de steen

Je bent wolk, zee, vergetelheid. Je bent ook wat je hebt verloren”. Aldus Jorge Luis Borges, een Argentijns schrijver uit de vorige eeuw. Raadselachtige woorden. Ze stonden voor in een boek. Als motto. Had ze op een papiertje geschreven en op een tafeltje gelegd. Af en toe las ik ze en dacht er over na. 

Deze zomer verloor ik een steentje. Ik had het steentje 15 jaar geleden gekregen van mijn 1 jaar oude kleinzoon. Hij had het voor me meegenomen uit Portugal. Zijn oma had immers iets met stenen. Het steentje lag vanaf die tijd op mijn nachtkastje. Soms onder het kussen. Vaak werd ik wakker met de steen in mijn hand. Die was dan warm. Als ik op vakantie of logeren ging nam ik haar mee. In mijn broekzak. Als het spannend was voelde ik naar de steen. En waar ik ook slapen ging daar was de steen in de buurt. Toen ik deze zomer terugkeerde van vakantie kwam ik er achter dat ik de steen achtergelaten had in het hotel. Vergeten. Hoe was het mogelijk. Portemonnaie, mobieltje, maar geen steen. Vreemd. Want juist deze vakantie had ik overwogen de steen achter te laten. 

Het was bij een put op de binnenplaats van een fort. Een stenen put met een ijzeren deksel erop. En op dat deksel een kei. Een ruwe steen. Ik vroeg me af waarom de put zo hermetisch was afgesloten. Behalve het hangslot ook nog een zware kei. Om vandalisme te voorkomen? Vervuiling? Geen troep in de put? Of om veiligheidsredenen? Misschien een hele diepe waterput waar je in zou kunnen vallen als je te ver voorover buigt. Ik dacht aan aan het afdekken van iets dat heel diep verborgen zit. En dat het goed kan zijn als dat goed opgeborgen is. Zoals nare gedachten: zwarte slangen. Slangen die ik op zou willen sluiten. Niet langer kijken in die put. Niet langer roeren in het troebele water. Deksel erop. Dicht. Steen er bovenop. Misschien zou ik er een steen bij moeten leggen. Als symbool. Misschien wel mijn lievelingssteen. Ik deed het niet. 

En nu was het me overkomen dat de steen achtergebleven was in dat verre land. Wat ik zelf had willen doen, overkwam me. Mijn moeder zou hebben gezegd: “Het heeft zo moeten zijn”. Aan die woorden dacht ik. En aan de woorden van Jorge Luis Borges: “Je bent ook wat je hebt verloren”.