vriendschapsverdriet*

Ze waren altijd samen. Als de bel ging stoven ze de school uit. Dan gingen ze rennen, voetballen, hutten bouwen of karren in elkaar zetten. Vrienden. Allebei anders. Heel anders zelfs maar echte vrienden. Toen ze na de lagere school allebei naar een andere school gingen veranderde dat niet. Na school, na het huiswerk, zochten ze elkaar op en gingen ze verder met timmeren, met bouwen, brommers in elkaar zetten en vissen.

Alles veranderde toen Piet verliefd werd. Jan kan het zich nog goed herinneren. Hoe de belangstelling van Piet verdween. Hoe hij ellenlange verhalen over het meisje aan moest horen. En hoe hij soms tevergeefs wachtte op Piet. ‘Oh sorry, maar..’ Hoe het contact langzaam maar zeker verwaterde. En hoe ze bij elkaar zaten en Jan voelde dat het weg was, voorbij was, nooit meer hetzelfde zou zijn. Hij voelde zich in de steek gelaten. Jaren later, toen Piet getrouwd was met een heel ander meisje en Jan met een lief aan zijn zij, gingen ze nog wel eens bij elkaar ‘op visite’. Dan praatten ze over de kinderen en hun werk en over de voetbal. Maar het was niet meer zo als vroeger. Dat was voorbij.

Toen Piet weduwnaar werd ging Jan er af en toe langs. Om een kopje koffie te drinken. Dan hadden ze het over vroeger. Hoe leuk ze het hadden en hoe mooi het was. Dat waren momenten dat het er weer was. Zoals het was. Ooit vroeger. Twee kameraden, gezworen kameraden.

Vandaag loopt Jan door een tehuis. De Berkenhof. Hij gaat op bezoek bij Piet. Hij moet door lange gangen en komt langs allerlei ruimtes met oude mensen. Deuren zwaaien open en gaan achter hem dicht. Voor Piet komt, moet Jan wachten in de ‘huiskamer’. Daar zitten mensen op de bank bij een heel groot tv-scherm. Het lijkt of ze alleen maar voor zich uit staren. Alsof ze niets zien, alsof ze niets horen. Piet komt binnen met een ‘begeleider.’ Hij knikt naar Jan. ‘Dag meneer.’

*Vriendschapsverdriet, noemde dichter Ellen Deckwitz het gevoel dat bij haar bovenkwam bij het gedicht van Hans Lodeizen

*Foto: La Pendule 1957 Robert Doisneau

houden van woorden

Eens in de maand hangen ze in een linnen tasje aan de deur. Een stapeltje Groene Amsterdammers, volgens de voorpagina ‘Onafhankelijk weekblad sinds 1877’.

Henk leest geen krant, kijkt geen tv. Hij luistert op de radio alleen naar muziek. Hij leest per week een paar boeken. Bij voorkeur historische romans. En verder leest hij de Groene Amsterdammer. Die krijgt hij eens in de maand van een oud collega. In een linnentasje aan de deur.

Daar heeft hij genoeg aan, zegt hij, om op de hoogte te blijven van wat er speelt in de wereld.

Hij houdt van woorden, zegt hij. Als hij een mooie zin ziet, knipt hij die uit en stopt hij het in een grote houten kist. Hij schrijft de datum, het onderwerp en de persoon van wie de tekst afkomstig is, achterop. Soms legt hij het knipsel op de tafel of stopt hij het in zijn zak om er af en toe even naar te kijken en over na te denken, voor het in de kist verdwijnt.

Vandaag denkt hij na over het gedicht, de regel van Warsan Shire waar de kunstenaar Marlene Dumas naar verwijst: I have my mother’s mouth and my father’s eyes; on my face they are still together

Dat gaat hij uitknippen.

* De Groene Amsterdammer van 11 januari 2024 met Gasthoofdredacteur Marlene Dumas, Beeld zoekt zin

goeie mensen

Het was jaren geleden dat ze hem gevraagd hadden. Een mevrouw van de kerk: Kees zou jij? Een mevrouw helpen die in de schulden zat. ‘Haar financiën niet op orde’, had de vrouw van de kerk gezegd.

Ach, Kees wou dat wel. Net gepensioneerd en hij was de beroerdste niet. Hij had er ook aardigheid in gekregen. En het was hem gelukt ook nog. Na ruim een jaar kon hij de vrouw zeggen dat het tijd was om het nou zelf te doen en dat hij alleen nog maar langs zou komen om een kopje koffie te drinken. Iedere keer dat hij dat deed overlaadde de vrouw Kees met dankbetuigingen en zei ze: ‘ Je bent een goed mens Kees, je bent vriendelijk en streng, en dat heb ik nodig, iedere keer als jij komt denk ik er weer aan om precies te zijn met mijn centjes.’ Af en toe belde ze Kees als er iets was wat ze niet snapte. Dat had Kees ook gezegd dat ze moest bellen als er iets was. Daarbij had Kees met zijn vinger in de lucht gezwaaid en streng gekeken vanachter zijn grote brillenglazen.

Vorige week had ze gebeld. Ze was uitgegleden in de straat en durfde geen boodschappen meer te doen. Zou Kees?

Op het keukenblad had het klaar gelegen: de tas, het boodschappenlijstje, de pinpas. Weer had ze hem op allerlei manieren bedankt: ‘Neem ook een bloemetje mee voor je vrouw Kees.’ Toen Kees het pinpasje in zijn jaszak stopte, keek hij haar aan. Hij boog voorover , kneep zijn ogen samen en legde zijn hand op haar schouder: ‘Misschien moet ik jou wel bedanken, dat je me zo vertrouwt dat je me zo maar je pinpasje meegeeft.’ Ze keken elkaar zwijgend aan. Kees knikte.

bang

‘Papa, papa!’, roept het jongetje. Op de Middellandse Zee dreigt een schip met honderden vluchtelingen aan boord te kapseizen. Een boot van Amnesty International rukt uit met sloepen en reddingsvesten. Een reddingswerker geeft via een megafoon instructies. De mensen moeten de oranje reddingsvesten aandoen en goed luisteren: ‘We gaan jullie allemaal veilig aan land brengen, maar jullie moeten de instructies volgen.’

Eén voor één worden de vluchtelingen overgeheveld vanaf de gammele boot in de sloepen. Één van de eersten is een jongetje. Hij schreeuwt het uit, hij wil niet gescheiden worden van zijn vader: ‘papa, papa!’ Op de boot wordt geschreeuwd, geroepen, geduwd. Een half uur later vaart de eerste sloep naar de kust terug, propvol met enkele tientallen vluchtelingen aan boord. De gammele boot met de achtergebleven vluchtelingen in de verte. In doodse stilte zitten de mensen tegen elkaar aan. Ook het jongetje is stil.

‘Als kind was ik heel bang’, zegt de bijna honderdjarige vrouw. Het is het antwoord op de vraag van de dokter die aan haar bed zit. Nee bang om dood te gaan is ze niet. Ook nu ze weet dat de dood heel dicht bij lijkt te komen. Ja ze had graag honderd geworden, maar als het niet zo is, is het goed. ‘Ik heb een mooi leven gehad. Nee bang? Ja soms kan ik niet slapen en dan kan ik me zorgen maken om mijn kleinkinderen en achterkleinkinderen. Dat ze niet uitglijden op de fiets, of gepest worden. Dat ze gelukkig worden, hun werk houden. Dat ze geen gevaarlijke dingen doen. Ja dan ben ik wel bang. Dat ze geen oorlog hoeven mee te maken, of een natuurramp. Gek hè? Vanmorgen werd ik wakker en toen zag ik een blauw zwaailicht in de verte en toen dacht ik gelijk het zal toch niet voor één van mijn kleinkinderen of achterkleinkinderen zijn?’ ‘En toen was het voor u’, lacht de arts. ‘Maar ik stuur de ambulance weer weg, u blijft gewoon thuis.’

blauwe bogen in Dalfsen

Ik moet hard rennen om op tijd te zijn voor het liedrecital in theater de Stoomfabriek in Dalfsen. Het laaggelegen parkeerterrein stond onder water en in het centrum van Dalfsen was het moeilijk een plekje te vinden. De vriendin met wie ik afgesproken had was zo maar ergens gaan staan met haar auto, maar ik had lang gezocht naar een echte parkeerplek met een parkeerkaart die daar vereist was. Een vriendelijke man bij de ingang verzekerde me dat ik niet bang hoefde te zijn voor een boete, ‘je ziet hier nooit agenten of controleurs’.

Na het concert, bij een bittergarnituurtje en een glaasje wijn praten we over hoe het met ons is, we hebben elkaar een tijd niet gezien. Ze vertelt me een verhaal over een gebeurtenis in de afgelopen week. Ze wilde haar hulp, een oost europese vrouw bedanken voor alles wat ze voor haar gedaan had al jaren lang. De vrouw ging binnenkort ergens anders wonen en vriendin en haar man hadden afgesproken haar een gul afscheidscadeau te geven. De vrouw sprak altijd bewonderend over de mooie sieraden die mijn vriendin draagt en daarom dachten zij aan een sieraad, een ring, een mooie ring. Bij de koffie deze week vroeg mijn vriendin of ze even haar ring wilde passen om te kijken welke maat ring ze zou moeten hebben. De vrouw begreep het niet goed blijkbaar. Ze vloog mijn vriendin huilend om de hals en bedankte haar voor de ring die ze zoooo mooi, zooo mooi vond. Mijn vriendin, die altijd mooie grote ringen draagt, ze heeft er tientallen in alle kleuren en materialen die je maar bedenken kunt, had die dag juist een ring aan waar ze erg aan gehecht is, die heel speciaal voor haar is. Maar ze kon het niet over haar hart verkrijgen de vrouw teleur te stellen. ‘Het deed gewoon pijn haar met die ring te zien. Maar eigenlijk was het ook wel mooi eigenlijk, iets weg te geven dat je echt wat ‘kost’.

Dat vond ik mooi van mijn goede vriendin. Maar het was ook frappant. Uitgerekend twee dagen ervoor had ik met een paar mensen gesproken over een cadeau dat je aan iemand geeft en dat zeer doet. Het was naar aanleiding van het liedje van de Drummer Boy, die zo arm is dat hij geen geschenk heeft, zelfs niet iets kleins, om aan het Kindje in de Kribbe te geven. Daarom ging hij naar de Stal en het Kindje met het enige bezit dat hij had, een oude trommel. Met een paar stokjes uit het veld speelde hij op de trommel voor het Kindje Jezus. Wij bespraken toen wat wij zouden hebben meegenomen naar de stal iets wat ons heel dierbaar was. Iets geven wat haast pijn doet. Wat iets ‘kost’. Ik vertelde over die keer lang geleden dat ik iemand iets had gegeven wat echt zeer deed en als ik er aan terugdenk nog steeds een beetje.

Een goede vriend was bijzonder zorgzaam geweest en had heel veel gedaan in een moeilijke periode in ons gezin. Ik vroeg hem of er iets was wat hij als herinnering aan deze tijd wilde krijgen van ons. Hij dacht na en zei dat hij wel één van de schilderijen van mijn schoonvader wilde hebben, ‘maar hoeft niet hoor!’ Ik had er een heleboel, maar er was er één… . Ik besloot hem te laten kiezen en overwoog die ene achter te houden, maar deed het niet. Ik moest denken aan een verhaal in de bijbel over Ananias en Saffira. Je geeft iets of niets, je houdt niet stiekem iets achter voor jezelf. De goede vriend koos natuurlijk dat ene schilderijtje. Het deed pijn. Als ik bij hen op visite kwam, was het het eerste waar ik naar keek en het deed nog heel lang een beetje pijn.

Maar vooral frappant is het dat twee vriendinnen onafhankelijk van elkaar hetzelfde meemaken, over het zelfde nadenken en praten. Zoals in een mooi schilderij waar een bepaalde kleur even terug komt. Ik kan het niet laten. Ik zie er verbindingen in, samenhang.

Ik maak nog een mooie foto van het hoge water in Dalfsen. Thuisgekomen zie ik dat er prachtige blauwe bogen op de foto te zien zijn. Dat kan niet anders dat heeft met dat blauw in het schilderijtje van mijn schoonvader te maken.

een nieuw begin

Je kan natuurlijk iedere dag beginnen. Met minder op je telefoon te kijken, minder te eten, te drinken; minder te roddelen; eerder uit je bed te gaan of juist vroeger naar bed; minder te somberen, of van alles wat te vinden. Je kan iedere dag beginnen met aardig zijn, attent, positief, gedisciplineerd. Dat bezoekje dat je steeds uitstelt, dat dingetje dat geregeld moet worden, dat klusje dat maar blijft liggen. Je kan iedere dag beginnen dat op te pakken. Je kan iedere dag beginnen een goed en mooi mens te zijn, trouw aan zichzelf, niet mooier dan het lijkt, oprecht te zijn en eerlijk. Dat kan. Zoals je ook iedere dag kan beginnen minder streng te zijn voor jezelf.

Toch is het een mooie traditie om van de overgang van het oude jaar naar het nieuwe jaar daar een speciaal moment van te maken: Opnieuw beginnen. Een gemarkeerd moment met oliebollen, de top 2000, borrels en vuurwerk.

En elkaar een gelukkig nieuwjaar toe te wensen. Iedere dag van 2024 opnieuw beginnen. Met een mooie ochtendwandeling, de puzzel uit de krant of met je ochtendgymnastiek. Don’t give up van Peter Gabriel af te spelen bijvoorbeeld of Beautiful People van Melanie. Een nieuw begin, iedere dag.

Ik wens je een GELUKKIG NIEUWJAAR !

Foto: Kerstkaart van vorig jaar

geen kerstboom

Vanmorgen heb ik uit het bos een takje groen meegenomen. Ik wilde eens kijken hoe dat ook weer staat. Een denne- of sparretakje boven een schilderij. Ik las dat Kees van der Staaij, voormalig SGP lid van de Tweede Kamer geen kerstboom had met kerst, maar dat een takje groen als versiering boven een schilderij bijvoorbeeld van hem wel mocht. Kerstbomen hebben niets te maken met de boodschap van kerst, kerstbomen stammen uit een heidense traditie aldus Kees. Een vooraanstaand theoloog reageerde daar weer op dat dat een broodjeaapverhaal is.

Broodjeaapverhaal of niet, ook bij ons thuis was geen kerstboom. Kerst was de geboorte van Jezus, punt uit. Naar de kerk, kerstliederen zingen, kinderkerstfeest van de zondagsschool met een boek en een sinaasappel. Een lekkere maaltijd zoals iedere zondag met warme pudding en bessensap na.

Mijn oudere zussen haalden heel voorzichtig die heidense wereld in huis. Behoedzaam voerden ze vernieuwingen in. Ze wisten wel hoe dat te doen. Eerst voorzichtig mijn moeder ompraten: ‘bij van Duin doen ze het ook’. Dan het aan tafel aan de orde stellen als pa in een goede bui was, dan moest het lukken. En het dan zelf gelijk doen voor ma zich weer bedacht. Een takje groen boven een schilderij. Het eerste jaar nog zonder versiering, vervolgens ieder jaar een beetje meer aangekleed, een lintje, op een gegeven moment zelfs een glinsterende kerstbal. Er kwamen kaarsjes in huis. Kleine witte kaarsjes in een rood houdertje. En ook de de maaltijd ging steeds meer lijken op een kerstdiner. Dat had vooral te maken met het mee eten van de verkeringen van de drie oudsten.

Een gladgestreken damasten tafelkleed, het goeie servies, een plat bord en een diep bord, het bestek opgepoetst en precies zo als het moest liggen. Vader, moeder, zes kinderen, drie verkeringen en de ongetrouwde zus van ma. Groentesoep zoals alleen mijn moeder ze kon maken, dan aardappelen, spruitjes en draadjesvlees dat de dag ervoor uren op het petroleumstel had gestaan en we al die hele middag en avond hadden geroken. Stoofpeertjes natuurlijk. Warme pudding met eigengemaakte bessensap na. Pa die uit de bijbel voorlas. Bidden voor de maaltijd en erna. Ma die op het orgel speelde uit Johannes de Heer. Zachtjes meezingen, of neuriën want meezingen was geen sinecure, ma greep vaak mis en moest soms lang zoeken naar de goeie noot.

Ik zou er heel wat voor geven om nog eens aan te schuiven aan die mooi gedekte tafel aan de Valkenburgseweg in Katwijk aan de Rijn. Of samen met mijn zus boven mij nog eens ophalen hoe dat er aan toe ging aan tafel bij ons. Zoals bij de komst van het takje boven het schilderij, of het met elkaar zingen als ma orgel ging spelen. Wat zouden we lachen. Wat zouden we lachen.

*Een broodjeaapverhaal is een verzonnen verhaal dat als waargebeurd wordt doorverteld en doorverteld en daardoor langzaam maar zeker voor waargebeurd wordt aangenomen.

vloeken in Notter

Langs de Regge tussen Nijverdal en Wierden ligt de buurtschap Notter. Een paar boerderijen, een buurthuis en een dorpsschooltje. Dat is het wel zo’n beetje. Maar ook de geboortegrond van actrice Johanna ter Steege. Stanley Kubrick* noemde haar ooit de beste actrice ter wereld. Ze speelde in het theater en in films over de hele wereld. Ze ontving prestigieuze prijzen. Ze was de hoofdrolspeler naast Herman Finkers in De Beentjes van Sint Hildegard, de best bekeken film in 2022 in Nederland. In Twente kent iedereen haar van haar theaterspektakels op vliegveld Twente ‘Hanna van Hendrik’ en ‘De vergeten Twentse Lente’: Johanna ter Steege uit Notter.

Gek genoeg kende geen van de drie kunstenaars van Sterren op het Doek haar. Blijkbaar komt ze niet vaak genoeg in talkshows en geeft haar leven geen aanleiding tot nieuws in de roddelbladen.

Ze vertelde over haar jeugd op het land waar het leven goed was. Het leven in Notter. Een fijn gezin, maar streng in het geloof. Al vroeg nam ze afstand van het benauwende wereldje waar haar ouders in leefden. Zonder het contact met hen te verliezen.

Als actrice kwam ze in een wereld die ver af stond van wat ze in haar jeugd had meegekregen. Toch wilde ze haar ouders laten zien waar zij mee bezig was, wat haar wereld was. Haar ouders kwamen kijken naar een voorstelling. Uitgerekend in deze voorstelling werd zonder ophouden gevloekt. Haar ouders stapten op midden in de voorstelling. Ze waren totaal ontdaan van het gevloek, het was zo erg dat haar vader nauwelijks in staat was terug te rijden.

Johanna ter Steege vertelde dat in haar Theatervoorstellingen in Twente niet gevloekt wordt. Presentator Eus keek daar van op. “Waarom niet, doe je dan geen concessies?”. “Waarom zou je vloeken als je weet dat je daar mensen mee kwetst?”, was het antwoord. Bijna 50 jaar later kijken we wat anders aan tegen het bestormen van de gevestigde orde en het neerhalen van heilige huisjes in de tijd van de zestiger jaren en de decennia die daar op volgden. Het kon niet grof genoeg zijn. Vloeken en smerige taal zonder grenzen. Puberaal eigenlijk. De volwassen actrice wees de jonge presentator de weg. Op een dag kom je er achter dat het niet meer nodig is: schoppen en schelden. Dat het veel aardiger is elkaar in je waarde te laten. Liefdevoller. Vruchtbaarder ook.

Sterrren op het Doek is een tv-programma van omroep Max op NPO 1 gepresenteerd door Ozcan Akyol. Bekende Nederlanders laten zich portretteren door drie verschillende kunstenaars. De bekende Nederlander kiest welk schilderij hij of zij het mooist vindt en mee naar huis neemt. De twee andere worden bij op bod verkocht. De opbrengst gaat naar een goed doel. In de uitzending van 9 december 2023 was Johanna ter Steege te gast.

Stanley Kubrick was een Amerikaans filmregisseur, bekend als de meest vernieuwende en invloedrijke regisseur aller tijden.

het gedicht

Ieder jaar zijn het weer dezelfde omtrekkende bewegingen. ‘ Is mij niet gelukt hoor, een gedicht, niet erg hoop ik?’ ‘Dit jaar maar een keer afschaffen die gedichten?’ Ik trap er niet meer in. Want natuurlijk zijn er ook dit jaar weer gedichten. Gedichten waar met nieuwsgierigheid naar wordt uitgekeken. Die hardop worden voorgelezen. Waar ademloos naar geluisterd wordt. Die van commentaar worden voorzien bij het oplezen. En die een luid applaus krijgen aan het eind. De gedichten zitten vol waarschuwingen, adviezen en plagerijen, maar ook wijze levenslessen en woorden van dankbaarheid met aan het eind steevast liefdevolle groeten.

Het waren weer hele mooie gedichten. Op papier met plaatjes en via een linkje op je telefoon.

Vreemd als je er over nadenkt. Dat je als volwassen personen in de huid van een verzonnen figuur een brief schrijft aan elkaar. Samen liedjes gaat zingen voor een zogenaamde ‘Sinterklaas’ die van alles over jou weet. En dat je met zijn allen in die fantasie meegaat en meedoet. Speelt. Zoals vroeger. ‘Dan was jij … en ik schreef aan jou een brief.’ Gek eigenlijk. Maar vooral heel erg leuk.

Mijn oudste zoon begint al jaren zijn gedicht met precies dezelfde zin. Dat ik weer een jaartje ouder ben maar nog altijd even ‘fief.’ De zin erna eindigt op hartendief. Dan volgt een beschrijving van hoe hij mij het afgelopen jaar heeft waargenomen en hoe hij daar naar kijkt. Toen ik hem vroeg waarom hij altijd met dezelfde zin begint kreeg ik als antwoord dat het een test is. Zolang ik die eerste zin van zijn Sinterklaas gedicht ieder jaar nog herken, hoeft hij zich geen zorgen om mij te maken.

La Divina

Zaterdag 2 december is het honderd jaar geleden dat Maria Callas werd geboren. Op allerlei manieren wordt er aandacht aan besteed: documentaires, artikelen, boeken, een film en in Nederland een speciaal concert van Phion met Francis van Broekhuizen en de sopraan Elenora Hu. En door Wiske, door mij, want ik ben een groot bewonderaar van Maria Callas. Al heel lang.

Ik denk dat het te danken is aan mijn grote zus, die dan tegen me zei, Willy moet je eens luisteren. We keken naar de foto van de mooie vrouw op de platenhoes. Samen luisterden we naar de prachtige stem uit de platenspeler. ‘Mooi he’, zeiden we dan. Het schijnt technisch niet perfect te zijn maar ieder is het er over eens dat zij behoort tot ‘s werelds grootste operazangers ooit. Dat heeft te maken met het bijzondere timbre en de passie en bezieling die zij in haar zingen brengt. Callas zingt uit het hart. Daar ging het om, de techniek kwam op de tweede plaats.

Ik bleef de zangeres volgen en toen zij door de miljonair Onassis ingeruild werd voor weduwe Jackie Kennedy was ik hevig verontwaardigd en bedroefd voor haar. In 1992 las ik de biografie van Arianna Stassinopoulos over haar turbulente leven. Daarna heb ik in Parijs haar graf gezocht op Pere Lachaise. Maar ze was niet begraven, ze was gecremeerd. Haar as is in 1979 verstrooid in de zee voor haar geliefde eiland Skorpios. We vonden uiteindelijk een gedenkplaat bij het Columbarium.*

Ze was in 1977 aan een hartaanval gestorven in een appartement in Parijs waar ze een eenzaam bestaan leidde. Na de dramatisch verloren liefde was haar hart gebroken en kon ze ook niet meer zingen als vroeger. Ze stierf aan een gebroken hart, vertelde Francis van Broekhuizen in de theatervoorstelling Maria Callas 100 jaar-een leven in aria’s.

Callas leefde voor de liefde en de kunst. Daar ging het om. Veeleisend was ze. Aardig willen zijn was er niet bij als het om haar vak ging: Kunst is domineren, Ik zal zo moeilijk zijn als nodig is om het beste te bereiken. Praat me niet over hoe het altijd is gegaan. Waar ik ben bepaal ik de regels. Ik werk niet voor geld maar voor de kunst. Je bent geboren als kunstenaar of niet.

Sterven aan een gebroken hart. Klinkt dramatisch. Maar past helemaal bij de gedreven en gepassioneerde kunstenaar Maria Callas. Alles of niets.

Als iemand van mijn zang iets gelukkiger wordt, heb ik mijn doel bereikt, zei ze vaak. Meer dan dat.

Pere Lachaise Parijs