Geel is de kleur van de zon, van de lente, van intelligentie, dromen, zelfvertrouwen, kennis, visioenen, mentale kracht, inzicht, herinneringen, van vreugde en geluk, vertelt internet.
Dat de winnaar van de Tour in het geel rijdt is te danken aan het feit dat bij de eerste Tour in 1903, het organiserende blad l’Auto, op geel papier werd gedrukt. Reclame al vanaf de eerste dag van de Tour dus. Niks spiritueels of symbolisch.
Het waren mooie weken met een onverwachte winnaar: Een jonge frêle Deense renner met een ijzersterke ploeg om zich heen. Een verlegen, onzeker mannetje dat een paar jaar geleden nog bevend van angst op de fiets stapte voor zijn eerste grote ronde, wint de grootste wielerronde die er is: de Tour de France. Zonder grote woorden maar onverzettelijk en vastberaden op weg en onderweg naar het Geel.
De emotie van de winnaar in de armen van zijn twee vrouwen, zijn geliefde en zijn dochtertje, waren de mooiste die ik zag deze tour. Geen film, geen theatervoorstelling, geen kunstwerk kan mij zo raken als de emotie van sport. Pure schoonheid. En dat een paar weken lang iedere middag op de buis terwijl buiten de kopergele ploert aan de hemel brandt.
“Klein, gelovig en conservatief”, noemde dj Timur Perlin Nijverdal ter gelegenheid van het eerste Pride Event in het dorp op woensdagavond 13 juli. En dat daar nu een dergelijk evenement werd gehouden was “groot”en “historisch.”
Ik ergerde me aan de stickers die mijn dorp meekreeg van de dj. Om te beginnen met conservatief. Ik zou eerder zeggen traditioneel dan conservatief. De bevolking houdt niet van dikdoenerij en buitenissigheid, reageert argwanend en afwachtend bij veranderingen, maar conservatief? En gelovig? Nou ga zondags maar eens een willekeurig kerkgebouw binnen: vooral heel veel lege banken. Als er één kerkgebouw zou staan in Nijverdal zouden zonder moeite alle kerkgangers van de diverse kerkgenootschappen er in kunnen. “Klein” dan? Een dorp van 24000 inwoners is geen dorpje, maar een flinke plaats. Een plaats die bruist en bloeit dat het een lieve lust is in een prachtige omgeving. Een plaats waar men niet wakker ligt van een transgender in de straat en waar men geen woorden vuil maakt aan een homofiele lijsttrekker van een politieke partij. Waar men af en toe ontzettend kort door de bocht kan zijn; en kleinzielig; en zeurderig; vooroordelerig en onredelijk, bot en alles wat een mens aan onhebbelijkheden kan bezitten. Maar ook: meelevend, sociaal, handenuitdemouwenstekend, sportief, begaan, betrokken, initiatiefrijk, en wat een mens maar aan mooie eigenschappen kan hebben. Gewone mensen dus net als overal. Misschien wat minder open en wat meer bescheiden dan elders. Voor het meerendeel mensen die “klein” willen leven. Zoals in het gedicht van Starik: Geen overdreven sjieke dingen eten, geen jacht, geen villa met een hek, gewoon klein leven. Eigenlijk niks mis mee. Om klein te zijn. En gelovig. En conservatief. Waarom niet eigenlijk?
*Starik schreef het gedicht Klein leven voor een man die dood werd gevonden in een eenvoudig benedenhuis in een oude wijk. Starik schreef het gedicht en las het bij zijn begrafenis. Het ging om een alleenstaande man van 93, nooit gehuwd geweest, in wiens huis een enorme som contant geld in een tas werd gevonden. Niemand in zijn omgeving had er iets van geweten. Hij leefde sober en eenvoudig en deed niets met het geld waar hij een villa of een jacht mee had kunnen kopen. ‘ Eenzame uitvaart‘ is een project dat in verschillende grote steden dichters een gedicht laat schrijven en voorlezen bij de begrafenis van mensen zonder nabestaanden.
* Foto, zicht op Nijverdal, met links de huizen aan de Koersendijk en in de verte textielfabriek Ten Cate, met de voor iedere Nijverdaller herkenbare fabriekspijp, rechts het paadje tegenover het station.
Eentje van Van het Reve? Of Kopland? Of een moderne? Merel Morre? Babs Gons? Een Jules Deelder? Een kindergedicht? Annie MG Schmidt? Of toch Campert? Actueel!
Ik zoek in mijn papieren. Vanmiddag sluiten we het boekenseizoen af met ons leesclubje. Al een paar jaar sluiten we het af met een middag in de tuin. Dan lezen we elkaar een gedicht voor en we vertellen waarom dat speciale gedicht. Het is een mooi gebeuren.We bewonderen de tuin van de gastvrouw, wisselen de laatste gezondheids- en welzijnssituatie van elkaar, drinken een kopje thee met wat lekkers. En dan gaan we beginnen. We luisteren naar de gedichten en zuchten en zwijmelen, zijn verrast en ontroerd door het gedicht en om het verhaal achter de keuze van het gedicht. Het wordt een bijzondere middag dat is zeker.
Tussen de bundeltjes en knipseltjes vind ik het gedicht dat ik ga voorlezen. Het is een ode aan mijn oudste zus die mij de liefde voor kunst, voor muziek en de dichtkunst bijbracht. Het gedichtje heeft ze me eens gestuurd. In haar karakteristieke handschrift uitgeschreven. Het is De Trek van Vasalis over een vrouw op een boerenwagen met twee stil-starende kleine zonen die de dichter op een avond voor bij ziet gaan, gezeten op een hek, met het prachtige eind: Hun hoofden draaiden om naar mij, zo reden ze zwijgzaam en licht voorbij, zo rustig, haveloos en vrij… Ik keek hen na; ik dacht, ik wou zo rustig zijn en nergens wonen.
Ik moet iets vrolijkers kiezen. Het is te. Te mooi. Te ontroerend. Te dicht bij.
Mijn opa was boer. Een eenvoudige boer in Katwijk aan de Rijn. Toen hij oud werd deed hij de boerderij over aan zijn oudste zoon, die vervolgens het bedrijf overdeed aan zijn zonen, die het bedrijf niet voortzetten en een ander beroep kozen. In de familie zijn de boerengenen nog wel aanwezig. Kleine boerderijtjes op het platteland om in te wonen, en de droom van een aantal dat ze eigenlijk het liefst boer hadden of zouden willen worden. Veel meer is er ogenschijnlijk niet over van de boerenachtergrond. Op de liefde voor de natuur en het buitenzijn na natuurlijk en de liefde voor dieren. En het gevoel van lekker in je ouwe kloffie klussen en rommelen. Gewoon willen zijn. Eenvoudig. Ja nu ik er over nadenk realiseer ik me dat er misschien wel meer boerenbloed in ons vloeit dan gedacht.
Mijn sympathie gaat daarom ook uit naar de boeren. Omdat ik boerenbloed heb. Maar ook omdat ze al jaren gepiepeld worden door onze overheid. Eerst groter moeten worden, dan weer niet, aanpassen, aanpassen en nooit is het genoeg. En nu het stikstofprobleem. Vraag me niet hoe het op te lossen. Wie ben ik. Maar het eenzijdig op het bordje van de boeren leggen, nee dat kan niet.
“Maar keur je dan al die grove acties goed?”. Nee natuurlijk niet, geen enkele uitwas valt goed te keuren, maar het komt de politici wel goed uit om het vooral daar over te hebben in plaats van in te gaan op de inhoud van het protest. Willen wel onderhandelen, maar wel met een in beton gegoten uitgangspunt. Wat moeten de boeren dan doen om gehoord te worden? Serieus genomen te worden? Ik zit niet op een burgeroorlog te wachten maar stiekem hoop ik toch dat deze boerenopstand het begin is van het wakkerschudden van politici die totaal vervreemd zijn van de man en de vrouw in de straat. Het leven van gewone mensen.
Foto: Ansichtkaart uit 1959 met mijn oom Piet op de foto bij zijn koeien, Katwijk aan de Rijn
Boerenopstanden: Een bekende isdie van 1381 in Engeland, een opstand veroorzaakt door economische en sociale spanningen veroorzaakt door de Zwarte Dood (Wikipedia), recentere zijn de Boerenoorlog in Zuid Afrika, in eigen land de Boerenopstand van 1963 in Hollandscheveld en de Boerenopstand in Tubbergen in 1971, waarover het theaterstuk Hanna van Hendrik gaat.