Zusje kwijt

Ik sta stil. Ik hoor het goed: Alles in de wind. Kleindochter zingt Alles in de wind. Een kinderliedje over zusjes. Als kind was ik er dol op. Mijn grote zus zong het altijd voor me en we dansten dan samen door de kamer: alles in de wind, onze rokken zwaaiend en zwierend. Alleen bij het tweede couplet werd ik altijd een beetje verdrietig. Dat zusje dat kwijt was dat vond in niet fijn. “Niet zusje kwijt!” riep ik dan als mijn zus het tweede couplet wilde inzetten. Dus gingen we weer zwaaien en zwieren alles in de wind en naar het volgende couplet, waar het zusje teruggevonden wordt onder de brug.

Sinds een jaar of twee is mijn grote zus kwijt. Ze is overgestoken naar een ander land. In dat onbekende land is het wazig en kun je gemakkelijk verdwalen. Die grote zus van mij die mijn haar goed deed en mijn jurk rechttrok kijkt mij vragend aan en vraagt of haar haar zo goed zit. Als ik zeg dat ze een mooie trui aan heeft kijkt ze blij, heel even. De artistieke zus met haar levenslust en creativiteit is angstig en onzeker. Ze leerde haar kleine zusje wat mooi is en echt. Ze bracht de wijde wereld in huis. Rembrandt in een lijstje aan de muur, de Mattheuspassion van Bach op een zorgvuldig bij elkaar gespaarde platenspeler. Boeken, gedichten.

image

Mijn grote zus. Geen zwieren en zwaaien meer. Heel voorzichtig voortbewegen. Alles in de wind, schipperskind. Onder de brug, zusje terug. Kom hier Rosa, je bent mijn zusje.

NoemMij

04

Het is tijd om iets te vertellen over mijn naam, mijn achtergrond.. U kent mijn ooms: de lawaaierige
branieschopper en de goedmoedige krachtpatser. U kent ook mijn lieve oude tante met wie het al enige tijd niet zo goed gaat. Mijn ouders kent u echter niet. Welnu, mijn vader was een zeeman. Mijn moeder een zeemansvrouw. Zoals veel zeemansvrouwen, verlangend naar mijn vader als hij weg was, en als hij er was, verlangend dat hij weer weg zou gaan. Een hardwerkende huisvrouw was ze. Geen kwaad woord over haar. Mijn vader daarentegen was geen gemakkelijke man, en dat is vriendelijk uitgedrukt, een driftige, onberekenbare man. Ja, ik zeg het maar zoals het was.

Maar van mij geen zielig verhaal. Die pa van mij had ook heel veel mooie en leuke kanten. En vooral die zijn me bij gebleven. Zo had hij de gewoonte om iedereen bij ons thuis een door hem bedachte naam te geven. Hij verbasterde je naam of legde eigen accenten. Mijn broertje heeft een hele rij namen gehad, een ervan kent u: Suske

Ik had twee prachtige namen, vernoemd naar 2 krachtige vrouwen. Van mijn pa kreeg ik de naam die u kent. Die naam hoorde je alleen in het gezin, op goede momenten, gebezigd door mijn vader.

” Kom W.. we gaan.” Zondag naar de kerk, de mooie vader, pak, kraakhelder wit overhemd, glanzend gepoetste schoenen, zwierige tred. Een klein meisje meehuppelend. Handje in een bruin gevlekte hand. Mijn vader en ik.

Hij leeft allang niet meer mijn vader de zeeman en die naam is daarmee ook verdwenen. Heel af en toe gebruikt mijn broertje m nog wel es. Dat voelt mooi en goe. Ja, hij was niet gemakkelijk maar wat mocht ik m graag die pa van mij. Hij was en is me lief, zeer lief.

Maar… de allerliefste is mijn popje. .Zij hoort bij mij, is altijd bij mij. Voor haar ga ik door het vuur. Kom niet aan mijn Schanulleke.