ik geloof

Ik behoor tot de minderheid, hoorde ik vanmorgen op de radio. “Iets minder dan 50% van de Nederlanders rekent zichzelf nog tot een religieuze groepering. Voor het eerst”. Het CBS ( Centraal Bureau van de Statistiek) ziet al jaren de groep religieus-betrokkenen steeds verder krimpen. Eind jaren negentig beschouwde nog 60 % van de bevolking zichzelf als onderdeel van een religieuze stroming of levensbeschouwing.
Het voelt goed tot een minderheid te behoren. En ook binnen de minderheid van mensen die zich gelovig willen en durven noemen behoor ik tot een minderheid. En dat is aangenaam. Want wat is geloven nou eigenlijk? En wat geloof je nou dan? Hemel, hel? Leven na de dood? Een eeuwig leven?  Ik weet het allemaal niet, niet zo goed in ieder geval. En wat of wie is God? En moet je alles geloven wat er in de bijbel staat? Is de aarde in zes dagen geschapen? En liep Jezus over het water? 

Als je niet van dromen houdt of niet gelooft dat tralies bomen kunnen worden, als je niet ontroerd kunt worden van een mooie lucht, of geraakt kunt worden door muziek, als je alleen maar kunt geloven wat je begrijpt dan is het geloof, of een geloof niet iets voor jou.

Vorige week kreeg ik een klein kunstwerkje van een oude vriend. Het was een bergkristal in een piepklein zwartgeverfd houten blokje. Hij vertelde hoe hij er over nagedacht had wat hij voor mij zou maken als cadeautje en dat hij in de vroege morgen er nog aan gewerkt had. We spraken over resonantie, hoe iedere trilling in het heelal haar weerklank heeft. Dat alles en alles met elkaar verbonden is. Hoe niets verloren gaat. Dat er gebeurtenissen zijn in je leven waar je geen enkele verklaring voor hebt en dat er “meer”, is tussen hemel en aarde. Gister zag ik hoe de zon in het bergkristalletje weerkaatste en hoe de uitholling in het hout me deed denken aan de gewelven van een basiliek. En dat die weer lijken op de gewelven op de prachtige foto’s van Jan Griffioen in mijn kamer, foto’s van Cistercienzer kloosters in Frankrijk. En ik bedacht me dat inderdaad alles met elkaar samenhangt en met elkaar verbonden is. En ik dacht dat dat misschien wel God is. En ik bedacht me hoe mooi dat is. Dat je dat kunt beleven. En zien. En kunt delen met elkaar. 



Foto’s Bouke Meindersma  ( Deventer 2015 en Nijverdal 2018) 

Kunstwerkje Bergkristal in blokje, van  Jo Polak

Tralies die bomen kunnen worden( Melis vd Hoek) 

leeuwenwelpje

ZKV-schrijver Snijders schreef gister over een gekooide trailer die omgevallen was. In de trailer zat een tijger uit een circus. Hij beschrijft hoe hij ooit naar een gekooide tijger had staan kijken en dat hem was bij gebleven dat het dier ondanks zijn gevangenschap onkwetsbaarheid uitstraalde. Een raadselachtig verhaal, op de vroege zondagmorgen voorgelezen door de schrijver zelf.
Ik denk dat Snijders op het verhaal is gekomen door het in een weiland aangetroffen leeuwenwelpje vorige week. En dat bracht mij weer terug bij een animatiefilmpje dat ik een paar jaar geleden zag in De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Een filmpje van Lena Olman en Konrad Frank, “Frei nach Rilke”. Een fantasie naar aanleiding van het gedicht van Rilke over een panter in een ronde kooi in het Jardin des Plantes in Parijs. In het filmpje zie je het dier rusteloos rondjes maken langs de tralies. “Een zachte tred, sterke lenige schreden”. Tot hij gaat zitten. “Zijn blik is moe geworden, verdoofd”. Maar het lichaam straalt wilskracht uit. In het filmpje zie je in de ogen van de panter wat hij ziet als hij naar de tralies kijkt. De tralies worden bomen, struiken, lianen. Je hoort de geluiden van het oerwoud. Vogels. Een vogel vliegt weg. De panter volgt de vlucht van de vogel.En daar rent hij, lenig soepel, door het woud. Vrij. Wilskrachtig. Onkwetsbaar. 

Het leeuwenwelpje is inmiddels geadopteerd. Hij wordt het huisdier van een man die “veel van katten houdt”. Terug naar zijn natuurlijke omgeving was onmogelijk. Het dier zou het niet overleven.  


Der Panther, gedicht van Rainer Maria Rilke

Animationskurzfilm van Lena Olman en Konrad Frank: http:youtu.be/yM3xZjF3G2A

ZKV ( Zeer Kort Verhaal) van zondagmorgen 14 oktober 2018 op radio 4

bingo


Op onze familiedag regende het aan een stuk. Wat doe je met 80 plussers, 4-jarigen, vijftigers, twintigers? :Bingo. Het kleinste bingoapparaatje voor 2,50 aangeschaft bij Intertoys. Een paar onbeduidende prijsjes bij de Action en ziedaar. Een uur lang was het nummertjes strepen, liedjes zingen, als de valse bingo voorbijkwam, en prijsjes ophalen. De stemming zat er goed in. Aan het eind van de dag was iedereen het er over eens dat de bingo het hoogtepunt van de dag was geweest.

Vroeger op schoolkamp was het de manier om de jeugd een poosje rustig te krijgen. In buurthuizen, kantines, clubhuizen, op de camping overal wordt bingo gespeeld. En fanatiek! De prijzen zijn vaak dingen waar je niet veel mee kunt, maar de gretigheid waarmee er op gejaagd wordt is groot. De vleesschotel of de staafmixer, met gejuich worden ze binnengehaald.

Degene die de bingo leidt is belangrijk. Hij of zij moet wel een beetje sjeu in het geheel brengen. En streng zijn! Een valse bingo? Zingen! En af en toe een grapje mag, maar wel doorgaan, tempo houden.
Er wordt wat bedacht om een feestje kek en spannend te maken. Thema’s, verkleedpartijen, speurtochten, niets is onmogelijk. Nergens voor nodig. Bingo zou ik zeggen.

David en Jonathan


Zij waren vrienden. Zij hadden elkaar lief. Toen zij elkaar ontmoetten wisten zij: jij kent mij, jij ziet mij zoals ik ben. Weet jij mij beter dan ik. Geen woorden nodig. 

Lachen, hartstochtelijk lachen. Ontroering. Tranen. Lopen door de velden. Praten. Zwijgen. Luisteren. Naar de vogels. Het ruisen van de beek, het razen van de wind. Het spelen op de harp. Kijken naar de wolken in het gras. 
Ze hoorden bij elkaar. Voor altijd. Zielsverwanten. 

Maar de wereld om hen heen was ingewikkeld. De wereld drong zich aan hen op. Waar hoor jij bij David? Van wie ben jij Jonathan? Verscheurde verlangens, levens. Tegengestelde behoeftes. Teleurstellingen. Wantrouwen. Onzekerheid. Wat mooi was werd bezoedeld, een last, een zware last, frustratie. Misverstaan. Verdriet.

Eindelijk sprak David: “Laten we ieder onze eigen weg gaan.” En Jonathan zei: “Ga in vrede! Je weet onze afspraak. Wij blijven vrienden!” Ze keken elkaar aan en zeiden niets. Daarvoor waren ze te bedroefd. David gooide een steen in het water. Jonathan schopte tegen een kei. Ze draaiden zich om. 

Toen ging ieder een andere kant uit.

*Delen van tekst uit Bijbelse Verhalen voor jonge kinderen van Cramer Schaap 

*Tekening van Alie Evers uit de kinderbijbel van Cramer Schaap 

*”Weet jij mij beter dan ik” uit “Ken jij mij” van Trijntje Oosterhuis 

krediet

Kent u hem nog? Dirk Scheringa? De gewone jongen die het zo ver gebracht had. Na de mulo in Winschoten en de Rijkspolitie in verzekeringen gegaan. Kredietbemiddelaar. Een eigen bank Dirk Scheringa Bank, DSB. Voorzitter van voetbalclub AZ. Kunstverzamelaar. Een eigen museum. Het kon niet op. Maar hij viel. Hard. Woekerpolissen, onrechtmatige financiele transacties. Pieter Lakeman deelde de laatste klap uit. Hij adviseerde mensen hun geld van de bank af te halen. Er volgde een bankrun. DSB was niet langer kredietwaardig en de Nederlandse Bank verklaarde op 19 oktober 2009 de bank failliet. Afgelopen DSB, AZ, Museum. Dirk Scheringa afgeserveerd. 

In het interview uit de 90er jaren van de vorige eeuw met een nog jonge Scheringa door meesterinterviewer Ischa Meijer laat Scheringa zich fileren. Mooie termen voor schandelijke praktijken. Een PL( persoonlijke lening) is “sparen achteraf”. De belastingen en de woningstichtingen brengen de mensen in de geldproblemen, niet de optelsom van allerlei wazige verzekeringen. “Sjoemelen, louche, failliet achteraf”, noemt Meijer het. Maar Scheringa blijft beleefd en vriendelijk en verontschuldigt zich voor zijn beperkte woordenschat. “Geeft niet”, zegt Meijer, “het gaat goed”.

 Anno 2018 gaan banken gewoon op de oude voet voort nadat ze 10 jaar geleden zijn gered door de belastingbetaler. Een bank, de ING wast zelfs crimineel geld wit. De ING komt weg met een schikking. Ik heb me afgevraagd waarom een Dirk Scheringa wel in het stof heeft moeten bijten en de ING en de Nederlandse Bank niet. Omdat er geen Ischa Meijer meer is of een Pieter Lakeman? Of omdat Scheringa een kleine jongen was, een van de mulo, een buitenstaander, niet one of us? Ik moet denken aan de meester van mijn lagere school, die helemaal los ging als een jongen uit de arbeidersbuurt ondeugend was en de ogen dicht deed als de etterbakjes uit de villawijk hetzelfde deden. 

hekje

Als je het Broezepad afloopt richting de Wilgenweard kom je vier hekjes tegen. Een houten klaphekje, vernunftig gevouwen tussen twee palen, twee grotere houten hekken en aan het eind, bij de parkeerplaats van de tennisbanen een ijzeren klaphek. De klaphekken kun je openen en sluiten, de brede houten hekken zijn altijd dicht, als je verder wilt moet je er overheen klimmen. Honden springen door de openingen in het hekwerk. Het pad langs de Regge is maar een paar honderd meter, verdeeld dus in drie stukken tussen vier afscheidingen. De reden van het aanbrengen van de hekwerken is mij niet duidelijk. Ik meen dat het pad vrij toegankelijk is, openbare ruimte. Hekwerk als de ultieme uiting: dit is van mij. 

Waarom hekjes, hekken? Ik heb er Wikipedia en het Franse woordenboek eens bijgepakt. Hekken, hekjes zijn vaak een prachtig detail, onderdeel van het landschap. Vertalingen: omheining, afscheiding, afsluiting, barrière, maar ook leesteken. Het beweegbare hek is de opening in de afscheiding. Heeft markeringsfunctie en signaalfunctie. Functioneel dus hekjes. Ze markeren, bakenen af. Ze waarschuwen: pas op, kijk uit, hier houdt iets op en begint wat anders. Je kan er door heen, er over heen en je kunt terug gaan. Je passeert een grens of je besluit niet verder te gaan.  Als je verder wilt, wordt het je soms makkelijk gemaakt, alleen maar duwen, soms moet je even puzzelen hoe het hek werkt of er over heen klimmen. 

Een beweegbaar hek zorgt ervoor dat je even stil staat, nadenkt: ga ik verder of niet. Een gesloten hekwerk zegt je kunt niet verder. Bijzonder prettig bij tijd en wijle. Bewegen binnen de omgrensde lijnen. In een wereld zonder grenzen, houdt niets je tegen, zijn er geen obstakels. Dan moet je zelf een hekje zetten. En de keuze maken ga ik verder of niet. Vrij zijn heet dat. 

 Golden Girls


We waren veertigers, begin vijftigers. Een keer per jaar een paar dagen wandelen. In Twente of Drente of de Achterhoek. Wandelingen van Van Paridon. Ergens in een hotel overnachten. We noemden ons de Wandelclub en spraken over ons als wandeldames. Wandelen, praten, lekker eten. Onderweg de meegebrachte lunch, ’s avonds het diner. Dan haalden we de chique kleding uit de tas en kwamen we spic en span aan tafel. Kaarslicht, glanzend bestek, wijn, de maaltijd. De voor het grootste deel (voormalige) kookjuffen keurden met kritische blik de kwaliteit van het eten en de bediening. Soms werden we bediend door oud-leerlingen, die deden dan extra hun best. Na het wandelweekend zagen we elkaar in de loop van het jaar vaak niet, maar dat hinderde niet, we konden de draad direct oppakken bij het weerzien.

We wandelen al lang niet meer: knieën, heupen, hart, longen. We fietsen. Leve de e-bike. Drie dagen, meestal in de omgeving. De oudste is bijna tachtig, de jongste bijna zeventig. Er is gescheiden en getrouwd, er waren ziektes en begrafenissen. En jubilea en memorabele gebeurtenissen. Dan zijn we er en zingen we een lied, er wordt een feestrede gehouden en er is een cadeau. Feestelijk ingepakt en een kaartje met mooie woorden. En  al onze namen. In ieders handschrift. 

Deze keer fietsten we in de buurt van Twickel. Op de eerste dag stopten we voor een grote boerderij. Een van de dames vertelde dat we voor het huis van haar grootouders en haar ouders stonden. Een monumentale pachtboerderij omgeven door uitgestrekte weidegronden en oude eiken. Ze vertelde hoe ze er als kind had gespeeld en wat ze er had geleerd over de natuur. Hoe de bomen heetten en de plantjes en hoe je in de lucht kon zien of het ging regenen. Hoe haar vader er op stond dat ze verder ging leren. Tegen het advies van de omgeving in.  Wat moet een meid nou met een opleiding, die gaat toch trouwen. Naar het Middelbaar onderwijs. En naar Rollecate, de opleiding voor landbouwhuishoudlerares. 

In Hotel de Zwaan in Delden stond de taart klaar. Want we vierden het 25-jarig jubileum van ons clubje. De twee dames die de beurt hadden om het weekend te organiseren hadden hun best gedaan. Een heerlijke taart van de beste bakker van Delden met een foto er boven op van toen we nog rimpelloos waren. En voor ieder een zelfgebakken bordje. En een gedicht van Jules Deelder, dat moest opgelezen worden door één, want ieder heeft zo haar kwaliteiten. Bij het diner vertelden we elkaar verhalen, en bij de droge witte wijn werd hartstochtelijk gelachen. Golden Girls heten we sinds een paar jaar. Droefheid, eenzaamheid, zere handen, onwillige voeten, een haperend hart, slechte ogen, verminderd gehoor. Niet te lang zeuren over al die tegenwind. Moedig Voorwaarts. Pluk de dag, proef en geniet van ieder mooi moment, de natuur, van elkaar. Alles. 

* Golden Girls was ooit een hilarisch tv program nog altijd te zien, actieve fanclub met facebookpagina

* Gedicht voor Land en Tuinbouw van Jules Deelder

27/9/2021 overleed Golden Girl Annie, die in de pachtboerderij geboren werd. Bij haar afscheid werd dit gedicht van Huub Oosterhuis dat we van Golden Girl Gien ooit kregen en wat we allemaal zo mooi vonden voorgedragen. Het hing aan de binnenkant van een kast.

Aretha Franklin 

Het was de zomer van 1967. Zeeland. West Kapelle. We hadden vakantiewerk gedaan in een zilveruitjesfabriek in Breda. Daar hadden we enorm gelachen. En ook nog geld verdiend. De lucht van de uitjes hadden we uit onze kleren gewassen en uit onze haren. En toen waren we op vakantie gegaan naar Zeeland. De vaders brachten hun jonge dochters naar de camping. Het strand hebben we maar af en toe gezien. Maar wel de kroegen. De Rode Leeuw in Domburg dat was de leukste. Daar leerde ik Frank kennen. Hij had rood haar en hij was 6 jaar ouder dan ik. Hij was leuk en lief. Hij vertelde over zijn ouders die verongelukt waren en over zijn zussen. Hij kwam uit Eindhoven en hij sprak met een zachte gee. We lachten, we dansten en heel voorzichtig kuste hij mij bij het afscheid in de vroege morgen. De laatste zaterdagmiddag van zijn vakantie vroeg hij of ik mee wilde naar Knokke. Op de Puch. Zijn vriend zou ook mee gaan. Ik twijfelde, vond het spannend maar stapte toch bij hem achterop laat in de avond toen het in de Rode Leeuw rustig geworden was. We staken de Westerschelde over. Ik veilig tegen de rug van Frank, door Zeeuws Vlaanderen, de grens over langs de Belgische kust. De vriend op de rode puch er achter. Ver na middernacht kwamen we in Knokke. Tegen de morgen besloten we onze kroegentocht in een nachtclub. Die was al bijna leeg. Ik zal het nooit vergeten.  Daar galmde uit de luidsprekers. Ta-da-taa, ta-da-taaa. Het ritme, de stem, het loopje van de blazers. De tekst? Ik kan hem me niet herinneren. Maar het intro van het lied werd voor altijd in mij opgeslagen. We dansten of ons leven er van afhing. Ik werd opgetild, verdween even van de aardbodem. Geluk.

Het is niet wat geworden met Frank. Ik moest nog wel eens aan hem denken als dat lied voorbij kwam. Een aantal jaren geleden kreeg ik via facebook een priveberichtje van hem. Hij leest mijn Wiskes. Af en toe levert hij mij via de mail commentaar. Ik vroeg hem of hij zich dat nummer in die nachtclub in Knokke kon herinneren. Hij wist het nog precies. Respect van Aretha Franklin.

Ik hoor zojuist op de radio dat zij is overleden. Aretha Franklin, the Queen of Soul.  Dankjewel Miss Franklin. Een stem om nooit te vergeten. De hemel op aarde. 

behaalde successen


Een oude Zenmeester vertelde het verhaal van een man die een verre reis ging maken door een onherbergzaam gebied. Op sommige stukken moest hij water oversteken om verder te kunnen. Al een paar keer was hij bijna verdronken in het wilde water. Als hij op een morgen weer voor een wijde watervlakte staat besluit hij een vlot te bouwen om naar de overkant te kunnen. Zonder enige moeite is hij in no time aan de overkant. Tevreden kijkt hij naar het prachtige vlot, stevig en helemaal geschikt voor haar doel. Hij bedenkt dat het goed is het vlot mee te nemen, zodat hij bij een volgende oversteek weer net zo vlug en veilig over kan steken. Met een touw sleept hij het vlot achter zich aan. Hij komt wel wat minder sneller vooruit maar alla. Na een paar dagen het vlot achter zich aan gesleept te hebben door de bossen, ligt hij uitgeput op de grond en neemt hij opnieuw een besluit. Hij laat het vlot achter. In het struikachtige bosgebied is het vlot een loden last geworden die hem belemmert vooruit te komen.

Luka Modric is een succesvol voetballer. Hij speelt in het nationale team van zijn land. Hij speelt op het WK. Hij heeft geoefend op het nemen van penalties. Eindeloos. Hij mist niet gauw. Op videobeelden heeft hij de Deense keeper urenlang bekeken. Hij kent al diens trucjes. Zijn kracht en zijn zwakheden. Hij weet wat hem te doen staat. 

Je leert van je fouten. Successen geven je het vertrouwen dat je op de goede weg bent. Successen leren ons de patronen waar we op kunnen vertrouwen. Maar denk aan de keerzijde. Denk aan de man met het vlot. Vasthouden aan het verleden, voortgaan op de oude vertrouwde weg. Blijven hangen in wat je goed kunt.

Luka Modric mist een penalty. Je denkt dan dat hij even later zich afmeldt voor de strafschoppenserie, na de wedstrijd Kroatie Denemarken. Maar dat doet hij niet. Hij neemt hem. En hij maakt hem. Rustig, beheerst. 
Eenvoud is niet het kenmerk van de beginner. Het is het zwaarbevochten stempel van de meester. (Godfried Bomans)

waarom?

Waarom zijn deze gehoofddoekte vrouwen zo blij? Waarom stemmen Turkse Nederlanders massaal op een dictator? Waarom houden kinderen van een vader die slaat? Waarom? Wat is dat in mensen? Wat is dat in ons? Dat we allemaal weten dit is eigenlijk niet goed maar.. . 

Ik weet nog dat we als docenten ons fiat moesten geven aan de Basisvorming. Alle kinderen in de brugklas dezelfde stof en hetzelfde proefwerk voor Frans. Dan zou een VWO-er met twee fouten een 7 krijgen en een mavo- leerling met 8 fouten een 7. Een bizar systeem bedacht ergens achter een tafel in Den Haag en enthousiast gebracht door een ambitieuze leidinggevende. We vonden het allemaal niks. En toch deden we het. Ellenlang foutjes tellen van een arme, niet taalgevoelige leerling  om haar nog net een zesje te kunnen geven. In het kader van ieder is gelijk. Allemaal hetzelfde. 20 Jaar later werd toegegeven dat de zogenaamde Basisvorming mislukt was. Een fout plan. Maar dat het onderwijsvolk het geslikt heeft, er niet tegen in opstand kwam, het accepteerde. Waarom?

Omdat we laf zijn? Of moegestreden?

Waarom kiezen Nederlandse Turken voor 70% een dictator? De stemmen vanuit Nederland zouden Erdogan wel eens in het zadel kunnen hebben geholpen. In eigen land was zijn meerderheid niet zo groot. In geen enkel land in Europa krijgt Erdogan zo veel stemmen( percentagegewijs). De verontwaardiging op de media is groot. Ozcan Akyol schrijft in het AD vanmorgen: Wat is er aan de hand dat hier gestemd wordt op een man die vrijheden inperkt, tegenstanders uitschakelt, mediabedrijven intimideert en opdoekt, andersdenkenden de mond snoert, gevangenzet. Waarom is men zelfs trots op een dictator? Ebru Umar, Joris Luyendijk, Guus Kuyer, Nadia Bouras, Wierd Duk twitteren er over vanmorgen. Nijverdaller Gerwin Berenschot vraagt zich af of een stem voor Erdogan eigenlijk een stem tegen iets anders is. Ik denk dat ik een eind mee kan gaan. Dat wij ooit ons neerlegden bij de Basisvorming was omdat we murw waren. Weer een verandering van bovenaf. Er werd niet geluisterd. We wisten dat het gewoon door zou gaan. Weeeeer een onderwijsverandering. Mensen laat gaan, zoek het uit. Okee jullie willen de Basisvorming? Vooruit je kan hem krijgen. We doen gewoon lekker ons ding en verder zoeken jullie het maar uit.  En af en toe deelden we een steekje uit en saboteerden we als daar ruimte voor was.  Zo gaat dat: je buigt het hoofd, maakt er wat van en denkt het zal wel. En af en toe deel je een tikje uit. 

Ik denk dat de massale stem op dictaor Erdogan zo’n tikje is naar de Nederlandse samenleving. Zeg maar gerust een schop van jewelste. Hoog tijd de verbinding, de confrontatie te zoeken met deze mensen. Luisteren. Pak ze bij het nekvel en grijp ze bij de keel: zijn jullie nou helemaal gek geworden? Wat is er aan de hand?


Nb: lees ook Wiske van april 25, 2015: Woede