hand in hand


Ik heb een afkeer van grof taalgebruik. Ook hou ik niet van dronkemansgelal. Gore moppen: nee dank je. Het uitdagende sexueel getinte gedrag van een wiegende mensenmassa zoals de Gaypride, tongzoenen op straat door hetero’s, homo’s: liever niet. Zelfs sexende hondjes doen mij het hoofd afwenden. Ik hou er niet van. Restant van mijn opvoeding, Gereformeerde achtergrond, gewoon preuts?

Wat het is, is het. Ik zal er een ander niet om veroordelen, maar ik hoef het niet. Het lichamelijke is te mooi om grof mee om te gaan wat mij betreft. 

Maar nu die handen. 

Wat bewoog jongens er op los te slaan omdat mensen hand in hand lopen? Omdat het twee mensen van hetzelfde geslacht waren? Mannen? En misschien nog wel verrassender: de massale reactie op het incident. Overal mensen ineens hand in hand. Omdat het zou gaan om jongens met een islamitische achtergrond? Ga eens een voetbalwedstrijd bezoeken en hoor eens wat daar geroepen wordt. De plotselinge solidariteit met bedreigde homo’s, gelinkt aan islamafobie. Ik vind het verdacht.

Elkaar een hand geven, elkaars hand vasthouden. Contact. Verbinding. Intimiteit. Het kinderhandje dat in de hand van de moeder glijdt. De verliefde puber die heel voorzichtig de hand van de ander zoekt, om dan met die hand in hand te laten zien: wij horen bij elkaar. Het oudere echtpaar dat hand in hand voortschuifelt. Het schoolklasje dat hand in hand naar de gymnastiek loopt. Hand in hand aan een ziekbed. De hand van meester Klop aan het begin van de schooldag. De herwaardering van een hand geven. Het met aandacht geven van een hand ten koste van drie zoenen in de lucht. Ik zou er voor zijn. 

bloemen van go ahead

De bel gaat. Als ik de voordeur open doe, zie ik niemand. Het pad is leeg. Maar achter de laurier beweegt wat. Met een bos bloemen in de hand komt hij lachend te voorschijn. 2 April. Kleinzoon brengt bloemen die ik zelf betaald heb. Moet hij. Van zijn club. Bloemen verkopen voor het voetbalprogramma in Oeganda. Een goede zaak vond ik. Niet alleen aan jezelf denken en met de bloemen kun je ook nog een ander blij maken. Ik heb een paar bossen besteld. 

Kleinzoon wil wel een colaatje en een picolientje. Ja pak er gerust nog maar eentje. Hoe het ging gister. Niet best. Weer verloren. Al negen keer achter elkaar verloren. Gister stonden ze in de pauze met 2-1 voor.  En toch weer verloren. Hoe het kwam, en hoe ze de moed er in proberen te houden. Dat het zo maar weer anders kan gaan. 

We bespraken ook nog de landelijke competitie. Ajax Feyenoord. We waren er allebei niet zeker van dat Feyenoord zou gaan  winnen. Dat kwam uit. Ajax won. De streekderby Twente Go Ahead? Kleinzoon was zeer beslist. Twente. Nou niet dus. Go Ahead, zijn club, won met 2-1 in de Grolsch Veste. Op 4 februari had de ploeg  uit Deventer voor het laatst een uitwedstrijd gewonnen. 

De bloemen staan in de vaas bij de moeder van een vriendin. Ze was er hardstikke blij mee. Ze dacht dat ze van de kerk waren. Nee van de voetbal. Van Go Ahead. 

Betty Asfalt

Toen ik zaterdag in de trein stapte naar Amsterdam keek ik recht in het gezicht van Roelie. Ze was samen met man en hond op weg naar een wandelplek op de Veluwe. In de 90-er  jaren reden we iedere week samen naar Zwolle waar we Frans studeerden. We spraken in de reis van Nijverdal naar Zwolle over onze kinderen en over het reisje naar Parijs dat we destijds maakten met een groepje aankomende juffen Frans. 

Een dag later moet ik weer aan die reis denken als ik in een klein zaaltje in Amsterdam me in een dergelijk theater op Mont Martre waan. Betty Asfalt, aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal met David Vos en Netty Krull op het piepkleine podium. En er wordt ook nog Frans gezongen. En hoe. Mon merveilleux amour van Brel. Liederen van Nijgh, van Wilmink en Lieven Tavernier. Per ongeluk in terecht gekomen na de agenda van het Parool door gevlooid te hebben. Uit de rubriek En Verder. 

In de gemeente Hellendoorn zijn twee mensen geabonneerd op het Parool. Dat vertelde mij vorige week Bob, een geboren Amsterdammer die nog steeds spreekt met een lichte Amsterdamse tongval. Bob is een van de leukste mannen die ik ken hier in het dorp. Hij weet alles van klassieke muziek en van literatuur. En van sport, voetbal in het bijzonder. Ik denk dat hij mij ook wel kan vertellen waarom dat theatertje Betty Asfalt heet. Dat kon ik vanmorgen niet vinden op internet. Wel dat het theater van Paul Haenen is. Dat het een rijksmonument is waar in 1725 een burgemeester in heeft gewoond, dat het een Prinsenschool is geweest en dat Sieto Hoving er met zijn cabaret Tingel Tangel heeft opgetreden. 

Bob komt woensdag hier om te praten over “Een klein Leven” van Hanya Yanihara. Ik moest dat lezen van hem. Dat heb ik gedaan. Een pil van meer dan 700 bladzijden. De mooiste woorden uit het boek liggen al klaar. Daar gaan we het over hebben.

” Ik weet dat  mijn leven zin heeft  omdat, omdat ik een goede vriend ben. Ik hou van mijn vrienden, ik geef om ze, en ik denk dat ik ze gelukkig maak” ( Willem)




Foto: Bouke Meindersma 


een soort van blijven

Gister kwam er een berichtje van een paar jaar geleden tevoorschijn op mijn facebookpagina. Met naam en toe naam werd ik toegesproken: Wil wij geven om jou en de herinneringen die je hier deelt. We dachten dat je het leuk zou vinden om terug te kijken op dit bericht. Ik las het berichtje en herinnerde me dat het had te maken met mijn liefde voor de stem. Ik houd van lage vrouwenstemmen. Marianne Faithfull bijvoorbeeld. Of  Marlene Diettrich. En Kitty Courbois. Zij overleed in 2017. En naar aanleiding daarvan schreef ik een stukje. Kitty Courbois was net als ik een bewonderaar van de dichter Hans Lodeizen. Lodeizen heeft heel wat gedicht over weggaan en verlaten. Hij zegt dat iemand je eigenlijk nooit kan verlaten en op een of andere manier toch altijd bij je blijft. In haar column van afgelopen zaterdag in de Volkskrant beschrijft Eva Hoeke het als “de schrijnende aanwezigheid van afwezigheid”. Zij doelt daar op het gemis van van haar vader de Boogie Woogie pianist Rob Hoeke. Rob Hoeke kwam tijdens  zijn militaire dienstplicht in Tilburg regelmatig in het Protestants Militair Tehuis aan de Olijfstraat, waar mijn ouders beheerders waren. Rob speelde daar altijd hetzelfde deuntje op de piano. Af en toe hoor je het nog wel eens op de radio. Ik herken het dan direct. Ik zie hem dan voor me. Hij zag er geheel anders uit dan de andere jongemannen van de Aan en Afvoer Troepen. Hij had ellenlange gesprekken met mijn moeder. Dat herinner ik me. Ook een soort van blijven zou je kunnen zeggen. Zijn stem kan ik me niet herinneren. *

KITTY COURBOIS

*

 5 Jaar geleden zag en hoorde ik haar voor ’t laatst. In Concordia. In Enschede. “Courbois, parels van poëzie”. Kitty Courbois. Nog net zo mooi als vroeger. Nee mooier. Met rimpels en een beetje slordig het haar, iets afwezigs en droevigs in de ogen. Sterk en kwetsbaar. Ultieme schoonheid. Een jongen, een vrouw. En de stem met de zachte geee, de stem die je uit duizenden herkent. Laag, hees, zwoel.

Ze las Szymborska Einde en Begin, het Lamento van Campert, Het carillon van Ida Gerhardt. En. Hans Lodeizen: 

* column uit maart 2017 bij het overlijden van Kitty Courbois

* bewerkt 30 september 2019 

slag in de Javazee


Yep, appte mijn broer gisteravond op mijn vraag of hij ook keek naar de documentaire over de Slag in de Javazee op NPO2. Want 75 jaar geleden was daar onze Pa. Dat wil zeggen daar in de buurt. Hij was gewond geraakt op de Tromp een paar weken ervoor bij de schermutselingen voorafgaand aan de echte Slag. Op 5 maart 1942 zou hij als de laatste aan boord gaan van de Abraham Crijnssen. Het was een Nederlands oorlogsschip, het laatste schip dat Soerabaya verliet. Vermomd door bladeren en takken vertrok het schip naar zee op vrijdag 6 maart om 21.30, met een bemanning van 59 koppen. Een idee van de kapitein van Miert om als drijvend eiland in de nacht door de Japanse linies te varen. 

Wij stoomden de eerste nacht ten zuiden van Madoera naar een klein eiland in Straat Madoera en de reis was niet zonder incidenten. Gedurende de nacht werden silhouetten gezien aan de horizon, wij wijzigden koers en passeerden ongezien. Dien nacht lieten we het jacht los omdat het beter was niet samen te gaan. We moesten de takken veranderen omdat ze door de tamelijk ruwe zee in het water hingen.*

Na 4 nachten rakelings langs de Japanse vloot gevaren te hebben verlaat de Crijnssen de Straat Alas tussen Lombok en Soembawa en is het gevaar geweken. 15 Maart arriveren ze veilig en wel in Australië. De bemanning wordt vervolgens de hele oorlog op andere plekken ingezet. Mijnenvegen, Moermansk en wat allemaal nog meer. 

22 Mei 1945 keert de vader terug in zijn gezin.

Wij weten niets over die jaren. Toen mijn vader op 65-jarige leeftijd overleed, nam hij die geschiedenis mee “naar boven”. Hij sprak er nooit over. Wilde hij niet. Dat wil zeggen. Soms ontstak hij in een radeloze woede. Niets en niemand was veilig. Om iets, iemand je wist niet waarom. Het geluid van een krakende beschuit kon de hel in hem los maken.

De zoon van Karel Doorman( ik val aan wie volgt mij) blies op een fluitje boven het zeemansgraf van zijn vader. Mijn broer vond dat maar een nepfluitje. Hij stuurde mij een foto van het fluitje van mijn pa. En even later een geluidsopname van het geluid van het fluitje van de bootsman. Een eresaluut aan onze pa. 

* Uit het verslag van een bemanningslid

 

compassie


Gister eindigde de maand van de spiritualiteit. Het thema was compassie. Rosita Steenbeek schreef er het boekje “Heb uw vijanden lief”, bij. Ze was daarvoor naar het eiland Lampaduse gegaan om aan den lijve te ervaren hoe het daar toegaat. Ze zag vluchtelingen in lange rijen in de kou. Uren wachten. Lege ogen. Ze zag hoe Griekse vrijwilligers hen van dekens en voedsel voorzagen. Ze sprak met hen. Ze was bewogen.  Bij het zien van de vluchtelingen. Bij het zien van de vrijwilligers. 

Gregorius de Grote, stichter van zeven kloosters en bisschop van Rome in de zesde eeuw noemt zorgen voor mensen in nood geen liefdadigheid, noch compassie, maar rechtvaardigheid. *”Want als je voor de armen, de vluchtelingen of de alleenstaande ouders opkomt doe je niets anders dan geven waar ze in alle eerlijkheid en fatsoenlijkheid recht op hebben. Voor hen zorgen is wat je hoort te doen en is verwijtbaar als het wordt nagelaten.” Zoals die Griekse vrijwilligers. Gewoon  doen wat er gedaan moet worden. 

En wat is dan compassie. Rosita Steenbeek schrijft er over in haar boek Intensive Care. Hoe ze na een auto ongeluk maandenlang in een gipscorset niet bewegen kon en overgeleverd was aan een sneeuwwitte wereld van witte jassen en witte lampen. Niets was meer belangrijk. Hoe ze er uitzag, verkoopcijfers van haar boeken, huis, auto, baan. Weg ego. Een diep gevoel van compassie overviel haar. Voor de mensen om haar heen. Een staat van verlichting noemde een vriend het. Echt meeleven, liefdadigheid, vooruit naastenliefde begint als het ego is opgelost. Daar komen we niet gauw. In alles wat we doen voor de ander zit een zekere wederkerigheid. Een lief appje vraagt om iets aardigs terug. En dat is aangenaam. Maakt het leven licht, warm. Een heerlijke beweging. Liefde geven is liefde ontvangen. Maar je vijanden lief hebben is andere koek. Dat is keihard werken, jezelf compleet wegcijferen. Ik vraag me af of het wel helemaal kan: je inleven in de ander. *”Daarvoor hoef je de daden van die ander niet goed te keuren of het kwaad weg te praten. Nee, het gaat om het juist hanteren van de scheidslijn tussen wat iemand doet en wat iemand is”, zegt weer een andere bisschop uit de vijfde eeuw. Ik vind het maar moeilijk. Aardig zijn voor iemand die aardig is tegen jou: geen probleem. Maar iemand die je kwetst? Pijn doet? Je vijand? Moet dat echt? Wil ik dat? Kan ik dat? 

* Uit : Woestijnvaders Inspiratie voor nu, het beste theologische boek van het jaar 2016 

 
  

zwillbrock

Twee borden, twee messen, twee vorken. Glazen voor de thee. Halvarine. Gesneden brood in een mandje. Kaas, rosbief, salade, jam. Ik kan gelijk aan tafel. 
Het was hoog tijd dat we elkaar weer eens zouden zien. Alhoewel het meestal zo is dat Bep bij mij komt, nu zou ik naar Bep. Een operatie aan haar rug. Ik was weliswaar druk, had een goed excuus dat het zo lang duurde, maar toch. Hoog tijd. En nu was ik er. Het grote hoge bed in de kamer. En wij aan de lunch. En aan de praat. Na een paar uur stoppen we even. Moe van het drukke praten. Bep gaat even in haar bed en ik vlij me op haar bank. Een half uurtje later hoor ik de stem van Bep weer. En ik vraag  me af of ik even weg ben geweest. Volgens Bep wel, ze hoorde mij ronken. “Kun je nagaan hoe vertrouwd het voelt bij je.”

Een vriendschap van bijna 40 jaar. We zouden geliefden kunnen zijn, maar dat gevoel was er niet. We spraken over onze liefdes, onze kinderen, onze onmacht en moeites daarin, ons verdriet. Als we het heel zwaar hadden gingen we wandelen naar het Zwillbrock. Daar huilde een van ons en zwegen we bij elkaars tranen. Geen arm, geen troostende woorden. Hooguit: “joh”. Niets zeggen. Naast elkaar lopen. 

Vriendschap en liefde liggen dicht bij elkaar. Ook in vriendschappen loop je aan tegen jaloezie en ergernis. Omdat de passie ontbreekt lukt het beter afstand te bewaren. Maar ook in vriendschappen is het onontkoombaar elkaar eerlijk en open tegemoet te treden. Niet alles hoeft gezegd te worden: acceptatie, geduld en mildheid zijn de woorden die horen bij een vriendschap die jaren meegaat.

Na ons dutje gaan we naar een gezellige culturele activiteit in de Koppelkerk in Bredevoort. We zitten daar stilzwijgend naast elkaar enorm te genieten van een Franse zanger. Ja we hebben het goed.

halleluja in Bredevoort

Het is misschien wel het mooiste stadje in Nederland. Bredevoort. Op deze zondagmiddag is er een Franse zanger. Een echte Fransman: Edouard. Geboren in een klein dorpje in de Bourgogne. “200 Inwoners inclusief katten en honden.” Al vele jaren in Nederland wonend. Lang was hij “de weg kwijt, ik haatte mijzelf”. Hij verdiende de kost als straatmuzikant in het Vondelpark. 10 Jaar geleden zwoer hij de alcohol af en nu zingt hij voor ons Franse chansons van Ferre,Ferrat, Brel, Aznavour en Piaf. Hij staat op een klein podiumpje in het Boekencafe in de voormalige Koppelkerk. Het is er bomvol. Stoelen en tafeltjes wat rommelig opgesteld, net als het publiek. Veel truien en wandelschoenen, twee grote Franse Herders tussen de tafeltjes. Dat kan hier. Een jonge vrouw met een naambordje op laveert behendig tussen de mensen door met een dienblad. Hij is leuk, Edouard, hij vertelt leuk en hij zingt ook nog mooi. Het is een feest. Als hij Halleluja van Cohen aanheft zingt de hele zaal mee, ingetogen, laag. Laaiend enthousiast en ook de zanger zelf is onder de indruk. Bij het naar buiten gaan wordt het laatste lied Vivre,  Laat me, van Ramses nog hardop gezongen. Vrolijke stemmen van blije mensen klinken op in het kleine stadje waar de zon nu onder gaat. 

Een welgestelde heer heeft de voormalige kerk opgekocht. Er was sprake van appartementen, maar het is een klein museumpje geworden met in een van de zaaltjes het Boekencafe waar lezingen worden gehouden en culturele activiteiten. Ik heb niet vaak de mensen zo opgetogen uit de kerk zien komen.

alleen maar


Zit jij op facebook? De man tegenover mij kijkt mij verbaasd aan. Zo als mensen je  kunnen aankijken als je hardop zegt dat je iedere zondag naar de kerk gaat. Facebook: zonde van je tijd, alleen maar bagger, alleen maar reclame,  alleen maar laten zien van jezelf, alleen maar kijk mij eens, alleen maar successtories, alleen maar nietszeggende dingen, alleen maar gescheld. Nee niks voor mij.

Ik denk daar anders over. Sinds een jaar of 5 ben ik actief op facebook. Ik vind het enig. Al moet ik af en toe even vasten en mezelf toespreken om  het apparaat weg te leggen. Ik reageer en zet er ook regelmatig wat op. Uit enthousiasme, mededelingsdrang, zendingsdrang of gewoon om me te uiten.  Daar krijg ik vaak hele aardige reacties op. Eigenlijk alleen maar. Ik hoor van mensen uit de hele wereld. Ouwe bekenden en mensen die ik uitsluitend “ken” van facebook. Op je verjaardag krijg je een berg aan felicitaties. Dan voel je je echt jarig dat kan ik je verzekeren. 

Facebook, Instagram en Twitter zijn de nieuwe communicatiemiddelen. Als je er verstandig en weloverwogen mee omgaat kan je er veel plezier aan beleven. Vanmorgen bij het openmaken van mijn iPad las ik een messenger met een lieve reactie op een facebookbericht. Dat is een prettig begin van de dag. Ja ik zit op facebook.