
Iedere zondagmorgen om 8 uur luister ik naar een programma met religieuze muziek op de lokale radiozender van HOi. Ecclesia heet het. Tijdens het programma van een uur is ook altijd een overdenking van een geestelijke. Op zondag 1 november is het de katholieke pastor Maroesjka Sleegers die vertelt over Allerheiligen en Allerzielen op 1 en 2 november. Op 2 november is het Allerzielen dan worden de doden herdacht en op deze zondag 1 november is het Allerheiligen dan denken we aan alle heiligen. Zij legt uit dat iedere dag in het jaar een heilige wordt gevierd en geëerd zoals bijvoorbeeld op 4 oktober Franciscus. Omdat er steeds meer heiligen bijkwamen in vroeger tijden, meer dan 365, werd er voor de heiligen die geen eigen dag hadden op 2 november een speciale dag uitgeroepen: Allerheiligen. ‘En… behalve dat we aan al die heiligen denken, bidden we ook voor ‘stille’ heiligen, mensen die onopvallend, zonder ophef, in alle bescheidenheid, goed zijn geweest of nog zijn in jouw omgeving.’ ‘Iedereen kent wel zulke mensen.’ Ik dacht na over de stille heiligen die ik kende en moest denken aan de man van de kerk die jaren lang eens in de zoveel tijd op bezoek ging bij de visserman die voor iedereen zo onbereikbaar was geworden. Dan belde hij aan of klopte op de deur. Heel af en toe ging de deur open maar meestal bleef de deur dicht. Hij gaf niet op. Soms ging de deur wel open. Dan maakte hij een praatje. Gewoon een praatje, geen moeilijke woorden, geen lastige vragen, geen gepreek. Even een praatje.
Een paar uur later, aan het eind van de morgen leegde ik de brievenbus. Ik was een paar dagen weggeweest, naar zee. Daar had ik nog aan de visserman gedacht toen we in gesprek kwamen op het strand met een visser.
Tussen de post vond ik een kaart van overlijden. Ik wist van wie de kaart moest zijn. De vrouw, een goede vriendin was al jaren ziek, en het ging al een poosje slechter. Hoe bijzonder. De woorden van Maroesjka pasten naadloos op haar. Ook zij was een typisch voorbeeld van een ‘stille’ heilige. Ook zij had vaak voor de deur van de visserman gestaan en ook voor haar was de deur wel eens opengegaan. En wat had ze omgezien in de moeilijke tijden. ‘Zonder ophef, onopvallend, in alle bescheidenheid.’ Wat is ze goed geweest voor mij, voor ons. Wat een vriendschap heeft ze getoond. In goede tijden en in slechte tijden.
Boven de kaart lees ik:
‘Ga: tot het einde der aarde, tot het uiterste, daar zal de liefde zijn: ga ..’

Ich finde dich in alle Dingen, schreef Rilke
- Foto’s: Tossa de Mar, juli, Schiermonnikoog oktober