De scholen zijn weer begonnen.

IMAG0210

Deze week gaan in regio Noord Nederland de deuren van de school weer open. Een nieuw schooljaar begint. De school leidt je op naar de volwassenheid. De school geeft je de bagage mee om een beroep te leren, je talenten en je kwaliteiten te ontwikkelen. Doelstellingen in hoogdravende taal: lichamelijke, cognitieve, sociale en maatschappelijke vaardigheden.

Maar is dat wel zo? Jelle Derckx van Lijstjesinfo schrijft in een artikel dat hij op school veel geleerd heeft waaraan hij helemaal niets heeft gehad. Okee leren lezen, schrijven, beetje rekenen, aardrijkskunde, geschiedenis. Maar hij heeft vooral veel gemist: lessen over de waarde van leren bijvoorbeeld of over voeding, over jezelf, over financieel management. En de creatieve vakken? Wat stelden die nou helemaal voor?

Is dat zo? Stelde die school eigenlijk niks voor? Was het vooral gezellig met je vriendjes en vriendinnetjes? Of was het juist vreselijk omdat je je niet prettig voelde in de groep, omdat je gepest werd of buitengesloten? En heb je daar juist veel van geleerd? Hoe het leven in elkaar steekt, hoe mensen in elkaar zitten, hoe groepen functioneren?

Als klein meisje ging ik graag naar school, het was daar veiliger dan thuis. Ik dronk de verhalen en de lessen. Ik heb er vooral geleerd dat structuur en regelmaat onder leiding van een gezaghebbende juf of meester een weldaad is. Begreep ook niets van kinderen die niet graag naar school gingen.

Op een reünie vertellen leerlingen wat hen is bijgebleven van de schooltijd.

De sfeer, de strenge meester, de boeiende lessen, de al of niet prettige klasgenootjes, fijne vakken, vreselijke vakken, getreiter van de jongens op het schoolplein, de gym. De doelstellingen die in het leerplan van de school staan worden dan niet genoemd. Nee dat ene moment, die verkeerde opmerking, die akelige breukensommen, dat geweldige schoolkamp. Of de korte rokjes van de juf.

Wat zouden we op school moeten leren? Wat hebben we gemist? Maar ook wat had je nooit willen missen op die vermaledijde school. Waarvoor zou je zo weer naar school willen? Ik weet ’t wel: Het begin van de dag. Het is stil in de klas.
Je hoort de vogels fluiten door het open raam en juf Ouborg vertelt.

Buitengesloten

i5148

Met carnaval trok mijn oom altijd een jurk aan. Hoge hakken, lippenstift, blonde pruik. Dansend en zingend over de Grote Markt. Echt een mooie vrouw werd hij niet maar wel mooi was dat je zag dat hij intens genoot in die rol. Later besefte ik dat hij eigenlijk het hele jaar wel in een jurk had willen lopen, maar ja… , dat konnie dan hoorde je er niet meer bij: buitengesloten.

Op vakantie in Tenerife drinken mijn buren op zondagmorgen gewoon een kopje koffie op een terras. Dat zullen ze in Nijverdal op het Henri Dunantplein echt nooit doen, want ja, dat kannie, dan hoor je er niet meer bij: buitengesloten. In de kantine van de voetbal worden altijd gore moppen verteld. Ik kan er niet echt om lachen. Eerlijk gezegd staan ze me gewoon tegen en zou ik er wat van willen zeggen. Maar ja, dat kannie, anders hoor je er niet meer bij: buitengesloten..

Wie bij de groep wil horen moet zich houden aan de regels van de groep. Belangrijk is niet wat bij jou hoort, maar dat wat bij de groep hoort. De groep geeft je leefregels, richting, je vindt er veiligheid, warmte en geborgenheid. Maar de keerzijde van die veiligheid en geborgenheid is de beklemming van het je voegen, je aanpassen.

Met carnaval mag het er even allemaal uit. Een mooie uitlaatklep. Dat is een paar dagen in het jaar. Daarna ga je het hok weer in. Je kunt ook altijd trouw blijven aan jezelf en dan maar voor lief nemen dat je er nooit helemaal bij hoort. Buitengesloten, maar van binnen vrij.

Schoolplein

picture

Mag ik meedoen? Ja, het mag. Een blik in de kring, een knik. Ja,”ga jij maar bij hun.” Voetballen, knikkeren, touwtje springen, tikkertje, in de zandbak, op de speeltoestellen, in een groepje of alleen met je vriendinnetje. Daar is een groepje aan het spelen en daar en daar zit iemand in haar eentje te kijken. Een schoolplein. Overal activiteiten, ontmoetingen.

De meester en de juf met de handen op de rug heen en weer over het plein, kijkend, stimulerend en ingrijpend als het moet. Niet te veel regels maar wel een paar hele duidelijke die te maken hebben met hoe je met elkaar omgaat en veiligheid. Over de inrichting van het plein is nagedacht: hoekjes, groen, uitnodigende toestellen en vooral ..ruimte, om te rennen te springen te huppelen. Natuurlijk gebeuren wel eens zaken die zich aan het oog van de meester onttrekken, die slimneuzen zijn er altijd en ja ondanks de strenge juf die denkt dat ze alles ziet wordt er toch gepest en buitengesloten.

Maar op deze zonnige septembermorgen ziet dat schoolplein er vredig uit. Kinderstemmen klinken, roepen, lachen, de boink van de bal…Een schoolplein een kleine community, een kleine samenleving. Sinds een week gonst er een nieuwe naam voor samenleving door het land: participatiesamenleving: een vreselijk woord, want wat is nou een samenleving als er niet aan deelgenomen, als er niet geparticipeerd wordt? Een lelijke denkfout van onze leiders in Den Haag. Ze bedoelen gewoon de meester en de juf kijken de andere kant op als er ruzie gemaakt wordt en: willen jullie het zelf maar oplossen? Andere denkfout: van bovenaf opleggen wie met wie moet spelen werkt niet. Het schoolplein heeft een eigen dynamiek. Beetje sturen, stimuleren dat kan, maar van bovenaf opleggen dat we dat en dat gaan doen en die met die moet, nou reken maar van niet.

Nederland is een land van schoolmeesters heb ik wel eens gehoord. Een prachtig beroep. Misschien wel het mooiste dat er is. Mark Rutte en kompanen en dichterbij Anneke Raven, politici in Hellendoorn, doe je handen op je rug, loop rond, luister en kijk. Faciliteer, stimuleer, sus, troost, verbind, grijp in als het moet. En denk niet dat je met regeltjes een samenleving maakt, nee dat zit juist in het creëren van ruimte. Om te rennen, te spelen, te huppelen.