niets is wat het lijkt

Kijk je altijd met jaloezie naar je buren die zo gelukkig samen zijn, blijkt zij al twee jaar iets met een ander te hebben. Zie je twee vrouwen, moeder en dochter denk je, blijkt het een liefdeskoppel te zijn. Trek niet te gauw conclusies. Wat je ziet is niet wat je denkt. 

Gisteravond zat ik op het terras en hoorde ik helicopters laag overvliegen. Ik dacht aan een militaire oefening. Vanmorgen hoorde ik dat het hele dorp de heli had gehoord, het was er maar één. Het was als zeer dreigend ervaren. Zoon op de app: “Sjonge!! Half uur lang een politie helikopter boven het huis hangen -rondjes vliegend. Hele buurt staat op straat, op de balkons, auto’s stapvoets over straat… Pff”. Nu bericht van Politie Hellendoorn: Fietsendief is op heterdaad betrapt. Helicopter hielp mee zoeken..” 

En nu staat er uitgerekend vanmorgen aan de overkant van de straat een fiets vastgemaakt aan een lantaarnpaal. De gestolen fiets? Iemand met bandenpech die fiets heeft vastgemaakt om haar later op te halen? Een reclamestunt van een fietsenmaker? Ik hou het op een objet d’art. Compositie in grijs.

33d

Ik heb geluk. De handbagage kan in het kastje en naast mij zijn 2 plaatsen vrij. Stoel aan het gangpad. Benen hebben de ruimte. Ik kan alles kwijt naast mij en ook nog naar buiten kijken door het raampje. Plaats 33d: blijkbaar was ik de allerlaatste die ingecheckt had. Als we opgestegen zijn komt er een man naar me toe. Hij heeft een rieten hoedje op. Hij is heel lang en heeft een bijzondere neus. Toen we in de rij stonden te wachten was hij me opgevallen. Hij lijkt op een Franse acteur. En nu schiet me de naam te binnen: Gerard Depardieu. Hij vraagt of hij naast me mag komen zitten, want dan heeft hij iets meer beenruimte. Hij had gezien dat er naast mij plek was. Hij gaat bij het raampje zitten en we delen de stoel in het midden om onze spulletjes te stallen. We raken in gesprek over Malaga, de plaats waar we vandaan komen. Het wordt helemaal gezellig als we het over voetbal gaan hebben. Hij blijkt in Ajax gespeeld te hebben net als zijn neef. Door een knieblessure is zijn voetballoopbaan in het slop geraakt en tegenwoordig scout hij jonge spelers voor ADO. Hij laat me foto’s zien van zijn zoon met Danny Blind en de broertjes de Boer, jongens met wie hij gevoetbald heeft. Voor we het weten zijn we in Amsterdam. We nemen vriendelijk afscheid en wensen elkaar succes. Hij mij met mijn voetballende kleinzoon, ik hem met de begeleiding van de jonge ADO talentjes.

Voor 119 euro was ik heen en weer gevlogen naar Malaga. Heen met Transavia, terug met Ryanair. Ik heb nauwelijks verschil gemerkt tussen de twee maatschappijen. Deze week lees ik in de krant over de arbeidsvoorwaarden bij Ryanair. Dat is niet best. Je snapt niet dat er mensen willen werken. De vakbond FNV vraagt zich af of Ryanair haar medewerkers  wel het minimumloon betaalt. In de krant wordt de reiziger opgeroepen zich rekenschap te geven van de prijs van een goedkoop ticket. Voor de medewerker wel te verstaan. Standby-diensten, waarbij het personeel a la minute beschikbaar moet zijn. “Mensen hebben veel over voor hun droombaan”, kopt de krant. Dat is zo. Vraag het maar aan de scouts van voetbaltalenten. 

vaak ben ik gelukkig


Vanavond bespreken wij in ons boekenclubje het boek van Jens Christian Grondhal “Vaak ben ik gelukkig”. Over de titel alleen al zouden we de hele avond kunnen praten denk ik. Wat is gelukkig? Wanneer ben je gelukkig? Uit een onderzoek blijkt dat de mensen in de gemeente waar ik woon het gelukkigst zijn van heel Nederland.  Het was mij nooit opgevallen. Ik hoor vaak hartgrondig gemopper en gezeur. Uitingen van geluk worden als overdreven en doe maar gewoon dan doe je gek genoeg bestempeld. 

Ik durf wel te zeggen dat ik vaak gelukkig ben. En dat ik hartstochtelijk gelukkig kan zijn. Dat is geluk dat je dat kunt. Ik heb gezien en ervaren dat er mensen zijn die dat niet in zich hebben. Dat kan. Daar kun je niks aan doen. Dat is verdrietig. Dat je alles hebt en niet gelukkig kunt zijn. Dat is verschrikkelijk.

Wat ik jammer vind is dat je geluk niet vast kunt houden. Dat je intens gelukkig kunt zijn en dat het zo maar, floeps, weg kan zijn. 

Gister reed ik in de zon langs de Regge. Ik had korenaren geplukt en wilde margrieten. Op een bankje zat een vrouw die 30 jaar geleden bij mij op de Vos cursus (Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving) zat. Ik ben naast haar gaan zitten. We hebben  gepraat over toen en hoe het nu is. De Vosvrouwen hebben altijd contact gehouden. Ze drinken af en toe  een kopje koffie met elkaar. Van de groep van 12 zijn er nog 4 in leven. 
 
Dat was wat in 1984. Vrouwen die naar een Vos cursus gingen. Er waren er bij die het niet in hun familie durfden te vertellen. Zelfs niet aan hun man. Over geluk werd niet gesproken. Wel over hoe de wereld in elkaar zit, de maatschappij, de politiek. Over de opvoeding, hoe lees je de krant, kernenergie en bewapening, emancipatie. Er werd veel gelachen en soms viel er een traan. Dappere vrouwen waren het. 

heilig vuur, pinksteren 2017

Pinksteren, wie weet nog wat we dan vieren eigenlijk? Wie kent het verhaal van de menigte bijeen in Jeruzalem?

Opeeens kwam er uit de hemel een vreemd geluid. Het klonk alsof het hard begon te waaien. Ook zagen de gelovigen iets dat op vuur leek. Dat vuur verdeelde zich in vlammen en op iedereen kwam een vlam neer. Zo kwam de Heilige Geest in alle gelovigen. Daardoor begonnen ze te spreken in vreemde talen.*

Gisteravond, op de eerste Pinksterdag viel ik in de registratie van  #OneloveManchester. Ik zag artiesten waarvan ik de naam en het bestaan nauwelijks kende. Ariane Grande, Kate Perry, Justin Bieber. Muziek voor meisjes, kinderen. Toch bleef ik kijken en ik werd meegenomen, geraakt. De hartstocht waar mee gezongen werd door het publiek. Massaal. Woord voor woord. De avondhemel als decor. De boodschap die de artiesten predikten. Dat de liefde het wint. Altijd. Justin Bieber die over God sprak. Net als in een kerkdienst riep hij het publiek op de handen te heffen. Als je de haat wilt loslaten. Als je vrede wilt. Als je gelooft in de Liefde.

Je zou cynisch kunnen reageren. Massahysterie. Je mee laten slepen in het sentiment, het moment. Al die mensen gaan morgen weer over tot de orde van de dag. Gaan weer ruzie maken, liegen, bedriegen, moorden zelfs. Dat de massa levensgevaarlijk is. Dictators roepen mensen ook op de handen op te steken. In de groep, in de massa verlies je jezelf, raak je jezelf kwijt, laat je je meenemen. Beloof je dingen die je niet waar kunt maken, doe je dingen waarvoor je je later schaamt. Heel vaak. Maar. Gisteravond zag ik vooral de kracht, de schoonheid van een gezamenlijke beleving. Dat ieder mens, ja jonge mensen in dit geval, kinderen, diep van binnen het goede willen, het mooie. Dat uitzingen met alle vuur in je. Samen. In koor. Vrede willen wij. Naar liefde verlangen wij. 

*Pinksterverhaal uit de Bijbel in Gewone Taal

jarig vandaag


Een maand geleden kreeg ik een mailtje van mijn garage. 29 Mei moest mijn auto APK gekeurd zijn. Dat is het vandaag. Daarom schrijf ik uit de garage. Gerdien van de receptie brengt mij zojuist een bakkie koffie en heeft de autosleutels opgehaald. 

Naast mij een groen mapje met alle papieren. Op 1 mei 2014 heb ik de auto gekocht zie ik. Op Marktplaats had ik haar gespot. Net prijsje, niet te ver weg, 5 deurs Peugeootje 107. Ergens in een buitenwijk van Deventer belden we aan. Mijn zoon en ik. We werden in de keuken ontvangen door 2 mannen. Een van hen voerde het woord, de ander knikte af en toe bevestigend.  Op de keukentafel lag een gebloemd zeiltje met daarop een geranium, een pot thee en een paar kopjes. We namen plaats en zagen het groene mapje in met de rekeningen van de beurten in de garage. Precies op volgorde. Eerste registratie: 29-5-2009. Na wat heen en weer gepraat gingen we naar de garage, achter het huis. Plechtig opende  de man de garagedeur. Hij vloog ratelend omhoog. Een kleed werd weggetrokken. Daar stond zij. Ze was prachtig. Als ze gloednieuw was geweest had ik het ook geloofd. Geen deukje, vlekje, een spiegel. Van binnen hetzelfde, de bekleding was onberispelijk. Mijn zoon had van te voren gezegd niet te laten merken wat ik er van vond. Dus ik hield me in. 

We reden weg met de boodschap dat we er even over na wilden denken. Dat de prijs wel iets boven ons budget was en dat we de niet aanwezige airco wel een minpunt vonden. Voor we de straat uitreden wist ik al dat ik de auto niet zou laten lopen. We draaiden om en belden weer aan. Binnen een uur reed ik huiswaarts in het rode Peugeootje. Het nummerbord haalde de laatste twijfel weg. Een een, een vier, een negen. Ja Hoor Deze. 

22 mei

Vandaag eet ik een gebakje. Waarom?  Mooier dan zus Didi kan ik het niet opschrijven. 



 Didi van der Bent de Bruine, familie-de Bruine-dag, 5 april 2009 Luttenberg 

ik weet het niet

We stappen uit bij halte Bilderdijkstraat. De Da Costakade, maar was het nou links of rechts. Rechts dus. Eerst oversteken en daar in de verte is het witte gebouw waar we moeten zijn. 

Wij zijn stil als we de gedichten hebben aangehoord van Waslawa Szymborska. Met onze gedachten over de woorden gaan we terug met lijn 17. Op de Dam stappen we uit. Die staat vol met ME. Voor het geval Ajax kampioen zou worden. De mannen en vrouwen met de gifgroene hesjes lopen lacherig heen en weer in de zon. “We gaan maar met z’n allen naar de Chinees”. Wij nemen een hamburger bij het kraampje voor het paleis. Een hamburger met mayonaise en curry. De vader en zoon in het kraampje maken grapjes over elkaar. “Mijn zoon is eigenwijs”. ” Mijn vader is eigenwijs”. Ik zeg dat eigenwijze mensen juist de leukste mensen zijn. Op de trappen van het monument eten we de hamburgers. Een jonge man maakt een foto van ons. Hij vraagt waar we vandaan komen. We vertellen wat voor wereldreis we hebben gemaakt om hier in de zon een hamburger met mayonaise en curry te verorberen. Hij lacht en wenst ons een goede terugreis. 

Ik denk dat Nobelprijswinnares Szymborska een prachtig gedicht over de 14e mei 2017 had kunnen maken als ze op mijn schouder had gezeten. Of wel twee. Of wel tien. Ik kan geen keus maken. Het was een mooie dag. 

voor de deur

De stad overvleugelt het land. Aldus Benjamin Barber, een Amerikaans politicoloog. In Trouw dit weekend gaat Lodewijk Dros er uitgebreid op in. Hij pleit voor de terugkeer naar buurtschappen, het ouderwetse Noaberschap. En opvallend genoeg: de ontwikkeling daarvan is al ingezet in de steden. In Amsterdam bestaat het Bankjescollectief. Voor de deur staat een bankje waar je met elkaar een bakkie doet. Er worden een paar tafels aan elkaar geschoven en vervolgens wordt er samen gegeten in het zonnetje. Iemand maakt muziek. Kom er bij. Niet achter het huis. Maar er voor. Niets afgesproken. Spontaan, want de zon schijnt. 

Op het platteland bestaat het omzien naar elkaar. Het er voor elkaar zijn. Maar het dorp heeft ook het beklemmende. Benepene. Je hoort er bij als je doet zo als wij. In de Witness, de film over de Amish in Amerika is de tegenstelling uitgebeeld. De kracht van de kleine gemeenschappen en de onvrijheid er van. In een paar dagen bouwen de mannen een huis voor een jong echtpaar. De vrouwen bereiden het eten en verzorgen de huisinrichting. Maar spijkerhard wordt de liefde van een buitenstaander voor een Amishmeisje afgestraft. Je houdt je aan de regels en anders word je verstoten. 

Naar de stad. Waar alles kan en mag. Waar je vrij kunt ademen. Geen geloer. Niks is gek. Je mag er zijn zoals je bent. Maar ook de plaats waar nauwelijks stilte is, waar de hele dag van alles op je af komt. Waar je je tussen velen doodeenzaam kunt voelen. 

Het lijkt er op dat de stad dingen van het dorp aan het overnemen is. En dat het dorp stadse elementen in zich krijgt, kroegen en terrassen gewoon open op zondag. Dorp en stad gaan steeds meer op elkaar lijken. De ontvolking van het platteland is onomkeerbaar. We zijn allemaal stadsmensen geworden met heimwee naar het dorpse. It takes a village to raise a child. Wie zei dat ooit. Het geldt niet alleen voor een kind, het geldt voor ieder mens. De veiligheid  van het dorp in de stad, de vrijheid van de stad in het dorp. Vader en moeder. Regels en de liefde. 

Tilburg

Í
Hier adem ik vrij en voel ik mij gelukkig. Dat kon de familie de B koning Willem de Tweede niet nazeggen in de hete zomer van 1959. De stad in plaats van het dorp, het bos, waar is de zee, grijs stoffig stuifzand, de frisse zilte wind, gereformeerd en zwarte kousen, rooms en zwarte rokken. Een stad vol kerken en kloosters. Een lelijke sombere vreemde stad. 

Tilburg. Stad van textiel, wol. In 1959 bevolkt met textielarbeiders. Kruikezeikers genoemd omdat ze hun urine in kruiken spaarden om de wol in de urine te wassen. En iedereen was Rooms. Dat vooral domineerde het openbare leven. 

En toen kwam Johannes de 23e. De “goede” paus die de kerk “bij de tijd” zou brengen. Het 2e Vaticaans Concilie. En zie daar Tilburg anno 2017. In het zwembad zwemmen meisjes en jongens door elkaar. Vis eten op vrijdag hoeft niet meer. Biechten wie doet dat nog. De ochtendmis voor schooltijd allang afgeschaft. Geen nonnen of paters meer voor de klas. Kerken en kloosters bepalen niet langer het straatbeeld. Afgebroken, gesloten, andere bestemming. 

Er wordt vrij geademd en gelukkig geleefd in het Tilburgse. Zo zag het er uit op Koningsdag toen de koninklijke familie een bezoek bracht aan de stad. En ook Johannes de 23e kan tevreden neerkijken op het Roomse Tilburg. Op het terrein van de Koningshoeve is een winstgevende bierbrouwerij gevestigd. La Trappe, professioneel gerund en beheerd door monniken. Het gastenverblijf van het klooster is het hele jaar volgeboekt. Mensen op zoek naar vrede en rust, de stilte. Om vrij te kunnen ademen en gelukkig te zijn. 

papa niet doen

De kleine jongen mag mee. Een dikke jas aan en wanten. De sjaal van de club en een rode muts. Samen met de vader naar het stadion. Hoog boven is een plaatsje. Daar kun je alles goed zien. Ergens in de verte beneden speelt het spel zich af. Op het groene veld kleine poppetjes die heen en weer rennen. Om hem heen sigarettenrook, de geur van hamburgers en frites, het geluid van flesjes bier, geroep van stemmen. Af en toe een oooohhh  en een aaaahhh. Als het net mis gaat of net goed. En er wordt gezongen. Liederen die hij niet kent. Zijn vader wel. Die zingt mee. De vader ziet rood. De vader is onrustig. 

De kleine jongen is moe. En koud. De dikke jas is niet dik genoeg. Het is bijna afgelopen. Ze hebben verloren. Al weer. En iedereen is boos. Op de scheidsrechter, op de trainer op de club op de spelers. De vader ook. Hij balt zijn vuisten en hij roept van alles. 
En dan. Schreeuwen, schoppen, slaan. 

De kleine jongen is zijn vader even kwijt. Hij ziet hem bij de uitgang. Hij roept.
Papa. Niet zuipen. Niet schelden. Niet schreeuwen. Niet schoppen. Niet slaan.

Papa. Niet doen.