Examentijd

m1nzexka80kl_large

De gymzaal is even geen gymzaal. Tafeltjes en stoeltjes staan strak in het gelid. Op de tafeltjes flesjes water, een appel, schrijfgerei, grote vellen papier. Aan de tafeltjes jonge mensen. Gebogen ruggen. Geconcentreerd aan het werk. Een meisje kijkt om zich heen, in de lucht, lijkt na te denken, zucht. Voorin achter een lange tafel een docent. Tussen de rijen een surveillante. Ze loopt geruisloos rond. Een vredige stilte.

Er wordt iets dichtgeklapt, een stoel verschuift, voetstappen. Daar loopt een jongen naar voren. Nu al klaar? De docent neemt papieren in ontvangst, kijkt ze door en knikt: je kunt gaan. De tas wordt opgehaald. Zachtjes loopt hij naar de deur, nagestaard door een enkeling. Zijn voetstappen zijn tot in de gang te horen. Dan wordt het weer helemaal stil. Als je goed luistert hoor je het geluid van pennen op papier, een kuch, een bladzij die omgeslagen wordt.

Examentijd. Nooit zijn die beweeglijke en lawaaierige pubers zo serieus, zo rustig, zo bij de les. Na veel of weinig of helemaal geen voorbereiding is daar het finale moment om te laten zien wat er allemaal is geleerd.

Nog een paar weekjes zweten en dan zwaaien de schooldeuren voor de laatste keer open. Daar buiten wacht het echte leven, de vrijheid. De schooljaren: Op een dag, heel veel later realiseer je je misschien wel hoe mooi die jaren waren, hoe onbezorgd, hoe vrij.

Alles goed

images

“Alles goed?” Van mijn voormalig predikant Pieter Boomsma mag je dat nooit vragen. Laat staan dat je antwoordt: “ja hoor, alles goed.” Want het zou wel erg gek zijn als alles goed zou zijn. Stel je voor, wat een luxe, verwennerij, natuurlijk gaat nooit alles goed. Gekke vraag eigenlijk.

“Hoe gaat het?” dan. Ook lastig, want de vragensteller wil het liefst horen: “Ja hoor ok”. Niemand zit te wachten op een genuanceerd antwoord in de zin van “Ja met mijn gezondheid is het goed maar ik heb wel problemen met mijn baas en met mijn zus blablabla.”

We begroeten elkaar en vragen voor de vorm hoe het gaat. Echt op een antwoord zit niemand te wachten. Zeker niet op de parkeerplaats van Albert Heijn als je in sneltreinvaart je laatste boodschapjes binnen wilt halen.

Elkaar begroeten is mooi en warm. Het is fijn herkend en gekend te worden in de plaats waar je woont. Een goede Twentse gewoonte in ons dorp. Mensen van buiten verbazen zich erover dat ze goedemorgen horen als ze de hond uitlaten in het bos. Voelt als een warme deken. Is aangenaam.

Belangstelling, meeleven is nog zo’n hartelijke eigenschap van de Tukker. Maar vraagt wel om de juiste vorm.
“Hoe is het met je?” De beantwoording van die vraag vraagt om tijd en ogen die je aankijken op een plek waar dat kan.

U mag wel

f1224843401

De gebiedende wijs is uitgestorven. Doe dit, laat dat, kom hier. Nee dat kan niet meer. De gebiedende wijs wordt uitsluitend gebruikt door het baasje tegen de hond: Zit!, Lig!, Apporteer!, en in het leger: Voorwaarts mars en Geeeeef acht!

De gebiedende wijs is vervangen door het verzoek: zoudt u, of tegen een kind: wil je. Stukken vriendelijker. Probleem is als het verzoek eigenlijk geen verzoek is maar min of meer een bevel. Daar hebben de werkers in de zorg en hulpverlening een nieuwe vorm voor bedacht: de mag-vorm. “U mag daar gaan zitten. U mag daar wel even wachten. U mag uw jas alvast wel…”

Ze bedoelen gewoon, ga maar zitten, u zult moeten wachten (meestal niet “even”), doe uw jas alvast maar…
De mag-epidemie verspreidt zich inmiddels naar alle andere sectoren: kinderen mogen hun schrift pakken, de voorganger in de kerk vraagt of hij mag voorgaan in het gebed, we mogen de deur wel dicht doen, en we mogen alvast even rondkijken voor we aan de beurt zijn. Allemaal verkapte bevelen. Lastig is dat een mens dat toch voelt en bij dat ‘mogen’ het vervelende gevoel krijgt dat hij helemaal niks mag, maar dat hij of zij iets moet en dat je dat vervolgens ook nog als een gunst in ontvangst moet nemen.

Stoppen met dat gemag svp. Gewoon zeggen: Neemt u daar maar plaats, het gaat helaas wel even duren, maar u kunt uw jas alvast wel … Van mij mag het.

Verzet

images-3

Je krijgt soms de indruk dat half Nederland in het Verzet zat tijdens de 2e Wereldoorlog. Niets is minder waar. Nederland bestond vooral uit mensen die zich gedeisd hielden, de andere kant opkeken en in het ongunstigste geval gewoon meewerkten met de bezetter en ja zelfs dat: uit het leed van anderen een slaatje wisten te slaan. Ik ben voorzichtig daar over te oordelen, want ik durf niet te zeggen tot welke groep ik zou hebben behoord. Goed en fout. Wie waren er goed? Wie fout? Waar zou ik hebben gestaan? Is altijd duidelijk welke kant de goeie kant is?

Deze week gedenken wij allen die vielen voor onze vrijheid. Een goede zaak. “Opdat wij lessen leren uit het verleden.” Echter, we doen het niet. Overal, iedere dag sterven mensen in oorlogssituaties. Mannen, vrouwen en onschuldige kinderen. En met alle wijsheid en kennis die we hebben lukt het ons nog steeds niet te bewerkstelligen dat daar een eind aan komt.

Moet je een held zijn of een heilige? Echte helden getuigen zelden, zegt men. En heiligen, bestaan die? Laten we maar beginnen op dat kleine plekje waar ons leven zich afspeelt, op ons eigen schoolpleintje opkomen voor onrecht, voor de zwakke. Je afkeren van fanatisme en je niet laten meeslepen. Nee durven zeggen. Alleen durven staan. Verzet begint aldus de dichter Campert niet met grote woorden, maar met kleine daden, met

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen *

* uit het gedicht Verzet van Remco Campert

God bestaat

Matthäus-300x232

God bestaat. Dat hebben mijn ouders mij meegegeven. Met name mijn vader. Hij sprak er niet over. Je zag het, je voelde het: de innerlijke kracht, bewogenheid, de troost van mijne Pa dat was zijn God. ” Er is geen zeeman die niet in God gelooft” zei hij. De overmacht en kracht, de schoonheid van de natuur weerspiegelen iets dat groter is dan de mens. God noemen veel mensen dat.

God bestaat niet, aldus anderen en dat zijn er steeds meer. “Als God bestond dan zou er toch geen kind sterven en dan zou er toch geen honger, armoe of ongerechtigheid zijn?” Moeilijke discussie. Denk maar niet dat dat je een mens gelovig maakt door overtuiging, argumenteren, of discussiëren. Integendeel.

Mijn pa liep altijd bozig de kamer uit als er weer eens gediscussieerd werd over het geloof.
Toen hij na de oorlog terugkwam vernam hij dat er in zijn kerk een kerkscheuring had plaatsgevonden. “Wij lagen op onze knieën God te bidden dat hij ons veilig thuis zou brengen en jullie waren aan het ruziën over kerkelijke regels!” Hij heeft nooit meer een stap in die kerk gezet.

Deze week vieren Christenen het Paasfeest voorafgegaan door De Stille Week. Een stille week met prachtige muziek: de Passion in Groningen en de Mattheuspassion van J. S. Bach overal in Nederland. Het verhaal van ontgoocheling, van verraad, van spijt, van lijden, van eenzaamheid, van overgave, van sterven. Het verhaal van een mensenleven. Vormgegeven in muziek. Wonderschoon. Muziek kan je daar brengen waar geen woorden voor zijn, wat niet te benoemen is, wat het menselijke te boven gaat. De muziek van Bach is het bewijs dat er een God is, dat God bestaat.

Domme renners

Jack+Bauer+is+er+kapot+van.

Drie Vlamingen in de kopgroep van de Ronde van Vlaanderen. Dat kan niet mis gaan toch? Dat wordt: “Vlaanderens Mooiste” met een Vlaamse winnaar.

Maarrrr er was nog een Zwitser. Niet eens topfit, moest nog eten op het laatst. Maar wel slim en vastberaden. De drie Vlamingen hadden het nakijken. Na een helse rit over 256 km kwam Fabian Cancellara als winnaar over de streep. Domdomdom: 3 Vlamingen en 1 Zwitser, dan weet je toch wat je moet doen om heel Vlaanderen een feestdag te bezorgen? Samenwerken, tactiek. Koersinzicht. Er zijn wielrenners die harder trappen dan het hele peloton maar nooit winnen. Domme renners. Het goeie wiel pakken, geen trap teveel doen, eerst het bordje leeg eten van een ander en wachten!

Veel wielertermen zijn gangbare uitdrukkingen geworden: afzien, afhaken, een tandje erbij, kapot zitten.
Vrijdagavond las ik op Facebook dat Thea ten Have van BurgerBelang kapot zat nadat ze was buitengesloten van verdere coalitieonderhandelingen voor het nieuwe college. In wielertaal: niemand doet nog een trap voor haar; ze doet niet meer mee, ze is gezien.

Komaan Thea, wanhoop niet, de koers is nog niet gelopen. Valpartijen, lekke banden, hongerklop. Alles is nog mogelijk. Grootste risico? Dat er een paar van die domme renners tussen zitten, zonder koersinzicht, zonder verstand van tactiek, die in hun enthousiasme de concurrentie in een zetel naar de eindstreep dragen.

Lintje

201011162609

Als er 1 koningsgezind is dan is Wiske het wel: dochter van een marineman, uit een gezin van God, Nederland en Oranje, vernoemd nota bene naar Koningin Wilhelmina. Uit handen van Jan Kristen(!) ontving zij een lintje, het ultieme geschenk dat je van Majesteit kan krijgen. Wat was ze ontroerd, blij, vereerd, trots. De reden? Ach velen doen net zo veel voor het land, of nog meer. Menigeen die het dubbel en dwars verdient krijgt nooit een lintje. En toch..als jij dat lintje dan krijgt, doet je dat goed: waardering, aandacht. Vooral mooi dat het zo gegund werd. Een spontane omhelzing in Albert Heijn: “Je hebt het verdiend!”

Het fijn voor iemand vinden dat hij of zij een lintje krijgt, het iemand gunnen is niet iedereen gegeven. Daarom krijgen mensen die een lintje zouden moeten krijgen het vaak niet. Want het lintje moet worden aangevraagd. Iemand moet dat gaan regelen. En dat is heel veel werk.

Vorige week weigerden raadsleden uit Hardenberg hun lintje. De vanzelfsprekendheid dat je na zoveel jaar in de gemeenteraad een lintje krijgt vonden zij niet goed. Collega columnist Piet Jansen was het er mee eens. Ik ook. Het mag nooit een automatisme zijn.

Toch feliciteer ik Jan Immink en Jeroen Piksen van harte met hun lintje. Ze waren en zijn behalve in de politiek op veel terreinen actief voor de gemeenschap. En in hen krijgen alle mannen en vrouwen die met hart en ziel actief zijn voor het algemeen belang een onderscheiding. Een minuscuul stukje stof om met trots te dragen. “Verdiend!”

Halleluja, een zingende non

sister-cristina-scuccia

Dit weekend circuleerde op internet een filmpje van een non die meedeed met de Voice van Italië. Het optreden van de 25 jarige Christina Scuccia en de meer dan enthousiaste support van haar collega zusters ging de hele wereld over.

In mijn jonge jaren woonde ik met mijn familie tegenover een klooster. Vanuit de slaapkamer kon je de prachtig aangelegde kloostertuin inkijken. De zusters van het Heilige Hart. Als klein meisje keek ik naar hen met hun wapperende rokken. Ik heb veel gelezen over nonnen die de vreselijkste dingen mee maakten. En ook ken ik vrouwen die met afschuw terugdenken aan hun schooltijd met die onuitstaanbare nonnen. Maar ik herinner me alleen maar lachende nonnen. Ze volleybalden en schaterden en kwetterden in de zomerzon. Ze sprongen in de lucht en mepten soepel en doelgericht de bal over het net. In het voorjaar klopten ze kleden en ook bij dat schoonmaakwerk niets dan lachen en klateren.

Op een bijeenkomst waarin mensen vertelden over de invloed van het geloof op hun leven vertelde een voormalige non over haar verblijf in een klooster ergens in het Brabantse. U snapt het al: de zusters van Het Heilige Hart.

Naast dat gelach en geklater was er vooral onderdrukt verdriet, frustratie achter de hoge witte muren van het klooster. Een ontroerend verhaal van een vrouw die in de 60er jaren op enkele tientallen meters afstand van mijn ouderlijk huis haar treurige leven leefde. De pijn was groot en wat was ze moedig toen ze uiteindelijk de keus maakte om uit te treden. Dat lachen en klateren, ach dat was de uitlaatklep.

Zingende lachende nonnen. Het doet iets. Is het het contrast: de platte schoenen, de lange rokken en die op het oog oprechte blijdschap? Meer dan 13 miljoen views voor Halleluja. Een fascinerend verschijnsel.

Naar de stembus!

 

media_xl_1200756

Hier niet zo ver vandaan is de Canadese begraafplaats. Zo eens in de zoveel tijd loop ik er over heen. Het is een mooie stille plek midden in het bos, prachtig aangelegd en onderhouden. Ik bekijk de stenen en lees de namen en jaartallen. En altijd weer zie ik dan de moeders voor me. In een land aan de andere kant van de oceaan ligt ergens jouw kind. Als je geluk hebt kun je misschien zijn graf bezoeken.

Welgemoed gingen de mannen op weg om Europa te bevrijden. Strijden voor de goede zaak en natuurlijk ook niet geheel vrij van zucht naar avontuur. Zonen van, vaders van, broers van. Gesneuveld in een onbekend land ver van huis.

Omdat soldaten hun leven gaven is ons het leven gegeven. In een vrij land met een democratie. En daarom mogen wij eens in de zoveel tijd naar de stembus. Het kan dus niet bestaan dat je van dat recht geen gebruik maakt. En natuurlijk: de politiek bakt er soms helemaal niks van en ja, hoe vrij zijn we eigenlijk in het materialistische en individualistische Europa? Maar geen gebruik maken van je stemrecht is een klap in het gezicht van alle moeders, vaders en kinderen van soldaten die het leven lieten voor onze vrijheid.

Opdat wij niet vergeten. Naar de stembus woensdag!

“Mag ik een ijsje?”

Zaterdag 8 maart opende Atelier Bonvanie haar deuren in het Nijverdalse. Deze ondernemers hebben goede connecties met het KNMI, want het was fantastisch weer. De thermometer bleef stijgen en dat bleef, ook op zondag 9 maart was het weer om een ijsje te eten. De ondernemers van de ijszaak hebben ook een goede neus voor PR blijkbaar, want zelden heb ik zo’n lange rij voor een winkel in Nijverdal zien staan. En dan nog wel op zondag!

Ja, maar niet op zondag. U kent die gezichten wel van die kinderen die verlangend en beteuterd naar opzij kijken: kinderen aan een ijsje: ja maar wij niet, wij mogen geen ijsje, want het is zondag.

In het land van de zachte gee was dat anders, want na de mis stak je over naar de kroeg. En dan was een ijsco voor de kleinen op een zonnige dag gewoon. Hoe anders was het boven de rivieren. Zondag een feestdag, jaja, maar dan mocht er vooral veel niet, laat staan een ijsje.

De nieuwe ijszaak heeft haar deuren 7 dagen in de week open. Welke winkelwet zij hanteren weet ik niet, maar voor een ijsje is er blijkbaar geen enkele belemmering om dat op zondag aan te schaffen. En de goedkeuring van boven is er blijkbaar ook want zeg nou zelf: was het op 9 maart ooit zulk prachtig lenteweer?

ijssalon-160x300