weer

Nee he. Tik, tik, tik. Ja wel. Het regent weer. Het lijkt wel of het nog nooit zo vaak geregend heeft en zo veel. Juist dit jaar. Nu er hier een eindje verderop mijn huis wordt gebouwd. Het wordt iedere dag nat gemaakt. Mijn huis. Zucht. 

Ik schenk een kopje koffie in met opgeklopte melk en pak een roze koek. Mijn afspeellijst Ouwe Hits met “See me, feel me, touch me, heal me”, van de Who. Buiten razen auto’s over het natte asfalt. De laatste blaadjes wapperen aan de bomen in de tuin. Een koolmeesje aan een vetbol. En dan zie ik het. Ik loop naar buiten of ik het wel goed heb gezien. Ja ik heb het goed gezien. Zij staat in bloei. Eind vorig jaar kreeg ik haar van vriendin R toen ik mijn tussenhuis betrok. Jaren geleden was zij mijn steun en toeverlaat in barre tijden. Ze sprong me bij toen ik twee lastige pubers op moest voeden in mijn eentje. Als ze het me weer eens knap lastig maakten wees zij mij er op dat het een goed teken was dat ze zo vervelend waren thuis. Het betekent dat ze zich veilig bij je voelen. Ze durven zichzelf zijn. Wees er trots op, het zijn twee prachtige knullen.  Ze ging dan eten koken. De boodschappen had ze gehaald en betaald. Daarna gingen we televisie kijken en zetten we de muziek heel hard. Soms dansten we met ons allen door de kamer. Achteraf bezien waren het mooie tijden.

We hebben elkaar nooit losgelaten. Gister vierden we haar verjaardag in De Majesteit in Kampen. En vandaag zie ik die plant van haar, hoe heet die ook weer, in bloei. Vriendschap: Heart and shoulder. 

98 %

Gewoon eens doen. Kijken naar mensen in de wetenschap dat 98% van onze genen verwant zijn. We lijken op apen. Een prettige gedachte? In ieder geval een gedachte die ons bescheiden zou moeten maken. Frans Lanting, natuurfotograaf afgelopen vrijdag in College Tour en Frans, ja allebei Frans, van Franciscus?, de Waal in Zomergasten die het gedrag van Trump vergeleek met dat van een gorilla. 
Waarin lijken we op de apen? Zijn ze ook jaloers? En trots? Houden ze van andere apen? Allemaal ja. Chimpansees kunnen werktuigen maken, vlees eten, praten, ze hebben verdriet, plezier, ze herkennen hun naam, ze zijn begaan met elkaar. 

Lijken kinderen meer op apen? Of dementerenden? Waar ligt de scheidslijn? Waar ben je een aap en waar begint het menszijn? Hebben apen een geheugen? Piekeren apen ook? Hebben apen een bewustzijn? In een filmpje van Frans Lanting zien we hoe een jonge chimpansee zichzelf in het water weerspiegeld ziet. Zij praat tegen zelf en lacht en geeft kusjes. Het heeft iets paradijselijks. Het doet me denken aan mijn dementerende zus. Als zij in de spiegel kijkt begint ze te stralen en praat ze met haar spiegelbeeld.
 Je lijkt op een aap. Geen scheldnaam. Een eretitel. Onze roots. Onze voorouders. Ons verborgen verleden. 

morning has broken

Drie keer. Drie keer kwam het langs. Het lied van Cat Stevens. Vrijdagmorgen in een bijeenkomst in Zwolle. Op de vraag: welk lied is je het liefst? Ik zou honderd liederen kunnen bedenken die ik mooi vind, maar op dat moment was het dat lied dat me te binnen schoot. Gisteren in de Singelkerk in Amsterdam waar Gerdi Verbeet haar Preek van de Leek* hield. Ze begon met dit lied. En vanmorgen op mijn ochtendwandeling over het Javaeiland in het oostelijk havengebied in Amsterdam, kwam het lied spontaan in mijn gedachten. 

Ik lees de woorden van het lied in de liturgie van de Preek van de Leek nog eens na. In het Engels.

Mine is the sunlight, mine is the morning, born of the one light Eden saw play. Praise with elation, praise evry morning God’s recreation of the new day.

Gerdi Verbeet gelooft niet in God. Ze eindigde haar Preek swingend op de preekstoel met Aan de Amsterdamse Grachten. Haar overleden ouders zitten op haar schouders, haar moeder rechts, haar vader links. De morgen die aanbreekt zal bij haar een ander beeld oproepen dan bij een gereformeerd meisje uit Katwijk. Het gevoel dat het lied oproept is universeel: dankbaarheid, blijdschap, ontroering, verlangen. Hoop. 


* Preek van de Leek is een initiatief van de Protestantse en Doopgsgezinde kerken in Amsterdam. Mensen die in de samenleving van zich hebben laten horen beklimmen de preekstoel. Gelovig of niet, geen preekervaring. Met de inbreng van hun persoonlijke ervaringen en het kiezen van een Bijbeltekst drukken zij hun stempel op de dienst. Op de zondagen in november, in de Doopgsgezinde Singelkerk in Amsterdam.




You Too?

Kijk je uit meisje? F schuifelt behoedzaam verder langs de uitgestalde stoelen op het terras. Aan haar arm haar bejaarde vriend. Ze zijn al jaren samen. Nee ze wonen niet samen. Daar moet ze niet aan denken. Hij over de negentig, zij er net onder. Wat ik vond van metoo. “Mannen denken altijd maar dat ze je aan je mogen zitten. Wat dacht je dat ik meegemaakt heb, vroeger toen ik in Rotterdam bij de NRC werkte. Hou op”. Ik schat zo in dat een man het geen tweede keer zou proberen. F is ook nu nog een pittige tante. 

Ik  kijk ze na de twee lieve oude mensen en stap op de fiets. Het is een zonnige herfstdag, een dag voor een tocht langs de Regge. In mijn eentje. Het valt me op dat het vooral mannen zijn die alleen fietsen, oude mannen vooral. Het valt me op dat dat me nu opvalt. Alleen fietsen heeft een andere betekenis gekregen.

In de afgelopen week heb ik het er natuurlijk over gehad. Metoo. Om er al pratende achter te komen dat het jou en mij is gepasseerd, meerdere malen. En dat ik het heb gezien en meegemaakt in mijn omgeving, in mijn werk. En dat standaard de reactie was: maar dat wist iedereen toch? En dat daarna alle verhalen los kwamen. Daarna pas. Dat schaamte en schuld het gevoel is van degene die het overkomt. Niet van degene die het doet. De Fjes van de wereld slaan gelijk van zich af, de anderen overkomt het voor ze er erg in hebben. Verlamd, omdat vluchten of vechten geen optie is. De slachtofferigheid in de hele discussie staat me tegen. Ook het feit dat je geen kritische vragen mag stellen. Maar wat is het goed dat het er uitgebreid over gaat nu. De hoogste tijd om eens goed in de spiegel te kijken. 

 

afspiegeling


Niet zo slim van Rutte om te reageren met: we hebben gekozen voor de besten, als antwoord op de vraag waarom er niet meer vrouwen in zijn kabinet zitten. Het is ook niet waar, het is omdat de vijver waar uit gevist wordt voor een minister of staatssecretaris beperkt is, buiten die vijver lopen hele goeie mensen rond.
Een ministersploeg die een afspiegeling is van de samenleving is een onmogelijke opgave. Natuurlijk, vrouwen en mannen, alleenstaand, getrouwd, hetero, lesbo, christelijk, atheist, uit de provincie en stedelingen (vooral), bestuurlijke- of ambtenaren ervaring, (opvallend veel bestuurskunde) gestudeerd, maar gerelateerd aan de politiek, aan een politieke partij. De meesten kennen het Binnenhof. 
Kopstukken allemaal en dat is nodig want het is nog al een baan. Wat mij direct opviel toen ik de profielen bekeek was dat er geen enkele migrant tussen zat en nog iets. De leeftijden. De jongsten zijn 40, de oudste is 57. Één generatie. De generatie die in de 60er en 70er jaren is geboren. Een mix van Generatie Nix en de Pragmatische generatie. (“De kinderen van de protestgeneratie van na de oorlog. Over het algemeen praktisch, zelfredzaam en no-nonsense. Voorop staat zelfontplooiing. Vrij in de keuzes, je eigen ding doen, jezelf zijn, geen dwang en geen verplichtingen. Opgegroeid in een onderhandelingscultuur. Ook wel de patatgeneratie genoemd.” Henk Becker)

Geen babyboomers in het kabinet, terwijl die toch een substantieel onderdeel van de bevolking uitmaken. Opmerkelijk. 

verval


Herfstbladeren zijn mooi. Prachtig. Dat zal niemand ontkennen, zeker vandaag niet op de warmste 16e oktober ooit gemeten. Het milde zonlicht over de verkleurende bladeren. 

Vreemd dat we zelf liever jong en strak zijn. Gevleid als iemand ons jonger schat dan we zijn. “Nou dat zou je ook niet zeggen”. Dat we blij zijn dat er “ook veel jongeren” aanwezig waren. 

De schoonheid zien van oude mensen. De schoonheid van de ouderdom. Van het verval. Net zo verliefd naar een oud mens kijken als naar een baby. Niet vies zijn van een kwijlend ouwetje of de luier van je oude vader. Met vertedering kijken naar de traag bewegende, zoekende vrouw met haar hondje. En het allermoeilijkste: je eigen rimpels, en hangende onderdelen met liefde omarmen. Vrede er mee hebben lukt nog wel, maar mooi vinden? 

Gek. En die herfstbladeren vind ik prachtig. 

zij

In de kerk gaat het altijd over hij. En ook op de Zen is het hij. Het gaat over monniken, over mannen. Als je je er aan stoort heb je het zwaar. Om niet voor zeurderige feministe uitgemaakt te worden laat je het vaak maar. Let it be. Ook hoor ik van vrouwen dat zij er geen moeite mee hebben om zich te identificeren met een persoon als die met hij aangeduid wordt. Het zij zo. Ik wel. Ik vind het gek, dat “hij” de norm is. Bijna altijd en overal. En dat het voor de meeste vrouwen geen halszaak is. Des te gekker vind ik dat nu door de transgender discussie, hoe groot is de groep transgenders eigenlijk, het wel een item is. Transgenders voelen zich niet aangesproken als het woord wordt gericht aan dames en heren, of mannen en vrouwen. Niet vertegenwoordigd. Ik zou willen zeggen, klopt wat je zegt, ik herken het. Ga maar eens turven hoe vaak het woordje hij gebruikt wordt en het ook voor mij, ik ben een vrouw, geldt. En ik voel me al helemaal geen dame. En ik voel me heel vaak niet aangesproken, noch vertegenwoordigd. 

“De kwaliteit van de democratie wordt afgemeten aan de manier waarop met de minderheden wordt omgegaan”. Dat zinnetje komt altijd bij mij boven als er wordt gesproken over de meerderheid plus één die de dienst uit maakt in een democratisch land. Ik leerde het bij het vak maatschappijleer op de kweekschool in Dordrecht van meneer Wagner. Maar je zet de wereld op haar kop als de minderheid leidend wordt. Het kleine groepen die veel lawaai maken naar de zin maken. Het nieuwe kabinet lijkt geslachtsregistratie af te willen schaffen. Een tegemoetkoning aan transgenders. Een sympathiek gebaar? Ik begrijp het niet goed. Waar komt het vandaan, die plotselinge daadkracht ten behoeve van een relatief kleine groep mensen. Maar alla. Ik stel voor dan voortaan in het taalgebruik in plaats van hij en hem, zij en haar te gaan gebruiken. Een tegemoetkoming aan ongeveer de helft van de bevolking en met terugwerkende kracht een goedmakertje aan diezelfde groep.

zonde


Natuurlijk kijk ik naar Achter de Dijken.* Gereformeerd, calvinistisch tot op het bot. Niet opvallen, sober, zuinig, hard werken, gewoon doen, het woord, Het Woord. Leo Blokhuis neemt me mee naar het land waar ik vandaan kom. Ik krijg steeds de neiging om te roepen: ja inderdaad, precies! 

Meestal is het niet aardig bedoeld, als mensen je uitmaken voor calvinist, of typisch gereformeerd. Afgelopen vrijdag vertelde een festivaldirecteur dat het Nederlandse publiek moeilijk los komt. Het is de volksaard. Ze bedoelde de calvinistische. Niet uitbundig. Ingehouden. Zuinig. 
Ik herken me wel in dat beeld. Als ik uitgenodigd word mee te lopen in de polonaise, wuif ik met mijn handje. En als er meegeklapt moet worden of gedanst, kijk ik om me heen, voel ik gêne.

Maar zeg niet dat ik zuinig ben of, ingehouden, of niet uitbundig. Compleet gelukkig kan ik zijn als er ineens uit de radio een mooi stuk muziek opstijgt. Of als de zon in de kamer schijnt na drie dagen regen. En iedereen moet het horen hoe blij ik ben, met mijn kleinkind, een mooi boek, of nieuwe laarsjes. Maar dansen en springen in het openbaar, nee ik voel de schaamte in mij opkomen. Niet omdat ik het niet durf, maar omdat ik het niet voel. Alsof ik iets doe wat niet echt is, niet gemeend. Ik schaam mij niet voor mijn calvinistische achtergrond, in tegendeel, ik ben er trots op. Maar. Dat dansen, dat dansen. Vrij bewegen, je laten zien, je lijf gebruiken om je uit te drukken, dat je dat nooit echt zult leren, ja dat is zonde, eeuwig zonde Johannes Calvijn. 

*Achter de Dijken is een 8-delige tv serie met Leo Blokhuis over calvinisme van de KRO NCRV op NPO 2. Vrijdagavond 21.00 uur. Op 29 september werd het 4e deel uitgezonden.

het gespleten leven

Ik was nog net op tijd. In Zutphen. In Het Koelhuis aan de Coenenparkstraat vlak achter het station. De eerste publieke bespreking van het boek “Murakami en het gespleten leven” door de schrijver, filosoof Ype de Boer. Mijn kaartje was betaald, er stond een wit biertje op me te wachten. Een warm welkom. Ik moest gaan zitten en niet zo gehaast doen. Vier vrouwen, twee uit het ene clubje, twee uit het andere, twee jongere, twee oudere, ik precies in het midden.

 Een uur later bespraken wij met elkaar de vragen die op de tafels lagen. We herkenden ons in de personages uit de verhalen van de Japanse schrijver. Het verlangen naar een leven van harmonie, rust en innerlijke stabiliteit en tegelijkertijd het verlangen naar leven, je te ontwikkelen, er op uit te gaan. En. De gebeurtenissen die je leven op haar kop hebben gezet en je gedwongen hebben jezelf in de spiegel te kijken, je gedwongen hebben op weg te gaan, te veranderen. Volgens Ype de Boer: Leven met je gespletenheid. 

Zware kost op de zonnige zondagmiddag. We gaan na de lezing naar een terras in de late zon, met nog een biertje, broodjes en een bak friet in het midden. Tegenover het restaurant de parkeergarage waar mijn auto staat. Daardoor was ik zo laat. Door die akelige parkeergarage. Een file voor de ingang. Bij het apparaat hele discussies. Handen in de lucht. Mensen uit de auto. Verontschuldigende gebaren naar de bestuurders. En ja warempel, ineens ging de slagboom omhoog. Toen ik aan de beurt was heb ik net als de vrouw voor mij mijn betaalpasje in het apparaat gestoken en ja hoor daar ging de slagboom. De twee oudere dames zijn wijselijk met de trein gekomen. De jongere ladies worden niet  zenuwachtig van een betaalautomaat bij een parkeergarage in Zutphen. Ze leggen me liefdevol uit hoe het werkt en wachten op me tot de slagboom omhoog gaat. Achter elkaar rijden we richting Deventer. In mijn achteruitkijkspiegel de avondzon. Rood, roze, paars. Links de IJssel. Bij het stoplicht zwaaien we naar elkaar. Zij gaan naar links, ik naar rechts. Naar onze gespleten levens. Wij leven. 

over datum


Het flatje van Tante Rie aan de Rijnmond in Katwijk was geliefd: uitzicht op zee, om de hoek het strand. Nichten en neven maakten graag gebruik van haar gulheid. Als zij in het seizoen op de camping in Twente verbleef, de harde wind was niet goed voor haar hart, was het flatje hun plek. Ze vroeg er nauwelijks iets voor. Kwam je bij Tante Rie op bezoek moest je op je hoede zijn. De chocola bij de thee was uitgeslagen, de drankjes onbestemd van smaak en hetgeen bij de koffie geserveerd werd moest je snel wegwerken. De truc om zelf vers gebak van de bakker mee te nemen werkte niet. Het verse gebak verdween in de koelkast en jij zat het kleffe taartje van een voorganger te eten.

Vorige week meldde mijn zoon dat zijn biertje een vieze smaak had. Ik wist wel dat het bier er al een tijdje stond, bij mij worden lekkere Belgische biertjes gedronken en die zijn zo op, maar wist niet dat bier kon bederven. Ik was geërgerd. Komt vaker voor dat mijn nageslacht er op wijst dat iets over datum is. Vroeger kreeg ik het verwijt dat ik nooit iets in huis had en dat de koelkast weer zo goed als leeg was,  nu wordt de Icetea en de Fruitmilk eerst bekeken of ze wel vers is. Vraag me af of ze iets geproefd hadden als ze niet eerst naar de houdbaarheidsdatum hadden gekeken. 

Het is moeilijk in een eenpersoonshuishouden juist in te slaan. Ik ben er in ieder geval niet goed in. Heb ik net een fles jus open, duurt het twee maanden voor iemand anders er om vraagt en dan is ie bedorven. Iets in de aanbieding kopen is ook niet aan mij besteed als het om bederfbare waren gaat. Komt niet op. Over datum. Alleen maar inslaan wat je per dag nodig hebt, jaagt je iedere dag naar de winkel met het risico dat je weer dingen inslaat die je eigenlijk niet nodig hebt en maakt dat je nooit onverwacht bezoek kunt krijgen. En nog iets: als je op je gewicht wilt letten is het wijs geen vooraadje lekkere dingen in huis te hebben. Over die houdbaarheidsdatum valt overigens wel wat te zeggen: het is de uiterste datum dat de fabrikant de kwaliteit van het product garandeert, vooral bedoeld voor claimende advocaten.

Voor mij staat een doosje roze tompoezen. Niet opgegaan gister. Vandaag verstrijkt de houdbaarheidsdatum. Wat te doen? Ze alle vier op eten?  Op bezoek gaan en ze meenemen? In de container? Het etiketje eraf scheuren en gewoon morgen serveren bij de koffie? Tante Rie zou het wel weten.