naar Nice

  

Wij waren via de Route Napoleon naar Nice gereden. De weg die door Napoleon was afgelegd na zijn ontsnapping in 1814 van Elba. Vanuit Cannes liep hij met een handjevol getrouwen over ezelspaden richting Lyon. Uiteindelijk zou hij met 1200 man in Parijs als overwinnaar terugkeren. Langs de weg herinneren paaltjes met het keizerlijke adelaarsteken aan de opmars van de keizer. Die bordjes kan ik me niet herinnneren, wel de overal bloeiende en geurende myrthe, de olijfbomen, de eucalyptus, de bergen, de rotsen. En de bochten, de bochten. En om iedere bocht een nog mooier vergezicht. Wat waren we gelukkig. Op vakantie en de weg ernaartoe al een vakantie opzich. Het prachtige Frankrijk. De mooie Provence. Twee kleutertjes achterin op een deken, bovenop de bagage. Veiligheidsriemen of kinderstoeltjes hoefden nog niet in 1978. Vanuit Nice zouden we met de boot naar Corsica. Op de Promenade des Anglais hoorden wij het ruisen van de zee en roken wij de zilte geur van de Mediterranee. Wij waren gelukkig. Deux glaces en deux bieres op een terras. Heel duur, maar vooruit het is vakantie. Straks met de ferry naar Bastia. 

En dan gebeurt het. Aan de overkant van de boulevard staat een jongen op een brommertje aan het slot van onze auto te morrelen.  Het duurt even voor tot ons doordringt wat er gebeurt. Genoeg tijd om het dashbordkastje te openen en de bagage van de achterbank te graaien. Al schreeuwend steken we de drukke boulevard over. Maar het kwaad is geschied. Het brommertje scheurt weg. Gelukkig hadden we de papieren en de portemonnaie bij ons. Wat we kwijt waren viel uiteindelijk mee en na de vakantie kregen we alles terug van de verzekering. Maar wat we wel kwijt waren was het onbezorgde vakantiegevoel van daarvoor. 

Aan die gebeurtenis moest ik denken toen ik hoorde van het bloedbad op diezelfde Promenade des Anglais. Een bocht in de weg. Een onverwacht uitzicht. De flinterdunne overgang van geluk naar ongeluk. Verloren onschuld. Voor altijd.