papapa

  

Ik zal een jaar of 17, 18 geweest zijn, zat op de kweekschool in Dordrecht. We woonden  aan de Nieuwpoortstraat op nummer 37 in Breda. Het was in mei. Een mooie morgen van een mooie dag. Ik lag op bed, kon nog even blijven liggen, had de eerste uren vrij. 

Toen door het open raam hoorde ik mijn vader. Op weg naar zijn werk op de KMA. Op de fiets. Tot ver in de straat hoorde ik hem in de stille morgen.

Hij floot.

Hij floot een psalm, maar dat was het niet, het was een melodie die leek op een psalm. Een psalm van mijn vader. Ik hoorde er vreugde in, blij met de nieuwe dag, de zon, het werk, het leven. 

Een loflied in de morgen. Papapa

30 juli 1971

kleine teen

  

Thomas A Kempis leefde in de 14e eeuw. Je zou hem anno 2016 een spirituele coach kunnen noemen. Zijn Navolging van Christus schreef hij voor monniken in opleiding. Het boek werd immens populair. En niet alleen  bij monniken. Het meest gelezen boek van de christenheid na de bijbel. Mink de Vries, leraar levensbeschouwing maakte er een eigentijdse versie van. Imitatio Christi in jonge taal. 

 A Kempis is niet zoetsappig als hij het heeft over keuzes maken. Liever iets voor een ander doen dan voor jezelf, beter voor minder kiezen dan voor meer, altijd de slechtste plaats opzoeken, de minste van iedereen zijn. De ander altijd hoger achten dan jezelf. Een hoog “Nederig en klein, dankbaar moet je zijn”-gehalte. 

Twintig pelgrims gingen met de eigentijdse versie van De navolging van Christus op weg. Flink wat te overdenken op de tocht langs de mooiste rivier van Nederland.  Tot die kleine teen. Je bent je nauwelijks bewust dat je een kleine teen hebt tot die zeer gaat doen. En op een gegeven moment voelde ik alleen maar mijn kleine teen. Bij iedere stap meldde hij zich. Trekken, schuren, steken, branden, kloppen. Een beproeving. Geduldig verdragen en moedig voorwaarts. Stap voor stap. Van punt naar punt. In de geest van Thomas de tocht uitgelopen.  

In Zwolle  gingen de schoenen uit. Heel voorzichtig. De kleine teen uit de beknelling in een bruisend voetenbadje. De ruimte in. Lucht. Vrij. En dan een liefdevolle massage.
De volgende dag  op de terugreis ontdek ik dat ik mijn stugge warme wandelschoenen heb laten staan in Zwolle. Ik weet zeker dat dat een boodschap is van mijn kleine teen.  

vrede en alle goeds*

  
Het is nog donker. Klokken luiden. Een vrouw loopt over het pad. Ze opent de zware deur. Ze schuift aan in één van de voorste banken. Een vijftal monniken in witte pijen tegenover haar in de banken. Stemmen klinken op. Zingen, lezen, gebed. De zegen. Voor de broeders en! de zuster. Want dat heeft de broeder wel opgemerkt, ook al leek het van niet. Geen groet of blik van herkenning. Een kort knikje bij het verlaten van de kerk. Een paar uur later hetzelfde ritueel. En dan staat de zon al aan de hemel. Een vredige rust, een woordenloze verbondenheid. 

In mij is een diep verlangen naar vrede en rust. Als ik zou moeten beschrijven wat ik daar mee bedoel dan zou ik dat moment als voorbeeld nemen. Abdij Sion op een morgen in mei. Het luiden van de klok. Het licht door de kerkramen. De verbondenheid van de  monniken, wier leven iedere dag hetzelfde verloopt. De schoonheid van de natuur rondom. De schoonheid en troost van het Hogere als de rode draad door het leven van alle dag. Muziek, taal, kunst en het aardse leven: werken, eten, slapen. Vrede en rust.

 Op een bijeenkomst van de Franciscaanse beweging praat een groep mensen over vrede. Het is mei immers. Thema van de bijeenkomst: Franciscus: levenswijze van vrede. Het gaat over macht en bezit tegenover nederigheid en geduld. Over verdragen. Over vergeving. 
In het afsluitende gebed vraagt een van de vrouwen om rust en geduld met haar medezusters. Zij is al sinds haar zestiende non in een klooster van Franciscanessen. Maar het lukt haar niet om altijd geduld en begrip op te brengen voor haar oudere medezusters. Zij geeft aan dat dat iedere dag opnieuw een worsteling is.

Zo zien wij dat wat wij zien slechts is wat wij willen zien.

*Pace e Bene : Vrede en alle goeds. De wens op huizen in Assisi en in veel huizen van Francicaners. Begroeting.

woede

  

Deze woede moet je serieus nemen aldus de rector van de universiteit in Leuven Denys in het programma De Nieuwe Wereld zondagmorgen. Onderwerp van het gesprek was respect. Was de Duitse cabaretier die de Turkse premier Erdogan doelbewust beledigde respectloos? Denys was niet gecharmeerd van de grove aanval van de Duitse cabaretier. Maar waarom had hij wel begrip voor de beledigende, respectloze en smakeloze opmerkingen van de meute in Steenbergen op een bijeenkomst over de komst van Vluchtelingen? 

“Serieus nemen omdat dit de woede is van een onmachtige onderlaag die zich niet gehoord weet”, meent Denys. Als je mensen maar lang genoeg negeert en kleineert moet je niet gek opkijken dat dat op een dag zich tegen je keert. Dat de bom een keer barst. Die woede was de kiem van de Tweede Wereld Oorlog. De vernedering bij het Verdrag van Versailles. Maar ook de kiem voor het ontstaan van IS. De vernederde top uit het Irakse leger is de harde kern van IS. 

Vernederen, kleineren, negeren: De voedingsbodem van woede en haat ook in het klein. 

Op internet floreert de woede over van alles en nog wat in niet mis te verstane taal. Ebru Umar krijgt gistermorgen support, maar ook een berg modder. Helaas heeft de Nederlandse intellectuele en bestuurlijke elite geen ander antwoord dan neerbuigende afwijzingen over de taal die gebezigd wordt. Reageren op  de vorm en niet op de inhoud van de boodschap. 

Hoog tijd verbinding te maken met de boze en verongelijkte massa. 

“Alles is een uiting van liefde of een vraag om liefde”. En dat hoorde ik weer op een zonnige morgen in de Achterhoek. 

staat in de staat

 

 Als ik de straat uitloop kom ik in een prachtig stukje Nederland. De Sallandse Heuvelrug. Ik begin de dag daar iedere morgen met een wandeling van een uur. Iedere dag hetzelfde rondje. Mijn morgenritueel in de natuur. Een kostbaar geschenk. 

Het is niet de eerste keer dat ik mijn ergernis uit over de organisatie die dat mooie gebied beheert. De plaag van irritante bruine en groene bordjes met geboden en verboden, prikkeldraad, auto’s van de organisatie  op plekken waar een ander niet mag komen. Ik heb eens uitgezocht wie die organisatie eigenlijk bestuurt, aan wie zij verantwoording af moet leggen. Hoe de inspraak in die organisatie geregeld is. Dat is heel ondoorzichtig. De verantwoording ligt bij een minister in Den Haag. De organisatie heeft vrij spel. Een staat in de staat. Als plaatselijke bevolking heb je niets in te brengen. Ook de plaatselijke politiek niet. 

Neem het besluit om opnieuw korhoenders op de Sallandse Heuvelrug te plaatsen. Een belachelijke missie, tot mislukken gedoemd, zoals alle keren eerder. Een missie die opnieuw heel veel geld gaat kosten. Ons belastinggeld. Staatsbosbeheer heeft besloten. Doet het gewoon. Terwijl er niemand op zit te wachten. 
Meepraten, inspraak, participatie, cocreatie, draagvlak? Ja, maar dan moet je niet bij Staatsbosbeheer zijn. Niet open, niet transparant, niet democratisch.

blauw

  

Het is de laatste lente in dit huis. Deze plek. 40 Jaar mijn plek. 

De tijd is gekomen om verder te reizen.

Ik zit in het zonnetje achter het glas. Koffie met opgeklopte melk. Roze koek. De Messe G Dur van Schubert. De schilderijen van schoonvader tegen de witte wanden. De schilderijen met de mooie blauwen.  Blauw. Mijn kleur. Het blauw van blauwe druifjes. Van vergeet-mij-nietjes. Van Frankrijk. Van de lucht. Van het water. De rivier. De zee. Blauw. Waarachtig blauw.

Ik zou wel willen blijven in dit moment. Het willen vasthouden. Het licht, de kleuren, de muziek. Niet verder reizen. Blijven. Een foto. Geen film.

De koffie is op. En de roze koek. De Messe G Dur afgelopen. Kom. Verder. Waarachtig leven

gelukkig

  

Hun stemmen klateren in de vroege avond. Het kon nog net. Buiten spelen in het speeltuintje. De kinderen imiteren de grote mensenwereld. Een winkel, taarten, een kassa, mevrouwen. “Goedendag mevrouw”, zeggen ze tegen de mevrouw die van het bankje is opgestaan en richting het speelhuisje loopt. Ze krijgt een ijsje met 2 bolletjes, vanille en frambozen, met slagroom en het kost 32 euro. 

Het speeltuintje waar 40 jaar geleden hun vaders speelden ziet er verwaarloosd uit. Mossig gras, een vervallen speelhuisje en een bielzen bankje. Dat is alles. Geen wipwap, geen zandbak, geen klimrek. Maar dat lijkt de meisjes niet te hinderen. Zij hebben hun fantasie. Dat is genoeg. Soms stokt het en wordt er gekibbeld.” Nee dat is niet eerlijk!”, maar dat kabbelt vanzelf weer weg.

” We gaan!”, zegt de vrouw op het bankje. Ze staat op en na enig tegenstribbelen gaan ze. Mee. Mee naar huis. Ze huppelen. “Het is een gelukkige dag oma”, zegt het oudste meisje tegen de vrouw. 

De entourage van Poetin verbergt miljarden in belastingparadijzen . Een netwerk van brievenbusfirma’s is blootgelegd. Ook staatshoofden en bekende sporters zijn verbonden aan offshorebedrijven.” Op de voorpagina van mijn ochtendkrant. Panama Papers. Je zou het allemaal niet willen weten. Hoe egoïstisch, hoe fout, hoe rot de grotemensenwereld is.  Dat verzin je niet op het mossige gras in een verwaarloosd speeltuintje. Gelukkig maar. 

stabat mater


Bij het beeld van Michelangelo in de Sint Pieter in Rome, de Piëta. 

 

In zijn nachtkastje werd een stapel correspondentiekaarten gevonden. Keurig gerangschikt op datum. Hetzelfde handschrift. Dezelfde aanhef.: “Lieve …”. Dezelfde laatste zin: “Laat nog eens wat van je horen”.

Nooit had hij iets teruggeschreven, nooit was er een teken geweest dat hij de kaartjes gelezen had. Een dichte deur, een niet opgenomen telefoon. Onbereikbaar. Nooit meer iets van zich laten horen. Weggegaan. Ver weg

Haar kind. Haar zoon. De zoon met de zachte ogen, het dikke krullende haar. Haar oogappel.
Een lief kind. Een vrolijk kind. Wat was er gebeurd? Waarom?

De moeder aanschouwde de gestorvene. Nam hem in haar armen. Haar zoon. Haar kind. Lees verder

Duits

   

De Katwijkers waren de oorlog al gauw vergeten leek het. Massaal verdwenen ze na de oorlog in het zomerseizoen met hun beddegoed naar de schuur of naar zolder. Er waren er zelfs die naar het kippenhok verhuisden. En dat allemaal om een centje bij te verdienen aan de tot voor kort nog zo gehate oosterburen. Zimmer Frei. De Duitsers werden achter hun rug wel bespot om hun kuilen op het strand, maar in hun gezicht werden ze beleefd in krakkemikkig Duits toegesproken. Bitte. Danke. Gutentag. Eitjes bij het ontbijt, vers brood, kaas en ham en eigengemaakte jam. Kaffee mit Kuchen. En de gespaarde  guldens in de winter verzilveren. Nieuwe meubels, een wasmachine, een ijskast van Albert Heijn. In het voorjaar kwamen de verfkwasten te voorschijn en werd het huis weer spic en span gemaakt voor  de zomer. Het bordje Zimmer Frei werd tevoorschijn gehaald en kreeg een extra likje.

Een mooie taal: Duits. Heeft even geduurd voor dat weer hardop gezegd mocht worden. Maar de oorlog is nu wel lang genoeg voorbij. Duitsers blijken aardige nette mensen te zijn, of minder aardig en minder net. Net als alle andere mensen. De oorlog is nu wel lang genoeg voorbij. Die oorlog dan. Want er zijn nog iedere dag oorlogen.

Een  stroom mensen op de vlucht voor de oorlog zoekt haar heil in fort Europa en jawel: uitgerekend  Duitsland gaf het goede voorbeeld: Wilkommen.

Maar goed voorbeeld doet niet altijd goed volgen. Vorige week werd een Nederlands voorstel  door Europa omarmd. De grenzen gaan dicht. Turkije krijgt miljarden euro’s en daarmee de sleutel in handen de vluchtelingencrisis op te lossen. Intussen zitten overal in Europa vluchtelingen vast. Niks Wilkommen.  Vluchtelingenkampen. Begrensd door meters  prikkeldraad.
Kom op Europa, Nederland. Jullie met al je hebben en houwen, je meubels, je wasmachines, en je goed gevulde koelkasten. Je hoeft echt niet het kippenhok in om plaats te maken voor de oosterburen. Haal dat bordje uit de schuur en hang het op de voordeur: Zimmer Frei 

onvoorwaardelijke liefde

In het dorp heeft iemand 15 miljoen gewonnen in de Staatsloterij. Met mijn schoondochter fantaseerden we wat we daarmee zouden  gaan doen. Schoondochter wist het wel. Ze is een vrouw met een groot hart. Een lieverd. Haar hele omgeving ging er van mee genieten. Voor haar zelf zou ze een lapje grond kopen. Met een mooi huis erop  voor haar gezin en achter in de tuin  twee ruime blokhutten.” Voor mama en voor jou, dan hoef ik me daar over ook geen zorgen meer te maken”.

“Gaat wel”, antwoordt het Chinese meisje op de vraag of ze het naar haar zin heeft. Ze is er nog maar pas, op de school voor circus artiesten. Op die school worden de meest talentrijke kinderen van China toegelaten. Het is een voorrecht om daar te mogen leren. Maar het meisje is nog zo klein. En het internaat is zo ver van huis. “Wou je het zelf graag of wilden je ouders het?”, vraagt journalist en fotograaf Ruben Terlou. Een aarzelend antwoord: “Zelf”. Ze mist haar familie, maar dat vertelt ze niet aan haar moeder. “Ik wil niet dat mijn moeder huilt en verdriet om mij heeft”. Als ze later beroemd is en veel geld gaat verdienen, gaat ze voor haar opa en oma zorgen en een huis laten bouwen voor haar vader en moeder. “Zij hebben het financieel heel moeilijk”.

Vaders en moeders zouden onvoorwaardelijk van hun kinderen moeten houden. Het omgekeerde is waar. Kinderen houden onvoorwaardelijk van hun ouders.