2024

* Paul Klee ( 1879-1940) Hot Pursuit 1939 gekleurde pasta en olieverf op papier en jute, Collectie Fogg Museum, Harvard Art Museums, Cambridge

madeliefjes

Graham Greene schreef elke dag 500 woorden. Dat wil ik ook gaan doen.’ Mijn vriend M zit tegenover mij. We hadden elkaar een paar maanden niet gesproken. Dat was te lang vonden we. Ik had bij de bakker twee Deense broodjes gehaald voor bij de koffie. We spreken af dat wij dat ook gaan doen: 500 Woorden per dag schrijven. Maakt niet uit waarover. Vriend vond wel dat het stukje dan tip top moest zijn. Dat vond ik niet nodig. ‘Dan leg je de lat weer zo hoog. En ligt er zoveel druk op.’ ‘Gewoon gaan zitten aan tafel en schrijven en stoppen als de teller bij 500 staat.’

Als we goede schrijvers willen zijn moeten we blijven trainen, iedere dag opnieuw. Steeds je af vragen wat beter kan. Vragen om kritiek. Of je daar dan iets mee doet is een tweede. Soms lees ik een tekst van een poos geleden terug en verander ik een tekst nog wel eens. En snap ik niet dat ik het niet anders heb gedaan. Soms, en dat overkomt me ook, denk ik: nou dat was niet verkeerd Wiske, dat heb je mooi geschreven. Schrijven. Een paar keer naar de tekst kijken, teruglezen, schaven, er hier en daar wat aan veranderen en dan moet het klaar zijn. Dan ligt het kindje in de wieg.

Vandaag wil ik schrijven over een madeliefje. Vorige week ontdekte ik in mijn achtertuin voor het eerst een madeliefje in het gras. Daar was ik ontzettend blij mee. Ik wil mijn grasveld achter het huis een beetje laten verwilderen, en snij het onkruid er niet meer uit. Ik wil net zo’n tuin als in de Franse Bourgogne. Een grasveldje met madeliefjes, gele bloemetjes en een paar boompjes. Mijn eigen Franse tuintje. Dat madeliefje was zo maar aan komen waaien en stond er op eens mooi te zijn. Ik heb er direct een foto van gemaakt en die verstuurd naar een paar mensen. Mijn schoondochter is langsgekomen om hem, of is het een haar, te bewonderen. Ze verzekerde mij dat er vast nog meer komen want ze zag plantjes die hetzelfde blad hebben als het madeliefje. Ik speur iedere dag of er al meer zijn maar het blijft bij dat ene madeliefje.

Vriend M wil nog een keer een heel goed boek schrijven en uitgeven. Hij vindt dat ik dat ook moet doen: mijn beste Wiskes bundelen en uit geven. Maar daar heb ik geen zin in, dat lijkt me te veel gedoe. Ik heb al te vaak het gevoel dat ik veel te druk ben. Soms is het zo druk in mijn leven met van alles en nog wat en verlang ik er naar dat ik alleen maar bezig zou zijn met gelukkig zijn met een madeliefje in de tuin.

Vorige week kwam ik in het bos een man tegen die zei dat hij mij ergens van kende. Hij wist niet waarvan. ‘Wij kennen elkaar toch?’ Dat je gekend wordt. Dat je mag zijn. Bloeiende bloemen in de tuin.

*500

tongen van vuur

Een Babylonische spraakverwarring: iedereen praat en niemand verstaat elkaar. Pinksteren is precies het omgekeerde, je gebruikt andere woorden en toch begrijp je elkaar. Twee mooie verhalen uit de bijbel. Het verhaal van de Toren van Babel die tot aan de hemel zou moeten reiken, maar nooit afkwam omdat de bouwers elkaar niet meer verstonden is bekend. De uitdrukking een Babylonische spraakverwarring verwijst er naar. Het Pinksterverhaal is heel wat minder bekend. Mensen die ineens vlammetjes boven hun hoofd kregen en met elkaar konden praten ondanks het feit dat ze een andere taal spraken. Een vreemd verhaal. Nogal ongeloofwaardig.

Deze dagen vieren desalniettemin gelovigen het Pinksterfeest. In kerken, op festivals, bijeenkomsten. In grote getale. Met Pinksteren vieren zij de geboorte van de kerk. Nadat Jezus was gestorven en opgevaren ten hemel was het aan de achtergeblevenen zijn werk, zijn boodschap, het evangelie uit te dragen en te delen. Daartoe ontvingen zij de Heilige Geest, de inspiratie van hierboven, en dat gebeurde op het Pinksterfeest in Jeruzalem. De eerste kerkgemeenschap was een feit.

En wat is die boodschap dan wel? Een boodschap van Moed en Vertrouwen, van Vrede en Vriendschap, van Hoop, van Licht: van Liefde.

Liefde ontvangen, koesteren, terugkaatsen, uitdragen, delen, geven.

*Zaterdag was het een artiest, *zondag was het een kerkdienst, vandaag zijn het de vogels, wat zal het morgen zijn?

* Foto: 19 mei Hof 88 Alex Roeka

* 20 Mei Belijdenis dienst Vuur van de Geest in de Regenboog te Nijverdal

donkere wolken

We zaten op het terras achter in de tuin. De zon scheen uitbundig. Een prachtige dag. Maar dat was het niet. Op het gras stond een jonge vrouw te huilen. Hartstochtelijk te huilen. Ze had net gehoord dat haar moeder ernstig ziek was. We wisten niet wat te zeggen. Wat te doen. Het was niet eerlijk, het mocht niet, het kon niet. We waren verslagen En morgen zou het moederdag zijn. Ook nog.

We hadden donkere wolken gezien, sirenes gehoord, een brandlucht geroken, maar hadden er nauwelijks belangstelling voor.

Een ‘bom’ die ontplofte en een hele wijk wegblies. Er hangt nog altijd een waas van geheimzinnigheid om de oorzaak van de *vuurwerkramp die Enschede trof op 13 mei 2000. Maar. Enschede droogde haar tranen en veerde op: een mooie nieuwe woonwijk verrees op de plaats van de ramp.

En de levens van ons, wij daar in de tuin ?

Gister de tweede zondag in mei, moederdag. De zon scheen, we zaten in de tuin en stonden in het gras. Er waren mooie woorden, lieve gebaren, bossen bloemen, gebakjes en glazen wijn. Er waren kussen en tranen. Tranen van heimwee om wie er niet meer zijn en tranen van geluk. Om wat er is, nog is, en wat nooit verloren gaat: geloof, hoop, liefde. Een hoop liefde.

* De vuurwerkramp in Enschede kostte 23 mensen het leven, waaronder 4 brandweerlieden. 950 Mensen raakten gewond en 200 woningen werden verwoest. De ontploffing was de grootste explosie in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog ( Wikipedia)